Bij de overstap van de basis- naar de secundaire school kunnen leerlingen die aan het eind van het basisonderwijs de eindtermen/ minimumdoelen Nederlands nog niet voldoende bereikt hebben, verplicht worden om drie lesuren extra Nederlands te volgen in hun eerste schooljaar, boven op de wekelijkse lessentabel.
Deze beslissing kan door de klassenraad van het basisonderwijs of het secundair onderwijs worden opgelegd aan leerlingen die het getuigschrift basisonderwijs wel of niet behaald hebben en dus instromen in de A- of B-stroom. Stapt een leerling over van de A- naar de B-stroom, dan blijft de beslissing van kracht.
Om te beslissen of een leerling nood heeft aan 3 uur extra Nederlands bij het begin van het secundair onderwijs, stelt de klassenraad van de basisschool eerst vast of deze leerling de eindtermen/ minimumdoelen Nederlands in voldoende mate behaald heeft.
Dit gebeurt op basis van een brede kijk op de leerling. Daarbij houdt de klassenraad rekening met
Bij leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, een GC-verslag, een IAC-verslag moet de klassenraad basisonderwijs ook beslissen of leerlingen bij deze drie uur extra Nederlands zullen volgen. De klassenraad maakt daarbij een heel zorgvuldige afweging of deze leerlingen, rekening houdend met hun toekomstperspectief en onderwijsbehoeften, baat en nood hebben aan deze bijkomende uren.
De klassenraad van het buitengewoon basisonderwijs kan ook een beslissing over de drie extra uren Nederlands nemen wanneer leerlingen willen overstappen naar het gewoon secundair onderwijs.
Als de klassenraad basisonderwijs de extra taallessen oplegt, dan wordt dit samen met de beslissing rond het getuigschrift meegedeeld aan de ouders. Hiertegen kunnen ouders geen beroep aantekenen.
Zoals hierboven bleek, beslist de klassenraad basisonderwijs over drie uur extra Nederlands op basis van de eindtermen/ minimumdoelen Nederlands.
Als de klassenraad basisonderwijs twijfelt, dan kan die ter ondersteuning de onderstaande kijkwijzer inzetten. Dit document focust op vijf inhoudelijke domeinen:
Elk domein bevat een aantal criteria om de taalcompetentie van de leerling in te schatten. Per criterium duidt de klassenraad aan hoe frequent een leerling een bepaalde taalhandeling stelt. Daarbij wordt telkens gekozen uit vier antwoordmogelijkheden: altijd, regelmatig, weinig of nooit.
Wanneer globaal gezien de meerderheid van de criteria als weinig of nooit wordt ingeschaald en de moeilijkheden blijven bestaan ondanks gerichte instructie, dan kan dit erop wijzen dat bijkomende ondersteuning, in de vorm van extra taallessen Nederlands, nodig is om de taalcompetentie te versterken.
Doel kijkwijzer
Deze kijkwijzer is geen statistisch model dat automatisch bepaalt of drie uur extra Nederlands noodzakelijk is. Hij biedt handvatten voor de klassenraad en is bedoeld als hulpmiddel om de beslissing rond de drie uur extra Nederlands te onderbouwen.
Deze motivatie kan via de BASO-fiche als handelingsgericht advies doorgegeven worden, zodat de secundaire school de leerling gericht kan begeleiden en opvolgen binnen de extra taallessen Nederlands. De criteria in de kijkwijzer kunnen daarbij richtinggevend zijn.
Zodra een leerling instroomt die drie uur extra Nederlands nodig heeft, organiseert de secundaire school deze uren boven op het curriculum.
Verder kan de klassenraad van de secundaire school, die minstens bestaat uit leraren basisvorming, autonoom drie uur extra taallessen opleggen ook als het basisonderwijs die niet bepaalde. Stel dat de verplichte taalscreening in het eerste jaar aantoont dat een leerling hier baat bij heeft, dan kan dit een optie zijn. Uiteraard kan een secundaire school voor een dergelijke leerling ook nog steeds remediëring binnen het curriculum voorzien.
Als de leerling een merkbare vooruitgang maakt en die eveneens via de evaluatie duidelijk wordt, dan kan de klassenraad van de secundaire school beslissen om de lessen in de loop van het eerste jaar te verminderen of stop te zetten.
Voor de organisatie van de extra taallessen mogen de secundaire scholen binnen de scholengemeenschap samenwerken. Ze ontvangen hiervoor omkadering. Er wordt gewerkt met een gesloten enveloppe aan uren-leraren die op basis van de volgende indicatoren verdeeld worden:
De uren-leraren worden over de drie indicatoren verdeeld op basis van een gelijke verhouding (33,3%).
Voor deze uren werft de secundaire school idealiter een leerkracht Nederlands aan, gelet op de bijzondere context van taalverwerving. De lessen zelf worden best afgestemd op de noden van de leerlingen zodat die zo snel mogelijk zonder bijkomende taalondersteuning kunnen volgen in het reguliere onderwijsaanbod.
Om de leerkrachten hierbij te ondersteunen, werken we momenteel aan een toolbox. Die kan binnenkort hier geraadpleegd worden.
Handvatten
Wil je als basisschool deze actie al voorbereiden, dan kan je ...
Wil je als secundaire school deze actie al verkennen, dan kan je ...
