Om taalachterstand bij heel jonge kinderen te voorkomen of snel te verhelpen wordt voorinstructie vanaf de peuterklas tot en met het eerste leerjaar ingevoerd. Het eerste leerjaar is hierbij een cesuurmoment omdat leerlingen bij het leren lezen nog een inhaalbeweging kunnen maken in klassikaal verband. Via een eenvoudige taalscreening wordt nagegaan welke kinderen extra ondersteuning nodig hebben. Zij krijgen individuele begeleiding of werken in kleine groepjes tijdens de reguliere schooltijd.
De ondersteuning focust op de Nederlandse taal die nodig is om de leerstof in de klas vlot te kunnen verwerven.
Voor deze voorinstructie wordt er een werkingsbudget voorzien dat uit twee componenten bestaat: een gesloten enveloppe en een vastgesteld bedrag. Het bedrag dat een school zal ontvangen, wordt berekend per leerling, meer specifiek per kleuter en leerling basisonderwijs die zes jaar is voor 1 januari van het lopende schooljaar.
De leerling moet daarnaast aan minstens één van de volgende indicatoren voldoen:
Deze indicatoren zijn cumulatief.
Met dit werkingsbudget kan een school ook personeel aanstellen op twee manieren:
Wanneer een school contractuele medewerkers aanstelt, werkt ze samen met een sociaal secretariaat. Dat secretariaat helpt bij de berekening van lonen, vakantiegeld en de eindejaarstoelage.
Deze regeling maakt het mogelijk om ook andere profielen aan te trekken, omdat de regels rond bestaande ambten en bijbehorende bekwaamheidsbewijzen hier niet gelden. Contractuele personeelsleden bouwen in dit geval geen voorrangsrechten op.
Handvatten
Wil je als basisschool deze actie al voorbereiden, dan kan je ...