Leerlingen uit het tweede tot en met het zesde leerjaar van het basisonderwijs die niet in aanmerking komen voor de taalheldklas, maar wel extra taalondersteuning nodig hebben, kunnen drie uur extra remediëring krijgen. Deze extra ondersteuning helpt om taalachterstand weg te werken.
Scholen mogen zelf beslissen hoe ze deze drie uur organiseren. Zo kunnen ze die zowel binnen, als buiten de reguliere onderwijstijd aanbieden. Kiest de school ervoor om die buiten de reguliere onderwijstijd in te richten, dan kan de remediëring niet verplicht worden voor de leerlingen. De ondersteuning wordt wel sterk aanbevolen, omdat een goede kennis van de onderwijstaal belangrijk is om de lessen goed te kunnen volgen.
Voor deze remediëring is een werkingsbudget (zie simulatietool) voorzien. Je ontvangt deze ‘werkingsmiddelen remediëring’ voor je leerlingen basisonderwijs die ouder zijn dan zeven jaar vóór 1 januari van het lopende schooljaar op voorwaarde dat ze aan minstens één van de volgende indicatoren voldoen:
Het bedrag dat je school ontvangt is het deel van de gesloten enveloppes per indicator die verdeeld worden over de scholen a rato van het aantal leerlingen dat aantikt per indicator.
De teldag is de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar.
Op Mijn Onderwijs voor Directies en Administraties vind je op 1 april 2026 de dienstbrief “Ieder Kind Taalheld” terug. Die dienstbrief bevat een voorlopige berekening van de middelenstromen binnen het decreet, op basis van de teldatum 1 februari 2026. Let op: de berekening is niet definitief en geeft alleen een voorlopig zicht op de te verwachten middelen. Pas na afronding van de verificatie en definitieve berekening van de middelenstromen, ontvang je een definitieve dienstbrief.
De school bepaalt zelf welke leerlingen nood hebben aan deze extra remediëring. Het is dus niet zo dat de middelen enkel mogen aangewend worden voor de leerlingen die ze hebben gegenereerd.
De middelen kunnen gebruikt worden voor alles wat je nodig hebt in je werking om het doel, remediëring met focus op Nederlandse taalkennis nodig voor het behalen van de minimumdoelen, te bereiken.
Met dit werkingsbudget kan een school ook personeel aanstellen op twee manieren:
Wanneer een school contractuele medewerkers aanstelt, werkt ze samen met een sociaal secretariaat. Dat secretariaat helpt bij de berekening van lonen, vakantiegeld en de eindejaarstoelage.
Deze regeling maakt het mogelijk om ook andere profielen aan te trekken, omdat de regels rond bestaande ambten en bijbehorende bekwaamheidsbewijzen hier niet gelden. Contractuele personeelsleden bouwen in dit geval geen voorrangsrechten op.
Handvatten
Wil je als basisschool deze actie al voorbereiden, dan kan je ...