Filter zoekresultaten

Zoek
  • Selecteer deze optie als je enkel binnen dit thema wil zoeken

Types
  • Vakkenpagina

    Overzicht van alle leerplannen met ondersteunend materiaal per leerplan.

  • Agenda directeur-generaal Bruno Vanobbergen van 19 tot en met 26 maart 2026

    ma 16 maart 2026

    Donderdag 19 maart: Bruno Vanobbergen spreekt de aanwezigen toe tijdens het directiecongres basisonderwijs van Katholiek Onderwijs Vlaanderen van regio West-Vlaanderen.Vrijdag 20 maart: Tijdens de laatste dag van het directiecongres basisonderwijs van regio Antwerpen van Katholiek Onderwijs Vlaanderen houdt onze directeur-generaal eveneens een toespraak.Maandag 23 maart: Het Christen Forum Limburg ontvangt directeur-generaal Bruno Vanobbergen in het Cultuurcentrum te Hasselt als spreker voor hun conferentie. Hij houdt een toespraak getiteld ‘Over een pedagogiek van toewijding’.Dinsdag 24 maart: Bruno Vanobbergen bezoekt Campus Glorieux Secundair, een school in Ronse die de drie finaliteiten aanbiedt binnen allerlei verschillende studierichtingen. Hij maakt er kennis met de schoolwerking, de visie op inclusie en de praktische vertaling daarvan.Woensdag 25 en donderdag 26 maart: Katholiek Onderwijs Vlaanderen organiseert, naar jaarlijkse gewoonte, een driedaags colloquium rond buitengewoon onderwijs, waarop ook onze directeur-generaal present tekent. Op donderdag geeft hij meer toelichting bij de vernieuwde werking van onze organisatie, en neemt hij deel aan een panelgesprek.

  • Extern initiatief: Vredesdag 3 mei – Dialogue4All

    ma 16 maart 2026

    Maak kennis met jongeren die een jaar lang vorming rond vrede en dialoog volgden. Op 3 mei kan je als leerkracht ter plaatse inspiratie opdoen, in gesprek gaan met deelnemers en collega’s, en ontdekken hoe dit traject bijdraagt aan een inclusieve schoolcultuur.

  • Initiatief uit ons netwerk: Bouwen aan Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA)

    ma 16 maart 2026

    In 2026 zal elk lokaal bestuur een BOA-beleid uitrollen. Alle betrokken partijen, ook scholen, denken mee na om dit beleid vorm te geven. Karel de Grote Hogeschool en Arteveldehogeschool organiseren op 23 april een studiedag Bouwen aan BOA in hybrideformule: live in Gent of digitaal vanop je eigen werkplek.

  • Vul de vragenlijst doorgaande lijn in en maak het verschil!

    ma 16 maart 2026

    Elke dag ondersteun jij jonge kinderen in hun groei en ontwikkeling. Jij weet als geen ander wat er leeft in je klas. Daarom ontwikkelde de Universiteit Gent een vragenlijst die peilt naar hoe kleuterleerkrachten en kinderbegeleiders kijken naar leren, zorg en hun rol bij jonge kinderen. Samen met andere kinderbegeleiders en kleuterleerkrachten, zijn jullie uitgenodigd om de vragenlijst in te vullen. Zo kunnen jullie helpen meer inzicht te krijgen in wat het echt betekent om kleuterleerkracht te zijn en bijdragen aan meer inzicht in de praktijk én het beleid rond de samenwerking tussen opvang en onderwijs. Vul ze dus zeker in wanneer jouw school wordt uitgenodigd. Bovendien maak je kans op een educatief speelgoedpakket voor jouw klas.

  • Actie 1

    Zodra kleuters (2,5 jaar) instappen in het kleuteronderwijs, wordt hun taalontwikkeling gescreend. De resultaten van de screening kunnen ervoor zorgen dat kinderen extra taalremediëring krijgen zodat alle kleuters taalhelden worden. Leerkrachten brengen hierbij zelf in kaart wat de kleuters nodig hebben op het vlak van taal.

  • Actie 10

    Een taalrijke leeromgeving bevindt zich niet enkel binnen de schoolmuren. Scholen worden aangemoedigd om lokale netwerken uit te bouwen waarin taalbevorderende activiteiten structureel worden ingebed in de schoolwerking.Daarnaast wil de overheid de bredere gemeenschap rond de school activeren. Er wordt dan ook gestreefd naar meer betrokkenheid van de lokale gemeenschap zoals vrijwilligers, organisaties en besturen die actief bijdragen aan de taalverwerving van kinderen.

  • Actie 2

    Om taalachterstand bij heel jonge kinderen te voorkomen of snel te verhelpen wordt voorinstructie vanaf de peuterklas tot en met het eerste leerjaar ingevoerd. Het eerste leerjaar is hierbij een cesuurmoment omdat leerlingen bij het leren lezen nog een inhaalbeweging kunnen maken in klassikaal verband. Via een eenvoudige taalscreening wordt nagegaan welke kinderen extra ondersteuning nodig hebben. Zij krijgen individuele begeleiding of werken in kleine groepjes tijdens de reguliere schooltijd.De ondersteuning focust op de Nederlandse taal die nodig is om de leerstof in de klas vlot te kunnen verwerven.

  • Actie 3

    Vanaf schooljaar 2026 - 2027 kunnen scholen taalheldklassen organiseren voor elke anderstalige leerling die nieuw instroomt in het Vlaams onderwijs vanaf het tweede leerjaar, ongeacht de verblijfsstatus. De leerlingen verblijven er zo kort mogelijk, en worden zo snel mogelijk geïntegreerd in het reguliere onderwijs.In deze klas zijn na de beslissing van de klassenraad ook leerlingen welkom die onvoldoende basiskennis hebben om aan het reguliere programma deel te nemen. Wanneer blijkt dat een anderstalige nieuwkomer het Nederlands al voldoende beheerst, hoeft deze leerling de taalheldklas niet te volgen. Ook hierover beslist de klassenraad. We denken hier bijvoorbeeld aan een anderstalige nieuwkomer wiens thuistaal niet Nederlands is en onderwijs gevolgd heeft in Nederland of een leerling die in een ander land tweetalig opgevoed werd, het Nederlands al goed verworven heeft en nu naar Vlaanderen komt.

  • Actie 4

    Leerlingen uit het tweede tot en met het zesde leerjaar van het basisonderwijs die niet in aanmerking komen voor de taalheldklas, maar wel extra taalondersteuning nodig hebben, kunnen drie uur extra remediëring krijgen. Deze extra ondersteuning helpt om taalachterstand weg te werken.

  • Actie 5

    Bij de overstap van de basis- naar de secundaire school kunnen leerlingen die aan het eind van het basisonderwijs de eindtermen/ minimumdoelen Nederlands nog niet voldoende bereikt hebben, verplicht worden om drie lesuren extra Nederlands te volgen in hun eerste schooljaar, boven op de wekelijkse lessentabel. Deze beslissing kan door de klassenraad van het basisonderwijs of het secundair onderwijs worden opgelegd aan leerlingen die het getuigschrift basisonderwijs wel of niet behaald hebben en dus instromen in de A- of B-stroom. Stapt een leerling over van de A- naar de B-stroom, dan blijft de beslissing van kracht.

  • Actie 6

    Kinderen van ouders die weinig Nederlands spreken, komen vaak met een beperktere kennis van het Nederlands naar school. Veel kleuters horen Standaardnederlands zelfs voor het eerst wanneer ze in de kleuterklas starten. Daardoor kunnen ze in het begin moeilijker actief deelnemen aan de klasactiviteiten.Om hieraan tegemoet te komen, worden instapklassen georganiseerd. Deze bieden kinderen die instromen in het kleuteronderwijs een laagdrempelige manier om hun Nederlands te versterken en tegelijk kennis te maken met het schoolse leven. Er wordt ook ingezet op het belang van zindelijkheid bij de schoolloopbaan.

  • Actie 7

    De overheid wil via sterkere zomerscholen de algemene competenties van leerlingen versterken en leerachterstanden wegwerken. Daarbij wordt steeds gestreefd naar een goed evenwicht tussen leren, spel en plezier. Voor zomerscholen in het basisonderwijs vormen de nieuwe minimumdoelen het referentiekader, in het secundair onderwijs zijn het de nu geldende eindtermen. Binnen een zomerschool kan bijvoorbeeld extra ondersteuning geboden worden aan leerlingen met een taalachterstand, zodat zij beter voorbereid zijn op de overgang naar het volgende leerjaar.

  • Actie 8

    Kennisrijk curriculum, effectieve didactiek en inhoudelijke vakkennis zijn dé pijlers van de nieuwe minimumdoelen basisonderwijs. Om het onderwijsveld en jou als onderwijsprofessional met deze concepten vertrouwd te maken, zal elke basisschool een taalexpert aanstellen en later professionaliseren.

  • Actie 9

    Leerkrachten gaan zowel tijdens het dagelijks lesgeven als bij de taalremediëring en taaltrainingen best aan de slag met kwalitatief lesmateriaal. Om dit te realiseren zullen verschillende organisaties, zoals de Taalunie, het Vlaams Talenplatform en Leerpunt samenwerken.

  • Basisinformatie

    Eerste info volgt vanaf 25 maart 2026.

  • Ieder kind taalheld

    Elk kind verdient het om een taalheld te worden, vaardig in taal, sterk in Nederlands, zodat het vlot kan leren, denken en volwaardig kan deelnemen aan de maatschappij. Met deze gedachte heeft de Vlaamse regering Ieder kind taalheld opgezet. Dit project hangt heel nauw samen met de nieuwe miminimdoelen of leerplandoelen Nederlands basisonderwijs, waardoor Ieder kind taalheld en de nieuwe doelen één verhaal vormen.     Hoe wordt ieder kind een taalheld? Om het project te doen slagen formuleerde de Vlaamse regering voor Ieder kind taalheld vier doelstellingen: Preventie en remediëring – taalachterstand vroegtijdig voorkomen en gericht aanpakken.Kwaliteitsvolle leermiddelen – sterke materialen die krachtig taalonderwijs ondersteunen.Duurzame professionalisering – leraren versterken en ondersteunen als motor voor kwaliteit.Taalversterking als maatschappelijke opdracht – samen werken aan taal, binnen én buiten de school. Aan deze doelstellingen zijn tien acties gekoppeld, te zien als tien samenhangende hoofdstukken met als hoofdfiguren de leerlingen uit het kleuter- en lager onderwijs en de eerste graad secundair onderwijs. In de onderstaande tegels worden de tien acties toegelicht. Katholiek Onderwijs Vlaanderen neemt vanuit zijn expertise bij zes acties een specifieke rol op. Zo ondersteunen we het onderwijsveld – en jou als onderwijsprofessional – vandaag én in de toekomst. Samen schrijven we verder aan één doel: elk kind een taalheld.

  • Asbest

    Tegen 2040 moet Vlaanderen 'asbestveilig' zijn

  • CMR en hormoonverstoorders

    Kankerverwekkende (C), mutagene (M) en reprotoxische (R) stoffen en agentia met hormoonontregelende eigenschappen

  • Chemische agentia

    Als werkgever ben je verantwoordelijk voor de bescherming van je werknemers tegen stoffen en agentia die risico’s inhouden voor de gezondheid en de veiligheid. Als blijkt dat dergelijke stoffen aanwezig zijn, onderzoek je de risico’s en neem je de nodige preventiemaatregelen.

  • Nanodeeltjes

    Nanodeeltjes vertonen unieke kenmerken, die in de eerste plaats verband houden met hun zeer kleine omvang, en die leiden tot belangrijke wetenschappelijke en technologische innovaties in verschillende sectoren. Tegelijkertijd bestaat er een bezorgdheid dat diezelfde kenmerken nieuwe risico's kunnen veroorzaken, die niet altijd door de klassieke instrumenten kunnen worden beoordeeld.

  • Schadelijk stof

    Stof dat vrijkomt bij het afschuren of bewerken van materialen

  • Stoffen met gevaarlijke eigenschappen

    Als werkgever ben je verantwoordelijk voor de bescherming van je werknemers tegen stoffen en agentia die risico’s inhouden voor de gezondheid en de veiligheid. Als blijkt dat dergelijke stoffen aanwezig zijn onderzoek je de risico’s en neem je de nodige preventiemaatregelen.Stoffen en agentia met gevaarlijke eigenschappen is zeer ruim. Het gaat over chemische agentia, kankerverwekkende stoffen, mutagene en reprotoxische stoffen, biologische agentia, asbest, schadelijk stof en dergelijke die een gevaar kunnen vormen voor de gezondheid.

  • Aankoop, indienststelling, periodieke controles en onderhoud

    Als werkgever moet je ervoor zorgen dat je werknemers op een veilige manier kunnen werken met de arbeidsmiddelen die je hen laat gebruiken.

  • Algemeen

    De Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (FOD WASO) omschrijft biologische agentia als "micro-organismen met inbegrip van genetisch gemodificeerde, celculturen en menselijke endoparasieten die een infectie, allergie of intoxicatie kunnen veroorzaken". In ‘mensentaal’ spreken we over bacteriën, virussen, schimmels …

  • Algemeen

    Ergonomie gaat over het aanpassen van de werkomgeving aan de mens. Onder ‘werkomgeving’ verstaan we de ruimte waar de medewerkers in werken, de concrete werkplek of werkpost en de producten, systemen of machines waar werknemers gebruik van maken.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?