Als werkgever moet je ervoor zorgen dat je werknemers op een veilige manier kunnen werken met de arbeidsmiddelen die je hen laat gebruiken.
De term ‘arbeidsmiddelen’ verwijst naar alle op de arbeidsplaats gebruikte machines, apparaten, gereedschappen en installaties. Kortom, alles waar werknemers mee werken.
De term 'gebruiken' mag ruim geïnterpreteerd worden. Het gaat over alle mogelijke activiteiten gaande van ingebruikname, over aanwending, vervoer, reparatie, ombouw, onderhoud, reiniging tot buiten gebruikstelling. Dit betekent concreet dat je als werkgever al van bij de bestelling van het arbeidsmiddel rekening moet houden met de veiligheidsrisico’s.
Op de website van de FOD WASO vind je een uitgebreide toelichting bij die bepalingen van toepassing op alle arbeidsmiddelen
Onderstaand vind je belangrijke wetgeving, - richtlijnen en – normen indien van toepassing.
Wetgeving:
Je onderzoekt of het arbeidsmiddel geschikt is voor de beoogde taken en of het gebruik van het arbeidsmiddel bepaalde risico’s met zich meebrengt. Je houdt hierbij ook rekening met alle relevante omgevingsfactoren. Items gedekt door de CE-markering dienen niet meer onderzocht te worden. Je zorgt ervoor dat risico's worden vermeden of via maatregelen tot een strikt minimum worden beperkt.
Je interne preventiedienst is direct betrokken bij het hele aankoop- en indienststellingsproces. Je hebt dit uitgeschreven in een duidelijke procedure die gekend is bij alle betrokkenen. De aankoopprocedure pas je niet alleen toe op de aankoop van alle mogelijke arbeidsmiddelen zoals apparaten, toestellen en werktuigen, maar ook voor collectieve en persoonlijke beschermingsmiddelen en producten met gevaarlijke eigenschappen. Bij uitbreiding pas je ze ook toe bij de aankoop, leasing of huur van gebouwen, terreinen en diensten …
Bij het opstellen van de bestelbon voor een arbeidsmiddel betrek je de preventieadviseur. Je laat de finale versie door hem controleren en handtekenen. Bij levering bevestigt de leverancier schriftelijk dat hij aan alle eisen uit de bestelbon voldoet.
De preventieadviseur stelt een indienststellingsverslag op waarin hij bevestigt dat het arbeidsmiddel voldoet aan de wettelijke eisen op vlak van veiligheid en hygiëne en aan eventuele andere voorwaarden uit de bestelbon.
Bij elke machine, apparaat of installatie horen gebruiksinstructie, dikwijls onder de vorm van een instructiekaart. Op die kaart staan minimaal de identificatiegegevens, de gebruiksinstructies, de risico’s en de bijhorende preventiemaatregelen. Het opmaken van de instructies is de taak van de hiërarchische lijn in samenwerking met de werknemers. De interne preventieadviseur zal de veiligheidsinstructies nakijken om te vervolledigen waar nodig. De geschreven informatie moet in de onmiddellijke omgeving te raadplegen zijn op de werkpost waar het arbeidsmiddel gebruikt wordt.
De arbeidsmiddelen worden door adequaat onderhoud in zodanige toestand gehouden dat zij gedurende de gehele gebruiksduur blijven voldoen aan de vereisten van titel 2 van boek IV van de codex.
Tijdens interventies op het arbeidsmiddel moet de veiligheid van de werknemers gewaarborgd zijn. De werkgever beschrijft daartoe maatregelen, mogelijk vervat in een vergrendelprocedure.
Bepaalde complexe arbeidsmiddelen zoals bijvoorbeeld liften, hefwerktuigen, elektrische installaties … moeten gecontroleerd worden door een deskundige externe dienst voor technische controle.
Het kan ook interessant zijn om met een filmpje het thema bespreekbaar te maken en de aandacht te vestigen op de gevaren. Je kan gratis gebruik maken van een aantal filmpjes gekend onder de naam ‘NAPO’: Napo in... veilig onderhoud.
Katholiek Onderwijs Vlaanderen stelt voorbeelddocumenten van haar leden ter beschikking voor haar leden, screent de documenten oppervlakkig maar kan geen verantwoordelijkheid opnemen rond de inhoud van die voorbeelddocumenten. De documenten zijn enkel bedoeld voor intern gebruik.
Onderstaande praktijkvoorbeelden uit onze scholen kunnen een hulp zijn bij het uitwerken van eigen procedures en documenten: