Als werkgever ben je verantwoordelijk voor de bescherming van je werknemers tegen stoffen en agentia die risico’s inhouden voor de gezondheid en de veiligheid. Als blijkt dat dergelijke stoffen aanwezig zijn, onderzoek je de risico’s en neem je de nodige preventiemaatregelen.
Onder chemisch agens verstaat men elk chemisch element of elke chemische verbinding (in zuivere vorm of in een mengsel) zoals deze in natuurlijke staat voorkomt of het resultaat is van, gebruikt of vrijgekomen is (ook in de vorm van afval) bij een beroepsactiviteit, al dan niet opzettelijk geproduceerd en al dan niet op de markt gebracht. Onder stoffen verstaat men chemische elementen en hun verbindingen zoals ze voorkomen in natuurlijke toestand of bij het productieproces ontstaan. Mengsels zijn mengsels of oplossingen die bestaan uit twee of meer stoffen.
Op de website van de FOD WASO vind je verdere toelichting bij 'De bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de werknemers tegen de risico's van chemische agentia op het werk.'
Onderstaand vind je belangrijke wetgeving, - richtlijnen en – normen indien van toepassing.
De inventaris bevat onder andere de naam van het product, de gevarensymbolen, H- en P-zinnen, locatie opslag, hoeveelheid in opslag …
Elk gevaarlijk product beschikt over een VIB. Elke leverancier of fabrikant van gevaarlijke stoffen is verplicht om het VIB te verstrekken aan de professionele gebruiker.
Voor alle gevaarlijke stoffen moet een VIB aanwezig zijn op school. Zorg ervoor dat de deze informatiebladen eenvoudig te raadplegen zijn door gebruikers van de stoffen en door hulpverleners.
Vraag dus bij bestelling altijd naar het VIB. En vergeet niet dat alle poetsproducten, vaatwasproducten, smeermiddelen, ontsmettingsmiddelen … ook een VIB hebben. Interessant is de VIB-check waarmee je kan checken of het VIB in orde is. Als het niet in orde is, vraag dan om een nieuwe.
In de risicoanalyse gaan we na welke chemische agentia aanwezig zijn, in welk mate ze schade kunnen veroorzaken en welke maatregelen we kunnen treffen.
Hierbij is het belangrijk dat de risicoanalyse tot op leerlingenniveau wordt uitgewerkt. Zo moeten leraren chemie bijvoorbeeld die gebruik maken van chemicaliën tijdens hun lessen een risicoanalyse maken voor proeven met mogelijke risico’s. Zelfs leerlingen moeten een vorm van risicoanalyse maken bij bepaalde proeven. In voorbereiding van hun latere beroepsleven is het belangrijk dat zij de attitude ‘veilig en preventief werken’ verwerven.
Een VIK werkt als een praktische handleiding met veiligheidsinstructies, die makkelijk leesbaar en toegankelijk zijn, om veilig te werken met gevaarlijke producten. (De VIB’s zijn vaak te technisch en te uitgebreid om snel de juiste informatie over de risico’s en de preventiemaatregelen terug te vinden.) De geschreven informatie moet in de onmiddellijke omgeving te raadplegen zijn op de werkpost waar het product gebruikt wordt.
De brochure ‘Chemicaliën op school’ (COS-brochure), te downloaden op de website van de Koninklijke Vlaamse Chemische Vereniging (kvcv) bij downloads
De COS-brochure is een leidraad voor de aankoop, opslag en het gebruik van chemicaliën, het milieuvriendelijk en veilig afvalbeheer, de inrichting van wetenschapslokalen, de organisatie van praktijklessen en het veiligheidsonderricht voor leerlingen.
Daarbij werd rekening gehouden met de pedagogisch-didactische aspecten, het onderwijsniveau, de studierichtingen, de leerdoelen en de vaardigheidsverschillen tussen leraren en leerlingen.