We maken een onderscheid tussen ‘aanpassingen’, ‘redelijke aanpassingen’ en de afweging of een aanpassing al dan niet redelijk of disproportioneel is.
In de omzendbrieven over inschrijvingsrecht in het gewoon basis- en secundair onderwijs vinden we volgende omschrijving van ‘aanpassing’:
“Als aanpassing wordt beschouwd: elke concrete maatregel van materiële of immateriële aard die de beperkende invloed van een onaangepaste omgeving op de participatie van een persoon met een handicap neutraliseert. Scholen moeten binnen de grenzen van de redelijkheid in aanpassingen voorzien, zodat ook personen met een handicap van gelijke kansen kunnen genieten.”
Hoe definieert men hier ‘persoon met een handicap’? Hiervoor verwijzen we naar het VN-Verdrag over de rechten van personen met een handicap. Dat zegt dat het begrip ‘handicap’ aan verandering onderhevig is en voortvloeit uit de wisselwerking tussen personen met functiebeperkingen en sociale en fysieke drempels die hen belet ten volle, daadwerkelijk en op voet van gelijkheid met anderen te participeren in de samenleving.
In het decreet basisonderwijs en in de Codex secundair onderwijs wordt een leerling met specifieke onderwijsbehoeften gedefinieerd als "leerling met langdurige en belangrijke participatieproblemen die te wijten zijn aan het samenspel tussen:
Wanneer kan worden afgewogen of een aanpassing al dan niet redelijk is? In onderwijs koppelen we dit aan inschrijvingsrecht. Het recht op inschrijving in een school of vestigingsplaats van keuze in het gewoon onderwijs geldt onverkort voor leerlingen zonder IAC-verslag die het gemeenschappelijk curriculum kunnen volgen, al of niet met toepassing van redelijke aanpassingen. Dit wil zeggen dat leerlingen zonder verslag en leerlingen met een GC-verslag niet kunnen geweigerd worden op basis van onredelijkheid van aanpassingen.
Leerlingen met een IAC- of OV4-verslag hebben het recht om in te schrijven in een school gewoon onderwijs, maar het is een inschrijving onder ontbindende voorwaarde. Binnen de 60 kalenderdagen na de start van de lesbijwoning moet de school beslissen of de aanpassingen die de leerling nodig heeft om een IAC op school te kunnen volgen redelijk of disproportioneel zijn. De beoordeling of een concrete maatregel als een "redelijke aanpassing" kan worden beschouwd, wordt aan volgende overwegingen getoetst:
Het kan zijn dat bij een leerling de nood aan aanpassingen wijzigt in de loop van zijn/haar onderwijsloopbaan, bijvoorbeeld wanneer blijkt dat de leerling het gemeenschappelijk curriculum niet meer kan volgen en nood heeft aan een Individueel Aangepast Curriculum (IAC). Dan gebeurt een afweging van de disproportionaliteit van de noodzakelijke aanpassingen binnen een redelijke termijn.
ReDiCoDi is een acroniem voor Remediërende, Differentiërende, Compenserende en Dispenserende maatregelen. ReDiCoDi worden beschouwd als een vorm of onderdeel van redelijke aanpassingen. Deze worden ingezet naargelang de noden van de leerling. De onderwijsbehoeften en ondersteuningsbehoeften van leerlingen en de ondersteuningsbehoeften van het onderwijspersoneel en de ouders staan daarbij centraal.
Remediërende, differentiërende, compenserende en dispenserende maatregelen worden als volgt gedefinieerd in het Decreet basisonderwijs en de Codex secundair onderwijs:
Differentiërende maatregelen: maatregelen waarbij de school, binnen het gemeenschappelijk curriculum, een beperkte variatie aanbrengt in het onderwijsleerproces om beter tegemoet te komen aan de behoeften van individuele leerlingen of groepen van leerlingen.
Compenserende maatregelen: maatregelen waarbij de school orthopedagogische of orthodidactische hulpmiddelen aanbiedt, waaronder technische hulpmiddelen, waardoor de doelen van het gemeenschappelijk curriculum of de doelen die na dispensatie voor de leerling bepaald zijn, bereikt kunnen worden
Dispenserende maatregelen: maatregelen waarbij de school doelen toevoegt aan het gemeenschappelijk curriculum of de leerling vrijstelt van doelen van het gemeenschappelijk curriculum en die, waar mogelijk, vervangt door gelijkwaardige doelen, in die mate dat ofwel de doelen voor de studiebekrachtiging in functie van de finaliteit voor het onderwijsniveau ofwel de doelen voor het doorstromen naar het beoogde vervolgonderwijs, nog in voldoende mate kunnen bereikt worden.