Redelijke aanpassingen zijn een recht. Dit recht is verankerd in het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid en in het VN-Verdrag over de rechten van personen met een handicap.
Sinds 30 maart 2021 is dit recht opgenomen in de Belgische grondwet. Art. 22ter stelt: iedere persoon met een handicap heeft recht op volledige inclusie in de samenleving, met inbegrip van het recht op redelijke aanpassingen. Handicap wordt heel breed gezien: iedere persoon wiens deelname aan het maatschappelijke of professionele leven beperkt of belemmerd is.
Deze wettelijke verankering gaat veel breder dan onderwijs alleen. Het recht op redelijke aanpassingen is van toepassing in alle domeinen van het leven, dus ook op vlak van werk, wonen, gezondheidszorg, vrije tijd en andere.
Als we kijken naar redelijke aanpassingen in onderwijs, dan gaat de ‘waarom-vraag’ veel verder dan het antwoord ‘omdat het moet – dit is de wet’. Het gaat over onze waarden die vervat zitten in ons pedagogisch project en over een inclusieve grondhouding. We vertrekken vanuit de brede diversiteit en gaan actief op zoek hoe we tegemoet kunnen komen aan de onderwijsbehoeften en ondersteuningsbehoeften van ál onze leerlingen. Hierbij houden we de drie grote doelen van onderwijs voor ogen: kwalificatie, socialisatie en volwassen in de wereld leren zijn. We zetten daarbij op de eerste plaats in op een kennisrijk curriculum en sterk klasmanagement. We leggen de lat hoog voor iedereen. We passen redelijke aanpassingen dus ook toe als we willen dat leerlingen:
Redelijke aanpassingen gaat over het wegwerken van barrières die leren en participeren in de weg staan. Ze zorgen ervoor dat leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften drempels kunnen overwinnen die zich voor andere leerlingen niet stellen. We stellen ons volgende vragen: