Versterk het kapitaal van je leerlingen in je lessen

Enkele aandachtspunten en tips die het kapitaal van je leerlingen verhogen, om aan de noden van je leerlingen tegemoetkomen en zo gelijke onderwijskansen realiseren in je lessen.

Versterk hun menselijk kapitaal

sla link op in klembord

Kopieer

Het menselijk kapitaal van je leerlingen omvat kennis, vaardigheden en competenties verworven via thuis, de school, vrije tijd, jeugdbeweging of sportclub, maar ook gezondheid, fysische krachten en algemeen welbevinden. Dit kapitaal kan zelfs van voor je geboorte bepaald zijn. De thuiscontext is hierbij bepalend.

Waarom gelijke onderwijskansen ook een kwestie van hersenen zijn

sla link op in klembord

Kopieer

Onderzoek laat zien dat armoede al vanaf jonge leeftijd invloed heeft op cognitieve vaardigheden. Die effecten worden vaak sterker naarmate kinderen ouder worden en kunnen zelfs blijven bestaan als het gezin later niet meer arm is. Vroege blootstelling aan armoede kan dus blijvende gevolgen hebben voor leren en gedrag.

Executieve functies (EF) - zoals werkgeheugen, inhibitie (remmen van impulsen) en cognitieve flexibiliteit – zijn cruciaal om te leren en sociaal goed te functioneren. Bij kleuters uit kansarme gezinnen zien we vaak een achterstand in zelfregulatie.  Stressvolle thuissituaties en weinig cognitieve prikkels spelen hierbij een grote rol. Chronische stress beïnvloedt namelijk de prefrontale cortex, het hersengebied dat deze functies aanstuurt.

In de lagere school wordt het verschil groter: kinderen in armoede hebben vaker moeite om hun aandacht vast te houden en om te plannen. Dat heeft directe gevolgen voor hun leerprestaties. Ook taalachterstand speelt mee, want taal is nodig om strategieën te verwoorden en problemen op te lossen. Tegen de middelbare school zien we dat deze jongeren vaker worstelen met organiseren, prioriteiten stellen en impulscontrole. Dit vergroot het risico op schooluitval.

Kortom: armoede is niet alleen een economisch probleem, maar ook een neurocognitieve uitdaging. Kinderen en jongeren in armoede lopen een groot risico op verminderde cognitieve vermogens en zwakke zelfregulatie.

Zelfregulatie: meer dan motivatie

sla link op in klembord

Kopieer

Je hoort wel eens: “Die leerling moet gewoon zijn studiehouding verbeteren.” Maar dat gaat voorbij aan een belangrijk punt: veel leerlingen willen wel, maar missen de strategieën die de schoolcultuur vraagt. Zelfregulatie ontwikkel je niet vanzelf - het vraagt om veel externe ondersteuning en een gerichte aanpak. Die ontbreekt vaak bij leerlingen uit een lage sociale status.

Wat is zelfregulerend leren?
Het is het vermogen van een leerling om bewust en actief zijn eigen leerproces te sturen.
Dat betekent:

  • doelen stellen
  • plannen hoe die doelen bereikt worden
  • voortgang opvolgen en bijsturen waar nodig.

Het gaat niet alleen om kennis en vaardigheden, maar ook om motivatie en doorzettingsvermogen. De leerling neemt verantwoordelijkheid voor zijn leren door te plannen, te monitoren en te reflecteren, in plaats van volledig afhankelijk te zijn van de leraar.

Volgens Albert Janssens heb je hiervoor niet alleen kennis nodig, maar ook autonomie, taakgerichtheid, zelfstandigheid en emotionele controle.

Hoe herken je zwakke zelfregulatie?
Als leraar zie je vaak tekorten in:

  • concentratie
  • zelfstandig werken
  • taakinzet.

Dat wijst op zwakke executieve functies. Goede zelfregulatie omvat:

  • werkgeheugen: informatie vasthouden tijdens taken
  • inhibitiecontrole: weerstand bieden aan afleiding
  • cognitieve flexibiliteit: schakelen tussen taken en strategieën
  • emotieregulatie: emoties beheersen in uitdagende situaties.

Kun je zelfregulatie trainen? Absoluut!
Zelfregulatie is trainbaan, maar het vraagt bewuste oefening. In de klas kun je bijvoorbeeld:

  • expliciet strategieën aanleren (bv. stappenplannen maken)
  • hardop denkend voordoen hoe je een taak aanpakt
  • reflectiemomenten inbouwen: wat ging goed, wat kan beter?
  • rust en structuur bieden om stress te verminderen
  • taal ondersteunen: laat leerlingen verwoorden wat ze doen en waarom.

Trainbaarheid van zelfregulatie moet vooral getraind worden. Met de volgende tips kun je aan de n de slag in je klas of les?

TIPS

  • Schep heldere en hoge verwachtingen zowel over de leerdoelen, gedrag als de manier waarop je leerlingen leren
  • https://www.klasse.be/79525/boost-executieve-functies-tegen-kinderarmoede-11-tips/
  • Leer de STOP-DENK-DOE-strategie aan.
  • Gebruik spiegelspraak: Laat de kinderen zich bewust worden van hun gedrag door concreet te benoemen wat je ziet. “Ik zie dat je rechtstaat, heb je een vraag?”
  • Gebruik kind- en leerlingencontacten (lees meer op de PRO.-pagina Welbevinden) om het reflecterend vermogen aan te scherpen
  • Maak gebruik van ezelsbrugjes en vuistregeltjes.
  • Voorzie in tools om hulp of ondersteuning te vragen in de les.
  • Heb aandacht voor metacognitieve vaardigheden
    (lees meer op de PRO.-pagina Goed onderwijs - Krachtige leeromgeving)
    • OVUR-strategieën: Oriënteren - Voorbereiden - Uitvoeren - Reflecteren
    • een mindmap bij het schrijven van een tekst
    • ondersteunen van het nakijken van een taak of schriftelijke toets vooraleer die in te leveren
    • het opstellen van een timing
    • diagonaal lezen
    • efficiënt leren notities nemen
    • hypotheses leren toetsen
    • met een taakplanner leren werken: zelfstandig en realistisch leren plannen. 
  • Leer hun de juiste strategie te kiezen om het plan uit te voeren, met monitoring van de evolutie en het eventuele bijsturen ervan
  • Leer hun zelfevaluatie-technieken zodat ze kunnen reflecteren over het verloop van het proces (Coppieters, 2019) 
  • Stel vragen die zelfreflectie bevorderen:
    • Wat heb je gedaan?
    • Hoe denk je dat het ging?
    • Verliep het zoals gepland? Indien niet, waarom niet?
    • Als je het opnieuw zou doen, wat zou je op dezelfde manier doen en wat zou je anders doen? Waarom?
    • Hoe heb je je tijdens de opdracht gevoeld? Hoe kijk je er tegenaan om het opnieuw te doen?
    • Wat heb je van deze opdracht geleerd?

Een kennisrijk curriculum helpt ongelijkheid tegengaan

sla link op in klembord

Kopieer

Het leerplan basisonderwijs ‘Op stap’ is gestart vanuit de vraag: “Hoe kunnen de onderwijskansen van alle leerlingen versterkt worden?” Eén van de centrale elementen van het antwoord dat een kennisrijk curriculum op deze vraag biedt, is kennis.
Met kennis bedoelen we zowel kennis over concepten (weten dat) als kennis over procedures (weten hoe). Volgens de principes van een kennisrijk curriculum mogen we er niet van uitgaan dat leerlingen al een bepaalde voorkennis van thuis uit meekrijgen. Om iedereen gelijke kansen te bieden, moet alle kennis die nodig is om succesvol te zijn op school in het leerplan worden ingebouwd.
Meer info vind je op de PRO.pagina Op.stap, leerroutes voor iedereen.

Inzetten op het domein gezondheid

sla link op in klembord

Kopieer

Leerlingen met een lagere sociale status verkeren vaker in slechtere gezondheid, hebben een verminderde toegang tot de gezondheidszorg, gaan minder te verwachten gezonde levensjaren tegemoet en sterven vroeger dan mensen met een hogere positie op de sociale ladder. Hun moeilijke leefomstandigheden (huisvesting, werk, onderwijs, woonmilieu …) kunnen een belangrijke verklaring vormen voor hun slechte gezondheidstoestand en voor de toenemende sociale gezondheidsongelijkheid. Die gezondheidsverschillen zijn er al vóór en bij hun geboorte. Vaak worden ze dan nog versterkt door afwegingen over uitgaven met een schaars budget van het gezin. Kinderen en jongeren met lage sociale en economische status hebben veel meer kans om hun schooldag zonder ontbijt te beginnen en hun consumptie van geraffineerde producten en toegevoegde vetten is ook hoger.

Kansarmoede heeft naast de zichtbare effecten van armoede (de ‘buitenkant’) ook een onzichtbare kant (de ‘binnenkant’), namelijk de psychologische en emotionele aspecten van armoede. Kansarme kinderen hebben een ongezond hoog niveau van negatieve stresshormonen, met mogelijke invloed op hun gedrag. Hieronder vind je 7 belevingskernen die in alle combinaties het leven van kansarme kinderen en jongeren kunnen beheersen.
 

  • Schaamte- en minderwaardigheidsgevoel: Ik schaam me vaak over wie ik ben en waar ik vandaan kom. Ik voel me vaak minderwaardig.
  • Zich opstandig voelen: Ik voel me vaak opstandig en dat uit ik dan ook vaak.
  • De moed opgeven: Soms kan het me allemaal niets meer schelen en wil ik de moed opgeven.
  • Behoefte aan aandacht: Ik voel vrij vaak behoefte aan aandacht en dat kleurt mijn gedrag.
  • Overcompensatie: Om de schaarste waarmee ik heel vaak geconfronteerd word te compenseren, durf ik al wel eens overdrijven in mijn gedrag als dat mogelijk is.
  • Zelfredzaamheid en levenswijsheid: Ik heb zeer jong geleerd mijn plan te trekken en oplossingen voor problemen te vinden. Zo wist ik al vrij jong veel over het leven.
  • Een vervreemd gevoel: Ik voel me vaak niet welkom of ik voel me nergens thuis.
(Bron: ‘Omgaan met kansarmoede in de basisschool’ – Centrum voor Ervaringsgericht Onderwijs – F. Laevers, T. Vanhoutte en C. Derycke) 

Wanneer je je probeert te verplaatsen in de leefwereld van een (kans)arm kind betreed je meestal een wereld waarmee je niet zo vertrouwd bent. Vandaar ook je aarzeling en onzekerheid: wat gaat er schuil achter datgene wat je dag in dag uit met die kinderen en jongeren ziet gebeuren?
Meer info vind je op de PRO.-pagina Gezondheid en Welbevinden.

Verhoog het sociale kapitaal

sla link op in klembord

Kopieer

"Wat armoede betekent voor mij" - een leerling aan het woord

Als je leeft in armoede, voel je dat op veel manieren. Je zeggen dat armoede een soort spinnenweb is dat ik niet alleen kan oplossen.
Voor mij betekent het vooral dat ik vaak niet mee kan doen zoals andere jongeren. Dingen die voor hen normaal zijn - samen sporten, op kamp gaan, vrienden uitnodigen - zijn voor mij niet vanzelfsprekend.
Mijn gezin heeft niet veel contacten met organisaties die ons kunnen helpen. En als we er wel mee in contact komen, is dat meestal omdat er iets misloopt. Dat maakt het moeilijk om op een positieve manier steun te vinden. Terwijl een sterk netwerk juist zo belangrijk is. Het helpt je om te groeien, om te leren van anderen, om te voelen dat je erbij hoort.

Ik merk dat mijn sociale kring klein is. Ik nodig niet snel iemand uit om te komen spelen of eten, omdat ik me schaam. Soms voel ik me daardoor alleen. Andere leerlingen lijken veel meer kansen te hebben om zich te ontwikkelen, gewoon omdat ze meer mensen kennen die hen steunen.

Ik wil graag dat mensen begrijpen dat armoede niet alleen gaat over geld. Het gaat ook over kansen, over erbij horen, over gezien worden. En dat is iets wat we niet alleen kunnen oplossen. We hebben elkaar nodig.

Reflectievragen

  • Ken je de familiale en sociale omstandigheden van je leerlingen?
  • Kunnen je leerlingen bij jou terecht met hun vragen en noden?
  • Ken je de sociale netwerkpartners van je school? Met welke partners werken jullie samen? 

Sociale binding en de school

sla link op in klembord

Kopieer

In de ontwikkeling van sociale bindingen speel je als school en als leraar een belangrijke rol. Op school ontwikkelt de leerling een reeks bindingen die hem ook verbinden met de samenleving. Je hebt als leraar, samen met je schoolteam, een socialiserende rol in de vorming van je leerlingen. De positieve wijze waarop je vertrouwen schept en je verbindt met je leerlingen is cruciaal in het GOK- en zorgverhaal.

In de school, zelfs al in de voorschoolse opvang, en in een positief en verbindend contact met zijn leraars en opvoeders ontwikkelt het kind/de jongere het vermogen om zich met de samenleving te verbinden. De jongere voelt zich aanvaard, krijgt affectie, prestige en respect en gaat zich hechten aan de leraar. Dankzij die persoonlijke band zet de jongere zich in voor schooltaken en houdt hij zich aan regels. Later, als die binding gelukt is, lokt de persoonlijke band een engagement uit voor verdere groei naar autonomie.

Als kinderen op een positieve wijze een band met jou en met de school ontwikkelen, staan ze veel sterker in hun contacten met maatschappelijke instellingen zoals de arbeidsmarkt, de sociale zekerheid en justitie. Bij een beperkte groep leerlingen verloopt dat proces minder positief. Ze hebben af te rekenen met andere, vaak middenklassenstandaarden die de school stelt in taalontwikkeling, cultuur-en waardepatronen (zoals beleefdheidsregels) en dreigen door de leraren minder aanvaard te worden. Zij worden daardoor sociaal veel kwetsbaarder. Kinderen die opgroeien in kansarmoede lopen op dat vlak een groter risico. Door de minder positieve en verbindende ervaringen met de school kunnen zij later aanzienlijk zwakker staan ten aanzien van de andere maatschappelijke instellingen (onder andere arbeidsmarkt, OCMW, VDAB, mutualiteit en justitie). De kwetsuren stapelen zich dan op. (Vettenburg & Walgrave, 2009)

Meer info vind je op de PRO.-pagina Verbindend schoolklimaat en Welbevinden.

Sociale status en motivatie

sla link op in klembord

Kopieer

Intrinsieke en extrinsieke motivatie bepalen de leerprestaties. Je kunt de intrinsieke motivatie van de leerlingen bevorderen door in te spelen op drie psychologische basisbehoeften: autonomie of de verantwoordelijkheid om iets naar eigen inzicht te kunnen uitvoeren, het gevoel van competentie waardoor de leerling vertrouwt in het eigen kunnen en ten derde de sociale verbondenheid. Dat is de verbondenheid met de omgeving, vertrouwen in de anderen.

Voor kinderen in armoede is het vaak bijzonder moeilijk om die motivatie te vinden omdat ze telkens geconfronteerd worden met aspecten waar zij zelf weinig invloed op hebben of met situaties waarin ze telkens het deksel op de neus krijgen. De manier waarop anderen naar de leerling kijken, de manier waarop de leerling invloed heeft of kan uitoefenen noemen we de ‘status’ van deze leerling. De status is afhankelijk van de context waarin de leerling zich bevindt. Jongeren die in armoede opgroeien, hebben een lage sociale status in de klasgroep en dat heeft onherroepelijk een invloed op hun leerprestaties.

Kinderen met een lage sociale status zullen bijvoorbeeld tijdens groepswerk gemakkelijker uit de boot vallen. Kinderen met een hoge sociale status, vaak kansrijke kinderen, zullen gemakkelijker het voortouw nemen omdat ze meer zelfvertrouwen hebben. Ze tonen meer initiatief omdat ze zichzelf competenter voelen. Kinderen met een lage sociale status haken sneller af. Zij geloven veel minder in hun eigen kunnen. Het risico bestaat dat je daarin meegaat.

De motivatie van kinderen met een lage sociale status komt door hun onzekerheid onder druk te staan. Zij zijn niet degenen die populair zijn in de klas. Zij staan vaak geïsoleerd tegenover hun medeleerlingen omdat ze niet kunnen uitpakken met de nieuwste smartphone, omdat ze niet de hele klas kunnen uitnodigen voor een verjaardagsfeestje, omdat ze de nieuwste trends in de mode niet kunnen volgen, omdat ze thuis niet het voorbeeld kregen van zelfzekere en assertieve communicatie …

Reflectievragen

Voor de leraar basisonderwijs:

  • Hoe ga je om met verjaardagen en geschenken? Zijn er hierover schoolafspraken?
  • Hou je daarbij rekening met kinderen die geen geschenken of traktatie kunnen betalen? 

Hoge verwachtingen lokken betere resultaten uit

sla link op in klembord

Kopieer

Onbewust gedraag je je anders naargelang je hoge of lage verwachtingen hebt voor je leerlingen. Die verwachtingen beïnvloeden de resultaten en prestaties van je leerlingen. Bij hogere verwachtingen zullen je leerlingen beter presteren (Speybroeck et al., 2012).

Er is een verband tussen lage verwachtingen, leerprestaties en lage sociale-economische status van leerlingen. De effecten van je verwachtingen wegen meer door op de prestaties van allochtone leerlingen en leerlingen met een lage SES, zeg maar arme leerlingen. Hoge verwachtingen kunnen het gedrag van de leerlingen wijzigen. Voor die leerlingen is het dan ook belangrijk om voldoende stil te staan bij je verwachtingen en de manier waarop je communiceert, zowel verbaal als non-verbaal.

Je kunt ingrijpen in de verwachtingen die de leerlingen van zichzelf en van de anderen hebben door een positieve houding aan te nemen. Dat verwachtingspatroon is immers de echte oorzaak van de problemen.

Leerpunt geeft in zijn Leidraad hoge verwachtingen zes aanbevelingen om hoge verwachtingen toe te passen

  • Wees je bewust van je verwachtingen van leerlingen
  • Wees je bewust van de manieren waarop je verwachtingen communiceert naar leerlingen
  • Groepeer flexibel
  • Stel heldere leerdoelen
  • Zorg voor een positief klasklimaat
  • Benut de kracht van het team

Het cultureel kapitaal versterken

sla link op in klembord

Kopieer

Het cultureel kapitaal omvat facetten als geletterdheid en gebruik van (thuis)taal, het bezit van cultuurgoederen (boeken, schilderijen, film, spelmateriaal …) of de toegang ertoe, opleidingsniveau en diploma’s. Het culturele kapitaal wordt niet alleen verworven op school, maar vooral in het gezin. Kinderen en jongeren in gezinnen met een lage sociale -economische status kennen doorgaans een minder optimale ontwikkelingsomgeving: ze hebben minder toegang tot boeken, internet, huiswerkbegeleiding, bijles en zijn minder betrokken bij schoolactiviteiten. Het culturele vermogen van het gezin kan het schoolsucces bepalen. Door een netwerk van onder meer buitenschoolse initiatieven uit te bouwen kan het cultureel kapitaal binnen een gezin versterkt worden: toegang tot sportclubs, culturele activiteiten, jeugdateliers, een koor uit de buurt … In dat kader is het netwerk van de school een ondersteuning en biedt een brede school kansen om dat cultureel kapitaal te vergroten.
Meer info vind je op de PRO.-pagina Netwerk van de school.

Taalvaardigheid verhogen door een schoolgedragen taalbeleid

sla link op in klembord

Kopieer

Door hun maatschappelijke positie en achtergrond lopen de kansarme leerlingen (meer nog dan leerlingen die een andere taal spreken) in jouw klas grotere risico’s op schoolse achterstand. Ze starten in de kleuterschool vaak met een achterstand op het gebied van taalverwerving en schoolse competenties (zoals omgaan met prentenboeken, spelmaterialen of communicatie) en die achterstand wordt groter naarmate de schoolloopbaan vordert, waardoor de leerlingen uiteindelijk niet over de taalvaardigheid beschikken om in de samenleving te functioneren.

Op school wordt op een andere wijze gecommuniceerd. Schooltaal is complexer, omdat ze abstracter is en vooral omdat er weinig of geen context aanwezig is waaruit betekenissen kunnen afgeleid worden. Dat kan kwetsbare groepen kinderen en jongeren sterk benadelen en hun achterstandspositie in stand houden of versterken. Leerlingen met een lage SES gebruiken eerder concretere taal waarin veel impliciet blijft. Het ontbreekt hen aan ondersteuning (van bijvoorbeeld ouders of de sociale omgeving) om met een complexere taal te leren omgaan. Die leerlingen zijn ook minder vertrouwd met (Standaard) Nederlands, hanteren vaak een minder uitgebreide woordenschat en uiten zich directer en korter. Dat register is binnen de thuiscultuur van de leerlingen waardevol en hoeft dus niet gezien te worden als een tekort.

Taalontwikkelend lesgeven en taalgericht (vak)onderwijs

sla link op in klembord

Kopieer

Taalgericht (vak)onderwijs en taalontwikkelend lesgeven helpt je om een krachtige taalleeromgeving te creëren. De (vak)inhoud staat uiteraard voorop, maar het denken, spreken, lezen … gebeurt met taal. Taaldoelen en niet-taaldoelen worden gelijktijdig ontwikkeld via onderwijs dat:

  • contextrijk is
  • vol interactiemogelijkheden zit
  • waarbinnen de nodige taalsteun geboden wordt (Hajer en Meestringa, 2015).

Context, interactie en taalsteun vormen samen de drie pijlers van taalgericht (vak)onderwijs. Die pijlers geven je inzicht in hoe je taalgericht kunt lesgeven. Dat doe je binnen een positieve, veilige en rijke leeromgeving.
Op de PRO.-pagina Taalgericht (vak)onderwijs vind je praktijkvoorbeelden, achtergrondinformatie en instrumenten

Meertaligheid: troef of struikelblok?

sla link op in klembord

Kopieer

Nederlands is wellicht voor een deel van jouw leerlingen niet hun thuistaal of misschien zelfs niet hun tweede taal, maar een derde of vierde taal. Bovendien komen sommige leerlingen buiten de schoolse context beperkt of niet in contact met het Nederlands (bijvoorbeeld in concentratiewijken of in de Rand rond en in Brussel). Daarnaast zijn er ook heel wat anderstalige nieuwkomers in het Vlaamse onderwijs.

Gezien de taalkloof en kennis van de wereld die minder aansluit bij de schoolomgeving, is het belangrijk dat de school het onderwijs beter afstemt op de noden van je leerlingen. Dat kan onder andere door een veilige leeromgeving en een rijk en uitdagend klimaat te creëren en aansluiting te zoeken bij wat de leerlingen werkelijk interesseert, ook al verschilt dat van je leefwereld. Daarnaast is ondersteuning en een taalgericht (vak)onderwijs een aanpak waarmee je met je leerlingen betere leerresultaten kunt bereiken en je de kloof tussen onderwijstaal/instructietaal en thuistaal kunt dichten. Je hebt immers de hele dag door aandacht voor taal. Dat kan je school doen door een taalbeleid uit te stippelen dat in elke les en in de hele school doorwerkt en de communicatie tussen school en ouders bevordert. Meertaligheid is ook een sterke troef voor leerlingen en er bestaan verschillende mogelijkheden om die troef positief aan te wenden. Meer info vind je op de PRO.-pagina Taal.

Studieloopbaan ondersteunen

sla link op in klembord

Kopieer

De gevolgen van armoede laten zich ook voelen in andere facetten van het schoolse leven.

Als je de data in dataloep bekijkt, stellen we vast dat leerlingen met een lagere sociale-economische status opvallend meer spijbelen en problematisch afwezig zijn of vaker door een tuchtprocedure definitief uitgesloten worden. We stellen ook vast dat de studie-en beroepskeuze nog steeds bepaald wordt door de thuissituatie.

In gezinnen met een lage sociale-economische status weten ouders onvoldoende over hoe ze hun weg moeten vinden in het onderwijssysteem en hun kinderen erin kunnen begeleiden en aanmoedigen. Ze hebben het ook moeilijker om te communiceren en onderhandelen met leraren en schoolleiders. Op de PRO.-pagina  Onderwijsloopbaan kom je meer te weten over het ondersteunen van een goede onderwijsloopbaan voor leerlingen.

Hoe het steunend netwerk van het gezin verstrekt kan worden om de schoolbetrokkenheid te vergroten vind je op de PRO.-pagina Netwerk van de school.

Materieel kapitaal versterken: maak onderwijs betaalbaar voor iedereen!

sla link op in klembord

Kopieer

Als leraar heb je een krachtige invloed op de schoolfactuur van je leerlingen. Door bewust keuzes te maken, help je mee om onderwijs toegankelijk te houden voor elk kind, ongeacht de financiële situatie thuis. Hier zijn enkele inspirerende manieren waarop jij als leraar het verschil kunt maken:

  • Haal het maximale uit wat er al is. De leermiddelen die ouders betalen - van boeken tot materialen - zijn waardevol. Door ze optimaal te benutten, vermijd je extra kosten én toon je respect voor hun investering.
  • Kopieer met mate. Elke extra kopie naast het leerboek lijkt misschien onschuldig, maar kan snel oplopen. Denk creatief: hoe kan je met minder papier toch even krachtig lesgeven?
  • Wees alert op verborgen kosten. Een krant meenemen, een huistaak printen, een speciaal materiaal gebruiken… het zijn vaak vanzelfsprekendheden, maar ze kunnen ouders onverwacht op kosten jagen. Denk dus twee keer na: is dit echt nodig?
  • Ken de spelregels. De bijdrageregeling van je school is er niet zomaar. Ze beschermt ouders tegen onverwachte uitgaven. Zorg dat je ze kent en respecteert - zo sta je sterker in je communicatie.
  • Wees transparant. Ouders mogen nooit voor verrassingen komen te staan. Als iets niet in de bijdrageregeling staat, hoort het niet op hun factuur te belanden.
  • Kijk naar het geheel. Heb je zicht op de totale schoolfactuur van jouw klas? Dat overzicht helpt je om keuzes te maken die écht het verschil maken.
  • Werk als team. Samen sta je sterker. Als schoolteam kennen jullie het aankoopbeleid, het leermiddelenbeleid én het beleid rond extra-murosactiviteiten. Door samen af te stemmen, houden jullie de kosten beheersbaar én het onderwijs kwaliteitsvol.

Elke keuze telt. Door bewust om te gaan met kosten, geef je niet alleen les, maar ook een krachtig signaal: onderwijs is er voor iedereen. Wil je samen met je school hier verder over nadenken?
Meer info vind je op de PRO.-pagina Armoede- en schoolkostenbeleid.

Contact

Peter Bracaval
pedagogisch begeleider
      Bert De Jonghe
      stafmedewerker
          Evy Ho Tiu
          pedagogisch begeleider
              Jurgen Viaene
              pedagogisch begeleider
                  ×
                  Kijkt als...
                  Niveau
                  Regio
                  Kan ik je helpen?