Aan de slag met je schoolteam

Van woordenschatdossier naar klaspraktijk – Een leeswijzer voor schoolteams

Werkwijze:

Lees het dossier samen in delen. De opdrachten en vragen helpen om de inhoud te verkennen, te bespreken en stap voor stap te verbinden met de eigen klaspraktijk. De stappen hoeven niet allemaal tijdens één overlegmoment aan bod te komen.

Website: Woordenschatdossier – PRO. Katholiek Onderwijs Vlaanderen https://pro.katholiekonderwijs.vlaanderen/woordenschatdossier

Benodigde materialen:

  • De webpagina Woordenschatdossier, digitaal beschikbaar voor de deelnemers.
  • De begrippenlijsten van de disciplines.
  • Het overzicht van school- en instructietaal.
  • Toegang tot de leerplandoelen.
  • Per groep een laptop of tablet en eventueel papier om een kennisschema uit te tekenen.
  • Voor de laatste stap: een eigen leerinhoud die binnenkort aan bod komt.

Meteen aan de slag

sla link op in klembord

Kopieer

Lees samen het onderdeel ‘Meteen aan de slag’ en verken de begrippenlijsten en het overzicht van school- en instructietaal.

  • Blader door een begrippenlijst van een discipline en leerjaar. Wat valt op? Welke begrippen herken je uit je eigen lessen?
  • Zoek enkele begrippen terug in de leerplandoelen. Hoe zie je dat de begrippenlijsten vanuit de leerplandoelen zijn opgebouwd?
  • Bekijk het overzicht van school- en instructietaal. Welke woorden herken je uit je eigen instructie? Welke woorden gebruik je vaak en welke vragen mogelijk expliciete aandacht bij leerlingen?

Van leerplan naar kennisschema

sla link op in klembord

Kopieer

Lees samen ‘Van leerplan naar kennisschema’.

  • Waarom vormt het leerplan het vertrekpunt voor de keuze van begrippen en taal?
  • Welke informatie haalt de leraar uit de leerplandoelen om de leerinhoud voor te bereiden?
  • Waarom worden begrippen in een kennisschema met elkaar verbonden in plaats van als losse woorden aangeboden?
  • Welke plaats krijgen voorkennis en school- en instructietaal in deze voorbereiding?

Nog niet zelf uitwerken. In deze stap leren teamleden eerst de werkwijze kennen. Het uitgewerkte voorbeeld in de volgende stap maakt zichtbaar hoe dit concreet gebeurt.

Voorbeeld: zoogdieren

sla link op in klembord

Kopieer

Lees het uitgewerkte voorbeeld over zoogdieren. Gebruik het als model om te onderzoeken hoe je een leerplandoel volledig leest en benut bij de voorbereiding van een les.

  • Lees eerst het volledige leerplandoel. Welke woorden en begrippen uit het doel krijgen een plaats in de voorbereiding?
  • Kijk niet alleen naar de begrippen die leerlingen moeten kennen. Welke woorden in de doelzin geven ook richting aan wat leerlingen met die kennis moeten kunnen?
  • Welke noodzakelijke voorkennis wordt toegevoegd?
  • Hoe worden de begrippen en hun onderlinge relaties zichtbaar gemaakt in het kennisschema?
  • Hoe zie je de gekozen begrippen en relaties later terug in de vragen, instructies en activiteiten van de leraar?

Van kennisschema naar klaspraktijk

sla link op in klembord

Kopieer

Lees samen ‘Van kennisschema naar klaspraktijk’.

  • Neem het voorbeeld zoogdieren erbij en onderzoek hoe de voorbereiding doorwerkt in de les: in instructie, verwerking, feedback, herhaling en opvolging.
  • Waar horen, lezen, zeggen of schrijven leerlingen de begrippen en relaties uit het leerplandoel opnieuw?

Verdiep: taalsteun en zinssjablonen

sla link op in klembord

Kopieer

Lees de onderdelen over taalsteun en zinssjablonen. Zoek de verbinding met het voorbeeld en met het kennisschema.

  • Welke taalsteun helpt leerlingen om de leerinhoud en de gebruikte begrippen te begrijpen?
  • Waar kan een zinssjabloon leerlingen tijdelijk ondersteunen om een belangrijke relatie uit het kennisschema te verwoorden?
  • Hoe modelleert de leraar het gebruik? Wanneer kan de ondersteuning geleidelijk worden afgebouwd?

Verdiep: woordopbouw

sla link op in klembord

Kopieer

Lees het onderdeel over woordopbouw. Onderzoek hoe kennis van woorddelen kan bijdragen aan het begrijpen en onthouden van woorden.

  • Kies enkele woorden uit het voorbeeld of uit een begrippenlijst. Bij welke woorden biedt de woordopbouw houvast voor de betekenis?
  • Welke samenstellingen, afleidingen of woorddelen herken je?
  • Hoe kan de leraar hardop modelleren hoe de opbouw van een woord helpt om de betekenis te begrijpen?

Verdiep: woordleerstrategieën

sla link op in klembord

Kopieer

Lees het onderdeel over woordleerstrategieën. Bekijk hoe leerlingen kunnen leren omgaan met onbekende woorden zonder van de strategie een doel op zich te maken.

  • Welke informatie kan helpen om de betekenis van een onbekend woord te achterhalen: context, voorkennis, beeldmateriaal, woordopbouw of een hulpbron?
  • Wat kan de leerling zelf achterhalen en wat moet de leraar expliciet aanbrengen?
  • Hoe kan de leraar het denkproces hardop voordoen en leerlingen dit geleidelijk zelfstandiger laten toepassen?

Nu zelf aan de slag

sla link op in klembord

Kopieer

Pas nu de werkwijze toe op een eigen leerinhoud die binnenkort aan bod komt. Gebruik het voorbeeld zoogdieren als model.

Stap 1 – Lees de leerplandoelen volledig.

Benut alle relevante woorden die in het doel staan. Kijk dus niet alleen naar de begrippen die leerlingen moeten kennen, maar ook naar woorden die aangeven wat leerlingen met die kennis moeten kunnen.

Stap 2 – Bouw het kennisschema.

  • Welke begrippen staan centraal?
  • Welke relaties tussen die begrippen moeten leerlingen begrijpen?
  • Welke noodzakelijke voorkennis is nodig?

Stap 3 – Bepaal het nodige Nederlands.

  • Welke school- en instructietaal hebben leerlingen nodig?
  • Welke woorden kunnen via woordopbouw verder worden verkend?
  • Waar kan een woordleerstrategie zinvol zijn?

Stap 4 – Bepaal de taalsteun.

  • Welke begrippen of relaties vragen extra ondersteuning?
  • Welke vorm van taalsteun past daarbij?
  • Kan een zinssjabloon helpen om kennis of relaties te verwoorden? Hoe bouw je die ondersteuning later af?

Stap 5 – Vertaal naar de klaspraktijk.

Bepaal waar de begrippen, relaties en het nodige Nederlands tijdens de les terugkomen in wat de leraar zegt en doet en in wat leerlingen horen, lezen, zeggen of schrijven.

Verder verdiepen

sla link op in klembord

Kopieer

Gebruik de overige onderdelen van de tegel ‘Verdieping’ volgens de vragen en interesses van het team. De tegels ‘Aanbevolen literatuur en materialen’, ‘Downloads’ en ‘Professionalisering’ kunnen tijdens of na de verkenning als aanvullende bron worden gebruikt.

Tot slot

sla link op in klembord

Kopieer

Sluit af met één gezamenlijke vraag: Wat willen we vanuit dit dossier bewuster meenemen in onze voorbereiding en klaspraktijk?

Contact

Valerie Mertens
pedagogisch begeleider
curriculum en vakdidactiek
didactische thema's 
studieloopbaan 
 
kleuteronderwijs
lager onderwijs
      ×
      Kijkt als...
      Niveau
      Regio
      Kan ik je helpen?