In het raamwerk van grenzen stellen tot verbinden (Struyf et al., 2025) vind je concrete maatregelen en strategieën voorgesteld in 9 bouwstenen om klasmanagement te versterken. Aan elke bouwsteen kan je met je schoolteam werken via preventieve, remediërende en curatieve strategieën die in wisselwerking staan met elkaar.
Wanneer er toch problemen zijn en de school op een gepaste remediërende en curatieve manier omgaat met moeilijke situaties, kan de school escalaties voorkomen.
Alle bouwstenen zijn onlosmakend aan elkaar verbonden. De ene al wat meer dan de andere. Om sterk klasmanagement te bevorderen, volstaat het niet om slechts op één bouwsteen in te zetten.
Preventie voorkomt moeilijk gedrag, verhoogt de leerfocus en verlaagt de werkdruk bij de leraar. Een sterke start van het schooljaar is hierbij cruciaal. Het is hét moment om verwachtingen scherp te stellen, routines te oefenen en een krachtige leeromgeving neer te zetten.
Een sterk schoolteam stelt samen schoolregels op en handhaaft ze ook gezamenlijk. Op die manier komt het samen tot procedures over omgaan met moeilijk gedrag, die aansluiten bij de schoolvisie. Routines beschrijven, net als regels, het specifieke gedrag dat van leerlingen wordt verwacht om aan de verwachtingen te voldoen. Routines bestaan uit meerdere opeenvolgende handelingen die de leraar aanleert, totdat de leerlingen deze geautomatiseerd en gememoriseerd hebben.
Het doel van socio-emotionele vaardigheden in functie van sterk klasmanagement is dat leerlingen uit zichzelf meer verantwoordelijk en sociaal competent gedrag vertonen waardoor de leraar minder corrigerend moet optreden. Deze socio-emotionele vaardigheden leren leerlingen eerst, worden gemodelleerd en ingeoefend. Leerlingen hebben hierbij een leraar nodig die duidelijke grenzen stelt en niet-veroordelend aangeeft hoe de leerling zich kan verbeteren.
Uit verschillende onderzoeken blijkt dat herstelgericht werken het aantal disciplinaire maatregelen en schorsingen aanzienlijk vermindert. Bovendien zien ze ook een daling in het aantal fysieke incidenten en onwettige afwezigheden.
*Peer mediation is een methode waarbij opgeleide leerlingen als bemiddelaars tussenbeide komen bij conflicten van groeps- en leeftijdsgenoten. Zij helpen ruziënde medeleerlingen om de communicatie weer op gang te brengen door hen te stimuleren om zelf oplossingen te zoeken. Dit wil echter niet zeggen dat de leerlingen die bemiddelen tussen hun medeleerlingen (de peer mediators) als arbiter of rechter optreden.
Moeilijk gedrag is een van de grootste stressfactoren voor leraren, zeker als de leraar hierdoor in een machtsstrijd verzeild geraakt. Bij de invoering van herstelgericht werken op school neemt het moeilijk gedrag van leerlingen af. Een schoolbrede aanpak bevat preventieve, remediërende en curatieve acties rond moeilijk gedrag.
Sterk klasmanagement en effectieve didactiek versterken elkaar wederzijds. Onderzoek toont aan dat sterk klasmanagement positief samenhangt met leerprestaties en motivatie van al onze leerlingen. Een goed gemanagede klas creëert de voorwaarden voor een maximale leerwinst. Maar ook omgekeerd geldt dat effectieve didactiek bijdraagt aan sterk klasmanagement.
De inrichting van het klaslokaal speelt een belangrijke rol in sterk klasmanagement. De omgeving moet dus uitnodigen tot leren én overzicht ondersteunen voor de leraar. De tool ‘organisatiekwadrant’ helpt om de nood aan ondersteuning en aanpassingen in kaart te brengen.Het gaat ook om timemanagement om de beschikbare tijd optimaal te besteden.
Cultureel responsief lesgeven draait in belangrijke mate om het opbouwen van hechte relaties. Je creëert een schoolcultuur waar waarden zoals verdraagzaamheid, gelijkwaardigheid en diversiteit centraal staan en je draagt deze samen uit.
Onderzoekers reiken klasmanagementstrategieën die positieve aandacht besteden aan diversiteit in de klas en op school.
Verschillende vormen van ouderbetrokkenheid hebben een positieve effect op zowel de betrokkenheid en de motivatie van leerlingen. Wanneer leraren wantrouwen van ouders ervaren, heeft dit een negatieve invloed op de zelfeffectiviteit (het geloof in eigen kunnen) van leraren.