Inspirerend materiaal

Filter

Inspirerend materiaal

Leerplandoel 9

De leerlingen onderscheiden  gelijkenissen en verschillen in kenmerken van bestudeerde samenlevingen in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd.

Leerplandoel 8

De leerlingen leggen onderlinge verbanden binnen en tussen de verschillende maatschappelijke domeinen.

Leerplandoel 7

De leerlingen lichten kenmerken toe van de verschillende maatschappelijke domeinen voor westerse en niet-westerse samenlevingen uit de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd.  Kenmerken van westerse en niet-westerse samenlevingen uit de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd: politiek sociaal cultureel economisch

Leerplandoel 6

De leerlingen situeren gebeurtenissen, personen, processen, kunst- en cultuuruitingen en historische bronnen uit de middeleeuwen en vroegmoderne tijd in tijd, ruimte en maatschappelijke domeinen.

Leerplandoel 5

De leerlingen benoemen gelijkenissen en verschillen tussen de courante westerse periodisering en een andere periodisering in tijd en ruimte. Principes van periodisering: afbakening op basis van een selectie van kenmerken en van gebeurtenissen, symbolische begin- en einddatum, constructie achteraf Beperkingen van periodisering in tijd, ruimte en maatschappelijke domeinen

Leerplandoel 4

De leerlingen kennen de courante westerse periodisering en enkele bijhorende scharnierpunten en kenmerken van de periodes, in het bijzonder voor de middeleeuwen en vroegmoderne tijd. De periodes: prehistorie, oude nabije oosten, klassieke oudheid, middeleeuwen, vroegmoderne tijd, moderne tijd, hedendaagse tijd

Leerplandoel 3

De leerlingen onderscheiden de drie dimensies van het historisch referentiekader en bijhorende structuurbegrippen. Dimensies van het historisch referentiekader: tijd, ruimte en de maatschappelijke domeinen Structuurbegrippen: tijd: millennium, eeuw, jaar, tijdrekening, chronologie, periode, continuïteit, verandering, breuk, evolutie, revolutie, duur, gelijktijdigheid, ongelijktijdigheid; ruimte: lokaal, regionaal, stedelijk en ruraal, continentaal en maritiem, (West-)Europees, westers en niet-westers, mondiaal; maatschappelijke domeinen: politiek, sociaal, cultureel, economisch

Leerplandoel 29

De leerlingen beschrijven concrete situaties met betrekking tot mensenrechten mensenrechten en kinderrechten eerbiediging en schending van mensenrechten en kinderrechten

Leerplandoel 28

De leerlingen begrijpen aan de hand van actuele gebeurtenissen hoe democratische besluitvorming werkt in Vlaanderen, Brussel en de Europese Unie.

Leerplandoel 27

De leerlingen illustreren met historische en actuele voorbeelden vormen van onverdraagzaamheid, discriminatie en racisme.

Leerplandoel 26

De leerlingen lichten principes en uitgangspunten toe van de democratische rechtsstaat en hun onderlinge samenhang vanuit hedendaags en historisch perspectief: democratie en rechtsstaat scheiding der machten scheiding van kerk en staat grondrecht grondwet vrijheids- en gelijkheidsbeginsel

Leerplandoel 25

De leerlingen geven betekenissen aan die vandaag gegeven worden aan historische fenomenen uit de middeleeuwen en vroegmoderne tijd.

Leerplandoel 24

De leerlingen geven gelijkenissen en verschillen aan tussen actuele en historische fenomenen uit de bestudeerde periodes.

Leerplandoel 23

De leerlingen lichten de invloed toe van de eigen standplaatsgebondenheid en die van anderen op historische beeldvorming.

Leerplandoel 22

De leerlingen illustreren hoe mythevorming rond historische fenomenen historische beelvorming vervormt.

Leerplandoel 21

De leerlingen lichten toe waarom mensen verwijzen naar het verleden.

Leerplandoel 20

De leerlingen maken een onderscheid tussen verleden en geschiedenis.

Leerplandoel 2

De leerlingen situeren een historische vraag in het historisch referentiekader, tijd, ruimte en de maatschappelijke domeinen.

Leerplandoel 19

De leerlingen vullen historische beeldvorming aan door middel van een kritische analyse van bronnen en de toepassing van historische redeneerwijzen.

Leerplandoel 18

De leerlingen selecteren informatie uit een historische beelvorming om een historische vraag te beantwoorden.

Leerplandoel 17

De leerlingen evalueren een historische beeldvorming via: het perspectief van tijd het perspectief van ruimte het perspectief van de maatschappelijke domeinen: politiek, sociaal, cultureel, economisch de gebruikte argumentatie: continuïteit en verandering oorzaak, gevolg de standplaatsgebondenheid van de maker van de beeldvorming

Leerplandoel 16

De leerlingen tonen aan dat de beperkingen inherent aan bronnen invloed hebben op de historische beeldvorming.

Leerplandoel 15

De leerlingen benoemen in een historische beeldvorming historische redeneerwijzen in termen van: (structurele en incidentele) oorzaak, bedoelde en onbedoelde gevolgen, aanleiding, toeval continuïteit, verandering evolutie-revolutie gelijktijdigheid, ongelijktijdigheid

Leerplandoel 14

De leerlingen beoordelen de betrouwbaarheid van een historische bron in functie van een historische vraag aan de hand van de volgende criteria: standplaatsgebondenheid van de auteur/maker (gesitueerd in een algemeen-maatschappelijke context) doelpubliek functie en (on)beoogd effect

Leerplandoel 13

De leerlingen beoordelen de representativiteit van een historische bron in functie van een historische vraag.

Leerplandoel 12

De leerlingen geven binnen een aangereikte set historische bronnen aan welke bruikbaar zijn om een bepaalde vraag te beantwoorden.

Leerplandoel 11

De leerlingen tonen aan hoe een historische bron bewerkt is. 

Leerplandoel 10

De leerlingen onderscheiden verschillende soorten historische bronnen en werken:  historische bron < > werk primair < > secundair geschreven < > ongeschreven.

Leerplandoel 1

De leerlingen herkennen een historische vraag.

Evalueren van de krachtlijnen. Een waaier aan mogelijkheden

Wat betekent een goede evaluatie? Ontdekt het in volgende filmpjes. De filmpjes werden gemaakt als inleiding op de inspiratiesessies rond evaluatie in het najaar van 2022, maar kunnen ook los van de inspiratiesessie bekeken worden.
×
Kijkt als...
Niveau
Regio