Autonomie: verduidelijking

Binnen dit wettelijke kader beschikt elk katholiek schoolbestuur over een ruime vrijheid om de concrete invulling van het onderwijs vorm te geven. Deze autonomie houdt in dat scholen, vanuit het pedagogisch project van de katholieke school, zelf bepalen hoe zij de vastgelegde minimumdoelen realiseren. In die context kunnen de P- en S-routes een belangrijk instrument zijn om het onderwijs doelgericht en op maat te concretiseren. Ze bieden scholen houvast om leertrajecten af te stemmen op de noden en mogelijkheden van leerlingen, zonder afbreuk te doen aan ambitieuze verwachtingen. Tegelijk is het belangrijk om deze invulling te situeren binnen de verschillen in het decretale kader tussen gewoon en buitengewoon basisonderwijs, waarbinnen scholen hun pedagogische keuzes onderbouwd vormgeven.

Deze autonomie betekent dat scholen, vanuit het pedagogisch project van de katholieke school, zelf bepalen hoe zij door de leerplandoelen in te zetten de vastgelegde minimumdoelen realiseren.

Deze vrijheid omvat onder meer: 

  • didactische en pedagogische keuzes: scholen kiezen zelf de werkvormen, methodes, leermiddelen en evaluatiepraktijken die het best aansluiten bij hun visie op leren en bij de noden van hun leerlingen.
  • organisatorische vrijheid binnen decretale regels: scholen kunnen de beschikbare lestijden zo inrichten dat zij optimaal bijdragen aan hun opvoedings- en onderwijsopdracht.
  • contextgebonden interpretaties: binnen de krijtlijnen van het leerplan kunnen scholen eigen accenten leggen, projecten uitwerken en specifieke aanpakken ontwikkelen, zolang deze coherent blijven met de katholieke identiteit en de minimumdoelstellingen.

Voor zowel het gewoon als het buitengewoon basisonderwijs maakt elke onderwijsverstrekker - met uitzondering voor godsdienst - een leerplan op. Het leerplan van Katholiek Onderwijs Vlaanderen verwerkt op een herkenbare, samenhangende manier de discipline gebonden minimumdoelen (Art. 45 §1).

Geïntegreerd en expliciet aanbod

sla link op in klembord

Kopieer

Wanneer we spreken over een geïntegreerd aanbod bedoelen we een kwaliteitsvolle en doelgerichte afstemming tussen disciplines of leerplandoelen, waarbij alle betrokken doelstellingen expliciet en bewust worden nagestreefd. Geïntegreerd werken veronderstelt dat de leraar vooraf duidelijke keuzes maakt:

  • welke doelen worden binnen welke context geoefend;
  • met welke didactische aanpak;
  • met welke verwachtingen inzake leren en evaluatie.

Een geïntegreerd aanbod is geen toevallig neveneffect van de lespraktijk. Het is dus niet voldoende dat een doel impliciet aanwezig is. Zo betekent het lezen van een tekst binnen een les geschiedenis niet automatisch dat er ook doelgericht gewerkt wordt aan tekstbegrip of taalvaardigheid. Alleen wanneer die leerplandoelen Nederlands expliciet worden meegenomen in de lesopbouw, instructie, ondersteuning en evaluatie kan men spreken van een kwaliteitsvol geïntegreerd aanbod.

Daartegenover staat een expliciet aanbod, waarbij leerplandoelen los van elkaar en binnen één afgebakende discipline of domein worden aangeboden. Dit betekent niet dat het aanbod minderwaardig is, maar wel dat het expliciet en afgebakend focust op één set leerplandoelen tegelijk.

Het leerplan Op.stap, leerroutes voor iedereen biedt daarbij richting, duidelijkheid, coherentie en ambitie, maar laat tegelijk ruimte om keuzes te maken die aansluiten bij de eigen context, het schoolteam en de leerlingenpopulatie. Het leerplan is opgebouwd volgens de principes van een kennisrijk curriculum. De kernprincipes daarvan zijn inhoudsrijk, duidelijk en coherent.

Deze principes zorgen er in samenspel met effectieve didactiek en sterk klasmanagement voor dat leerlingen kennis niet als losse feiten verwerven. Ze komen tot diepere inzichten doordat de leraren kenniselementen met elkaar verbinden. Zo versterken de leerlingen hun vermogen om kritisch te denken.

Dit kennisrijke en doelgerichte kader vraagt een expliciete nuance: leerplandoelen zijn richtinggevend binnen leerroutes, tijd wordt flexibel ingezet en leerprocessen verlopen vaak eerst via welzijn, regulatie en communicatie van waaruit gericht wordt toegewerkt naar het realiseren van de G‑routedoelen. Het pre‑curriculum (0 – 2,5 ontwikkelingsleeftijd) vormt hierin een gelijkwaardige route en verdient expliciete aandacht.

Opbouw van het leerplan

sla link op in klembord

Kopieer

Leerplandoelen worden geordend in verschillende disciplines. Deze indeling sluit nauw aan bij de structuur van de minimumdoelen zodat de link tussen beide zo duidelijk mogelijk blijft. Door deze herkenbare opbouw kan je als leraar gemakkelijk zien hoe het leerplan aansluit bij wettelijke kaders en tegelijk ruimte biedt voor verdieping en verrijking.

Het leerplan Op.Stap, leerroutes voor iedereen geeft via coherenties de nodige kapstokken om een geïntegreerd onderwijsaanbod te realiseren. De disciplinaire structuur helpt om een stevig expliciet aanbod te realiseren. Beide zijn nodig om volgens de principes van een kennisrijk curriculum tot betekenisvol leren te komen.

De doelen van het leerplan zijn geordend in dertien disciplines:
1 Nederlands en communicatie
2 wiskunde
3 wetenschap en techniek
4 aardrijkskunde
5 geschiedenis
6 muzische vorming
7 lichamelijke opvoeding en motoriek
8 ICT
9.1 veilige en gezonde levensstijl
9.2 leren leren
9.3 sociaal-emotioneel leren
10 Frans
11 rooms-katholieke godsdienst

Elke discipline is onderverdeeld in domeinen, subdomeinen en waar nodig clusters. Deze structuur zorgt voor transparantie en houvast en een logische verwijzing naar de minimumdoelen: leraren weten niet alleen wat er geleerd moet worden, maar ook hoe de verschillende onderdelen met elkaar verbonden zijn.

De combinatie van wettelijke kaders, het leerplan en de professionele ruimte van het schoolteam zorgt ervoor dat elke katholieke school op een authentieke en kwaliteitsvolle manier haar onderwijs kan vormgeven. Op deze manier wordt de decretale autonomie niet alleen gerespecteerd, maar ook inhoudelijk gedragen door de grondwaarden van de katholieke school: een plek waar leerlingen worden begeleid op hun weg naar groei, zingeving en verbondenheid.

Besluit

De leerlingen van gewoon en buitengewoon onderwijs starten de schoolloopbaan vanaf de leeftijd van 2,5 jaar en beëindigen die rond de leeftijd van 12 jaar. Een leerling in het basisonderwijs doorloopt 9 schooljaren uitgaande van het standaardtraject. Binnen deze termijn worden de leerplandoelen, die in relatie staan tot de minimumdoelen aangeboden en bereikt.

Elk schoolbestuur is verplicht om te werken met een goedgekeurd leerplan.

Bij de berekening hiervan houdt katholiek Onderwijs Vlaanderen rekening met: 

  • het aantal schooljaren en de effectief beschikbare onderwijstijd per fase en per leerjaar, rekening houdend met het aantal vakantiedagen;
  • 28 lestijden van 50 minuten per week, 30 weken per schooljaar;
  • het aantal doelen en de complexiteit van doelen in relatie tot de minimumdoelen;
  • de verschillende disciplines waaronder sociaal-emotioneel leren, gezonde en veilige levensstijl en leren leren;
  • 3 lestijden levensbeschouwelijke vakken;
  • Lestijden lichamelijke opvoeding (cfr. 3.5);
  • Autonome ruimte

Het leerplan biedt ruimte om met leermiddelen te werken op een manier die haalbaar en pedagogisch verantwoord is. Niet het leermiddel, maar het leren van de leerling staat centraal. Door vast te houden aan de leerplandoelen en flexibel om te gaan met de inzet van leermiddelen, blijft doelgericht werken mogelijk zonder onwerkbare verwachtingen. De leerplandoelen geven richting aan wat leerlingen moeten leren en vormen het gezamenlijke referentiekader. Leermiddelen ondersteunen dit leerproces, maar zijn geen verplicht of allesomvattend kader.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?