Deze leidraad reikt scholen taal en denkrichtingen aan om hun onderwijstijd doelgericht, functioneel en afgestemd in te delen, rekening houdend met de specifieke doelgroep, de samenhang tussen disciplines en de pedagogische ruimte van de school. ‘Onderwijstijd wordt daarbij niet gezien als een vaststaand schema, maar als een bewust ingezet pedagogisch instrument binnen het cyclisch proces.’
Elke school vertaalt dit kader naar haar eigen praktijk, vertrekkend vanuit haar leerlingen, context en pedagogisch project met hoge verwachtingen als kompas.