Bevoegdheden

Het LOC is in 1995 opgericht omdat de decreetgever de werking van de ondernemingsraad in het onderwijs problematisch vond (Parl.St. Vl.Parl. 703, 1994-1995, nr. 1, 1-2). Maar net zoals de ondernemingsraad is het LOC een orgaan van collectief overleg. Dit houdt dus in dat het LOC niet bevoegd is om informatie te geven of om te onderhandelen over individuele personeelsdossiers.

Vergeet ook niet dat je LOC ook bevoegd is voor je contractueel personeel. Dit is bijvoorbeeld van belang als je informatie geeft over de tewerkstelling of als je onderhandelt over een personeelsmaterie.

Over welke onderwerpen moet je het LOC informeren?

sla link op in klembord

Kopieer

Naar analogie met de ondernemingsraad heeft je LOC een uitgebreid informatierecht (arts. 27-31 LOC-decreet) maar dan toegespitst op onderwerpen specifiek voor de onderwijswereld.

Je moet het inlichten over:

  • de tewerkstelling
  • het bestuur
  • het financieel beleid
  • de infrastructuur
  • alle gebeurtenissen of interne beslissingen die een belangrijke weerslag kunnen hebben voor het personeel

Voor een LOC op instellingsniveau gaat het natuurlijk om informatie over de eigen instelling. Voor een LOC dat meerdere instellingen groepeert, gaat het om informatie over alle betrokken instellingen.

Het moment waarop en de frequentie waarmee je die informatie geeft, heeft de decreetgever op een uitzondering na, aan de wijsheid van de besturen overgelaten. Er is hier geen algemene regel. Weet enkel dat een (zo) open (mogelijke) communicatie een blijk van goed werkgeverschap is en normaliter het sociaal klimaat in je instelling ten goede zal komen.

Volgens de decreetgever houdt het informatierecht in dat de informatie schriftelijk bezorgd wordt en zo nodig mondeling toegelicht wordt (Parl.St. Vl.Parl. 703, 1994-1995, nr. 1, 7).

Informatie over de tewerkstelling (art. 27 LOC-decreet)

sla link op in klembord

Kopieer

Je LOC heeft recht op inlichtingen over alle zaken die een weerslag kunnen hebben op de werkgelegenheid. De decreetgever vermeldt in dit verband:

  • het leerlingenverloop en de weerslag ervan op de tewerkstelling en op de infrastructuur (art. 27, 1° LOC-decreet);
  • de huidige structuur van je instelling(en) en alle initiatieven die wijzigingen aan die structuur kunnen aanbrengen zoals een fusie, overname, sluiting, uitbreiding, rationalisering … (art. 27, 2° LOC-decreet);
  • het personeelsverloop (art. 27, 3° LOC-decreet);
  • het aantal tijdelijke personeelsleden met een aanstelling voor bepaalde duur dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verworven heeft op basis van een positieve beoordeling of dat geen beoordeling gekregen heeft (art. 27, 4° LOC-decreet);
  • het aantal tijdelijke personeelsleden met een aanstelling voor bepaalde duur dat op basis van de beoordeling een verslag met werkpunten gekregen heeft, met een opsplitsing tussen de personeelsleden die daarna een nieuwe aanstelling verkregen hebben en zij die daarna geen nieuwe aanstelling verkregen hebben (art. 27, 4° LOC-decreet).
  • het aantal tijdelijke personeelsleden met een aanstelling voor bepaalde duur dat een negatieve beoordeling gekregen heeft (art. 27, 4°, 3de gedachtestreep LOC-decreet).

Je LOC heeft recht op inlichtingen over alle zaken die een weerslag kunnen hebben op de werkgelegenheid. De decreetgever vermeldt in dit verband:

  • het cursistenverloop en de weerslag ervan op de tewerkstelling en op de infrastructuur (art. 27, 1° LOC-decreet);
  • de huidige structuur van je instelling(en) (art. 27, 2° LOC-decreet). Dit artikel van het LOC-decreet vermeldt hierbij ook "alle initiatieven die wijzigingen aan die structuur kunnen aanbrengen zoals een fusie, overname, sluiting, uitbreiding, rationalisering". Let op, voor wat fusies betreft, wordt deze bepaling overrulet door artikel 66, § 2 van het Decreet Volwassenenonderwijs dat van een fusie van centra een onderhandelingsbevoegdheid van het LOC maakt.
  • het personeelsverloop (art. 27, 3° LOC-decreet);
  • het aantal tijdelijke personeelsleden met een aanstelling voor bepaalde duur dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verworven heeft op basis van een positieve beoordeling of dat geen beoordeling gekregen heeft (art. 27, 4° LOC-decreet);
  • het aantal tijdelijke personeelsleden met een aanstelling voor bepaalde duur dat op basis van de beoordeling een verslag met werkpunten gekregen heeft, met een opsplitsing tussen de personeelsleden die daarna een nieuwe aanstelling verkregen hebben en zij die daarna geen nieuwe aanstelling verkregen hebben (art. 27, 4° LOC-decreet).
  • het aantal tijdelijke personeelsleden met een aanstelling voor bepaalde duur dat een negatieve beoordeling gekregen heeft (art. 27, 4°, 3de gedachtestreep LOC-decreet).

Je moet die informatie minstens jaarlijks geven (art. 27, 1ste lid LOC-decreet), maar niets belet je om je LOC regelmatig over die dossiers te informeren.

Wanneer je het best informeert over gevoelige dossiers als fusies, overnames, sluiting … beslis je zelf. Het enige aanknopingspunt is hier de decretale formulering dat het over dossiers gaat “waarover de inrichtende macht onderhandelingen of besprekingen voert”. Dit houdt in dat je je LOC niet voor voldongen feiten mag plaatsen.

Informatie over je bestuur (art. 28 LOC-decreet)

sla link op in klembord

Kopieer

Je LOC heeft recht op inlichtingen over alles wat te maken heeft met (veranderingen aan en in) het bestuur. De decreetgever vermeldt in dit verband:

  • de basisinformatie over de juridische vorm van het statuut en de samenstelling van het bestuur (art. 28, 1° LOC-decreet);
  • inlichtingen over de eventuele wijzigingen aan het statuut en de samenstelling van het bestuur (art. 28, 2° LOC-decreet);
  • de basisinformatie over je instelling(en), te weten:
    • het organogram van je instelling(en);
    • de lijst van de onderwijsinrichtingen van gelijk niveau en/of met dezelfde aangeboden studierichtingen die in de streek gevestigd zijn;
    • het beleid inzake rekrutering van leerlingen en cursisten en desgevallend inzake informatie aan de ouders;
    • de aanbevelingen en conclusies uit het doorlichtingsverslag van de inspectie (art. 28, 3° LOC-decreet).

Je LOC heeft recht op inlichtingen over alles wat te maken heeft met (veranderingen aan en in) het bestuur. De decreetgever vermeldt in dit verband:

  • de basisinformatie over de juridische vorm van het statuut en de samenstelling van het bestuur (art. 28, 1° LOC-decreet);
  • inlichtingen over de eventuele wijzigingen aan het statuut en de samenstelling van het bestuur (art. 28, 2° LOC-decreet);
  • de basisinformatie over je instelling(en), te weten:
    • het organogram van je instelling(en);
    • het beleid inzake rekrutering van leerlingen en desgevallend inzake informatie aan de ouders;
    • de aanbevelingen en conclusies uit het doorlichtingsverslag van de inspectie (art. 28, 3° LOC-decreet).

Je moet die informatie minstens jaarlijks geven (art. 28, 1ste lid LOC-decreet), maar niets belet je natuurlijk om je LOC regelmatig over die dossiers te informeren.

Voor wat betreft de aanbevelingen en conclusies uit het doorlichtingsverslag van de inspectie heeft de decreetgever in de toelichtende memorie zelf aangegeven dat het daarbij geenszins de bedoeling is om gegevens over personeelsleden mee te delen (Parl.St. Vl.Parl. 703, 1994-1995, nr. 1, 4).

Informatie over het financieel beleid (art. 29 LOC-decreet)

sla link op in klembord

Kopieer

Je LOC heeft recht op inlichtingen over het financieel beleid van je instelling(en). De decreetgever vermeldt in dit verband:

  • de ontvangen toelagen
  • de inkomsten van initiatieven voor steun aan de instellingen
  • de persoonlijke bijdragen in de internaten, maaltijdtickets, bij- en naschoolse activiteiten
  • alle andere inkomsten
  • de jaarrekeningen van het laatste kalenderjaar
  • de overeenkomsten en akkoorden die fundamentele en duurzame gevolgen hebben voor de toestand van je instelling(en)

Je moet die informatie minstens jaarlijks geven (art. 29, 1ste lid LOC-decreet), maar niets belet je om je LOC regelmatig over die dossiers te informeren.

Merk op dat de gegevens waarover artikel 29 het heeft, uitsluitend betrekking hebben op het verleden. Ze hebben bovendien een publiek karakter omdat je ze ook terugvindt in de jaarrekening die elke vzw jaarlijks moet neerleggen.

Artikel 29 kan dus niet ingeroepen worden om je te verplichten om in je LOC informatie te delen over je begroting. Een begroting is namelijk de financiële projectie van je toekomstplannen en is een zaak van je bestuur die de begroting moet opstellen en van je algemene vergadering die ze moet goedkeuren. Een begroting heeft een meer vertrouwelijk karakter. In tegenstelling tot een jaarrekening moet een begroting trouwens nergens neergelegd worden. Vanuit goed werkgeverschap is het geen slecht idee om erover - eventueel in grote lijnen - te communiceren waarbij dan de afspraak gemaakt wordt dat die gegevens vertrouwelijk behandeld moeten worden.

Informatie over de infrastructuur (art. 30 LOC-decreet)

sla link op in klembord

Kopieer

Je LOC heeft recht op inlichtingen over de infrastructuur van je instelling zonder dat de decreetgever hier inhoudelijke preciseringen toegevoegd heeft. Evenmin heeft hij de frequentie van die inlichtingen gepreciseerd.

Informatie over belangrijke gebeurtenissen en interne beslissingen (art. 31 LOC-decreet)

sla link op in klembord

Kopieer

Je LOC heeft recht op inlichtingen over alle gebeurtenissen en interne beslissingen die belangrijke gevolgen kunnen hebben voor het personeel.

Onder die bepaling kan de verplichting gevat worden inzage te geven in de overeenkomst die je afsluit met een derde partij als je ervoor opteert om het interne meldpunt dat je moet oprichten op basis van artikel 8 van het Klokkenluidersdecreet van 23 juni 2023 niet zelf te beheren (art. 8, § 3, 1ste lid Decreet Klokkenluiders).

Onder die noemer kunnen enkele decretale bepalingen geplaatst worden:

  • informatie over de verdeling van de extra uren-leraar en aanwending van de extra wekelijkse uren-leraar die op basis van artikel 65, § 1 van de Codex Secundair Onderwijs toegekend worden aan de scholengemeenschap (art. 65, § 3 Codex Secundair Onderwijs);
  • informatie over de betrekkingen die je op basis van je punten zult oprichten (art. 30, § 1, 2de lid en 31, § 1, 3de lid Codex Secundair Onderwijs);
  • informatie over wie plage-uren krijgt en waarvoor ze gebruikt zullen worden (art. 216, § 4 Codex Secundair Onderwijs). Opgelet, de algemene regels die je zult hanteren om de plage-uren op een billijke en transparante manier te organiseren, behoort tot de onderhandelingsbevoegdheid van je LOC (arts 216, § 5 en 315 Codex Secundair Onderwijs)
  • de inzage die je moet geven in de overeenkomst die je afsluit met een derde partij als je ervoor opteert om het interne meldpunt dat je moet oprichten op basis van artikel 8 van het Klokkenluidersdecreet van 23 juni 2023 niet zelf te beheren (art. 8, § 3, 1ste lid Decreet Klokkenluiders).

Onder die noemer kunnen volgende bepalingen gevat worden:

  • de resultaten van de tevredenheidsmeting bij de leraars over het gecombineerd onderwijs die je ter beschikking van je LOC moet stellen (art. 72quinquies, § 4 Decreet Volwassenenonderwijs);
  • de inzage die je moet geven in de overeenkomst die je afsluit met een derde partij als je ervoor opteert om het interne meldpunt dat je moet oprichten op basis van artikel 8 van het Klokkenluidersdecreet van 23 juni 2023 niet zelf te beheren (art. 8, § 3, 1ste lid Decreet Klokkenluiders).

Behalve wat decretaal verplicht is, belet niets je om je LOC ook over andere gebeurtenissen en beslissingen die van dicht of van ver gevolgen hebben voor uw personeel te informeren.

Over welke onderwerpen moet je in het LOC onderhandelen?

sla link op in klembord

Kopieer

Het LOC-decreet zelf somt elf grote personeelsmateries op waarover je bijkomende afspraken – het decreet heeft het over ‘aanvullende regelen’ - moet maken in je LOC (art. 32 LOC-decreet). Het zijn materies waarvan de essentie decretaal geregeld is maar waarbij besturen een kleine beleidsruimte hebben omdat ze een keuze kunnen maken, of criteria of modaliteiten moeten bepalen.

Welke aangelegenheden de decreetgever voor het LOC in concreto voor ogen heeft, moet afgeleid worden uit allerlei regelgeving waarin onderhandelingsbevoegdheid toegekend is aan het “bevoegde lokaal comité”. Daarmee bedoelt de decreetgever nu eens het LOC, dan weer het onderhandelingscomité van de scholengemeenschap (OCSG). Die specifieke regelgeving die een onderhandelingsrol toekent aan het LOC, hebben we hier gelinkt aan een van de elf grote personeelsmateries die vermeld zijn in het LOC-decreet. Voor enkele toewijzingen, zijn andere keuzes mogelijk.

Welke aangelegenheden de decreetgever voor het LOC in concreto voor ogen heeft, staat niet in het LOC-decreet, maar in allerlei regelgeving. Die specifieke regelgeving hebben we hier gelinkt aan een van de elf grote personeelsmateries die vermeld zijn in het LOC-decreet. Voor enkele toewijzingen, zijn andere keuzes mogelijk.

Naast de materies waarover je reglementair verplicht bent te onderhandelen in je LOC, staat het je natuurlijk vrij om ook over bijkomende personeelsmateries in overleg te gaan met je personeelsafvaardiging. Goed sociaal overleg is inherent aan goed werkgeverschap.

1 De algemene principes van het personeelsbeleid (art. 32, 1° LOC-decreet)

sla link op in klembord

Kopieer

Het LOC-decreet noch de parlementaire voorbereidingsstukken van het decreet, concretiseren die bevoegdheid. De invulling ervan moet daarom gezocht worden in diverse regelgeving, te beginnen met het Rechtspositiedecreet.

Algemene afspraken over de aanvangsbegeleiding

sla link op in klembord

Kopieer

Als je school niet behoort tot een scholengemeenschap, moet je in je LOC algemene afspraken maken over de aanvangsbegeleiding waarop ieder tijdelijk personeelslid met een aanstelling van tijdelijke duur recht heeft (artikel 20bis, § 1, 3de lid Rechtspositiedecreet).

In je LOC moet je algemene afspraken maken over de aanvangsbegeleiding waarop ieder tijdelijk personeelslid met een aanstelling van tijdelijke duur recht heeft (artikel 20bis, § 1, 3de lid Rechtspositiedecreet).

Algemene afspraken over de beoordeling van de tijdelijke personeelsleden

sla link op in klembord

Kopieer

Als je school niet behoort tot een scholengemeenschap, moet je in je LOC algemene afspraken maken over de organisatie van de beoordeling van je tijdelijke personeelsleden met een aanstelling van tijdelijke duur (art. 23, § 3, 9de lid Rechtspositiedecreet). Welke afspraken je daarover maakt, laat de decreetgever over aan het lokale comité. Voorbeeldsgewijs heeft hij het over de afstemming van de beoordeling tussen verschillende scholen en over de uitwisseling van informatie tussen verschillende scholen (OD XXXI, MvT, Parl.St. Vl.Parl. 827, 2020-2021, 1, p. 41).

In je LOC moet je algemene afspraken maken over de organisatie van de beoordeling van je tijdelijke personeelsleden met een aanstelling van tijdelijke duur (art. 23, § 3, 9de lid Rechtspositiedecreet). Welke afspraken je daarover maakt, laat de decreetgever over aan het lokale comité. Voorbeeldsgewijs heeft hij het over de afstemming van de beoordeling tussen verschillende instellingen en over de uitwisseling van informatie tussen verschillende instellingen (OD XXXI, MvT, Parl.St. Vl.Parl. 827, 2020-2021, 1, p. 41).

Afspraken over de betrekkingen die je vacant zult verklaren

sla link op in klembord

Kopieer

Op basis van je beleidsplan kun je na onderhandelingen in je LOC jaarlijks bepalen welke betrekkingen je vacant verklaart (art. 33, § 4 Rechtspositiedecreet).

Afspraken over de kandidaatstelling voor TADD

sla link op in klembord

Kopieer

Als je school niet behoort tot een scholengemeenschap, kun je sinds 1 september 2020 in je LOC afspreken op welke manier personeelsleden kunnen kandideren voor een TADD-aanstelling. Naast de decretale kandidaatstelling met een aangetekend schrijven, kun je een eigen regeling afspreken. Die regeling moet wel minimaal dezelfde garanties bieden als een aangetekend schrijven (art. 23, § 3, 7de lid Rechtspostiedecreet).

Sinds 1 september 2020 kun je in je LOC afspreken op welke manier personeelsleden kunnen kandideren voor een TADD-aanstelling. Naast de decretale kandidaatstelling met een aangetekend schrijven, kun je een eigen regeling afspreken. Die regeling moet wel minimaal dezelfde garanties bieden als een aangetekend schrijven (art. 23, § 3, 11de lid Rechtspostiedecreet).

Afspraken over de uiterste datum van bekendmaking van de vacante betrekkingen met het oog op vaste benoeming

sla link op in klembord

Kopieer

Enkel na overleg in je LOC, kun je afwijken van de reglementair voorgeschreven deadline van 15 november om de vacante betrekkingen die in aanmerking komen voor vaste benoeming kenbaar te maken (art. 33, § 1 Rechtspositiedecreet).

Afspraken over de verwerving van de nodige dienstanciënniteit bij je eigen schoolbestuur

sla link op in klembord

Kopieer

Een bestuur van een scholengemeenschap waarvan meerdere besturen deel uitmaken, kan autonoom beslissen dat een personeelslid bij het eigen schoolbestuur een dienstanciënniteit verworven moet hebben van minstens 360 dagen waarvan 240 effectief gepresteerd zijn om in aanmerking te komen voor een vaste benoeming (art. 31, § 1, 1°, b) Rechtspositiedecreet). Door de gevolgen van die beleidsoptie voor het personeel, beveelt Katholiek Onderwijs Vlaanderen aan om die mogelijkheid via onderhandelingen in het LOC vast te leggen.

Afspraken over de verdeling van de betrekkingen

sla link op in klembord

Kopieer

Bij de toekenning van de opdracht van je personeelsleden moet je onder andere rekening houden met de afspraken die hierover gemaakt zijn in je LOC (art. 12, § 1 Algemeen reglement BaO en SO). Hou er echter rekening mee dat de eigen beleidsruimte op dit vlak al tot een minimum beperkt is door de bepalingen van het Rechtspositiedecreet en van het Reaffectatiebesluit.

Bij de toekenning van de opdracht van je personeelsleden moet je onder andere rekening houden met de afspraken die hierover gemaakt zijn in je LOC (art. 11, § 1 Algemeen reglement VWO). Hou er echter rekening mee dat de eigen beleidsruimte op dit vlak al tot een minimum beperkt is door de bepalingen van het Rechtspositiedecreet en van het Reaffectatiebesluit.

Bij de toekenning van de opdracht van je personeelsleden moet je onder andere rekening houden met de afspraken die hierover gemaakt zijn in je LOC (art. 11, § 1 Algemeen reglement Internaten). Hou er echter rekening mee dat de eigen beleidsruimte op dit vlak al tot een minimum beperkt is door de bepalingen van het Rechtspositiedecreet en van het Reaffectatiebesluit.

Aanvullende afspraken in het LOC kunnen bijvoorbeeld gaan over:

  • de intentie om bepaalde opdrachten zoveel mogelijk te groeperen;
  • de intentie om in de mate van het mogelijke rekening te houden met de voorkeur van de leerkrachten;
  • de intentie om oog te hebben voor de taakbelasting van de beginnende leerkrachten;
  • de keuze om de opdracht zoveel mogelijk te beperken tot één vak, één jaar of één graad of om juist voor het tegenovergestelde te opteren.

Aanvullende afspraken in het LOC kunnen bijvoorbeeld gaan over:

  • de intentie om bepaalde opdrachten zoveel mogelijk te groeperen;
  • de intentie om in de mate van het mogelijke rekening te houden met de voorkeur van je personeelsleden;
  • de intentie om oog te hebben voor de taakbelasting van de beginnende personeelsleden.

Afspraken over de aanwending van de ORE

sla link op in klembord

Kopieer

Pas na onderhandelingen in je LOC kan je beslissen hoe je de ORE zult gebruiken voor de werking van je internaat (art. 31, 2de lid Decreet internaten).

Afspraken over de bepaling van de voorrangsregels

sla link op in klembord

Kopieer

Een bestuur van een scholengemeenschap waarvan meerdere besturen deel uitmaken, kan autonoom beslissen om bij de vaststelling van de voorrangsregels voor de vaste benoeming enkel rekening te houden met de 960 dagen die gepresteerd zijn bij het eigen bestuur (art. 35, § 2, 2de lid Rechtspositiedecreet). Door de gevolgen van die beleidsoptie voor het personeel, beveelt Katholiek Onderwijs Vlaanderen aan om die mogelijkheid via onderhandelingen in het LOC vast te leggen.

De criteria die je zult gebruiken als meerdere personeelsleden in aanmerking komen voor een vaste benoeming in dezelfde betrekking

sla link op in klembord

Kopieer

In je LOC moet je afspreken welke criteria je zult hanteren om een vaste benoeming toe te kennen als er meerdere personeelsleden zijn die zich kandidaat gesteld hebben voor dezelfde betrekking (art. 31, § 5 Rechtspositiedecreet). Die afspraken kunnen ook gemaakt worden in het OCSG indien de scholen van de scholengemeenschap behoren tot hetzelfde bestuur.

De criteria die je zult gebruiken als meerdere personeelsleden in aanmerking komen voor een vaste benoeming in deze betrekking

sla link op in klembord

Kopieer

In je LOC moet je afspreken welke criteria je zult hanteren om een vaste benoeming toe te kennen als er meerdere personeelsleden zijn die zich kandidaat gesteld hebben voor dezelfde betrekking (art. 31, § 5 Rechtspositiedecreet).

Afspraken over de leraar-specialist

sla link op in klembord

Kopieer

In je LOC moet je afspreken welke bijkomende criteria je zult gebruiken voor de toekenning van het mandaat van leraar-specialist en welke taken tot dit mandaat horen (art 36novies/6, § 1, 3de lid Rechtspositiedecreet). In artikel 36novies/6, § 1, 2de lid van het Rechtspositiedecreet heeft de decreetgever zelf al 3 generieke criteria vastgelegd waaraan een leraar-specialist moet voldoen (minimaal tien jaar dienstanciënniteit in het ambt waarin het mandaat toegekend wordt; beschikken over specifieke expertise of bereid zijn om die te verwerven; in het ambt van leraar als laatste evaluatie geen evaluatie 'onvoldoende' gekregen hebben) maar in je LOC moet je op basis van lokale noden en schoolbeleid  bijkomende criteria en taken afspreken. De decreetgever zelf geeft als voorbeeld dat het mandaat gebruikt kan worden om startende leerkrachten beter te kunnen ondersteunen, of om te werken met moeilijke klassen of om een leerkracht toe te laten zich te bekwamen in de vakdidactiek Nederlands (MvT, Parl.St.Vl.Parl. 1733, 2022-2023, nr. 1, 2).

Anderzijds moet je in het LOC ook afspreken wat je met de leraar(s)-specialist zult doen als bij het begin van het schooljaar blijkt dat het maximum van 5 % van de toegekende lesomkadering die aan de leraar-specialist toegewezen kan worden, overschreden is (art. 36novies/7, 2de lid, 2° Rechtspositiedecreet).

Afspraken over nieuwe affectaties

sla link op in klembord

Kopieer

In je LOC moet je de criteria en de modaliteiten overleggen waarmee je nieuwe affectaties zult bekijken (art. 45, § 2 Rechtspositiedecreet).

Afspraken over de inzet van personeelsleden die aangesteld worden met overgedragen lestijden

sla link op in klembord

Kopieer

Je moet in het LOC onderhandelen over de manier waarop personeelsleden die aangesteld worden met overgedragen lestijden, ingezet zullen worden voor opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap (art. 36octies, § 1, 5° Rechtspositiedecreet). Die onderhandeling moet niet alleen plaatsvinden in je eigen LOC maar ook in het OCSG (Parl.St. Vl.Parl., 1796, 2012-2013, 1, 53).

(Buitengewoon onderwijs) Afspraken over de criteria die je zult gebruiken voor het al dan niet in stand houden van betrekkingen bij een vermindering van het urenpakket

sla link op in klembord

Kopieer

Bij een vermindering van het urenpakket van je paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel, heb je de bevoegdheid om te beslissen in welke betrekkingen je die vermindering zult toepassen. De criteria die die keuze zullen bepalen, moet je onderhandelen in je LOC en gelden voor drie schooljaren (art. 20, § 4 Reaffectatiebesluit).

(Buitengewoon onderwijs) Afspraken over de criteria die je zult gebruiken voor het al dan niet in stand houden van betrekkingen bij een daling van het leerlingenaantal

sla link op in klembord

Kopieer

Bij een dalend leerlingenaantal, heb je de bevoegdheid om te beslissen welke betrekking(en) je in het ambt van kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming en onderwijzer algemene en sociale vorming in stand zult houden. De criteria die die keuze zullen bepalen, moet je onderhandelen in je LOC en gelden voor drie schooljaren (art. 20, § 8 Reaffectatiebesluit).

Afspraken over de bepaling van de gevolgen van de daling van de puntenenveloppe

sla link op in klembord

Kopieer

Bij een vermindering van het aantal punten van de puntenenveloppe heb je de bevoegdheid om te beslissen welke betrekking(en) je in die ambten nog in stand wilt houden. De criteria die die keuze zullen bepalen, moet je onderhandelen in je LOC (art. 2, § 12, 1ste lid Reaffectatiebesluit). Met die criteria moet je rekening houden bij de verdeling van de betrekkingen onder de vastbenoemde titularissen, bij de maatregelen die je moet nemen voorafgaand aan de terbeschikkingstelling en bij de terbeschikkingstelling (art. 18, § 1, 2, art. 18, § 1, 3, 2de lid, art. 20, § 1, 2de lid, 3°, art. 22, § 2, 4°, 2de lid Reaffectatiebesluit).

Afspraken over de criteria die je zult gebruiken voor het al dan niet in stand houden van betrekkingen bij een vermindering van de uren voor administratief medewerker

sla link op in klembord

Kopieer

Bij een vermindering van het aantal uren voor administratief medewerkers heb je de bevoegdheid om te beslissen om de vermindering volledig ten laste te leggen van studiemeester-opvoeders, of van de administratief medewerkers, of om ze over beide groepen te spreiden (art. 2, § 13 Reaffectatiebesluit).

Bijkomende afspraken over de gastleraars

sla link op in klembord

Kopieer

Sinds 1 september 2023 vervangt de regeling over de gastleraars die over de voordrachtgevers (arts. 211, § 3 en 308/5 Codex Secundair Onderwijs). De decreetgever heeft bepaald dat een gastleraar van onberispelijk gedrag moet zijn en in Vlaanderen een bepaald niveau van het Nederlands moet kunnen bewijzen. Hoewel niet decretaal verplicht, zou je in je LOC bijkomende afspraken kunnen maken over het profiel waaraan de gastleraar moet voldoen.

Sinds 1 september 2023 vervangt de regeling over de gastleraars die over de voordrachtgevers (art. 98, § 3 Decreet Volwassenenonderwijs). De decreetgever heeft bepaald dat een gastleraar van onberispelijk gedrag moet zijn en in Vlaanderen een bepaald niveau van het Nederlands moet kunnen bewijzen. Hoewel niet decretaal verplicht, zou je in je LOC bijkomende afspraken kunnen maken over het profiel waaraan de gastleraar moet voldoen.

2 De aard en de duur van het dienstverband (art. 32, 2° LOC-decreet)

sla link op in klembord

Kopieer

De fundamenten van het dienstverband zijn ondertussen decretaal geregeld. De aard van het dienstverband moet vastgelegd worden in de functiebeschrijving en de duur ervan ligt decretaal vast.

Aanvullende regels kunnen onder meer zijn:

  • de vastlegging van het begin- en het aanvangsuur;
  • een regeling voor de middagpauze;
  • de invoering van blokstages.

3 De rechten en plichten, onverenigbaarheden en verbodsbepalingen, regeling van cumulaties met andere ambten, betrekkingen of bezigheden (art. 32, 3° LOC-decreet)

sla link op in klembord

Kopieer

Na onderhandeling in je LOC kun je specifieke bepalingen afspreken die de reglementaire bepalingen ter zake aanvullen die al vastgelegd zijn in het Rechtspositiedecreet (arts.8-17) en in het toepasselijke Algemeen reglement.

De aanvullende afspraken kunnen bijvoorbeeld gaan over:

  • de inzet van gastleraars en van personeelsleden die met een dienstverleningsovereenkomst in dienst genomen worden;
  • het geven van naambekendheid aan activiteiten (jeugd- en sportkampen …) die personeelsleden buiten de schoolcontext organiseren;
  • het geven van betaalde privaatlessen;
  • de inzet van leerlingen of cursisten als jobstudent in de privézaak van een personeelslid.

De aanvullende afspraken kunnen bijvoorbeeld gaan over:

  • het geven van naambekendheid aan activiteiten (jeugd- en sportkampen …) die personeelsleden buiten de internaatcontext organiseren;
  • het geven van betaalde privaatlessen;
  • de inzet van leerlingen als jobstudent in de privézaak van een personeelslid.

4 De aansprakelijkheidsreglementering (art. 32, 4° LOC-decreet)

sla link op in klembord

Kopieer

Die bevoegdheid is zonder voorwerp geworden omdat de decreetgever in 2011 in het Rechtspositiedecreet een aansprakelijkheidsregeling ingeschreven heeft die uiteraard niet te onderhandelen is (art. 17bis/1 Rechtspositiedecreet).

5 De regeling inzake evaluatie van het personeel (art. 32, 5° LOC-decreet)

sla link op in klembord

Kopieer

Scholen die behoren tot een scholengemeenschap moeten eerst algemene afspraken over de functiebeschrijving en over de evaluatie maken in het onderhandelingscomité van de scholengemeenschap (OCSG) (arts 47ter, § 3 en 47novies Rechtspositiedecreet). Die verplichting kan minimaal of maximaal (modellen van functiebeschrijvingen, gezamenlijk evaluatiereglement …) ingevuld worden want de decreetgever heeft die verplichting inhoudelijk niet geconcretiseerd.

Afhankelijk van de algemene afspraken die reeds in het OCSG vastgelegd zijn, kun of moet je in je LOC vervolgens aanvullende afspraken maken zodat de functiebeschrijving minstens alle decretaal verplichte onderdelen bevat en zodat ze afgestemd is op de missie van je school.

In je LOC moet je algemene afspraken maken in verband met de functiebeschrijving en met de evaluatie (arts 47ter, § 3 en 47novies Rechtspositiedecreet).

6 Het algemeen beleid over de verloven en deeltijdse arbeid (art. 32, 6° LOC-decreet)

sla link op in klembord

Kopieer

Als je duaal leren aanbiedt, moet je in je LOC onderhandelen over wat een passende compensatieregeling is om te kunnen voldoen aan de decretale verplichting om als opleidingsverstrekker altijd bereikbaar te zijn tijdens een verkennende leerlingenstage. De onderhandeling in het LOC moet niet noodzakelijkerwijze uitmonden in een protocol van akkoord. Maar een betrokken personeelslid kan je niet verplichten om wat in het LOC geregeld is, ook te aanvaarden. Je kan het maar inzetten als het zich voorafgaandelijk en schriftelijk akkoord verklaard heeft met wat in het LOC afgesproken is (art. 357/9, § 4, 1ste en 2de lid Codex Secundair Onderwijs).

Als je duaal leren aanbiedt, moet je in je LOC ook onderhandelen over de criteria en afspraken waaronder een personeelslid een afwijkende vakantieregeling kan vragen. De gemaakte afspraken moeten minstens slaan op de termijn van aanvraag om als personeelslid in een andere periode vakantie op te nemen, en op de periode(s) waarin je school wil afwijken  van de jaarlijkse vakantie die voor het personeel van kracht is (art. 357/9, § 4, 3de lid Codex Secundair Onderwijs).

In je LOC moet je onderhandelen over alle concrete schikkingen die je in je centrum neemt in verband met de vakantieregeling en het gebruik van de onderwijstijd (art. 8novies BVR van 21 september 2007 tot regeling van een aantal aangelegenheden voor de centra voor Volwassenenonderwijs). In het bijzonder worden vernoemd:

  • de beslissing om permanent af te wijken van de regel dat de dag na Hemelvaart een vakantiedag is (art. 8septies, 1ste lid BVR van 21 september 2007 tot regeling van een aantal aangelegenheden voor de centra voor Volwassenenonderwijs). Het protocol moet ter beschikking liggen in het centrum;
  • de criteria en afspraken waaronder een personeelslid een afwijkende vakantieregeling kan vragen (art. 8septies, 2de lid BVR van 21 september 2007 tot regeling van een aantal aangelegenheden voor de centra voor Volwassenenonderwijs). Bij de onderhandeling over die criteria en afspraken moet alleszins rekening gehouden worden met de termijn van aanvraag om als personeelslid in een andere periode vakantie op te nemen, en met de periode van afwijking van de jaarlijkse vakantie in het centrum (BVR van 16 november betreffende de vakantieregeling van de personeelsleden van een centrum voor volwassenenonderwijs).

Tenzij erover al afspraken gemaakt zijn in het OCSG, moet je in je LOC onderhandelen over de algemene criteria die je zult gebruiken bij de beoordeling van aanvragen voor verlofstelsels die een gunst zijn. Afspraken in dit verband kunnen zijn:

  • de uiterste datum waarop een verlofaanvraag ingediend kan worden;
  • de maximale periode die een personeelslid van een verlofstelsel kan gebruikmaken;
  • de weigeringsgronden die het bestuur kan inroepen (verstoring van de goede werking van de school, omvang van het verlof, te lange afwezigheid, gebrek aan loopbaanperspectief voor de interimaris …).

Je moet er ook onderhandelen over de algemene criteria die je zult gebruiken bij de beoordeling van aanvragen voor verlofstelsels die een gunst zijn. Afspraken in dit verband kunnen zijn:

  • de uiterste datum waarop een verlofaanvraag ingediend kan worden;
  • de maximale periode die een personeelslid van een verlofstelsel kan gebruikmaken;
  • de weigeringsgronden die het bestuur kan inroepen (verstoring van de goede werking van je instelling, omvang van het verlof, te lange afwezigheid, gebrek aan loopbaanperspectief voor de interimaris …).

Je algemeen beleid over de deeltijdse arbeid moet uitgaan van de decretale bepaling dat een deeltijds werkend personeelslid hoogstens een proportioneel aantal halve dagen per week op school verwacht wordt (art. 5, 12°, 3de lid Rechtspositiedecreet; art. 12, § 2 Algemeen reglement BaO en SO). In ‘Clusteren van een deeltijdse opdracht: afspraken’ vind je hoe je dit uitgangspunt concreet kunt implementeren:

  • hoe je de proportionaliteit moet berekenen;
  • hoe je een deeltijdse opdracht in verschillende instellingen het best clustert;
  • hoe je met de clustering van een deeltijdse opdracht moet omgaan bij een vervangingsopdracht.

Je algemeen beleid over de deeltijdse arbeid moet uitgaan van de decretale bepaling dat een deeltijds werkend personeelslid hoogstens een proportioneel aantal halve dagen per week op school verwacht wordt (art. 5, 12°, 3de lid Rechtspositiedecreet; art. 11, § 2 Algemeen reglement VWO). In ‘Clusteren van een deeltijdse opdracht: afspraken’ vind je hoe je dit uitgangspunt concreet kunt implementeren:

  • hoe je de proportionaliteit moet berekenen;
  • hoe je een deeltijdse opdracht in verschillende instellingen het best clustert;
  • hoe je met de clustering van een deeltijdse opdracht moet omgaan bij een vervangingsopdracht.

Je algemeen beleid over de deeltijdse arbeid moet uitgaan van de decretale bepaling dat een deeltijds werkend personeelslid hoogstens een proportioneel aantal halve dagen per week op school verwacht wordt (art. 5, 12°, 3de lid Rechtspositiedecreet). In ‘Clusteren van een deeltijdse opdracht: afspraken’ vind je hoe je dit uitgangspunt concreet kunt implementeren:

  • hoe je de proportionaliteit moet berekenen;
  • hoe je een deeltijdse opdracht in verschillende instellingen het best clustert;
  • hoe je met de clustering van een deeltijdse opdracht moet omgaan bij een vervangingsopdracht.

Indien er geen vakbondsafgevaardigde van de arbeiders is, moet je in het LOC ook afspreken wanneer de zogenoemde VAP-dagen (dagen met vrijstelling van arbeidsprestaties) voor het schooljaar vastgelegd worden. Dit moet uiterlijk één week voor het begin van de herfstvakantie gebeuren. Indien er in je LOC geen afgevaardigde van het arbeiderspersoneel zetelt, mag een afgevaardigde van het arbeiderspersoneel die lid is van het CPBW, aan die vergadering deelnemen (art. 12 Cao van 28 november 2018 betreffende de tewerkstellingsmaatregelen).

7 Het navormingsbeleid van personeelsleden (art. 32, 7° LOC-decreet)

sla link op in klembord

Kopieer

Het professionaliseringsplan dat je jaarlijks moet opstellen, moet goedgekeurd worden in je LOC (art. 8, 3de lid Kwaliteitsdecreet). Merk op dat dat je hierbij een consensus moet bereiken. Enkel ter onderhandeling voorleggen, volstaat dus niet.

In je plan kun je onder andere afspreken:

  • op welke navorming prioritair ingezet zal worden;
  • welke algemene principes gehanteerd zullen worden om het lessenrooster van leerkrachten die aan een navorming deelnemen, te herschikken;
  • hoe de pedagogische studiedag ingevuld zal worden.

In je plan kun je onder andere afspreken:

  • op welke navorming prioritair ingezet zal worden;
  • welke algemene principes gehanteerd zullen worden om het prestatierooster van personeelsleden die aan een navorming deelnemen, te herschikken;
  • hoe de pedagogische studiedag ingevuld zal worden.

8 De maatregelen van inwendige orde (art. 32, 8° LOC-decreet)

sla link op in klembord

Kopieer

Met dit soort maatregelen worden de maatregelen bedoeld die de goede, dagelijkse werking van je school vastleggen.

Onder die noemer kun je de verplichting vatten om in je LOC te onderhandelen over de organisatie van je schooljaar (art 10, 4de lid BVR van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs). Opgelet, art. 10, 5de lid schrijft voor dat als het voorstel besproken is op een algemene personeelsvergadering het proces-verbaal mee ondertekend moet worden door vier vastbenoemde leerkrachten die geen lid mogen zijn van het bestuur en die niet het ambt van directeur of adjunct-directeur uitoefenen.

Daarnaast kun je onder die noemer ook afspraken vatten die je eventueel maakt over:

  • de organisatie van de inschrijving van leerlingen;
  • de principes voor het houden van klassenraden en ouderavonden;
  • de communicatie tussen de directie en het personeel;
  • de facultatieve verlofdag;
  • de dienstverplaatsingen die de decretale bepalingen (art. 17septies van het Rechtspositiedecreet) aanvullen. Voorbeelden zijn onder andere afspraken over de exacte afbakening van het traject dat je als dienstverplaatsing zult beschouwen en over het parkeerbeleid.
  • de kledingvoorschriften voor je personeel. Indien je die afspraken al opgenomen hebt in je arbeidsreglement (art. 28 van het model), zou je kunnen proberen om ze in het LOC ietwat te concretiseren om de kans op betwisting of misverstanden te verkleinen.

Onder die noemer kun je de verplichting vatten om in je LOC te onderhandelen over de organisatie van je schooljaar. Die onderhandelingen moet je afgerond hebben uiterlijk op 30 juni van het voorgaande schooljaar (art. 9, § 1, 1° BVR van 31 augustus 2001 houdende organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs).

Daarnaast kun je onder die noemer ook afspraken vatten die je eventueel maakt over:

  • de organisatie van de inschrijving van leerlingen;
  • de principes voor het houden van klassenraden en ouderavonden;
  • de communicatie tussen de directie en het personeel;
  • de facultatieve verlofdag;
  • de inschakeling van leerkrachten voor aanvullende toezichten;
  • de aanvullende prestaties die van personeelsleden gevraagd worden;
  • de dienstverplaatsingen die de decretale bepalingen (art. 17septies van het Rechtspositiedecreet) aanvullen. Voorbeelden zijn onder andere afspraken over de exacte afbakening van het traject dat je als dienstverplaatsing zult beschouwen en over het parkeerbeleid.
  • de kledingvoorschriften voor je personeel. Indien je die afspraken al opgenomen hebt in je arbeidsreglement (art. 28 van het model), zou je kunnen proberen om ze in het LOC ietwat te concretiseren om de kans op betwisting of misverstanden te verkleinen.

Normaliter worden met dit soort maatregelen alle maatregelen bedoeld die de goede, dagelijkse werking van je internaat moeten verzekeren. Maar de decreetgever heeft deze bevoegdheid - ook niet bij wijze van voorbeeld - geconcretiseerd. Onder die noemer zou je kunnen afspraken maken over:

  • de organisatie van de inschrijving van leerlingen;
  • de communicatie tussen de directie en het personeel;
  • de facultatieve verlofdag;
  • de inschakeling van personeelsleden voor aanvullende toezichten;
  • de aanvullende prestaties die van personeelsleden gevraagd worden;
  • de dienstverplaatsingen die de decretale bepalingen (art. 17septies van het Rechtspositiedecreet) aanvullen. Voorbeelden zijn onder andere afspraken over de exacte afbakening van het traject dat je als dienstverplaatsing zult beschouwen en over het parkeerbeleid.
  • de kledingvoorschriften voor je personeel. Indien je die afspraken al opgenomen hebt in je arbeidsreglement (art. 28 van het model), zou je kunnen proberen om ze in het LOC ietwat te concretiseren om de kans op betwisting of misverstanden te verkleinen.

Normaliter worden met dit soort maatregelen alle maatregelen bedoeld die de goede, dagelijkse werking van je centrum moeten verzekeren. De decreetgever heeft deze bevoegdheid maar op één punt geconcretiseerd.

Je moet in je LOC onderhandelen om de dag na Hemelvaartsdag niet als een vakantiedag te beschouwen. Je moet het protocol van onderhandeling daarover "ter beschikking houden" (art. 8septies BVR van 21 september 2007 tot regeling van een aantal aangelegenheden voor de Centra voor Volwassenenonderwijs). Let er bovendien voor op dat de gemaakte afspraak niet indruist tegen de manier waarop je je opleidingsaanbod moet organiseren zoals bepaald in artikel 26, § 4 van het Decreet Volwassenenonderwijs.

Daarnaast zou je onder die noemer nog afspraken kunnen maken over:

  • afspraken over de principes voor het houden van klassenraden;
  • afspraken over de organisatie van de inschrijving van cursisten;
  • afspraken over de communicatie tussen de directie en het personeel;
  • afspraken over de facultatieve verlofdag;
  • afspraken over de inschakeling van leerkrachten voor aanvullende toezichten;
  • afspraken over aanvullende prestaties die van personeelsleden gevraagd worden;
  • afspraken over de dienstverplaatsingen die de decretale bepalingen (art. 17septies van het Rechtspositiedecreet) aanvullen. Voorbeelden zijn onder andere afspraken over de exacte afbakening van het traject dat je als dienstverplaatsing zult beschouwen en over het parkeerbeleid.
  • afspraken over de kledingvoorschriften voor je personeel. Indien je die afspraken al opgenomen hebt in je arbeidsreglement (art. 28 van het model), zou je kunnen proberen om ze in het LOC ietwat te concretiseren om de kans op betwisting of misverstanden te verkleinen.

Tot de maatregelen van inwendige orde kunnen ook volgende verplichtingen gerekend worden:

  • De afspraken die je in opvolging van Onderwijscao XII moet maken over de deconnectie. In de eerste plaats moet je die afspreken in je CPBW maar als er geen CPBW is, moet je die maken in je LOC. Alleszins moet het LOC zijn akkoord geven want wat afgesproken is, moet je (als bijlage) voegen bij het arbeidsreglement van je instelling. In de praktijk heb je dus een akkoord nodig over die afspraken.
  • Als je beslist om in opvolging van artikel 8 van het Klokkenluidersdecreet je intern meldpunt zelf te beheren: De procedure die je moet uitwerken om interne meldingen in te dienen, te behandelen en te beheren. De procedure moet erop gericht zijn om de geheimhouding van de informatie te waarborgen en om de identiteit van de melder of van personen die in de melding vernoemd worden, te garanderen (art. 8, § 3 Decreet Klokkenluiders van 23 juni 2023).

9 De richtlijnen en de regelen over de prestatieregeling (art. 32, 9° LOC-decreet)

sla link op in klembord

Kopieer

De krachtlijnen van de prestatieregeling zijn door de overheid vastgelegd in het BVR van 17 juni 1997 betreffende de opdracht van het personeel in het basisonderwijs maar over de invulling van concrete onderdelen ervan moet je onderhandelen in je LOC.

De krachtlijnen van de prestatieregeling zijn door de overheid vastgelegd in het BVR van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, maar over de invulling van concrete onderdelen ervan moet je onderhandelen in je LOC.

De krachtlijnen van de prestatieregeling zijn door de overheid vastgelegd in het BVR van 26 februari 2010 betreffende de prestatieregeling en de vaststelling van het recht op een salaris in een ambt in de centra voor volwassenenonderwijs. Die regeling voorziet geen inspraak van het LOC.

Voor de andere onderwijsniveaus voorziet specifieke regelgeving over deelaspecten van de prestatieregeling wel onderhandelingsbevoegdheid voor het LOC, maar die deelaspecten (organisatie van plage-uren, bepaling van instellingsgebonden opdrachten, vakantieregeling van teeltleiders) gelden niet voor het volwassenenonderwijs.

Aanvullende afspraken in het LOC kunnen bijvoorbeeld gaan over:

  • De intentie om bepaalde opdrachten zoveel mogelijk te groeperen;
  • De intentie om in de mate van het mogelijke rekening te houden met de voorkeur van de leerkrachten;
  • De intentie om oog te hebben voor de taakbelasting van de beginnende leerkrachten;
  • De keuze om de opdracht zoveel mogelijk te beperken tot één opleiding, één module of één jaar of om juist voor het tegenovergestelde te opteren.

Afwijking op de reglementair voorziene minima en maxima voor de hoofdopdracht en de schoolopdracht

sla link op in klembord

Kopieer

Na onderhandelingen in je LOC kun je afwijken van de prestatieregeling voor de diverse ambten die de Vlaamse regering vastgelegd heeft in het BVR van 17 juni 1997 (art. 163, § 3 Decreet basisonderwijs).

De criteria voor de invulling van de hoofd- en de schoolopdracht

sla link op in klembord

Kopieer

Je moet afspreken op basis waarvan je de hoofdopdracht en de schoolopdracht van je personeel wilt invullen (art. 164, 1ste lid Decreet basisonderwijs). Denk daarbij aan:

  • het werken met gemengde kleutergroepen in plaats van met jaargroepen;
  • co-teaching;
  • het werken met niveaugroepen voor bepaalde vakken;
  • toezichten;

Hou ermee rekening dat de totale opdracht van je personeel ruimer is dan hun hoofd- en de schoolopdracht. Voorbereidings-, verbeter- en opzoekingswerk, oudercontacten, personeelsvergaderingen en dergelijke vallen er niet onder. Ook over die taken kun je afspraken maken in je LOC.

De omstandigheden waarin  en de wijze waarop bepaalde taken die normaal niet tot het takenpakket behoren, opgelegd kunnen worden

sla link op in klembord

Kopieer

Het BVR van 17 juni 1997 somt in artikel 4 tien taken op die niet tot het opdrachtenpakket van het personeel mogen behoren. Vijf ervan kan je wel opleggen als de omstandigheden dit vereisen en als dat niet gebeurt op een systematische manier. Voorwaarde is wel dat je in je LOC bepaald hebt wat begrepen wordt onder 'uitzonderlijke omstandigheden' en onder een 'niet-systematische wijze' (art. 4bis BVR van 17 juni 1997). Het gaat om:

  • bijlessen of therapie geven voor en na de schooluren;
  • huisbezoeken afleggen;
  • middagtoezicht houden;
  • verzekeren van busbegeleiding;
  • het verkeer regelen op de openbare weg;
  • het vervullen van administratieve en/of organisatorische taken die niet eigen zijn aan het uitgeoefende ambt.

De organisatie van plage-uren

sla link op in klembord

Kopieer

Om de werkdruk te verlagen is in Onderwijscao VII van 4 februari 2005 overeengekomen om voortaan in het LOC te onderhandelen over de algemene regels voor het presteren van plage-uren (punt 2.2.b)). Dit engagement is juridisch vertaald in artikel 164, 2de lid van het Decreet basisonderwijs: “In elke school wordt bij de voorbereiding van het schooljaar onderhandeld over de algemene regels om de vaststelling van het aantal lestijden/uren prestatie tussen het minimum en het maximum van de hoofdopdracht en de schoolopdracht op een billijke en transparante wijze te bepalen.” (OD XV, MvT, Parl.St. Vl.Parl. 398, 2004-2005, nr. 1, 8). Vergeet daarbij niet dat onderwijzers slechts met een derde plagelestijd belast kunnen worden als dit organisatorisch nodig is (art. 164bis Decreet basisonderwijs).

De organisatie van een negenentwintigste lesuur

sla link op in klembord

Kopieer

Na onderhandelingen in je LOC kun je een negenentwintigste lesuur inrichten (art. 48, § 2 Decreet basisonderwijs).

De bepaling van de instellingsgebonden opdrachten

sla link op in klembord

Kopieer

In je LOC moet je afspreken welke opdrachten je beschouwt als instellingsgebonden opdrachten (art. 47ter/1, § 1, 1ste lid Rechtspositiedecreet). Sinds 1 september 2021 moet je die opdrachten niet meer opnemen in de functiebeschrijving (art. 47ter/1, § 1, 2de lid Rechtspositiedecreet).

Instellingsgebonden opdrachten die voor je school zo belangrijk zijn dat je er omkaderingsmiddelen voor gebruikt, worden in het Rechtspositiedecreet aangeduid als 'specifieke functies'. In je LOC moet je bepalen (art. 47quinquies, § 2 Rechtspositiedecreet):

  • welke criteria je zult gebruiken om  te bepalen welke instellingsgebonden opdrachten specifieke functies en taken zijn;
  • volgens welke criteria je die specifieke functies en taken onder je personeelsleden zult verdelen;
  • volgens welke criteria je de omkaderingsmiddelen over die specifieke functies en taken zult verdelen.

De organisatie van plage-uren

sla link op in klembord

Kopieer

Bij de voorbereiding van het schooljaar moet je in je LOC onderhandelen over de algemene regels die het bestuur zal hanteren om de plage-uren op een billijke en transparante manier te organiseren (arts. 216, § 5 en 315 Codex Secundair Onderwijs). Over wie de plage-uren krijgt en waarvoor ze gebruikt zullen worden, moet je je LOC vervolgens informeren (art. 216, § 4 Codex Secundair Onderwijs).

Interactief afstandsonderwijs

sla link op in klembord

Kopieer

Als je interactief afstandsonderwijs wilt organiseren, dan moet je in het LOC overeenkomen over de wijze waarop de betrokken personeelsleden ingezet zullen worden. Die afspraken moet je opnemen in (een bijlage van) het arbeidsreglement (art. 122/5 Codex Secundair Onderwijs). In de praktijk heb je dus het akkoord van je LOC nodig.

De vakantieregeling van de teeltleiders

sla link op in klembord

Kopieer

Indien je voor je teeltleider(s) niet de standaardvakantieregeling overneemt die voorzien is in het Algemeen reglement (art. 18), dan verplicht datzelfde artikel je om in overleg met je teeltleider(s) in je LOC een aangepaste vakantieregeling uit te werken.

De dagen waarop je internaat bovenop de gewone verblijfsdagen open is

sla link op in klembord

Kopieer

In artikel 5, § 1 van het Decreet internaten zijn de gewone verblijfsdagen vastgelegd waarop je internaat open moet zijn. Wil je bijkomend open zijn op een aantal momenten die opgesomd zijn in artikel 5, § 2 van het Decreet, dan moet je daarover afspraken maken in je LOC (art. 5, § 2 Decreet internaten).

10 De projecten en maatregelen die van aard zijn om de omstandigheden en voorwaarden waarin het werk in je instelling uitgevoerd wordt, te wijzigen (art. 32, 10° LOC-decreet)

sla link op in klembord

Kopieer

Onder die noemer kunnen enkele materies geplaatst worden waarvoor de decreetgever expliciet onderhandelingsbevoegdheid voor het LOC voorziet:

  • de beslissing om meer dan drie procent van je lestijden- en urenpakket te gebruiken voor BPT-uren. Opgelet, artikel 163bis, 2de lid van het Decreet Basisonderwijs verplicht je om hierover in je LOC een akkoord af te sluiten; erover onderhandelen volstaat dus niet. Jaarlijks gaat AGODI het gebruik van de BPT-uren na. Wanneer de drie-procentregel overschreden wordt zonder akkoord in het LOC, kan het Centraal Paritair Comité ingeschakeld worden om te bemiddelen;
  • de modaliteiten voor het gebruik van de vervangingseenheden die gebruikt kunnen worden als er geen geschikte kandidaat gevonden wordt om een reguliere vervanging in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel uit te voeren (art. 153viciessexies Decreet basisonderwijs);
  • voor de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025: het aantal vacante lestijden dat je wilt besteden aan gastleraars (art. 141, § 4 Decreet basisonderwijs);
  • voor de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025 met het oog om bij een tekort aan onderwijzend personeel lestijden om te zetten in punten voor de inzet van paramedisch, sociaal, medisch, psychologisch en orthopedagogisch personeel: de criteria die je zult gebruiken om te bepalen wanneer er een tekort is aan onderwijzend personeel en de manier waarop je na omzetting in punten het betrokken personeel zult inzetten (art. 153viciessexies, 4de lid Decreet basisonderwijs);
  • voor het buitengewoon onderwijs: de beslissing om een nieuw type of om een nieuw type vrije keuze op te richten (arts. 111, § 3 en 101, § 4 Decreet basisonderwijs);
  • de beslissing om meer lestijden om te zetten naar uren en omgekeerd, om beter te kunnen inspelen op de ondersteuningsnoden van bepaalde leerlingen of voor het behoud van expertise en tewerkstelling om die leerlingen te kunnen ondersteunen (art. 172quinquies/1, § 3, 3de lid Decreet basisonderwijs). Opgelet, hiervoor heb je het akkoord van je LOC nodig; erover onderhandelen volstaat dus niet.

Onder die noemer kunnen enkele materies geplaatst worden waarvoor de decreetgever expliciet onderhandelingsbevoegdheid voor het LOC voorziet:

  • afspraken over de vorming van een pedagogische entiteit in een gebouwencomplex met meer dan twee scholen volgens de bepalingen van het Reaffectatiebesluit. Een instelling met een eerste graad enerzijds en een instelling met een tweede en derde graad en eventueel het HBO5 van het secundair onderwijs anderzijds, die behoren tot hetzelfde bestuur en die in hetzelfde gebouwencomplex gelegen zijn, worden in het Reaffectatiebesluit automatisch beschouwd als een pedagogische entiteit (art. 2, § 11 Reaffectatiebesluit). Maar dit automatisme is er niet als hetzelfde gebouwencomplex meer dan twee scholen huisvest. In dit geval zal het schoolbestuur moeten beslissen welke twee scholen de pedagogische entiteit zullen vormen. Aangezien die keuze implicaties kan hebben voor het personeel, beveelt Katholiek Onderwijs Vlaanderen aan om hierover te onderhandelen in de betrokken LOC’s.
  • voor de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025 met het oog om bij een tekort aan onderwijzend personeel lestijden om te zetten in punten voor de inzet van paramedisch, sociaal, medisch, psychologisch en orthopedagogisch personeel: de criteria die je zult gebruiken om te bepalen wanneer er een tekort is aan onderwijzend personeel en de manier waarop je na omzetting in punten het betrokken personeel zult inzetten (art. 22/15, 6de lid Codex Secundair Onderwijs);
  • voor de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025: het aantal vacante lestijden dat je wilt besteden aan gastleraars (art. 308/5 Codex Secundair Onderwijs);
  • de modaliteiten voor het gebruik van de vervangingseenheden die gebruikt kunnen worden als er geen geschikte kandidaat gevonden wordt om een reguliere vervanging in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel uit te voeren (art. 22/15, 4de lid Codex Secundair Onderwijs);
  • de beslissing om meer dan drie procent van je uren-leraar te gebruiken voor BPT-uren. Opgelet, artikel 212, 2de lid van de Codex Secundair onderwijs verplicht je om hierover in je LOC een akkoord af te sluiten; erover onderhandelen volstaat dus niet. Jaarlijks gaat AGODI het gebruik van de BPT-uren na. Wanneer de drie-procentregel overschreden wordt zonder akkoord in het LOC, kan het Centraal Paritair Comité ingeschakeld worden om te bemiddelen;
  • de beslissing om meer dan drie procent van je urenpakket of van het lesurenpakket te gebruiken voor bijzondere pedagogische taken in het buitengewoon secundair onderwijs (art. 306 en 314 Codex secundair Onderwijs). Opgelet, beide artikels verplichten je om hierover in je LOC een akkoord af te sluiten; erover onderhandelen volstaat dus niet. Jaarlijks gaat AGODI het gebruik van de BPT-uren na. Wanneer de drie-procentregel overschreden wordt zonder akkoord in het LOC, kan het Centraal Paritair Comité ingeschakeld worden om te bemiddelen;
  • de afspraken over de inzet van het personeel bij de organisatie van een Se-n-Se of van een Se-n-Se als beroepsgerichte specialisatie. Het protocol van de onderhandelingen moet je trouwens toevoegen aan de samenwerkingsovereenkomst (art. 130, § 2, 2de lid, 6° en art. 134/2, 3de lid, 6° Codex Secundair Onderwijs);
  • de beslissing om uren-leraar in het kader van een Se-n-Se over te dragen aan een partner waarmee samengewerkt wordt (art. 130, § 2, 3de lid en art. 134/2, 4de lid Codex Secundair Onderwijs);
  • de regeling om lesdeelname aan een andere school mogelijk te maken (art. 136/1 (gewoon SO) en 260/1 (buitengewoon SO) Codex Secundair Onderwijs). De afspraken kunnen gaan over de duur van de lesbijwoning, over de deelname aan klassenraden, eventueel over de overdracht van uren-leraar ...;
  • de beslissing om CLIL (Content and Language Integrated Learning) aan te bieden (art. 168/1, § 2, 2° Codex 17 december 2010 Secundair Onderwijs);
  • de beslissing om een bestaande school te splitsen (art. 175, § 6 Codex Secundair onderwijs);
  • alle beslissingen in verband met de programmatie van structuuronderdelen in het gewoon secundair onderwijs (art. 177, 2de lid, art. 178, art. 179, 5de lid, art. 179/1, 3de lid, art. 179/2, § 1, 3de lid Codex Secundair Onderwijs);
  • alle beslissingen in verband met programmatie in het buitengewoon secundair onderwijs (art. 286, § 5, 2°, art. 289, § 4, art. 290/1, § 2, Codex Secundair Onderwijs);
  • de beslissing door een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs om een vrij programmeerbare opleiding aan te bieden (art. 20, 3de lid Decreet betreffende het stelsel van leren en werken);
  • de beslissing om een onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers in te richten indien je school niet behoort tot een scholengemeenschap (art. 179/3, 2de lid, 1°, b) Codex Secundair Onderwijs);
  • de beslissing om in het kader van het samenwerkingsverband dat afgesloten is voor de organisatie van de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs, lesuren over te dragen naar een andere partner van het samenwerkingsverband of naar de hogeschool (art. II.397, § 7, 1ste lid Codex Hoger Onderwijs);
  • de beslissing om lesuren over te dragen naar een centrum voor deeltijdse vorming of naar een andere instelling voor de realisatie van leerlinggebonden activiteiten voor jongeren met ernstige gedrags- of emotionele stoornissen en met een lichte verstandelijke beperking (art. 314/1 Codex Secundair Onderwijs);
  • de beslissing om lesuren, uren of omgezette begeleidingseenheden die de Vlaamse regering jaarlijks toekent met het oog op de invoering van ondersteuningsnetwerken in het buitengewoon onderwijs, over te dragen binnen het onderwijsniveau (art. 314/8, § 14de lid Codex Secundair Onderwijs);
  • de beslissing om middelen binnen een ondersteuningsnetwerk niet rechtstreeks te gebruiken voor leerling- of leerkrachtgerichte ondersteuning. Opgelet, hiervoor heb je het akkoord van je LOC nodig; erover onderhandelen volstaat dus niet (art. 314/8, § 8, 6de lid Codex Secundair Onderwijs);
  • de beslissing om duaal leren aan te bieden (art. 357/8, 2de lid Codex Secundair Onderwijs);
  • de compensatieregeling die in het kader van het duaal leren voorzien moet worden indien door de regels van de verkennende leerlingenstage of van de werkplekcomponent personeelsleden bijkomende verplichtingen zouden krijgen (art. 357/9, § 4, 2de lid en art. 357/23, 2de lid Codex Secundair Onderwijs);
  • de beslissing in een school van het buitengewoon SO van opleidingsvorm 3 en 4 om duaal leren aan te bieden (art. 357/63 Codex Secundair Onderwijs).
  • de beslissing om in het voltijds secundair onderwijs OKAN in te richten. De verplichting die volgt uit artikel 179/3 van de Codex Secundair onderwijs dat de programmatie van OKAN aangevraagd moet worden bij de Vlaamse Overheid,  is opgeheven door artikel 21 van het Oekraïne-decreet II van 22 april 2022.

Onder die noemer kunnen enkele materies geplaatst worden waarvoor de decreetgever expliciet onderhandelingsbevoegdheid voor het LOC voorziet:

  • de aanwending van je contingent leraarsuren over de opleidingen (art. 102, § 1 Decreet Volwassenenonderwijs);
  • wat je beschouwt als onderwijsopdracht en wat je niet beschouwt als onderwijsopdracht (art. 102, § 2, 2de lid Decreet Volwassenenonderwijs);
  • de criteria die je wilt toepassen om je puntenenveloppe te gebruiken (art. 105, § 5, 1ste lid Decreet Volwassenenonderwijs);
  • het gebruik van meer dan drie procent van je leraarsuren voor opdrachten die geen onderwijsopdrachten zijn (de zogenoemde coördinatieopdrachten die niet als onderwijsopdrachten beschouwd worden). Opgelet, hiervoor heb je het akkoord van je LOC nodig; onderhandelen erover volstaat dus niet (art. 102, § 2, 1ste lid Decreet Volwassenenonderwijs). AHOVOKS vraagt om over dit protocol te onderhandelen bij het begin van het schooljaar en om erin expliciet de omschrijving “de overschrijding van de drie procent coördinatie-uren andere opdrachten dan onderwijsopdrachten” op te nemen;
  • vanaf 1 september 2023: het aantal vacante leraarsuren dat je aan gastleraars wilt besteden (art. 98, § 3 Decreet Volwassenenonderwijs). Die regeling vervangt de vroegere regeling over de voordrachtgevers.
  • de overdracht van leraarsuren naar een ander centrum. Als je meer dan twee procent van die uren wilt overdragen, heb je daarvoor zelfs het akkoord van je LOC nodig (art. 103, § 1 Decreet Volwassenenonderwijs). Dit akkoord is dan weer niet nodig als je die uren overdraagt naar een centrum dat een wachtlijst heeft voor zijn opleidingen NT2 of dat ook onderwijsbevoegdheid heeft voor NT2 richtgraad 1 van de basiseducatie (art. 103, § 4 Decreet Volwassenenonderwijs);
  • de overdracht van niet-gebruikte leraarsuren naar het volgende schooljaar (art. 104, § 1 Decreet Volwassenenonderwijs). Als je meer dan twee procent van die uren wilt overdragen, heb je daarvoor zelfs het akkoord van je LOC nodig (art. 104, § 1, 2° Decreet Volwassenenonderwijs);
  • de overdracht van een aantal punten aan een ander centrum of naar het volgend schooljaar (art. 105, § 6 Decreet Volwassenenonderwijs;
  • de aanvraag voor een bijkomende onderwijsbevoegdheid en de aanvraag om een bestaande onderwijsbevoegdheid uit te oefenen in een andere vestigingsplaats dan deze waarvoor ze toegekend is zoals bepaald in artikel 64 van het Decreet Volwassenenonderwijs. Als je aanvraag niet vergezeld is van een protocol van je LOC, zal de bevoegde adviescommissie ze onontvankelijk verklaren (art. 11ter, 3de lid BVR van 19 juli 2007 betreffende de organisatie van het opleidingsaanbod in het volwassenenonderwijs). Als het gaat om een aanvraag voor een bijkomende onderwijsbevoegdheid in een vestigingsplaats die meer dan 25 km van je hoofdvestigingsplaats gelegen is, zal een protocol van akkoord van je LOC voor de Vlaamse regering “een zeer belangrijk element” zijn bij de beoordeling van de aanvraag (art. 64, § 1, 2de lid Decreet Volwassenenonderwijs);
  • de aanvraag om een bestaande onderwijsbevoegdheid voor een opleiding NT2 in een andere vestigingsplaats aan te wenden dan in de vestigingsplaatsen waarvoor deze toegekend was (art. 196sexies, § 6, 4° Decreet Volwassenenonderwijs);
  • iedere overheveling van een structuuronderdeel. Erover moet onderhandeld worden zowel in het LOC van het overhevelend centrum als in het LOC van het ontvangend centrum (art. 65, § 3 Decreet Volwassenenonderwijs). Als de aanvraag niet vergezeld is van een protocol van het aanvragende en van het ontvangende LOC, zal de bevoegde adviescommissie ze onontvankelijk verklaren (art. 11sexies, 2de lid BVR van 19 juli 2007 betreffende de organisatie van het opleidingsaanbod in het volwassenenonderwijs). Als het gaat om een aanvraag voor een vestigingsplaats die verder dan 25 km van de hoofdvestigingsplaats van het centrum gelegen is, dan zal een protocol van akkoord van de LOC’s van beide centra, voor de Vlaamse regering “een zeer belangrijk element” vormen bij de beoordeling van de aanvraag (art. 65, § 1, 2de lid Decreet Volwassenenonderwijs);
  • de afspraken over de inzet van je personeel in een samenwerkingsverband met een secundaire school voor de organisatie van een Se-n-Se als beroepsgerichte specialisatie (art. 134/2, 3de lid, 6° Codex Secundair Onderwijs);
  • het aanbieden van gecombineerd onderwijs (art. 72ter, § 1, 2de lid, 4° Decreet Volwassenenonderwijs);
  • de fusie van je centrum (art. 66, § 2 Decreet Volwassenenonderwijs). Artikel 27, 2° van het LOC-decreet bepaalt weliswaar dat het LOC over fusies slechts geïnformeerd moet worden, maar als lex specialis overrulet het Decreet Volwassenenonderwijs hier de lex generalis (LOC-decreet);
  • de aanvraag voor de organisatie van een examencommissie (art. 4, § 1, 2de lid, 3° BVR van 1 oktober 2010 betreffende de organisatie van examencommissies door een centrum voor volwassenenonderwijs). Bij de beoordeling van de aanvragen houdt de selectiecommissie trouwens rekening met de standpunten die in het LOC ingenomen zijn (art. 5, § 2, 10° BVR van 1 oktober 2010 betreffende de organisatie van examencommissies door een centrum voor volwassenenonderwijs).

Onder die noemer kunnen enkele materies geplaatst worden waarvoor de decreetgever expliciet onderhandelingsbevoegdheid voor het LOC voorziet:

  • de beslissing om volgens de bepalingen van artikel 23, § 2 van het Decreet internaten een samenwerkingsovereenkomst af te sluiten met een residentiële voorziening of met een multifunctioneel centrum voor minderjarige jongeren met een handicap. Het protocol van de onderhandelingen moet je als bijlage bij de samenwerkingsoverenkomst voegen (art. 23, § 2, 3de lid);
  • de overdracht van niet-gebruikte ORE naar een ander internaat (art. 33, § 1 Decreet internaten);
  • de overdracht van niet-gebruikte ORE naar het volgend schooljaar (art. 34, § 1 Decreet internaten); 
  • tot en met het schooljaar 2030-2031: het omzettingsplan dat je nodig hebt om op basis van artikel 167, § 1 van het Decreet internaten niet-gebruikte ORE te kunnen omzetten naar werkingsbudget. Je moet over dit omzettingsplan jaarlijks onderhandelen (art. 167, § 1, 2° Decreet internaten);
  • de overheveling van een internaat of van een vestigingsplaats. Erover moet onderhandeld worden zowel in het LOC van het overhevelend internaat als in het LOC van het ontvangend internaat (art. 46 Decreet internaten);
  • de fusie van je internaat. Erover moet onderhandeld worden in het LOC van de betrokken internaten (art. 47, 2de lid Decreet internaten). Artikel 27, 2° van het LOC-decreet bepaalt weliswaar dat het LOC over fusies slechts geïnformeerd moet worden, maar als lex specialis overrulet het Decreet internaten hier de lex generalis (LOC-decreet).

Natuurlijk kunnen er nog andere beslissingen zijn die invloed hebben op de arbeidsvoorwaarden. Ook deze kunnen maar na onderhandelingen in je LOC genomen worden. Voorbeelden zijn:

  • de beslissing om aan een project deel te nemen of deelname eraan te verlengen;
  • de beslissing om leerlingenvervoer te organiseren;
  • de beslissing om onderhoudstaken te outsourcen.

11 Het opstellen en het wijzigen van je arbeidsreglement (art. 32, 11° LOC-decreet)

sla link op in klembord

Kopieer

Hoe een arbeidsreglement opgesteld en aangepast moet worden, is eigenlijk federale materie die vastgelegd is in de Arbeidsreglementenwet van 8 april 1965. De Vlaamse decreetgever heeft een aantal bepalingen van die wet (arts. 11-14bis) buiten werking gesteld (art. 34, § 4 LOC-decreet) en vervangen door een eigen regeling … die de essentie van de federale regelgeving overneemt (art. 34, § 2 LOC-decreet).

Opgelet, het Vlaamse initiatief heeft niet de volledige Arbeidsreglementenwet buiten werking gesteld. De federale bepalingen over de inhoud (arts. 6-10) en over de manier van bekendmaking van het arbeidsreglement (art. 15) moet je wel nog naleven. De instellingen die geen LOC hebben, moeten natuurlijk alle bepalingen van de Arbeidsreglementenwet respecteren.

Artikel 6 van de Arbeidsreglementenwet somt 19 items op die in een arbeidsreglement vastgelegd moeten worden. Aan deze items heeft de Vlaamse decreetgever een twintigste item toegevoegd: de afspraken die je in opvolging van Onderwijscao XII gemaakt hebt over deconnectie.

Artikel 6 van de Arbeidsreglementenwet somt 19 items op die in een arbeidsreglement vastgelegd moeten worden. Aan deze items heeft de Vlaamse decreetgever twee items toegevoegd:

  • de afspraken die je in opvolging van Onderwijscao XII gemaakt hebt over deconnectie;
  • als je interactief afstandsonderwijs wil aanbieden: de wijze waarop de personeelsleden daarbij ingezet zullen worden (art. 122/5 Codex Secundair Onderwijs).

Gemakshalve heeft het Centraal Paritair Comité een model van arbeidsreglement opgesteld. Het reglement en een leidraad erbij zijn te raadplegen op de PRO.-website. Het staat je natuurlijk vrij om – in samenspraak met je LOC – voor je school een eigen reglement op te stellen of om het model aan te passen.

Gemakshalve heeft het Centraal Paritair Comité een model van arbeidsreglement opgesteld. Het reglement en een leidraad erbij zijn te raadplegen op de PRO.-website. Het staat je natuurlijk vrij om – in samenspraak met je LOC – voor je centrum een eigen reglement op te stellen of om het model aan te passen.

Het is niet nodig om voor iedere wijziging de procedure te doorlopen die artikel 34, § 2 van het LOC-decreet oplegt. Wijzigingen die van tijdelijke of administratieve aard zijn, kunnen eenvoudig doorgevoerd worden (art. 34, § 3 LOC-decreet).

De onderhandelingen over het arbeidsreglement of over een wijziging ervan moeten tot een akkoord leiden. Voor het geval dit niet zo is, heeft de decreetgever – opnieuw naar analogie met de Arbeidsreglementenwet – een procedure voorzien waarin het Centraal Paritair Comité als bemiddelaar optreedt, of indien nodig, zelf knopen kan doorhakken (art. 34, § 2 LOC-decreet).

Over welke onderwerpen moet je in het LOC een akkoord bereiken?

sla link op in klembord

Kopieer

Volgens het LOC-decreet heeft het LOC slechts vier soorten bevoegdheden:

  • informatierecht
  • onderhandelingsbevoegdheid
  • controlebevoegdheid
  • bemiddelingsbevoegdheid

Maar feitelijk heeft het LOC ook een vijfde bevoegdheid, namelijk een veto-bevoegdheid. Een aantal beslissingen kun je immers slechts nemen indien je LOC daarmee akkoord gaat.

Het gaat om:

  • het opstellen of wijzigen van het arbeidsreglement (art. 34, § 2 LOC-decreet);
  • het professionaliseringsplan met het nascholingsbeleid (art. 8, 3de lid Kwaliteitsdecreet);
  • de beslissing om meer dan drie procent van je lestijden- en urenpakket te gebruiken voor BPT-uren (art. 163bis Decreet basisonderwijs);
  • de beslissing om meer lestijden om te zetten naar uren en omgekeerd, om beter te kunnen inspelen op de ondersteuningsnoden van bepaalde leerlingen of voor het behoud van expertise en tewerkstelling om die leerlingen te kunnen ondersteunen (art. 172quinquies/1, § 3, 3de lid Decreet basisonderwijs);
  • de afspraken die je gemaakt hebt over de deconnectie (Onderwijscao XII). De afspraken zelf moet je overeenkomen in je CPBW maar aangezien ze als een bijlage bij het arbeidsreglement gevoegd worden, heb je ook het akkoord nodig van je LOC.

Het gaat om:

  • het opstellen of wijzigen van het arbeidsreglement (art. 34, § 2 LOC-decreet);
  • het professionaliseringsplan met het nascholingsbeleid (art. 8, 3de lid Kwaliteitsdecreet);
  • de overschrijding van de drie-procentregel voor de inrichting van BPT-uren (art. 212, 2de lid Codex Secundair Onderwijs);
  • de beslissing om meer dan drie procent van het urenpakket of van het lesurenpakket te gebruiken voor bijzondere pedagogische taken in het buitengewoon secundair onderwijs (art. 306 en 314 Codex Secundair Onderwijs);
  • de beslissing om middelen binnen een ondersteuningsnetwerk niet rechtstreeks te gebruiken voor leerling- of leerkrachtgerichte ondersteuning (art. 314/8, § 8, 6de lid Codex Secundair Onderwijs).
  • de afspraken die je gemaakt hebt over de deconnectie. De afspraken zelf moet je overeenkomen in je CPBW maar aangezien ze als een bijlage bij het arbeidsreglement gevoegd worden, heb je ook het akkoord nodig van je LOC.
  • De manier waarop je je personeel inzet als je interactief afstandsonderwijs aanbiedt. Je hebt een akkoord nodig omdat je de gemaakte afspraken moet opnemen in je arbeidsreglement (art. 122/5 Codex Secundair Onderwijs).

Het gaat om:

  • het opstellen of wijzigen van het arbeidsreglement (art. 34, § 2 LOC-decreet);
  • het professionaliseringsplan met het nascholingsbeleid (art. 8, 3de lid Kwaliteitsdecreet);
  • de afspraken die je gemaakt hebt over de deconnectie. De afspraken zelf moet je overeenkomen in je CPBW maar aangezien ze als een bijlage bij het arbeidsreglement gevoegd worden, heb je ook het akkoord nodig van je LOC.

Het gaat om:

  • het opstellen of wijzigen van het arbeidsreglement (art. 34, § 2 LOC-decreet);
  • het professionaliseringsplan met het nascholingsbeleid (art. 8, 3de lid Kwaliteitsdecreet);
  • Het gebruik van meer dan drie procent van je leraarsuren voor opdrachten die geen onderwijsopdrachten zijn (de zogenoemde coördinatieopdrachten). AHOVOKS vraagt om over dit protocol te onderhandelen bij het begin van het schooljaar en om erin expliciet de omschrijving “de overschrijding van de drie procent coördinatie-uren andere opdrachten dan onderwijsopdrachten” op te nemen;
  • de overdracht van meer dan twee procent van je leraarsuren naar een ander centrum (art. 103, § 1 Decreet Volwassenenonderwijs). Dit akkoord is niet nodig indien je die uren overdraagt naar een centrum dat een wachtlijst heeft voor zijn opleidingen NT2 of dat ook onderwijsbevoegdheid heeft voor NT2 richtgraad 1 van de basiseducatie (art. 103, § 4 Decreet Volwassenenonderwijs);
  • de overdracht van meer dan twee procent van je niet-gebruikte leraarsuren naar het volgende schooljaar (art. 104, § 1, 2° Decreet Volwassenenonderwijs);
  • de afspraken die je gemaakt hebt over de deconnectie. De afspraken zelf moet je overeenkomen in je CPBW maar aangezien ze als een bijlage bij het arbeidsreglement gevoegd worden, heb je ook het akkoord nodig van je LOC.

Daarnaast zijn er nog twee dossiers die je ter onderhandeling aan je LOC moet voorleggen, maar waarbij een protocol van akkoord van je LOC voor de Vlaamse regering “een zeer belangrijk element” zal zijn bij de beoordeling van de aanvraag. Het gaat om:

  • de aanvraag voor een bijkomende onderwijsbevoegdheid in een vestigingsplaats die meer dan 25 km van je hoofdvestigingsplaats gelegen is (art. 64, § 1, 2de lid Decreet Volwassenenonderwijs);
  • de overheveling van een structuuronderdeel naar een vestigingsplaats die verder dan 25 km van de hoofdvestigingsplaats van het centrum gelegen is (art. 65, § 1, 2de lid Decreet Volwassenenonderwijs).

Hoe moeten de onderhandelingen in het LOC concreet gevoerd worden?

sla link op in klembord

Kopieer

Voor de onderhandelingen

sla link op in klembord

Kopieer

Om de onderhandelingen in het LOC behoorlijk te kunnen voorbereiden, is in Onderwijscao IX van 10 december 2010 afgesproken dat de LOC-leden vooraf alle documenten – officiële en andere – moeten ontvangen (punt 2.1. Onderwijscao IX). Die afspraak geldt uiteraard niet voor de documenten die opgesteld zijn op basis van de uitkomst van de onderhandelingen.

Aangezien de te onderhandelen onderwerpen altijd personeelsgerelateerd zijn, is in diezelfde cao ook afgesproken dat het bestuur de personeelseffecten van een voorgenomen maatregel schriftelijk en in principe op voorhand, ter beschikking stelt (punt 2.2. Onderwijscao IX). Die afspraak moet natuurlijk maar toegepast worden in de mate dat hij zinvol is in een concrete onderhandelingsmaterie.

Tijdens de onderhandelingen

sla link op in klembord

Kopieer

Als er consensus is

sla link op in klembord

Kopieer

Indien de onderhandelingen tot een consensus leiden, wordt dit zo opgetekend in een protocol (art. 34, § 1 LOC-decreet). Opgelet, dit protocol bindt je als bestuur. Wat in onderling overleg overeengekomen is, kun je nadien niet meer eenzijdig wijzigen (art. 35, 2de lid LOC-decreet).

Wat vandaag misschien een goede afspraak is, komt in de toekomst mogelijk onder druk door veranderde inzichten of door een veranderde context. Het is daarom aangewezen om in het protocol van akkoord ook af te spreken hoe de overeenkomst beëindigd kan worden ofwel om het protocol van akkoord zelf in tijd te beperken. Bepalingen over de geldigheidsduur zijn in de privésector trouwens een verplicht onderdeel van de cao’s die afgesloten worden in het kader van de Cao-wet van 5 december 1968 (art. 16, 5°).

Als er geen akkoord is

sla link op in klembord

Kopieer

Als er na onderhandeling geen akkoord bereikt wordt, moeten de standpunten van het bestuur en van de personeelsafgevaardigden in het protocol opgetekend worden (art. 34, § 1 LOC-decreet). Dit betekent dat er in het LOC niet hoofdelijk gestemd wordt, maar per geleding.

Als er een gedeeltelijk akkoord is

sla link op in klembord

Kopieer

Een onderhandeling kan ook leiden tot een gedeeltelijk akkoord. In dit geval wordt in het protocol genoteerd waarover er een akkoord bestaat en waarover niet. Over de aspecten waarover er geen akkoord is, worden in het protocol de respectievelijke standpunten geformuleerd.

Na de onderhandelingen

sla link op in klembord

Kopieer

Pas als een onderhandeling afgelopen is en de neerslag ervan in een protocol opgenomen is, kan het bestuur een beslissing nemen. Dit is zo overeengekomen in punt 2.3. van Onderwijscao IX van 10 december 2010. Indien er consensus of een gedeeltelijk akkoord bereikt is over een voorgenomen maatregel, moet je die maatregel uitvoeren zoals overeengekomen is.

Maar ook bij een protocol van niet-akkoord heb je als bestuur juridisch de mogelijkheid om de voorgenomen maatregel toch te nemen. Besef daarbij wel dat dit de sociale vrede in je instelling wellicht niet ten goede zal komen.

Als je na de onderhandeling in je LOC een beslissing wilt uitvoeren, moet je altijd verwijzen naar de gevoerde onderhandelingen en moet je het nummer van het protocol in kwestie vermelden (punt 2.3. Onderwijscao IX).

Strikt genomen gelden de afspraken die in Onderwijscao IX gemaakt zijn enkel voor die materies die je verplicht ter onderhandeling aan het LOC moet voorleggen. In het kader van goed werkgeverschap kan het natuurlijk geen kwaad om dezelfde werkwijze te hanteren voor die materies die je uit eigen initiatief ter onderhandeling aan je LOC voorgelegd hebt.

Wat is een protocol?

sla link op in klembord

Kopieer

Een protocol is niet meer dan een document waarin het resultaat van een onderhandeling in je LOC genotuleerd moet worden (art. 34, § 1 LOC-decreet). Idealiter wordt over een voorgenomen maatregel een volledig akkoord bereikt. Het kan natuurlijk ook zijn dat er slechts over bepaalde onderdelen van de maatregel een akkoord bereikt wordt of dat je zelfs helemaal geen akkoord bereikt.

Bij een consensus wordt een ‘protocol van akkoord’ gegeven.

Bij een gedeeltelijk akkoord wordt gesproken over een ‘protocol van gedeeltelijk akkoord’.

Wanneer beide geledingen het helemaal niet eens geraakt zijn, wordt een ‘protocol van niet-akkoord’ gegeven.

Artikels 16 tot 20 van het model van huishoudelijk reglement van het LOC dat opgesteld is door het Centraal Paritair Comité voor het Katholiek Onderwijs, schrijft voor hoe het protocol tot stand moet komen.

Een model van protocol is beschikbaar op de PRO.-website. Het houdt rekening met de drie mogelijke uitkomsten van een onderhandeling (akkoord, gedeeltelijk akkoord, niet-akkoord). 

Om de inspraak van de personeelsleden te verbeteren, is in Onderwijscao IX van 10 december 2010 ook de afspraak gemaakt dat alle personeelsleden na afloop van de onderhandelingen de protocollen en de bijhorende beslissingen vlot moeten kunnen raadplegen (punt 2.3 Onderwijscao IX). Dit kan bijvoorbeeld door die documenten op het intranet beschikbaar te stellen of door af te spreken dat ze voor alle personeelsleden ter inzage liggen bij de secretaris van het LOC.

Waaruit bestaat de toezichtsbevoegdheid van het LOC?

sla link op in klembord

Kopieer

Je LOC is bevoegd om na te gaan of de sociale wetgeving en de arbeidsgerichte bepalingen – het decreet heeft het over de “sociale en administratieve reglementeringen” - uit de onderwijswetgeving correct toegepast worden (art. 36 LOC-decreet).

De sociale wetgeving verwijst naar al wat te maken heeft met het arbeidsrecht en met het socialezekerheidsrecht. Je LOC kan dus bijvoorbeeld de correcte naleving nagaan van:

  • de bepalingen van de Arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978 voor de contractuele personeelsleden;
  • de algemene principes van het arbeidsrecht die van toepassing zijn op de gesubsidieerde personeelsleden;
  • de hersamenstelling van de inspraakorganen (LOC, CPBW).

Wat de arbeidsgerichte bepalingen uit de onderwijswetgeving betreft, kan het bijvoorbeeld gaan om toezicht op de correcte naleving van de regelgeving in verband met:

  • de aanvangsbegeleiding
  • de TADD-regeling
  • de vacantverklaring en vaste benoeming
  • de clustering van opdrachten van deeltijdse personeelsleden

De toezichtsbevoegdheid kan uitgeoefend worden naar aanleiding van vermeende onregelmatigheden of op eigen initiatief.

Om zijn bevoegdheid te kunnen uitoefenen, moet je LOC natuurlijk over de nodige informatie kunnen beschikken. Hoeveel en welke informatie je daarvoor ter beschikking moet stellen, is niet in strikte regels te vatten.

Omdat de toezichtsbevoegdheid een inmenging inhoudt in het recht van besturen om hun werking autonoom te regelen enerzijds en in de persoonlijke levenssfeer van de collega-personeelsleden anderzijds, moet die bevoegdheid alleszins terughoudend uitgeoefend worden. Op basis van rechtspraak, kunnen we je volgende kapstokken aanreiken:

  • de vraag om informatie moet altijd een reglementair (wettelijk/decretaal) doel dienen. Bij de vraag om informatie moet dit doel duidelijk omschreven worden;
  • het ingezette middel moet nodig zijn, wat wil zeggen dat de informatie die men wil bekomen, niet op een andere wijze bekomen kan worden;
  • het ingezette middel moet proportioneel zijn ten aanzien van het doel, wat wil zeggen dat er geen kanon ingezet mag worden om op een mug te schieten. Ook de decreetgever besefte dit want in zijn toelichtende memorie heeft hij aangegeven dat de toezichtsbevoegdheid enkel betekent dat het LOC over de nodige stukken moet kunnen beschikken, en niet dat het LOC een inzagerecht heeft in alle personeelsdossiers (Parl.St. Vl.Parl. 703, 1994-1995, nr. 1, 8);
  • de geldende regels over de ‘Algemene Verordening Gegevensbescherming’ (GDPR) van 27 april 2016 moeten gerespecteerd worden. Daarom moet het toezicht uitgeoefend worden op een wijze die de minste schending van de persoonlijke levenssfeer inhoudt. In de mate van het mogelijke moet informatie uit personeelsdossiers daarom geanonimiseerd worden. Bovendien mogen de LOC-leden die gegevens niet langer bewaren dan nodig is om het doel van het toezicht te bereiken.

Waaruit bestaat de bemiddelingsbevoegdheid van het LOC?

sla link op in klembord

Kopieer

Je LOC kan bemiddelen bij elk geschil in je instelling dat een collectief karakter heeft (art. 37 LOC-decreet). Dat wil zeggen dat je LOC niet bevoegd is om tussen te komen in een geschil tussen een individueel personeelslid en het bestuur, maar wel als het gaat om een conflict tussen een groep of categorie van personeelsleden en het bestuur.

Hoe die bevoegdheid uitgeoefend moet worden, behoort tot de autonomie van je LOC.

Contact

Jan-Baptist De Smet
stafmedewerker
      02 529 04 17
      ×
      Kijkt als...
      Niveau
      Regio