Realiseer je een leerplan waarin een rubriek voorkomt met STEM-doelen?
Deze tekst wil inspiratie aanreiken bij het leerplandoel “De leerlingen analyseren de wisselwerking tussen wetenschappen, technologie, wiskunde en de maatschappij aan de hand van maatschappelijke uitdagingen”.
Enkele algemene inzichten uit de vakliteratuur over wisselwerkingen worden toegelicht zodat je met die achtergrond meer betekenis kan geven aan tal van concrete situaties en voorbeelden. Ook een aantal didactische mogelijkheden komen aan bod.
Biologie-chemie - 3de graad - D-finaliteit
Biotechnologische en chemische wetenschappen B+S - 3de graad - D-finaliteit
Biologie - 3de graad - D-finaliteit
Biotechnologische wetenschappen B+S
Biologie - 2de graad - D-finaliteit
Biotechnologische en chemische STEM-wetenschappen B+S - 3de graad - D-finaliteit
Biologie-chemie - 2de graad - D-finaliteit
Biotechnologische STEM-wetenschappen B+S
Natuurwetenschappen B+S - 2de graad - D/A-finaliteit
Natuurwetenschappen - 3de graad - D/A-finaliteit
Natuurwetenschappen - 2de graad - D/A-finaliteit
Natuurwetenschappen B' - 2de graad - D/A-finaliteit
Natuurwetenschappen B+S’ - 3de graad - D/A-finaliteit
Natuurwetenschappen 1ste graad - A-stroom
Fysica - Natuurwetenschappen - 2de graad - D-finaliteit
Chemie - Natuurwetenschappen - 2de graad - D-finaliteit
Biologie - Natuurwetenschappen - 2de graad - D-finaliteit
Biologie - Natuurwetenschappen B+S - 2de graad - D-finaliteit
Fysica - Natuurwetenschappen B+S - 2de graad - D-finaliteit
Chemie - Natuurwetenschappen B+S - 2de graad - D-finaliteit
Fysica - Biotechnieken B+S - 2de graad - D/A-finaliteit
Biologie - Biotechnieken B+S - 2de graad - D/A-finaliteit
Chemie - Natuurwetenschappen B+ - 2de graad - D-finaliteit
Fysica - Natuurwetenschappen B+ - 2de graad - D-finaliteit
Biologie - Natuurwetenschappen B+ - 2de graad - D-finaliteit
Chemie - Biotechnieken B+S - 2de graad - D/A-finaliteit
Fysica - Natuurwetenschappen - 3de graad - D-finaliteit
Biologie - Natuurwetenschappen - 3de graad - D-finaliteit
Chemie - Natuurwetenschappen - 3de graad - D-finaliteit
Chemie - Natuurwetenschappen B+S - 3de graad - D-finaliteit
Biologie - Natuurwetenschappen B+S - 3de graad - D-finaliteit
Fysica - Natuurwetenschappen B+S - 3de graad - D-finaliteit
Fysica - Natuurwetenschappen B+S’’ - 3de graad - D-finaliteit
Natuurwetenschappen B+S - 3de graad - D/A-finaliteit
Biologie - Natuurwetenschappen B+S’’ - 3de graad - D-finaliteit
Fysica - Natuurwetenschappen B+S’ - 3de graad - D-finaliteit
Biologie - Natuurwetenschappen B+S’ - 3de graad - D-finaliteit
Chemie - Natuurwetenschappen B+S’’ - 3de graad - D-finaliteit
Chemie - Natuurwetenschappen B+S’ - 3de graad - D-finaliteit
Chemie - Biotechnologische en chemische technieken B+S - 3de graad - D/A-finaliteit
Biologie - Biotechnologische en chemische technieken B+S - 3de graad - D/A-finaliteit
Fysica - Biotechnologische en chemische technieken B+S - 3de graad - D/A-finaliteit
Fysica - Natuurwetenschappen B+S’’’ - 3de graad - D-finaliteit
Biologie - Natuurwetenschappen B+S’’’ - 3de graad - D-finaliteit
Chemie - Natuurwetenschappen B+S’’’ - 3de graad - D-finaliteit
Natuurwetenschappen B+S' - 2de graad - D/A-finaliteit
Natuurwetenschappen 1ste graad - B-stroom
Natuurwetenschappen - 7de leerjaar
Realiseer je een leerplan waarin een rubriek voorkomt met STEM-doelen? Deze tekst bij inspirerend materiaal van de leerplanpagina wil inspiratie aanreiken bij het leerplandoel “De leerlingen analyseren de wisselwerking tussen wetenschappen, technologie, wiskunde en de maatschappij aan de hand van maatschappelijke uitdagingen”.
Enkele algemene inzichten uit de vakliteratuur over wisselwerkingen worden toegelicht zodat je met die achtergrond meer betekenis kan geven aan tal van concrete situaties en voorbeelden. Ook een aantal didactische mogelijkheden komen aan bod. Bij dit leerplandoel vind je twee teksten met inspirerende achtergrond en lesideeën .
In wat volgt wordt gefocust op de wisselwerking met technologie en de maatschappij. Er is vooral aandacht voor mogelijkheden om het beheersingsniveau ‘analyseren’ te realiseren bij het leerplandoel. Op vlak van maatschappelijke uitdagingen wordt de link gelegd met de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's) van de Verenigde Naties. In de tekst wordt ook de link gelegd naar inhoudelijke leerplandoelen volgens de betrokken leerplanthema’s Natuurwetenschappen voor de eerste, de tweede en de derde graad. Om dit leerplandoel te realiseren is het belangrijk om rekening te houden met de context van de studierichting en de beschikbare curriculumtijd. In leerplannen voor de eerste graad volstaat het dat leerlingen de wisselwerking illustreren.
Inzicht ontwikkelen in wisselwerkingen tussen wetenschap, technologie en maatschappij is belangrijk om in een wetenschappelijke en technologische samenleving te functioneren. Dat kan worden geconcretiseerd als volgt.
Een actuele casus biedt veel mogelijkheden om de wisselwerking tussen wetenschappen, technologie, wiskunde en de maatschappij te illustreren of te analyseren en daarbij de link te leggen naar maatschappelijke uitdagingen.
In de eerste en de tweede graad kan je instappen met een korte, toegankelijke bron (bv. Karrewiet, Scientias), verdiepen met een wetenschapsartikel (bv. EOS, New Scientist NL) en kritisch reflecteren aan de hand van een mediawijsheidsopdracht (Mediawijs).
Overzicht van bruikbare bronnen die een geschikte casus kunnen aanreiken.
Bron/publicatie Waarom geschikt voor leerlingen Karrewiet
(Ketnet/VRT MAX) Nieuws “op kindermaat”, met korte video’s en duidelijke uitleg. Scientias.nl Korte, vlot geschreven stukken over nieuw onderzoek; vaak goed inzetbaar als actualiteitsbron in de klas. Podcasts met wetenschap achter het nieuws, heldere uitleg bij moeilijke concepten helder en kritische beschouwingen bij te stellige beweringen. EOS Wetenschap Toegankelijk wetenschapsplatform met artikels, blogs en podcasts. Er is ook een aanbod voor jonge lezers. New Scientist NL (maandblad) Populair wetenschapsplatform met veel nieuws over wetenschap en technologie; bruikbaar voor sterkere lezers of met begeleiding door de leraar. Er is ook een kinderrubriek, ‘Young Scientist’, voor kinderen van 8 tot 12 jaar.
KIJK
(vierwekelijiks) Nederlands tijdschrift met laagdrempelige achtergrondverhalen over natuur, ruimte en techniek voor jong en oud.
Quest
(vierwekelijks) Populair-wetenschappelijk blad gericht op beantwoording van (wetenschappelijk) intrigerende vragen. Mediawijs EDUbox Mediawijs is het Vlaams Kenniscentrum Digitale en Mediawijsheid.
De EDUboxen helpen actief, creatief, kritisch en bewust omgaan met digitale technologie & media. Bruikbaar om actuele onderwerpen klasgeschikt te maken. Wablieft Kranten met nieuws in duidelijke taal zowel online als op papier. Als alternatief of extra ondersteuning voor leerlingen die baat hebben bij eenvoudigere taal. Wablieft Start is een nog eenvoudiger versie.
Universiteit van Vlaanderen
Universiteit van Nederland Wetenschap voor iedereen met video’s, podcasts, shorts en stories. Het Archief voor Onderwijs Vlaams platform met actueel audiovisueel materiaal geselecteerd door leerkrachten, voor leerkrachten. Our World in Data Project van het Global Change Data Lab, een non-profit organisatie uit het Verenigd Koninkrijk. De website ontsluit onderzoeksdata voor het brede publiek over de belangrijkste wereldproblemen. Zinvolle insteek rond de interpretatie van cijfergegevens (link naar Wiskunde). Rijke teksten Website van Taalunie met voorbeelden van rijke teksten voor leerlingen van 2 tot 18 jaar om taal- en zaakvaklessen mee te verrijken. Het platform biedt ook inspiratie om didactisch aan de slag te gaan met rijke teksten. Gebruiken in overleg met de leraar Nederlands. Leesassistent Aanbod met oefeningen voor het ontwikkelen van lees- en luistervaardigheid op basis van actuele teksten. Gebruiken in overleg met de leraar Nederlands.
Voor de tweede en de derde graad hebben naast de in de tabel aangegeven bronnen ook de reguliere dag- en weekbladen een interessant aanbod met artikels over natuur en techniek.
Vakoverschrijdend werken met actua over wetenschap, technologie en maatschappij
Je kan op bondige wijze ingaan op een casus binnen het vak Natuurwetenschappen. Rond wisselwerkingen tussen wetenschap, technologie en maatschappij kan er evenwel ook zinvol worden samengewerkt met het vak Nederlands en eventuele technologievakken in de studierichting. De voorbereiding kan grotendeels plaatsvinden tijdens de lessen Nederlands. Op die manier krijgen leerlingen voldoende tijd om teksten te lezen, bronnen te beoordelen, informatie te verwerken en hun bevindingen helder te formuleren. Ook leraren moderne vreemde talen kunnen worden betrokken bij het omgaan met teksten.
Mogelijke richtvragen voor de leerlingen:
Leg kort uit welk onderwerp jullie gekozen hebben.
Vermeld de titel, auteur, datum en bron.
Leg uit waarom mensen hierover spreken of waarom dit onderwerp gevolgen heeft voor mens, milieu of samenleving.
Denk aan begrippen uit biologie, chemie, fysica, aardrijkskunde, wiskunde, milieu, gezondheid of technologie.
Welke positieve gevolgen of mogelijkheden biedt die ontwikkeling?
Zijn er gevolgen voor het milieu, de gezondheid, dieren, planten, privacy, veiligheid of de samenleving?
Wie is voorstander? Wie heeft twijfels of kritiek? Waarom?
Waarom wel of niet? Let op auteur, datum, organisatie, taalgebruik, cijfers en verwijzingen naar onderzoek.
Formuleer een duidelijk standpunt en ondersteun dat met argumenten uit jullie bronnen.
Wat zouden jullie nog verder willen onderzoeken?
Mogelijk eindproduct
Als eindproduct kunnen de leerlingen hun bevindingen voorstellen aan de klas. Dat kan op verschillende manieren: een korte presentatie, een affiche, een poster, een infografiek, een debat, een klasgesprek; een korte geschreven synthese, een nieuwsbericht of een opiniestuk, een digitale presentatie.
Het is belangrijk dat de leerlingen niet zomaar informatie kopiëren, maar leren om informatie te verwerken, te vergelijken en kritisch te beoordelen. Ze lichten toe waarom hun thema belangrijk is, welke wetenschappelijke kennis ermee verbonden is en welke impact het heeft op de samenleving.
Het ‘control dilemma’ is een belangrijk concept om inzicht te krijgen in de wisselwerking tussen technologie, wetenschap, wiskunde en de maatschappij (Smit en Van Oost, 1999).
Daarbij wordt gefocust op verschillen tussen een sterk ingebedde technologie en een minder ingebedde of recente technologie.
Een sterk ingebedde technologie wordt wijdverspreid gebruikt en is opgenomen in wetten, systemen en routines. Een minder ingebedde of recente technologie is nog nieuw, minder verspreid of nog niet volledig opgenomen in het dagelijks leven en in maatschappelijke structuren.
Hoe meer een technologie ingebed raakt in de maatschappij, hoe moeilijker het wordt om aan bijsturing te doen. Een vroege inschatting van (mogelijke) risico’s en effecten is belangrijk. Daarin spelen wetenschappen en wiskunde een belangrijke rol. Heel wat effecten worden evenwel pas duidelijk na sterke verspreiding van een technologie. In de beginfase van de technologieverspreiding, het beste moment om bij sturen, zijn er vaak veel onzekerheden over mogelijke effecten. Voorbeeld: bij een nieuw gewasbeschermingsmiddel voor de landbouw zijn er nog weinig epidemiologische gegevens over gezondheidseffecten.
Figuur: Smit, W., & Van Oost, E. (1999).
Onderstaande strategieën worden in de samenleving vaak aangewend om beter om te gaan met het control dilemma.
In een vroeg stadium nadenken over mogelijke toepassingen, risico’s, maatschappelijke gevolgen en ethische vragen.
Ga op zoek naar een passend artikel. Je kan aansluiting vinden bij een leerplanthema.
Bespreek bij een gegeven krantenkop de volgende kenmerken.
Voorbeelden van relevante krantenkoppen bij een gegeven leerplanthema.
Leerplanthema Domein en type technologie Voorbeeld van relevante actua Omschrijving van het risico Didactische bruikbaarheid Eerste graad
Relaties tussen verschillende organismen in een biotoop en rol van (a-)biotische factoren
Robotmaaiers (tuin-technologie;minder ingebed, recent)
Pesticiden (chemische technologie; sterk ingebed) ‘Wallonië verbiedt robotmaaiers tussen 18 uur en 9 uur om egels beter te beschermen’ — Het Nieuwsblad, 3 juli 2025.
‘Bijen sterven door overmatig gebruik insecticiden’— De Standaard, 17 april 2012. Robotmaaiers verstoren of verwonden nachtdieren;
pesticiden verstoren voedselrelaties en doden bestuivers. Goed om voedselketens, predator-prooirelaties, bestuiving en menselijke invloed op biotopen te bespreken. Tweede graad
Kracht en verandering van beweging Transport-technologie — fatbikes (recente, minder ingebedde technologie) ‘Hasselt wil gevaarlijke fatbikes aan banden leggen, met hulp van speciale testbank van politie LRH’ — Nieuwsblad, 11 augustus 2025. Hogere snelheid en massa vergroten remweg, botsingskracht en letselrisico. Zeer betekenisvol voor leerlingen: krachten, versnelling, remmen en verkeersveiligheid worden concreet. Derde graad
Kunststoffen Kunststoffen / afvalketen (sterk ingebed) “Plastic-professor Jana Asselman: ‘De vervuiling is overal: als je over straat loopt, adem je microplastics in’” — De Standaard, 30 november 2024. Kunststoffen zijn zo ingebed in productie en consumptie dat microplastische vervuiling moeilijk te voorkomen en te reguleren is. Goed om polymeren, toepassingen van kunststoffen en afvalproblematiek te verbinden.
Merk op
Mogelijke klasvraag: “Waarom is het vaak makkelijker om te waarschuwen voor een nieuwe technologie dan om een oude, ingebedde technologie echt te veranderen of te reguleren?”
Raadpleeg deze inspiratietabel met actua gekoppeld aan leerplanthema’s Natuurwetenschappen in de eerste, de tweede en de derde graad.
De Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's) zijn 17 doelen die door de Verenigde Naties zijn opgesteld als een mondiaal "draaiboek" voor een betere en duurzamere toekomst tegen 2030. Deze doelen zijn goede voorbeelden van maatschappelijke uitdagingen waarin Wetenschap, Technologie en Wiskunde een belangrijke rol kunnen spelen.
Afbeelding: economische, sociale en ecologische aspecten van SDG’s. Azote for Stockholm Resilience Centre, Stockholm University CC BY-ND 3.
Om wisselwerkingen met de samenleving beter te begrijpen is het zinvol om een aantal typische actoren in de samenleving te onderscheiden.
De volgende actoren in de samenleving kunnen een actieve rol spelen bij wisselwerkingen.
SDG’s en de mogelijke rol van maatschappelijke actoren voor diverse technologieën
Onderstaande overzichtstabel schetst voorbeelden van de mogelijke rol die maatschappelijke actoren kunnen opnemen in het nastreven van SDG’s. Die mogelijke rol wordt geschetst voor verschillende technologieën.
Je kan via een leeractiviteit leerlingen in groep een technologie laten analyseren op haar bijdrage aan de SDG’s. Ze onderzoeken zowel kansen als risico’s, koppelen die aan duurzame ontwikkelingsdoelen en nemen beargumenteerd een standpunt in. Zo leren ze kritisch reflecteren over de maatschappelijke impact van technologie en de rol van maatschappelijke actoren.
Focus binnen klasgroepjes op enkele SDG’s. Kies binnen een groep voor een technologie en verken die verder.
Klassikale reflectie met algemene bedenkingen bij wisselwerkingen
Het leerplandoel rond reflecteren over aangereikte toepassingen en processen in het kader van duurzame chemie komt aan bod in alle leerplannen Natuurwetenschappen met doelen chemie voor D- en D/A-finaliteit. Om dat leerplandoel te realiseren kan je toepassingen of processen benaderen vanuit verschillende perspectieven of kijkrichtingen bv. technologisch of innovatief, ecologisch, wetenschappelijk, economisch perspectief of vanuit risicomanagement. Je kan die perspectieven gebruiken om de reflectie van leerlingen te structureren of om te differentiëren in de klas. Op die manier kan je het STEM-doel “De leerlingen analyseren de wisselwerking tussen wetenschappen, technologie, wiskunde en de maatschappij aan de hand van maatschappelijke uitdagingen” mee realiseren. Op de pro-pagina staan tal van inspirerende voorbeelden.
Acties van en regulering door overheden bij het beheersen van risico’s
Overheden spelen vaak een cruciale rol om bezorgdheden van de samenleving op te vangen en te vertalen in beleid en acties.
Voorbeelden van acties door actoren om (wetenschappelijke) kennis over nieuwe technologische ontwikkelingen bij de bevolking te verhogen:
Acties van actoren om onderzoek en ontwikkeling te ondersteunen:
Regulering van technologiegebruik:Beheersprincipes Betekenis Voorbeeld in Europa 1. Verbod Een technologie wordt volledig verboden omdat de risico’s te groot zijn. Het gebruik van asbest is in de EU volledig verboden sinds 2005 vanwege de link met longkanker en asbestose.Besluit van de Europese Commissie om geen genetisch gemodificeerd voedsel toe laten in de menselijke voedselketen.
2. ALARA/ALARP
(As Low As Reasonably Achievable/practible)Risico’s moeten zo laag mogelijk worden gehouden, rekening houdend met economische en technische haalbaarheid. In de Europese nucleaire sector worden blootstellingen aan ioniserende straling voor werknemers en bevolking beperkt volgens het ALARA-principe.
3. Verstandig vermijden
(Prudent avoidance)Wanneer er onzekerheid is over mogelijke risico’s, probeert men blootstelling voorzichtig te beperken zonder het stellen van limieten of regels.Vooral bij technieken die al breed verspreid zijn en waar er nog weinig gegevens zijn over effecten. In sommige Europese landen worden hoogspanningslijnen niet dicht bij scholen of woningen geplaatst vanwege mogelijke gezondheidsrisico’s van elektromagnetische velden.
4. BAT
(Best Available Techniques)Bedrijven moeten de meest milieuvriendelijke en efficiënte technologie gebruiken die haalbaar is. De EU-richtlijn voor industriële emissies verplicht chemische fabrieken en energiecentrales om Best Available Techniques te gebruiken om luchtvervuiling te beperken.
5. Toelaten
(acceptatie)De technologie wordt toegestaan omdat de voordelen groter worden geacht dan de risico’s. De EU laat het gebruik van kernenergie toe in verschillende lidstaten - ondanks mogelijke risico’s - omwille van de energievoorziening en CO₂-reductie.
In functie van de context van de studierichting en de beschikbare curriculumtijd kan je de inzet van wetenschap en technologie beschouwen vanuit grondhoudingen tegenover de natuur. Deze benadering kan verdiepend werken in een derde graad.
Het effect van verschillende technologieën die inspelen op een welbepaalde behoefte in de samenleving kan worden vergeleken vanuit een achterliggende grondhouding tegenover de natuur die via een technologie tot uiting komt. De twee extreme posities, de technologie van ‘de heerser’ enerzijds staat dan tegenover de technologie van ‘de deelnemer’ anderzijds.
In sommige gevallen kan de impact van een technologie op de natuur te groot zijn. In andere gevallen kan de effectiviteit van een technologie als antwoord op maatschappelijke behoeften te laag zijn. Bij de keuze van een beter geschikte technologie kan dan naar een alternatief gezocht worden op een schaal waarin verschillende grondhoudingen tot uiting komen.
Grondhoudingen, visie op natuur, visie op technologie en typische voorbeelden waarin de grondhouding tot uiting komt (naar Van Kasteren, 2002).
De heerser: grondhouding die vertrekt van de mens als maat van de dingen. Natuurlijke beperkingen moeten worden overwonnen door wetenschap en technologie. Technologie moet een mensvriendelijkere ‘kunstmatige natuur’ tot stand brengen: airconditioning, pesticiden, kunstmest, genetische veredeling, stuwdammen, rivierkanalisatie, kunstsneeuw …
Voor de heerser zijn natuur en cultuur gescheiden. Gecultiveerde natuur staat tegenover de wilde natuur die zich manifesteert onder de vorm van ‘on-kruid’ en ‘on-gedierte’. De natuur is vooral leverancier van grondstoffen en stortplaats. Voor de heerser is technologie een instrument dat ethisch neutraal is.
De rentmeester: voor de rentmeester staat een verantwoordelijk en zorgzaam gebruik van de natuur centraal: precisielandbouw, druppelirrigatie, waterzuivering, duurzame bosbouw, warmtepompen, circulaire bouw, emissiereductie. Net zoals een ‘goede huisvader’ leeft de mens van de ‘rente’ die de natuur aanlevert (natuurlijk ‘kapitaal’). Ethiek en technologie gaan hand in hand. De ‘struggle for life’ in de natuur is geen inspiratie voor de menselijke ethiek. Voor de religieuze rentmeester staat de mens binnen ‘de schepping’ op de hoogste trede en heeft daarbij het vruchtgebruik van de natuur.
De deelnemer: voor de deelnemer heeft de natuur een waarde op zich, of heeft de natuur een spirituele betekenis. Oplossingen die de natuur aanreikt zijn meer te vertrouwen dan menselijke ingrepen. Traditionele samenlevingen (zoals inheemse volkeren in Noord-Amerika, Aboriginals, animistische samenlevingen in Afrika, Shintoïsme in Japan) zien de natuur als gemeenschap van levende wezens waarmee de mens in relatie staat. Ook in hedendaagse deep-ecology bewegingen is de deelnemer-houding sterk aanwezig.
Technologie moet zich aanpassen aan natuurlijke kringlopen en het kleinschalige en low-tech oplossingen krijgen de voorkeur in optimale verweving met de natuurlijke omgeving: zonnecollector, kleine windmolen, composttoilet, leembouw, permacultuur, regenwateropvang, low-tech landbouw.
De partner: een positie tussen de rentmeester en de deelnemer: de natuur heeft op zichzelf waarde. Toch moet de mens ook kunnen ingrijpen. Voor de partner heeft de natuur een waarde ‘an sich’ maar vanuit het besef dat dit een menselijk en cultureel bepaald iets is. De natuur moet worden afgestemd op een veilig en menswaardig bestaan. Voorbeelden waarbij technologie samenwerkt met de natuur: wadi’s, ecoducten, gecontroleerde overstromingsgebieden, agroforestry, biomimicry, natuurinclusief bouwen.
Voorbeeld van een didactische verwerkingsopdracht
Leerlingen onderzoeken hoe verschillende grondhoudingen tegenover de natuur kunnen leiden tot andere keuzes in wetenschap en technologie. Grondhoudingen en waarden zijn medebepalend voor de ontwikkeling en de aanwending van wetenschap en technologie. Vanuit een korte fiche met de vier grondhoudingen kunnen leerlingen concrete en herkenbare technologieën koppelen aan een grondhouding en genuanceerd reflecteren over hun eigen visie op technologie en natuur.
Voorbeelden van concrete technologieën die leerlingen kunnen analyseren:
Voorbeelden van casussen bij de opdracht
“Een boer wil zijn opbrengst verhogen en twijfelt tussen meer pesticiden, precisielandbouw of permacultuur.”
“Een gemeente wil zich beschermen tegen overstromingen. Ze kan kiezen voor betonnen waterkeringen, een gecontroleerd overstromingsgebied of meer lokale infiltratie.”
“Een gezin wil duurzamer wonen en denkt aan airconditioning, een warmtepomp, zonnepanelen en regenwateropvang.”
Bespreek:
Afwijzing van wetenschap en technologie door wantrouwen en desinformatie
In sommige gevallen worden menselijke technologische ingrepen afgewezen zoals anti-vaccinatie, voorkeur voor natuurgeneeswijzen of afwijzen van moderne communicatiemiddelen (bv. door de Old Order Amish).
De volgende dynamieken kunnen vaak worden waargenomen.
Mogelijke reflectievraag voor leerlingen: wanneer is kritiek op wetenschap en technologie een doordachte ethische keuze en wanneer steunt ze vooral op wantrouwen of foutieve informatie?
OpenAI. (2026). ChatGPT 5.4 Thinking [Large language model].
Smit, W., en Van Oost, E. (1999). De wederzijdse beïnvloeding van techniek en maatschappij. Bussum: Coutinho. 294pp.
Stockholm Resilience Centre (2016). A new way of viewing the Sustainable Development Goals. Stockholm University.
Van Kasteren, J. (2002). Duurzame techniek: ontwikkeling van een houdbare wereld. Amsterdam: Natuur en techniek/Veen magazines.



