Stage is vanaf schooljaar 2024-2025 verplicht in zowel het 5de als 6de jaar en 7de jaar. Naast stage zijn nog vele andere vormen van leren op de werkvloer mogelijk. Heel wat doelen uit het specifiek deel (zeker in A- en D/A-finaliteit) lenen zich om te realiseren via stage of werkplekleren. In de modellessentabel wordt bij het specifiek gedeelte gesproken van “inclusief werkplekleren”. Meer info over stage vind je op het PRO.- thema Stage en werkplekleren.
Ontwerpen is het proces waarbij ideeën worden omgezet in concrete plannen (tekeningen, schema’s, ideeën, modellen, …) of producten.
In een schoolse context gaat het voornamelijk over:
In een schoolse context gaat het voornamelijk over:
- aanpassen
- verder ontwikkelen, uitwerken
- toevoegen van nieuwe elementen
- transformeren/omvormen
- uitbreiden
- veranderen
- vereenvoudigen
Deze lasmethoden vormen geen basisdoel in het leerplan. Het aanbod mag bijgevolg niet ten koste gaan van het aanleren van halfautomaat en TIG. De school waakt er dus best over dat de tijdsbesteding in een redelijke verhouding gebeurt.
Verbreden op deze basisdoelen kan in beperkte mate. Andere lasmethoden kunnen bijgevolg deel uitmaken van het aanbod indien dit met een duidelijke visie op de leerlijn lassen gebeurt.
Verbreden op deze basisdoelen kan in beperkte mate. Andere lasmethoden kunnen bijgevolg deel uitmaken van het aanbod indien dit met een duidelijke visie op de leerlijn lassen gebeurt.
Het leerplan is opgesteld vanuit een projectmatige benadering. Dit betekent dat je een projectmatige aanpak zoveel mogelijk nastreeft. Uiteraard kan en hoeft niet alles binnen een project geforceerd te worden. Het inoefenen en trainen van vaardigheden gebeurt soms door het repetitief leggen van lasrupsen op oefenplaten, wat zeker zijn didactische waarde behoudt in het aanbod.
Je kunt hierbij het streven naar lascertificaten als voorbeeld nemen: pas na veel oefenen kan een test worden afgelegd, het slagen voor de test is een voorwaarde om te lassen in een uitdagend project.
Het leerplan is opgesteld vanuit een geïntegreerde benadering. Dit betekent dat de nodige theorie pas zinvol is via een praktische realisatie. Het leerplan vraagt dus geen uitvoerig theoretische uiteenzetting van de verschillende lasprocedures, lasposities, lasmethodes, toevoegmaterialen, materialen … los van de realisatie binnen een project.
Probeer vandaar het aanbod theorie te doseren en in verband te brengen met de realisatie. Hou er ook rekening mee dat leerlingen in een derde graad lassen-constructie verder gevormd worden.
Vertrekken vanuit een goede lastekening en welding procedure specification (WPS) kan een hulp zijn om theorie en praktijk te verbinden.
Het leerplan maakt geen vermelding van de aan te bieden laspositities. Vanuit didactisch oogpunt start je bij voorkeur met de posities PA en PB voor de hoeklas en stompe las. Wanneer een leerling deze lasposities in voldoende mate beheerst, kunnen andere posities aan bod komen. Het is aangeraden om hierin afstemming te maken met de 3de graad.
De opleiding basisveiligheid is verplicht als arbeid verricht wordt op een tijdelijke of mobiele werkplaats. Dit geldt enkel voor die leerlingen/leraren die (mee)werken (stage) binnen:
- de bouwsector (PC124 - Constructiv)
- installatiesector (PC111 - Metaalnijverheid)
- elektriciens (PC149 - Volta).
Een leerling van minder dan 18 jaar mag wettelijk niet op hoogte werken, tenzij “werken op hoogte” is opgenomen in het leerplan (wat het geval is in LPD 2 of 3). Voorafgaand is uiteraard instructie nodig door een, bij voorkeur bevoegd, leraar. Alleen dan mag de leerling werken boven 2 meter hoogte met een ladder of rolsteiger.
Een afzonderlijk certificaat is niet nodig, de leerlingen worden als gewaarschuwde geïnformeerd over de mogelijke gevaren en de risico’s bij werken op hoogte, waarbij vooral de nadruk ligt op veiligheid als attitude en de te voorziene veiligheidsmaatregelen (risicoanalyse). Voor het werken met steigers geldt specifieke wetgeving.
Wat in het leerplan staat is wat minimaal aangeboden moet worden, waarbij je de leerplandoelen ook minimaal mag lezen. Afhankelijk van jouw uitrusting, jouw leerlingengroep, jouw voorkeur, de bedrijven waarmee je samenwerkt … kun je bepaalde doelen of onderwerpen verdiepen of verbreden. Vertrek wel telkens van goed omschreven leerdoelen als uitgangspunt voor je aanbod en evaluatie.
Alles wat aangeboden wordt, mag je evalueren (hoeft niet noodzakelijk met cijfers). Probeer als leraar wel zicht te houden op wat de leerling als basis moet kennen of kunnen (leerplandoelen) en wat je extra aanbiedt, zodat hiermee rekening kan gehouden worden bij de deliberatievraag.
Deze doelen moeten aangeboden en geëvalueerd worden. Het is echter niet de bedoeling om deze doelen geïsoleerd aan te bieden. Je combineert ze best met de doelen uit de meer specifieke rubrieken verder in het leerplan.
Het berekenen van diameters, grootte van radiatoren, … behoort niet tot de basis van dit leerplan. Hoogstens het gebruik van de regel van 3 (zie lpd5).