Eén van de acht domeinen van Welzijn op het Werk gaat over de preventie van psychosociale risico's op het werk. Als werkgever ben jij verantwoordelijk voor het welbevinden van je werknemers. Het is aan jou om de nodige maatregelen te nemen zodat je werknemers zo weinig mogelijk psychosociale risico’s lopen.

Wat zijn psychosociale risico's?

sla link op in klembord

Kopieer

De wetgever definieert een psychosociaal risico op het werk als “de kans dat één of meerdere werknemers psychische schade ondervinden, die al dan niet kan gepaard gaan met lichamelijke schade, ten gevolge van een blootstelling aan de elementen van de arbeidsorganisatie, de arbeidsinhoud, de arbeidsvoorwaarden, de arbeidsomstandigheden en de interpersoonlijke relaties op het werk, waarop de werkgever een impact heeft en die objectief een gevaar inhouden”.

De wetgever verduidelijkt dat je maar kan spreken over een psychosociaal risico op het werk als de situatie objectief gezien een risico inhoudt. Dat betekent concreet dat dezelfde situatie tot psychische schade zou kunnen leiden bij de gemiddelde werknemer. De subjectieve ervaring van een individuele werknemer is dus niet doorslaggevend.

De meest bekende tekenen en uitingen van psychosociale risico's zijn:

  • stress
  • burn-out
  • conflicten verbonden aan het werk
  • geweld
  • pesterijen
  • ongewenst seksueel gedrag

Psychosociale risico’s kunnen bij werknemers die ermee worden geconfronteerd leiden tot:

  • slaapproblemen
  • verhoogde bloeddruk
  • angsten
  • depressie
  • zelfmoordgedachten

Niet alleen je werknemer lijdt er onder. Ook jij als werkgever zal er negatieve gevolgen van ondervinden. Wat met de sfeer op de werkvloer? En wat met de kosten die het toegenomen absenteïsme met zich meebrengen? De risico’s tijdig identificeren en de nodige en gepaste maatregelen nemen, is dus uiterst belangrijk.

Oorzaken van psychosociale risico's

sla link op in klembord

Kopieer

Het is niet eenvoudig voor jou als werkgever om de oorzaken van psychosociale risico’s te achterhalen. Meestal spelen meerdere factoren en situeren ze zich op verschillende niveaus. De overheid spreekt over de 5 A’s:

  • De arbeidsorganisatie: de organisatiestructuur (horizontaal – verticaal), de wijze waarop de taken zijn verdeeld, de werkprocedures, de managementstijl en het algemeen beleid in de onderneming.
  • De arbeidsinhoud of de aard van de taken van de werknemer: de complexiteit en de variatie van de taken, de duidelijkheid van de taken en de emotionele, mentale en lichamelijke belasting.
  • De arbeidsvoorwaarden: de aard van de arbeidsovereenkomst, de regeling van de arbeidstijd, de opleidingsmogelijkheden, het loopbaanbeheer en de evaluatieprocedures.
  • De arbeidsomstandigheden of de fysieke werkomgeving: de inrichting van de arbeidsplaatsen, de arbeidsmiddelen, het lawaai, de verlichting, de gebruikte stoffen en de werkhoudingen.
  • De arbeidsverhoudingen of de intermenselijke relaties: de interne relaties tussen de werknemers, met de directe leidinggevende of met de hiërarchische lijn (ook relaties met derden), de mogelijkheden tot contacten, de communicatiecultuur…

Actoren bij de preventie van psychosociale risico's

sla link op in klembord

Kopieer

Spelen een belangrijke rol in de preventie van psychosociale risico's:

De contactgegevens worden vermeld in het arbeidsreglement.

Wetgeving

sla link op in klembord

Kopieer

Onderstaand vind je belangrijke regelgeving in dit domein.

Instrumenten

sla link op in klembord

Kopieer

De verplichte risicoanalyse

sla link op in klembord

Kopieer

Je bent als werkgever verplicht om een algemene, voorafgaande psychosociale risicoanalyse uit te voeren. Dat betekent dat je nagaat wat de psychosociale risico’s zijn bij jou op de werkvloer en die analyseert. Je moet dit doen los van elke vorm van incident, interventie of klacht. Concreet onderzoek je in deze risicoanalyse de in de onderneming aanwezige gevaren rekening houdend met de 5 A’s, zodat de werkgever collectieve preventiemaatregelen kan treffen om schade aan de gezondheid van de werknemers te voorkomen. Individuele procedures worden slechts toegepast indien de collectieve preventie niet heeft gewerkt.

Je kan daarbij gebruik maken van de kwantitatieve methode of de kwalitatieve methode. In de kwantitatieve methode wordt via vragenlijstonderzoek nagegaan hoe werknemers scoren op verschillende bevraagde thema’s, en wordt nagegaan hoe verschillende psychosociale risico’s kunnen aanleiding geven tot een verlaagd psychosociaal welzijn bij werknemers. Een kwalitatieve benadering vertrekt van individuele interviews of van groepsgesprekken. Naast het opsporen van risico’s, wordt in de gesprekken meteen gezocht naar maatregelen om het welzijn te verbeteren.

Op de website van de FOD WASO vind je meer info over risicoanalyses. Een voorbeeldstappenplan voor het afnemen van een risicoanalyse vind je op de pagina van WellBE.

Katholiek Onderwijs Vlaanderen wil scholen ondersteunen in hun psychosociaal welzijnsbeleid en ontwikkelde de WellBE-tool, een instrument om tot een kwalitatieve risicoanalyse psychosociale aspecten te komen. Aangezien deze tool werd ontwikkeld op maat van onderwijs, vertoont ze verschillende kenmerken die in haar voordeel spelen.

  • WellBE kan autonoom uitgevoerd worden dankzij een grote gebruiksvriendelijkheid: je kan als werkgever zelfstandig aan de slag met de tool met de expliciete medewerking van de werknemers. De praktische uitvoering delegeer je aan de preventieadviseur. Het is wel belangrijk de afname van WellBE voldoende voor te bereiden, zodat de resultaten zo representatief mogelijk zijn en je nadien vlot aan de slag kunt met de resultaten. Je zal ook op bepaalde momenten de preventieadviseur psychosociale risico's moeten betrekken in je proces.
  • Wellbe garandeert de anonimiteit: Het is essentieel dat deelnemers de vragenlijst volledig anoniem kunnen invullen. De tool maakt gebruik van een unieke URL per deelnemer. Het systeem verbreekt de verbinding met die URL op het ogenblik dat de deelnemer de bevraging doorstuurt. Bijgevolg is het niet te detecteren wie wel of niet aan de bevraging deelnam, noch wie welk antwoord gaf.
  • WellBE is sectorspecifiek: het is een risicoanalyse op maat van onderwijs. De stellingen die je te lezen krijgt, zijn afgestemd op de specifieke onderwijscontext. Dat maakt het herkenbaar voor de deelnemer en zorgt ervoor dat je in een latere fase concreter aan de slag kan met de resultaten.
  • WellBE voldoet aan de wettelijke criteria van een risicoanalyse a priori: de tool is wetenschappelijk onderbouwd, doordat ze is gebaseerd op een gevalideerd instrument dat professor Antonia Aelterman van de UGent ontwikkelde. WellBE voldoet bovendien aan de wettelijke criteria voor een risicoanalyse psychosociale aspecten. De stellingen bevragen telkens elementen van de 5 A’s. Op die manier krijg je een goed overzicht van op welk domein de werkpunten bij jou op school liggen. De tool werd door de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk van de FOD WASO erkend als een kwaliteitsvolle psychosociale risicoanalyse.

Actieplan

sla link op in klembord

Kopieer

Eens je de resultaten van de risicoanalyse kent en geanalyseerd hebt, is het essentieel om actiepunten te koppelen aan de resultaten. Alle voorgaande fases zijn een voorbereiding om een zo concreet mogelijk actieplan te kunnen opstellen.

Je kan acties indelen op basis van de termijn van realiseerbaarheid:

  • Quick wins
  • Acties op middellange termijn
  • Acties op lange termijn

Het opmaken van een actieplan doe je niet alleen. Betrek werknemers actief bij het opstellen hiervan. De interne werkgroep, die bij voorkeur een doordachte, complementaire samenstelling heeft, kan hier een belangrijke rol spelen om samen actiepunten te bepalen. Verder kan je ook de preventieadviseur psychosociale aspecten betrekken en moet je het actieplan ter advies voorleggen aan het CPBW.

Het actieplan neem je mee op in het jaaractieplan en het globaal preventieplan.

Je licht het actieplan toe aan het personeel, zodat ze inzicht krijgen met welke acties tegemoetgekomen zal worden aan de aandachtspunten die in de resultaten naar voor kwamen. Daarbij is het aan te raden om tussentijds te communiceren over de uitvoering en opvolging van het actieplan. Zo weet het personeel dat er blijvend aandacht is voor het welzijn en hun input effectief wordt meengenomen. Tenslotte is het belangrijk om regelmatig te evalueren of de genomen acties doeltreffend zijn waarbij je behoudt wat goed is en bijstuurt waar nodig. Na vijf jaar kun je de bevraging opnieuw afnemen en nagaan of er verbetering is.

Actiemiddelen van de werknemer

sla link op in klembord

Kopieer

Wanneer een werknemer meent schade te ondervinden ten gevolge van psychosociale risico’s op het werk, kan hij:

  • dit steeds meedelen aan zijn werkgever of aan een andere hiërarchische meerdere;
  • ook beroep doen op een lid van het Comité voor preventie en bescherming op het werk of een vakbondsafgevaardigde.  

Naast deze mogelijkheden bestaan er ook specifieke interne procedures die ofwel informeel (de informele psychosociale interventie) ofwel formeel verlopen (de formele psychosociale interventie).

Wanneer, ondanks het gebruik van de interne procedures, de problematische situatie nog steeds blijft voortbestaan, kan de werknemer zich wenden tot de inspectie van het Toezicht op het Welzijn op het Werk of een beroep doen op de gerechtelijke instanties: de externe procedure genoemd.

De procedures worden opgenomen in het arbeidsreglement.

Het register van feiten van derden

sla link op in klembord

Kopieer

Je moet gepast reageren op onrechtmatig gedrag van derden. Daarom ben je verplicht een register van feiten van derden bij te houden. In heel wat ondernemingen komen de werknemers in contact met andere personen dan de eigen collega's. Deze personen kunnen voor de werknemers een bijkomende stressfactor betekenen, maar in een aantal gevallen kunnen zij ook de oorzaak zijn van agressie en pesterijen. Voorbeelden van derden zijn: leerlingen, ouders, leveranciers, dienstverleners …

Wanneer een werknemer het slachtoffer wordt van geweld gepleegd door derden, moet je ervoor zorgen dat deze werknemer passende psychologische ondersteuning krijgt van gespecialiseerde diensten en instellingen.

Op de website van de FOD WASO vind je meer info over werken met derden op de arbeidsplaats.

Contact

Sarah Claeys
projectleider sterk schoolbestuur 
      Mathias De Baets
      medewerker
      bestuurszaken: vzw als rechtspersoon
          ×
          Kijkt als...
          Niveau
          Regio
          Kan ik je helpen?