Naast het verhaal van de “Scholen voor iedereen” was en bleef ook het verhaal van de Vlaamse toetsen erg belangrijk, ook in politiek opzicht. Eigenlijk was deze vraag om uitleg van Kim Buyst een herhaling van haar eerdere opmerkingen: eerst bij de begrotingsbesprekingen, later bij de behandeling van het voorstel van decreet over de nieuwe minimumdoelen basisonderwijs (en haar eigen recente voorstel van decreet op 5 februari 2026). Kort gezegd, draaide het probleem rond de complexe afstemming (als gevolg van een gefaseerde invoering van de bewuste minimumdoelen) tussen minimumdoelen én de Vlaamse toetsen die dit en een paar volgende jaren zouden worden afgenomen in het vierde en zesde leerjaar van het lager onderwijs. Daarnaast bevroeg vragensteller Buyst ook de beleidswijziging i.v.m. het huidige Steunpunt Centrale Toetsen in Onderwijs (cf. Vlaamse regering, 13 februari 2026): in de toekomst zou worden gewerkt met een private stichting. Kon minister Demir de toestand uitklaren en op die manier de vragensteller overtuigen? Toch niet (helemaal), leek mij. Ik probeer enkele zaken op een rij te zetten:- de fasering waarvan sprake stond in de tabel in de toelichting bij het voorstel van decreet over de minimumdoelen (cf. parlementair document 386 (2024-2025) – Nr.1 (p.27));
- op basis van die tabel stelde minister Demir duidelijk dat voor de Vlaamse toetsen in het vierde en zesde leerjaar gold: zolang niet verplicht, geen toetsitems over de nieuwigheden in de nieuwe minimumdoelen ten opzichte van de huidige eindtermen;
- maar… de minister stelde óók dat ze aan het bekijken was of er toch al iets gedaan kon worden voor de scholen die al vrijwillig gestart waren met de nieuwe minimumdoelen, en wel in hun feedbackrapport bij de Vlaamse toetsen; dat viel dus nog te bezien;
- de meeste bestaande toetsitems bleven bruikbaar, maar er waren wel nieuwe toetsitems nodig, en daarvoor zou het nodige worden gedaan via de gebruikelijke aanpak van piloot- en kalibratiestudies; er moest ook voor het eerst voor het vierde leerjaar een cesuur worden bepaald; dat alles kostte de nodige tijd, maar dat zou in orde komen tegen de tijd dat de minimumdoelen in kwestie verplicht waren;
- maar ook de leerwinstmeting kwam ter sprake doordat voor het eerst de leerlingen die nu in het zesde leerjaar zouden deelnemen, dat ook al deden twee jaar geleden (in het vierde leerjaar): de vraag blijft hoe dat leerwinstconcept op individueel leerlingniveau (nwvr: ook op “collectief leerlingenniveau” trouwens: bv. betekent alleen een latere hogere score op de gebruikte schaal dat er leerwinst is? En dus dat bij een gelijke of zelfs lagere score gewoon beslist zou worden “géén leerwinst”, horresco referens, “leerverlies”?; ik zou dat een bedenkelijke redenering vinden want dat zou geen recht doen aan de inspanningen van de leerlingen en leraren in kwestie…) precies bekeken zal worden, maar door de gefaseerde invoering van de nieuwe minimumdoelen levert dat, sowieso al complex gegeven, nog extra complicaties op voor de situatie van zesdejaars die in 2029 deelnemen aan de Vlaamse toetsen (op basis van verplicht nieuwe minimumdoelen) maar die in 2027 (als vierdejaars) zullen hebben deelgenomen op basis van de bestaande eindtermen (cf. tabel in het voorstel van decreet supra); grote voorzichtigheid in wat men in de toekomst allemaal gaat concluderen op basis van dit soort instrumenten lijkt mij dan ook meer dan geboden.