2 april 2026 - Hoorzitting over de conceptnota voor nieuwe regelgeving over een sterk en geïntegreerd zorg- en kansenbeleid op en rond de school: een persoonlijk commentaar

Eigenlijk was dit parlementaire initiatief van onderwijscommissarissen Hannelore Goeman en Gianna Werbrouck al geïnitieerd in de commissievergadering van 8 januari 2026: een zgn. conceptnota voor nieuwe regelgeving, een relatief nieuw parlementair instrument dat intussen wel erg populair geworden is onder Vlaams Parlementsleden in hun zoektocht naar manieren om, in dit geval, bij te dragen aan het onderwijsbeleid (lees: dat niet allemaal exclusief over te laten aan de vakminister in kwestie en de Vlaamse regering).

Uiteraard was het allang geweten dat onderwijsdecreten zo’n complexe business geworden zijn dat het haast niet anders kan dan dat dat doorgaans verloopt via ontwerpen van decreet (met deelname van een ganse schare actoren, deels ook parlementsleden zelf natuurlijk) en niet via voorstellen van decreet, relatief eenvoudige, beperktere decretale initiatieven daargelaten. Een andere praktijk is ook nog dat wél een voorstel van decreet opgemaakt wordt, maar dan gaat het vaak om iets wat oorspronkelijk een ontwerp van decreet was, waarvan nadien op het voorblad het woord ontwerp vervangen wordt door het woord voorstel, omdat men op die manier in bepaalde gevallen meer snelheid kan maken. En dat is soms nodig door omstandigheden.

Wellicht kan ik mijn commentaar voor het hier voorliggende dossier relatief kort houden, want het viel te verwachten dat de hoorzitting in kwestie vooral één grote herhaling zou vormen van het hele verhaal over inclusiever maken van onderwijs, het herdenken van de hele zorgarchitectuur (cf. conceptnota p.9 ev.), precies zoals in het lopende dossier “Scholen voor iedereen” (met zijn pioniersscholen, de commissie Attesteringen en de afgelopen staten-generaal), wat al uitentreuren in parlementaire vragen e.d. aan bod kwam de voorbije periode. Spreker Stefan Grielens verwoordde aan het begin van zijn uiteenzetting perfect het gevoel dat ook ik vooraf had: hij reageerde dan ook niet rechtstreeks op de conceptnota zelf, zoals normaal in dezen de bedoeling is, maar veel breder op het totaalplaatje van het actuele dossier.

Voor ik kort naar de hoorzitting zelf kijk, eerst nog een paar bewijzen (zeker niet exhaustief) van die parlementaire precedenten: 9 januari 2025 (Rekenhof en Commissie Inclusief Onderwijs), 20 maart 2025 (jaarverslag CLB), 3 december 2025 (consultatienota), 19 maart 2026 (leersteun). Ik voeg er nog graag een podcast van “mijn” krant van 30 maart aan toe.

Over naar de eigenlijke hoorzitting dan. De aangekondigde sprekers waren: Stefan Grielens (algemeen directeur Vrij CLB Netwerk), Sylvie Matthijs (directeur leersteuncentrum Noord, West-Vlaanderen, Katholiek Onderwijs Vlaanderen), Sam Leys (algemeen coördinator specifiek leersteuncentrum 467, Katholiek Onderwijs Vlaanderen), Lotte Meulewaeter (directeur permanente ondersteuningscel CLB, GO!), Britt Dehertogh (directeur GO! CLB Antwerpen), Charlotte Bert (directeur GO! leersteuncentrum Sterk), Hanne Wynants (teamverantwoordelijke POC-CLB, OVSG), Karen Dobbelaere (stafmedewerker Beleid OVSG), Marjolein Petit (pedagogisch begeleider CLB, Provinciaal Onderwijs Vlaanderen) (nwvr: was afwezig om medische redenen), Debbie De Neve (verantwoordelijke onderzoeksdomein Ondersteuningsnoden van leerlingen, Karel de Grote Hogeschool) en Aster Van Mieghem (hoofddocent Antwerp School of Education, Universiteit Antwerpen).

Ik haal nog graag kort enkele zaken uit de hoorzitting:

  • het onderzoek waarvan de twee onderzoekers rapporteerden, was zeker oké, maar zelf had ik bij het beluisteren ervan toch vooral het gevoel in “een sessie open deuren intrappen” te zitten;
  • de CLB-vertegenwoordigers legden allen, niet onverwacht, een duidelijk accent op hun huidige onafhankelijke positie tegenover de integratie in die nieuwe zorgexpertisecentra die de conceptnota van Vooruit voorstond; een integratie die mij overigens ook in het voorstel van de Commissie Inclusief Onderwijs cruciaal leek;
  • idem bij de leersteuncentra (LSC), waarbij ik het boeiend vond dat over de resultaten van concrete bevragingen gerapporteerd werd (Katholiek Onderwijs Vlaanderen en OVSG); bij het GO! lag het accent dan weer op het omvormen van zijn huidige CLB en LSC tot één nieuwe organisatie, wat binnen het GO!-governance model van scholengroepen niet onlogisch leek;
  • er werd wel erkend door CLB/LSC-mensen dat de samenwerking met scholen nog verbeterd kon worden, maar zij wezen gelijk toch ook op al mooie praktijken binnen het huidige, zgn. structurele overleg in het kader van het Leersteundecreet;
  • terecht was er (bij Katholiek Onderwijs Vlaanderen en nog explicieter bij het GO!) ook aandacht voor de praktische kant van de zaak, lees: over hoeveel scholen sprak men hier en wat was de huidige omkadering bij CLB én LSC in relatie tot dat aantal scholen?; en dan kon je je meteen afvragen of het zo zinvol zou zijn om die (beperkte) omkadering te versnipperen over het aantal scholen;
  • van versnippering gesproken: CLB-directeur Britt Dehertogh zag die niet zozeer binnen onderwijs als wel rond onderwijs en gaf een opsomming van allerlei bestaande actoren; nauwer samenwerken met de LSC zag Dehertogh wél zitten; en ze wilde ook vermijden dat leerlingen drie keer of meer hun verhaal opnieuw moesten vertellen voor hulp, terecht; voor de ruimere samenwerking in dit verband tussen onderwijs en welzijn ontbreekt een gemeenschappelijke taal, een gemeenschappelijk kader (dixit Lotte Meulewaeter);
  • Karen Dobbelaere van OVSG verwees naar het eerdere, Limburgse onderzoek over de toeleiding naar leersteun: in verband daarmee kwam in de bespreking bijvoorbeeld een paar keer terug dat zgn. GC-verslagen het best afgeschaft zouden worden, maar zgn. IAC-verslagen tot de bevoegdheid van CLB zouden moeten blijven behoren; ook bij OV4-verslagen werden vragen gesteld en Stefan Grielens vroeg zich zelfs af of buo-OV4 niet beter afgeschaft zou worden;
  • nog een ander herkenbaar element in de bespreking, want ook al vóór deze hoorzitting meermaals ter sprake gekomen, was dat van de zgn. onderwijsassistenten (ook nu in de conceptnota van Vooruit), maar onderzoeker Debbie De Neve waarschuwde er wel voor dat zo’n onderwijsassistent dan doordacht ingezet moest kunnen worden en niet zomaar alleen de fotokopieën ging maken e.d., wat later nog door Charlotte Bert in haar eigen woorden bevestigd werd; ik had wel de indruk dat er nog heel wat water naar de zee zou stromen, vooraleer duidelijk was wat zo’n onderwijsassistent dan precies wél en niet zou moeten/mogen doen in de klas;
  • Debbie De Neve ging ook in op de klassieke vraag naar quid met de pedagogische versus de maatschappelijke verantwoordelijkheid in dit hele zorgverhaal, incl. de link naar de lerarenopleiding: zij plaatste de verantwoordelijkheid van de school in de context van de kernopdracht van een leraar als lesgever maar die tegelijk ook een luisterend oor biedt voor leerlingen; bijgevolg moet zoiets vorm krijgen in de lerarenopleidingen (cf. warm en strikt klasmanagement met ook gepaste doorverwijzing naar andere kanalen bij het opvangen van bepaalde signalen), maar ook in de verdere professionalisering (van beginnende leraren via een inductiejaar, maar ook van al meer ervaren leraren);
  • de verwijzing van Stefan Grielens naar de ontwikkeling inzake zorg die zich erg richt op het individuele niveau van de leerling terwijl net meer naar het collectieve verhaal zou moeten worden gekeken, herkende ik vanuit wat bijvoorbeeld professor Wim Van den Broeck tijdens de hoorzitting met de leden van de Commissie Inclusief Onderwijs destijds zei; maar ik blijf daarbij wel zitten met mijn vraag van toen: als dat inderdaad haalbaar is, waarom is men daarin dan de voorbije twee decennia niet geslaagd?;
  • waren er buitenlandse voorbeelden waarop men zich zou kunnen baseren voor een toekomstig model, zo had Loes Vandromme gevraagd, maar het antwoord van Lotte Meulewaeter was even kort als duidelijk: neen, want het Vlaamse, geïntegreerde CLB-verhaal was uniek;
  • Charlotte Bert wees in haar slottussenkomst op de problematiek van het huidige financieringsmechanisme en prees daarbij de in de conceptnota voorgestelde aanpassingen waarmee meteen ook de huidige GOK-middelen in het vizier kwamen; ook dat thema (met al een hele voorgeschiedenis) leek mij, net zoals het bovenvermelde personeelsverhaal, nog wel wat voeten in de aarde te hebben de volgende jaren om tot een werkbare oplossing te komen.

Ik verwijs tot slot heel graag naar de video [vanaf 12:48] van de bespreking op de website van het Vlaams Parlement.

Reageren op dit commentaar kan bij Wilfried Van Rompaey wifried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen.

Verwante artikels

OVER DEZE BLOG

Deze blog is niet bedoeld als formeel standpunt van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, evenmin als een puur verslag, maar wel als een niet-neutraal, persoonlijk commentaar op vooral ook politieke aspecten van de parlementaire onderwijsactiviteiten, zowel in de Commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement als uitzonderlijk ook in een andere vakcommissie die occasioneel relevant kan zijn voor het beleidsdomein Onderwijs.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?