18 april 2024 – Hervorming van opleiding Basisverpleegkunde en zorgkundige

Liefst vier vragenstellers naar aanleiding van mediaberichten over een onderwijsthema uit de gezondheidssector: vrt NWS en radio1. Wat gemeenschappelijk was aan de vier vragen om uitleg, betrof de zorgkundige in relatie tot de modernisering secundair onderwijs en wijzigingen in federale gezondheidsregelgeving. Loes Vandromme had het in haar vraag bovendien (als enige) over problematische ontwikkelingen in de opleiding tot basisverpleegkundige. Koen Daniëls diende dan weer (als enige) sneren uit naar onderwijskoepels en de sectoren in kwestie in het kader van dit verhaal. De bevraging door de Belgische Federatie voor Zorgkundigen (BEFEZO; met heel wat bijkomende informatie), onder het voorzitterschap van Paul Cappelier, bleek nogal onheilspellende resultaten op te leveren over de kwaliteit van de door de modernisering gewijzigde opleiding en over de impact daarvan op de veiligheid in de sector. Eerlijk gezegd, was ik zelf in de waan dat die modernisering momenteel nog maar jaar 5 van het secundair onderwijs bereikt had (dus nog jaar 6 én jaar 7 te gaan, niet?). En toch al (een) bevraging(en) (in 2023 en 2024)? Maar ik ben uiteraard geen expert ter zake. Minister Weyts, hoe zat dat precies?

Ja hoor, de minister legde gedetailleerd uit hoe het met de modernisering zat inzake verzorgenden en zorgkundigen (en de wijzigingen ten opzichte van het systeem voordien), maar hij wees dus ook fijntjes op die fase waarin de modernisering zich momenteel (nog maar) bevond, waarop ik hierboven al doelde. Enige voorbarigheid was dus niet vreemd aan dit verhaal. De minister liet wel duidelijk ruimte voor opnieuw mogelijke bijsturingen.

Hij legde vervolgens de link naar de federale bevoegdheid en dito regelgeving in dit verband, met nog heel recente (najaar 2023) wijzigingen in de opleiding tot zorgkundige. En tot slot voor dit deel van zijn antwoord lichtte de minister de besprekingen toe in de taskforce zorgkundigen (de onderwijsverstrekkers, de sectoren, de administraties en de kabinetten van Onderwijs, Zorg en Werk), met name o.a. over de zgn. bedsidebegeleiding, en andere relevante aspecten. Men zat dus duidelijk niet stil.

Daarnaast was er het andere verhaal van de opleiding Basisverpleegkunde, waarnaar alleen Loes Vandromme gevraagd had. Daarbij was federaal (welke handelingen mocht een basisverpleegkundige doen?) enige achterstand opgelopen, maar intussen was dat in orde en had, voor dat omschakelingsproces, ook daar een werkgroep heel wat werk verzet (een afvaardiging van de pedagogische begeleidingsdiensten van de hbo5-scholen in kwestie, van de hogescholen en de zorgambassadeur). De minister ging gedetailleerd in op het wat en hoe van die (vernieuwde) graduaatsopleiding.

Welke (nieuwe) reacties leverde dat antwoord van de minister nog op? Loes Vandromme putte daarbij vooral uit haar ervaring als lerares in het domein van verzorging en met de concrete leerlingen in kwestie. Hannelore Goeman sprak vooral over de leerladder in dat domein. Koen Daniëls deed wat Loes Vandromme al aangekondigd had i.v.m. zijn “luierervaring”, ook als leraar in dezelfde opleiding: zijn intussen bekende verhaal over het-aapje-op-de voorkant-van-de-pamper, waarbij hij dan zijn gebrek aan ervaring ter zake erkende, wat hem overigens sierde, deed mij wel altijd bedenken dat het misschien niet zo’n goed idee was om een (academische, op dat moment wellicht nog kinderloze) pedagoog zulke praktijkvakken te laten geven, maar soit. Met zijn kwaliteitsdiplomadrift had hij zeker wél een punt. Idem over die (al of niet online) opleidingsmodules van BEFEZO voor professionalisering. Maar geen enkel kritisch geluid over de BEFEZO-bevraging(en) zelf of de timing ervan, zelfs in tegenstelling tot zijn minister, en wél zulk een geluid in de richting van onderwijskoepels (cf. over lessentabellen in zijn eerste ronde) en sectoren, wat de modernisering so betrof. Johan Danen was, zo mogelijk, nog wat kritischer, op basis van de vermelde bevraging(en), en had die taskforce zorgkundigen dan niet de problemen zien aankomen? Over leerladder en professionalisering viel hij nog wat in herhaling, maar als laatste in de rij spande interveniënt Kristof Slagmulder de kroon, alweer op basis van de BEFEZO-bron: “In het rapport van BEFEZO las ik dat de taskforce die vanuit het kabinet Onderwijs en de zorgambassadeur in het leven geroepen werd, op sterven na dood is en niets opgebracht heeft. Kunt u zeggen wat daar verkeerd is gelopen?”

Op dat laatste punt antwoordde de minister niet meer expliciet. Hij had eerder wel lovend over het werk van die taskforce gesproken…tenzij Slagmulder misschien toch nog een andere taskforce bedoelde. Voor het overige bleef de minister, vond ik, vooral positief én realistisch spreken over de zaken, wat misschien beter was dan het (aanvallende) paniekvoetbal dat hier en daar enigszins gespeeld werd door sommigen…

Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen

Verwante artikels

OVER DEZE BLOG

Deze blog is niet bedoeld als formeel standpunt van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, evenmin als een puur verslag, maar wel als een niet-neutraal, persoonlijk commentaar op vooral ook politieke aspecten van de parlementaire onderwijsactiviteiten, zowel in de Commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement als uitzonderlijk ook in een andere vakcommissie die occasioneel relevant kan zijn voor het beleidsdomein Onderwijs.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio