Om te begrijpen wat inclusief onderwijs is, is het belangrijk om het onderscheid tussen volgende vier begrippen goed te begrijpen:
Wat betekenen deze begrippen binnen een onderwijscontext, toegepast op leerlingen met een beperking/handicap?
Exclusie: leerlingen met een handicap/beperking worden buitengesloten. Ze krijgen geen onderwijs, gaan niet naar school. Is dit nog een realiteit vandaag de dag? Hoewel elk kind, elke leerling recht heeft op onderwijs, zijn er leerlingen die geen (aangepaste) school vinden, definitief uitgesloten worden, thuis zitten... In bepaalde delen van de wereld worden bepaalde groepen uitgesloten van onderwijs, bijvoorbeeld meisjes.
Segregatie: leerlingen met een handicap/beperking krijgen onderwijs in een aparte school of setting. Een voorbeeld: een school voor buitengewoon onderwijs op een afzonderlijke locatie.
Integratie: onderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in een aparte setting of groep binnen een school voor gewoon onderwijs. Deze leerlingen passen zich aan het systeem aan, in plaats van omgekeerd.
Inclusie: leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften lopen school samen met leeftijdsgenoten zonder specifieke onderwijsbehoeften. Het systeem past zich aan, aan de diversiteit van leerlingen.
Dé definitie van inclusief onderwijs bestaat niet. Inclusief onderwijs hoeft geen alles-of-niets verhaal te zijn. Kleine stappen of tussenvormen kunnen een bijdrage leveren aan een meer inclusieve onderwijsleeromgeving. Het is belangrijk om met je schoolteam samen te werken aan je proces van inclusief onderwijs, binnen het wettelijk kader en met het oog op de horizon van een inclusief onderwijssysteem en een inclusieve maatschappij (Inspiratiegids 'Krachten bundelen om inclusief onderwijs te realiseren'). In de wetenschappelijke literatuur vinden we verschillende definities van en richtlijnen voor inclusief onderwijs. We halen er enkele aan:
Neary (1992) en Giangreco (1998) beschreven dat onderwijs inclusief is als de onderstaande punten nagestreefd worden. Er is sprake van een proces waar elke dag aan gewerkt moet worden:
Sara Nijs (de Boer, Struyf, Nijs, & Doolaard, 2022) omschrijft inclusief onderwijs als volgt: “Het aanpassen en realiseren van het onderwijs aan de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van leerlingen, die onderwijs krijgen op een gewone (thuisnabije) school of school voor gewoon onderwijs, om zodoende te komen tot een optimale cognitieve en sociale ontwikkeling.”
Vandaag de dag ligt de nadruk op samen leren in eenzelfde schoolomgeving en systeemaanpassing: “Inclusief onderwijs betekent dat alle leerlingen samen leren in eenzelfde schoolomgeving. Het verwijst naar een onderwijssysteem waarin scholen hun infrastructuur, pedagogisch-didactisch handelen en aanbod afstemmen op álle leerlingen. Op die manier zorgen scholen ervoor dat elke leerling zich thuis voelt in de school en maximaal kan participeren aan het onderwijs”. Een inclusief onderwijssysteem past zich dus aan de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van individuele leerlingen aan, en niet andersom. Onder inclusief onderwijs verstaan we dan: “het aanpassen en realiseren van het onderwijs aan de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van leerlingen, die onderwijs krijgen op een reguliere (thuisnabije) school of school voor gewoon onderwijs om zodoende te komen tot een optimale cognitieve en sociale ontwikkeling” (de Boer, Struyf, Nijs, & Doolaard, 2022).
Het gaat niet alleen over leerlingen met een beperking, maar over het brede en diverse palet aan onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van leerlingen. Zo komen alle leerlingen in het vizier.
Volgens Sofie Sergeant en Peter de Vries (Sergeant & de Vries, 2023) is ”inclusief onderwijs geen vastomlijnd concept dat zich laat samenvatten in één formule. Het is een complex en gelaagd vraagstuk waarin pedagogische, maatschappelijke en ethische keuzes samenkomen. Die complexiteit hoeven we niet weg te werken. Integendeel: inclusief onderwijs vraagt dat we de spanning, de verschillen en de moeilijke vragen erkennen. Het is geen afvinkbaar model, maar een voortdurend proces van zoeken naar hoe we recht doen aan elke leerling binnen een gedeelde leeromgeving die de derde kamer wordt genoemd. In deze derde kamer ga je samen onderzoeken, experimenteren en aanpassen totdat er een oplossing komt voor de groep als geheel om te functioneren en waar individuele noden geïntegreerd zijn”.
De onafhankelijke Commissie Inclusief Onderwijs omschrijft inclusief onderwijs als volgt: “Een inclusief onderwijssysteem is een kwaliteitsvol onderwijssysteem waarin elke leerling naar een school naar keuze kan gaan en daar samen met leeftijdsgenoten leert en participeert. Door de school naar keuze naar voren te schuiven, kunnen ouders van leerlingen met een handicap en/of specifieke onderwijsbehoeften hun kind naar een school in de buurt laten gaan, net zoals alle andere kinderen. Inclusief onderwijs gaat verder dan fysieke toegankelijkheid of ondersteuning voor leerlingen met een handicap in het ‘gewoon’ onderwijs. Het gaat om het creëren van een veilige leeromgeving waarin alle leerlingen zich welkom voelen, gewaardeerd worden en kunnen deelnemen aan het leerproces op basis van gelijkwaardigheid en waar voor iedereen de nodige ondersteuning wordt voorzien. Doordat alle leerlingen welkom zijn in alle scholen, worden het scholen voor iedereen”.
Voor leerlingen met een handicap en/of specifieke onderwijsbehoeften betekent dit:
‘Inclusie is geen dogma dat iedereen in één ruimte dwingt, maar een richting: onderwijs zo organiseren dat uitsluiting niet de standaardoplossing is. Inclusie behelst de vraag wat het over ons onderwijs zegt dat er zoveel kinderen uitvallen. Welke normen, routines en verwachtingen maken dat leerlingen als ‘afwijkend’ worden gezien? ... Toegang tot kennis is de toegang tot de wereld. Zonder die toegang is er geen echte deelname mogelijk. Inclusie begint niet bij het wegnemen van verschillen, maar bij het delen van wat groter is dan wijzelf. Kennis en vorming zijn niet het alternatief voor inclusie, maar haar bestaansvoorwaarde... De kern van het debat ligt niet in de vraag of speciaal onderwijs moet blijven bestaan, maar in wat wij als samenleving normaal vinden’ zeggen Willeke Doornbos en Bert Wienen (Doornbos & Wienen, 2025).
