Laadpalen: Verplichtingen voor schoolgebouwen (Niet-residentiële gebouwen)

Nieuwbouw of bij ingrijpende energetische renovatie

sla link op in klembord

Nieuwbouw schoolgebouwen of bestaande schoolgebouwen die een ingrijpende energetische renovatie ondergaan (dus met een omgevingsvergunning), met een parkeerterrein van meer dan 10 parkeerplaatsen, moet je vandaag verplicht voorzien van:

  • minstens twee oplaadpunten voor een elektrisch voertuig;
  • de nodige infrastructuur (dus leidingen of op minstens goten voor elektrische kabels) om de installatie van oplaadpunten voor minstens 1/4de van de parkeerplaatsen in een later stadium mogelijk te maken.

Bij ingrijpende renovaties gelden de verplichtingen alleen voor dat gedeelte van de werken aan en investeringen in oplaadinstallaties en leidingen waarvan de kosten niet meer bedragen dan 7% van de totale kosten van de renovatie.

Bestaande gebouwen

sla link op in klembord

Vanaf 1 januari 2025 moet je voor alle bestaande schoolgebouwen (niet-residentiële gebouwen) met een parkeerterrein voor meer dan 20 wagens, minstens twee oplaadpunten voorzien.

Die verplichting geldt als :

  • het parkeerterrein zich binnen het schoolgebouw of parkeergebouw van de school bevindt;
  • het parkeerterrein naast de school ligt;
  • je ingrijpende renovaties laat uitvoeren die ook betrekking hebben op het parkeerterrein of de elektrische infrastructuur van het schoolgebouw, het parkeergebouw van de school of het parkeerterrein.

Specificaties oplaadpunten

sla link op in klembord

De verplichte oplaadpunten moeten specifiek bedoeld zijn voor het opladen van elektrische voertuigen.

Technische kenmerken

sla link op in klembord

De laadpunten moeten aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • een  vermogen hebben dat groter is dan het vermogen van  een standaard stopcontact ( dus > 3,7 kW of 16 A)
  • ten minste uitgerust zijn met één van de onderstaande connectoren:
    • een type 2 connector (Mennekes-connector genoemd) voor het laden met wisselstroom (AC), zoals omschreven in de norm EN62196-2(monofase of drie-fasig), laadduur 3 – 6 uur;
    • een Combo 2 connector (CCS 2) voor het laden met gelijkstroom (DC), zoals omschreven in de norm EN62196-3, laadduur 0,5 – 2 uur.

Welke laadpunten voor scholenbouwprojecten?

sla link op in klembord

Voor scholenbouwprojecten gebruik je best laadpunten Mode 3 en/of Mode 4.

Laadpunt Mode 3

sla link op in klembord

Een laadpunt 'Mode 3' wordt gebruikt voor (semi)publieke laadpalen:

  • plaatsing tegen een muur of op een paal;
  • werkt met een type 2-connector (ook wel Mennekes-connector genoemd);
  • laadvermogen van 3,7 kW – 22 kW;
  • duurtijd van laden tussen drie en zes uur.

Snellaadpunt Mode 4

sla link op in klembord

Een laadpunt 'Mode 4' wordt gebruikt voor een snellaadstation:

  • laadkabel is altijd vast;
  • voorzien van kabels met elk een andere connector (type CHAdeMO en Combo 2);
  • laadvermogen tot 250 kW;
  • duurtijd van laden tussen een half en twee uur.  

Sommige laadpunten Mode 4 zijn eveneens voorzien van een derde kabel met een Type 2 connector waardoor je ook kunt laden als in Laadpunt Mode 3.

Slimme laadpunten vs capaciteitstarief

sla link op in klembord

Het gebruik van laadpunten, op hetzelfde toegangspunt van het elektriciteitsnet van je schoolinfrastructuur (HVAC, digitale borden, machines in technische richtingen bij STEM-scholen) kan mogelijk leiden tot een hoger totaal piekvermogen waarop je wordt afgerekend met het capaciteitstarief per kwartiervermogen vanaf 1 januari 2023

Een slimme laadpaal met WiFi-, 3G, of Lan-verbindingen onderscheidt zich van een standaard laadpaal door bijkomende functies zoals 'dynamische laadstroom' en/of 'load-balancing' waardoor ze zich aanpassen naar gelang de omstandigheden.

Dynamische laadstroom zorgt ervoor dat de laadpaal de laadstroom aanpast in functie van het totaal stroomverbruik van je schoolgebouw, waardoor laden mogelijk blijft zonder het risico op overbelasting van je stroomvoorziening of overschrijding van je toegangsvermogen (zie capaciteitstarief).

Indien meerdere laadpunten aangesloten zijn op één toegangspunt regelt de load-balancing functie de onderlinge communicatie tussen de diverse laadpunten en verdeelt ze het beschikbare vermogen over de beschikbare laadpunten.

Ook laden op het moment dat de stroom goedkoper is, waardoor je bespaart op de laadkosten, behoort tot de mogelijkheden van een slimme laadpaal.

Voor elk type laadpunt (Mode 3 & 4) vind je slimme toepassingen.

Controles

sla link op in klembord

Het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) volgt op of je de regelgeving in verband met de verplichte oplaadpunten naleeft. Bij niet naleving kan het VEKA een administratieve geldboete opleggen van:

  • 2 000 euro per ontbrekend oplaadpunt voor elektrische voertuigen;
  • 1 000 euro per parkeerplaats als je de nodige infrastructuur om de installatie van oplaadpunten in een later stadium mogelijk te maken niet voorzien hebt.

Brandverzekering oplaadpunten

sla link op in klembord

Aan de installatie van oplaadpunten voor elektrische wagens wordt steeds een brandrisico gekoppeld. Zeker wanneer deze binnen het gebouw geïnstalleerd worden

Als verzekerde ben je altijd verplicht dit te melden aan jouw verzekeraar indien er door een wijziging in je schoolgebouw of je activiteit een verhoging ontstaat van het risico. Je vermijdt hierdoor dat je verzekeraar dit aangrijpt om niet te moeten tussenkomen.

Tot op heden zijn er geen verzekeraars gekend die voor de installatie van een oplaadpunt een bijkomende premie rekenen.

Aanvullende informatie vind je om de website van VEKA, de website van Fluvius en de website van VREG.

Contact

Nieuws

MEER

×
Kijkt als...
Niveau
Regio