Inductie

Update 26 juni 2026
In uitvoering van het Vlaamse regeerakkoord werd voorzien dat beginnende leerkrachten, via de aanwending eenheden inductie, maximum 20% van hun opdracht kunnen besteden aan een nieuwe specifieke vorm van aanvangsbegeleiding, de zogenaamde inductie, met focus op klasmanagement en vakdidactiek. 

Scholengemeenschappen (en scholen buiten een scholengemeenschap) krijgen voor de organisatie van deze specifieke vorm van aanvangsbegeleiding eenheden ‘inductie’. Die kunnen ze omzetten in lestijden of lesuren. Ze ontvangen deze eenheden op basis van het aantal starters aangesteld in de scholen in de maand december in de voorbije drie schooljaren.  
 
Voor het schooljaar 2026-2027 wordt de aanwending van de eenheden inductie versoepeld. De versterking van de aanvangsbegeleiding van startende leerkrachten blijft een van de mogelijkheden maar scholen(gemeenschappen) kunnen in het schooljaar 2026-2027 de eenheden inductie ook voor andere doelstellingen aanwenden die hun (personeels)organisatie ten goede komt.  Dit zorgt voor minder impact op de organisatie van de scholen en de verdeling van het urenpakket.

Reglementering

sla link op in klembord

Kopieer

Inductie wordt ingevoerd op 1 september 2026 onder voorbehoud van het advies van de Raad van State en goedkeuring door het Vlaams Parlement.
Je vindt meer informatie in de omzendbrief 'Inductie voor beginnende leerkrachten in het basis- en in het secundair onderwijs.'
De inhoud op deze pagina is gebaseerd op beschikbare informatie tot en met 18 juni 2026. 

Welke personeelsleden kunnen genieten van inductie?

sla link op in klembord

Kopieer

De eenheden inductie kunnen in het basis- en secundair onderwijs enkel aangewend worden

  • in de ambten van het onderwijzend personeel;
  • voor personeelsleden die tijdelijk zijn aangesteld voor bepaalde duur (TABD).
Starters kunnen deze aanvangsbegeleiding bovendien combineren met de lerarenbonus, op voorwaarde dat ze aan de voorwaarden voldoen. Op die manier kunnen ze bijkomend twee of drie extra uren aan opleiding besteden.
 
Als de eenheden inductie in het schooljaar 2026-2027 voor andere doeleinden worden aangewend dan inductie, dan vervalt de voorwaarde dat enkel personeelsleden kunnen worden aangesteld met een tijdelijke aanstelling van bepaalde duur.  
  • Je kan de eenheden inductie dan bijvoorbeeld ook inzetten om een TADDer of een vastbenoemd personeelslid aan te stellen. Als je een vastbenoemd personeelslid aanstelt, doe je dat via een verlof TAO. De inductie-uren worden dan doorgegeven in ATO2.
  • Ook de voorwaarde van de 20%-regel vervalt in deze situatie.

Als een beginnend leerkracht een opdracht heeft in meerdere scholen, kunnen de verschillende scholen beslissen om betrokkene tot 20% van zijn opdracht in ieder van de betrokken scholen te laten besteden aan inductie.

Het is aan de individuele scholen om de concrete aanwendingscriteria te bepalen.

Verdeling van de eenheden inductie

sla link op in klembord

Kopieer

De scholengemeenschappen verdelen de eenheden inductie over hun scholen volgens afspraken gemaakt in het lokaal overlegcomité van de scholengemeenschap (OCSG). Een scholengemeenschap kan ook afspraken maken over de overdracht van eenheden inductie naar een andere scholengemeenschap.
 
De overdracht van eenheden inductie kan enkel binnen het eigen onderwijsniveau. Een scholengemeenschap secundair mag dus geen eenheden inductie overdragen naar een scholengemeenschap basis en omgekeerd. 
Mits een akkoord binnen de scholengemeenschap kunnen in de loop van het schooljaar aangepaste afspraken worden gemaakt over de verdeling van de middelen over de verschillende scholen. 

De individuele scholen maken bovendien afspraken binnen het lokaal overleg (LOC) over:
 

  • eventuele extra middelen uit de reguliere omkadering (BPT) om inductie uit te breiden;
  • voor het schooljaar 2026-2027: het al dan niet nastreven van andere doelstellingen dan inductie   
  • de aanwendingscriteria van de eenheden inductie. Deze criteria bepalen hoeveel en voor welke beginnende leerkrachten eenheden inductie worden aangewend. Op die manier is flexibiliteit en differentiatie mogelijk.  Niet alle beginnende leerkrachten hebben immers hetzelfde profiel (bijvoorbeeld zijinstromers) of eenzelfde opleiding genoten. Als er een akkoord wordt bereikt, hebben beginnende leerkrachten recht op de aanwending van een deel van de eenheden inductie.Bij geen akkoord worden de toegekende eenheden inductie evenredig verdeeld over de aanwezige leerkrachten met een aanstelling van bepaalde duur, in verhouding tot hun opdracht. 
  • de praktische organisatie van inductie (lessenrooster, …)
We raden aan om bij de verdeling in de scholengemeenschap en bij het bepalen van de afspraken in de individuele scholen in het lokaal overlegcomité afspraken (een protocol) voor één schooljaar te maken.

Scholen zijn niet verplicht om, boven op de eenheden inductie, reguliere omkadering aan te wenden voor de inductie van beginnende leerkrachten die bijvoorbeeld pas in de loop van een schooljaar worden aangesteld.

Let op. Het kan zijn dat de eenheden inductie onvoldoende blijken. Het aantal eenheden dat in lestijden of lesuren omgezet kan worden, is immers gebaseerd op de voorbije drie schooljaren. Als er een significante stijging of daling van het aantal starters is, kan het zijn dat er te weinig of net ruim voldoende middelen ter beschikking zijn. Dit bekijk je best op het niveau van de scholengemeenschap als je de aanwendingscriteria bepaalt.
 
Je vindt onder de titel ‘Bepaal je doelgroep’  enkele suggesties rond aanwendingscriteria.

Aanwending van de eenheden inductie en te presteren opdracht, al dan niet in combinatie met een lerarenbonus

sla link op in klembord

Kopieer

Voor de aanwending van de eenheden inductie wordt de volgende formule toegepast: X x aantal aanstellingsdagen/7 = Y,
 
X = de opdracht op weekbasis van het personeelslid dat met eenheden inductie wordt aangesteld, uitgedrukt in 10.000sten waarbij 10 000 de voltijdse weekopdracht uitdrukt.
aantal aanstellingsdagen = het aantal dagen waarop het personeelslid met eenheden inductie wordt aangesteld, met inbegrip van een wettelijke feestdag, een weekeinde, de herfst-, kerst-, krokus-, of paasvakantie voor zover die periode in het aantal inductiedagen begrepen is;
Y = het aantal eenheden inductie, afgerond naar de hogere eenheid, als het resultaat van de deling na de komma 5 of meer bedraagt.

De omzetting van de uren of lestijden naar 10 000 gebeurt via de ponderatietabel, die als bijlage aan de omzendbrief wordt gevoegd.

Inductie kan gecombineerd worden met de lerarenbonus. Beiden hebben een impact op de te presteren opdracht.
 
Aantal kalenderdagen  
Als je een tijdelijk personeelslid in het kader van inductie voor een volledig schooljaar aanstelt, reken je hiervoor 303 kalenderdagen. 
Als je, voor het schooljaar 2026-2027, een vast benoemd personeelslid of een TADD’er voor andere doeleinden voor een volledig schooljaar aanstelt, reken je hiervoor ook 303 kalenderdagenVoor alle personeelsleden wiens aanstelling doorloopt tot 31/8 zal AGODI toch maar eenheden inductie aanrekenen t.e.m. 30/6, de aanstelling en het loon blijven uiteraard in de zomermaanden doorlopen. 

Modaliteiten

sla link op in klembord

Kopieer

Het deel van de betrekking dat via een omzetting van eenheden inductie wordt opgericht, kan niet vacant verklaard worden. Er kan dus ook niet in benoemd, geaffecteerd of gemuteerd worden.

De totale opdracht van het startende personeelslid – dus met inbegrip van de inductieopdracht – mag nooit een voltijdse opdracht in het desbetreffende wervingsambt overschrijden.
Als er in het schooljaar 2026-2027 eenheden inductie worden aangewend voor andere doelstellingen dan inductie, dan kan de totale opdracht van het betrokken personeelslid wel een voltijdse opdracht overschrijden.   

De scholen kunnen hun eenheden inductie niet overdragen naar een volgend schooljaar.

Een scholengemeenschap kan eenheden inductie wel overdragen naar een andere scholengemeenschap.

De aanwending van de eenheden inductie zal gecontroleerd worden. AGODI zal hiervoor een tool ontwikkelen. Meer informatie volgt in september.
 
Het deel van de opdracht met eenheden inductie wordt voor het tijdelijk personeelslid altijd in ATO 2 gezonden, ook wanneer de titularis afwezig is en op zijn beurt vervangen wordt door een tijdelijk personeelslid met inductie. Voor deze vervangingsopdracht moeten immers opnieuw eenheden inductie aangewend worden.
 
Als een school of scholengemeenschap in het schooljaar 2026-2027 kiest voor andere doelstellingen dan inductie en een personeelslid vervolgens gereaffecteerd of weder tewerkgesteld wordt in een betrekking ingericht met eenheden inductie, dan wordt deze opdracht ook in ATO2 gezonden.

Mogelijke invulling van de  begeleiding

sla link op in klembord

Kopieer

Algemeen

sla link op in klembord

Kopieer

De voorziene middelen (eenheden inductie) die omgezet worden in lestijden of lesuren zijn bedoeld om startende leraren maximum 20 % minder lesopdracht te geven en meer te begeleiden met een focus op klasmanagement en vakdidactiek.

Deze nieuwe specifieke vorm van aanvangsbegeleiding komt boven op de gekende aanvangsbegeleiding. Starters behouden dan ook hun bestaande rechten en plichten rond aanvangsbegeleiding, zoals bijvoorbeeld het recht om in gesprek met hun eerste evaluator aan te geven welke specifieke noden zij ervaren.
 
Voor het schooljaar 2026-2027 mogen scholen de eenheden inductie, naast de versterking van de aanvangsbegeleiding, ook aanwenden voor andere doelstellingen die hun (personeels) organisatie ten goede komt.  In dat geval, vervalt de maximum norm van 20%. In dat geval, vervalt de maximum norm van 20%. Je kan dan bijvoorbeeld een personeelslid deeltijds of voltijds aanstellen.

Overeenkomst

sla link op in klembord

Kopieer

De opgenomen ondersteuning 'inductie' (klasmanagement, vakdidactiek, andere specifieke aspecten) waar de beginnende leerkracht nood aan heeft en die mogelijk wordt gemaakt via lestijden of lesuren op basis van eenheden inductie, worden opgenomen in een schriftelijke overeenkomst.

Die schriftelijke overeenkomst wordt in onderling overleg tussen het personeelslid en de eerste evaluator vastgelegd en eventueel aangepast tijdens de periode van de aanvangsbegeleiding als gevolg van nieuwe afspraken. 
 
Om de taakbelasting te beperken, voorzien we vanuit Katholiek Onderwijs Vlaanderen één overeenkomst voor aanvangsbegeleiding en inductie. Dit kan als de inhoud van de aanvangsbegeleiding en inductie op hetzelfde ogenblik gekend zijn. Mocht geen inductie worden toegekend, kan het onderdeel inductie geschrapt worden.

Als in het schooljaar 2026-2027 eenheden inductie aangewend worden voor andere doelstellingen, moet geen overeenkomst worden opgesteld.

Concrete handvaten

sla link op in klembord

Kopieer

De regelgeving biedt autonomie aan de scholen en scholengemeenschappen om inductie concreet in te vullen en te organiseren, op basis van hun aanvangsbegeleiding en profiel van de startende leraar of, in het schooljaar 2026-2027, andere doelstellingen.

We reiken vanuit Katholiek Onderwijs Vlaanderen enkele concrete handvaten aan.

Een aantal handvaten hebben betrekking op de wettelijke verplichtingen (bepaal de doelgroep in functie van het aantal eenheden inductie), een aantal anderen zijn eerder informatief en adviserend.

Breng het aantal beschikbare eenheden inductie in kaart
Uitgangspunt is het aantal beschikbare eenheden inductie.
Het aantal eenheden dat in lestijden of lesuren omgezet kan worden, is gebaseerd op de voorbije drie schooljaren.  Is het aantal eenheden inductie onvoldoende? Of net heel ruim? Is het mogelijk om elke starter 20% inductie te voorzien voor een heel schooljaar? Of wordt de inductie voor elke starter beperkt tot 10% voor een heel schooljaar en hou je nog enkele eenheden in reserve voor starters die in de loop van het schooljaar instappen?  Kan je, in 2026-2027, met de eenheden inductie een personeelslid voor een volledig jaar aanstellen voor andere doeleinden?  

Afhankelijk van het aantal beschikbare eenheden inductie, bepaal je dan je doelgroep.
Hou zeker het volledige contingent inductie eenheden over het hele schooljaar goed in het oog.  Als je personeelsleden die je voor een andere doelstelling aanstelt met eenheden inductie moet vervangen omwille van bijvoorbeeld ziekte, dien je opnieuw eenheden inductie om te zetten of andere middelen uit je omkadering te gebruiken.

Bepaal je doelgroep
Je maakt als school afspraken over de praktische organisatie en de aanwendingscriteria van de eenheden inductie.  Je bepaalt eveneens of je de eenheden inductie wenst aan te wenden voor andere doelstellingen dan aanvangsbegeleiding.  

Je bepaalt met andere woorden de doelgroep: aan hoeveel en welke beginnende leerkrachten ken je inductie toe. 

We geven enkele niet-limitatieve criteria waarmee je rekening kan houden als je de eenheden inductie wenst aan te wenden voor starters zoals oorspronkelijk bedoeld :

  • het type starter, met aandacht voor
    • de opleidingsachtergrond (pas afgestudeerd, zij-instromer, interimaris, LIO, …),
    • stage-ervaring,
    • specifieke noden (starter met buitenlands diploma, …)
    • onderwijskundige complexiteit van de opdracht (meertalige context, …)
  • de verhouding tussen de starters (Zijn er veel zij-instromers? Veel starters met een lerarenbonus? Startten er eerder veel personeelsleden met een lerarenopleiding? Starter met een gelijkgeschakeld buitenlands diploma?);
  • de ‘hiaten’, extra ‘noden’ opgemerkt op basis van huidige aanvangsbegeleiding;
  • de concrete opdracht;
  • de duurtijd van de opdracht.
Let op als je eenheden inductie slechts voor een beperkte periode in het jaar wil toekennen, dit heeft immers een impact op de opdracht en verloning van het personeelslid. Als je bijvoorbeeld een startend personeelslid een volledig jaar aanstelt met 20% eenheden inductie tot vlak voor de kerstvakantie, wordt diens opdracht vanaf januari herleid met die eenheden inductie, tenzij er dan nog elders andere uren beschikbaar zijn. Anderzijds is het wel mogelijk eenheden inductie toe te kennen voor een tijdelijk personeelslid dat vanaf januari tot en met eind juni aan de slag gaat.

Als je eenheden inductie in de tijd wil beperken communiceer je de manier van werken en de gevolgen op de opdracht en de verloning bij de aanstelling duidelijk aan het personeelslid.

Je bespreekt ook de praktische organisatie. Wat is organisatorisch mogelijk (hoeveel starters mogelijk? Wat is praktisch haalbaar in combinatie met mentoren/aanvangsbegeleiding).

Integreer de inductie in je bestaande aanvangsbegeleiding en in je globaal personeelsbeleid.
Inductie voor starters is onderdeel van je aanvangsbegeleiding. Je integreert het dan ook in het globaal personeels- en professionaliseringsbeleid en het pedagogische project van jouw school.
We raden aan om per school en scholengemeenschap een overzicht bij te houden van de starters waarvoor je eenheden inductie inzet. Dat laat toe om, op termijn, het beleid rond aanvangsbegeleiding inclusief inductie verder uit te werken en aan te passen aan de concrete noden van jouw schoolcontext.
Je communiceert de manier van werken rond inductie en aanvangsbegeleiding duidelijk aan je schoolteam, bijvoorbeeld op de personeelsvergadering bij de start van het schooljaar.

Neem de begeleiding op als schoolteam.
De extra ondersteuning kan en hoeft niet alleen opgenomen te worden door een aanvangsbegeleider of mentor. Er zijn immers geen bijkomende middelen (uren aanvangsbegeleiding) daarvoor. Bekijk wie in het team wat kan opnemen in de begeleiding van de starter:

  • Wat neemt de mentor/aanvangsbegeleider op?
  • Zijn er peters/meters die praktische vragen kunnen opnemen (werkbegeleiding)?
  • Welke rol spelen de vakgroepen in de begeleiding?
  • Kunnen lessen samen voorbereid worden met vakcollega’s of parallelcollega’s?
Voor het schooljaar 2026-2027 zou je de eenheden inductie weliswaar kunnen aanwenden om mentoren aan te stellen om de begeleiding van starters op te nemen  (andere doelstelling dan de initiële indictie bestemd voor aanvangsbegeleiding)

Differentieer en werk op maat.
Startende leraren hebben niet dezelfde achtergrond of opleiding. Maak daarom de begeleiding op maat en in overleg. Bespreek met de starter wat hij/zij nodig heeft, zowel in uren als in ondersteuning en begeleiding.
Geef daarbij een actieve rol aan de starter. Maak een plan op van bij de start. Wees flexibel om dit plan bij te sturen in overleg met de mentor of aanvangsbegeleider.

Extra tijd voor begeleiding én voor lesvoorbereiding voor starters.
Vul de vrijgekomen tijd niet volledig met begeleidings- en professionaliseringstijd, maar maak ruimte voor individuele of gezamenlijke voorbereidingstijd. Dit geeft zuurstof en maakt de start haalbaarder.

Bied verschillende vormen van ondersteuning aan.
Er zijn veel mogelijkheden om de begeleiding voor starters in te vullen. In onze inspiratienota bieden we een aantal methodieken aan die gebruikt kunnen worden. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Hospiteren of collegiale visitatie: laat de startende leraar een aantal lessen meevolgen met een collega om te zien hoe hij/zij het aanpakt. Dit kan zowel binnen het eigen als een ander vakgebied zijn of in een andere graad. Geef een actieve rol aan de starter en laat hem reflecteren. Wat werkte? Waar liggen linken met modellen van effectieve didactiek (lessen met effect), enzovoort …
  • Lesson study: individuele of gezamenlijke voorbereiding van lessen of vakdocumenten, evaluatie van lessen, in gesprek te gaan met collega’s.
  • Co-teaching: laat de starter een paar dagen (actief) meedraaien in de klas met een collega.
  • Interne professionaliseringsinitiatieven, al dan niet begeleid door de pedagogische begeleiding.
  • Gestructureerde intervisie met andere starters.
Tijdens de uren aangesteld via eenheden inductie zijn de starters verplicht op school aanwezig.

Personeelspuzzel en vervanging.
Inductie is voor de starter een goede maatregel. Het maakt de startperiode haalbaarder en biedt kansen voor extra ondersteuning.  
Het leggen van de personeelspuzzel bij de start van het schooljaar wordt hierdoor toch wel wat complexer. In tijden van lerarentekort is het niet evident om extra personeel te vinden.  
Bij afwezigheid van de beginnende titularis, kan je in de reeds omgezette eenheden inductie bovendien niet vervangen door een beginnende vervanger. Als een beginnend leerkracht vervangen wordt door een andere beginnende leerkracht, zullen er dus opnieuw eenheden inductie moeten omgezet worden in lestijden of lesuren indien men lokaal heeft beslist dat ook aan de vervanger inductie wordt aangeboden (tenzij men ervoor kiest om voor de beginnende vervanger lestijden of lesuren BPT aan te wenden).
Ook als de eenheden inductie in het schooljaar 2026-2027  worden aangewend voor andere doelstellingen dan inductie, kunnen de omgezette eenheden bij de afwezigheid van de titularis niet aangewend worden voor een vervanger.  Je moet dan opnieuw eenheden inductie inzetten of andere middelen uit je omkadering gebruiken. Wij adviseren om in dat geval voldoende eenheden in reserve te houden.

Contact

Els Goeminne
stafmedewerker
personeelsbeleid
 
gewoon basisonderwijs
      Frederik Maes
      pedagogisch begeleider
      leiderschapsontwikkeling en loopbaanbeleid
          Astrid Meganck
          pedagogisch begeleider
          school- en loopbaanbeleid

          secundair onderwijs
          West-Vlaanderen
              ×
              Kijkt als...
              Niveau
              Regio
              Kan ik je helpen?