In basis- en secundaire scholen zullen startende leraren, maar ook vervangers doorheen het schooljaar, maximum 20 % van hun opdracht kunnen besteden aan een specifieke vorm van aanvangsbegeleiding met name inductie. Deze vorm van begeleiding focust op klasmanagement en vakdidactiek.
Scholengemeenschappen (en scholen buiten een scholengemeenschap) krijgen voor de organisatie van deze specifieke vorm van aanvangsbegeleiding eenheden ‘inductie’. Die kunnen ze omzetten in lestijden of lesuren. Ze ontvangen deze eenheden op basis van het aantal starters aangesteld in de scholen in de maand december in de voorbije drie schooljaren. Deze eenheden zijn dus bijkomend aan de uren aanvangsbegeleiding die al bestaan (toegekend op schoolniveau).
De overheid hoopt via deze bijkomende begeleiding de stress en de praktijkschok bij de startende leerkrachten te verminderen, hun zelfvertrouwen te doen toenemen en verbinding met het schoolteam te creëren.
Inductie wordt ingevoerd op 1 september 2026 onder voorbehoud van het advies van de Raad van State en goedkeuring door het Vlaams Parlement.
Je vindt meer informatie in de omzendbrief 'Inductie voor beginnende leerkrachten in het basis- en in het secundair onderwijs.'
De inhoud op deze pagina is gebaseerd op beschikbare informatie tot en met 7 mei 2026.
De eenheden inductie kunnen in het basis- en secundair onderwijs enkel aangewend worden
Starters kunnen deze aanvangsbegeleiding bovendien combineren met de lerarenbonus, op voorwaarde dat ze aan de voorwaarden voldoen. Op die manier kunnen ze bijkomend twee of drie extra uren aan opleiding besteden.
Als een beginnend leerkracht een opdracht heeft in meerdere scholen, kunnen de verschillende scholen beslissen om betrokkene tot 20% van zijn opdracht in ieder van de betrokken scholen te laten besteden aan inductie.
Het is aan de individuele scholen om de concrete aanwendingscriteria te bepalen.
De scholengemeenschappen verdelen de eenheden inductie over hun scholen volgens afspraken gemaakt in het lokaal overlegcomité van de scholengemeenschap (OCSG). Een scholengemeenschap kan ook afspraken maken over de overdracht van eenheden inductie naar een andere scholengemeenschap.
De individuele scholen maken bovendien afspraken binnen het lokaal overleg (LOC) over:
We raden aan om bij de verdeling in de scholengemeenschap en bij het bepalen van de afspraken in de individuele scholen in het lokaal overlegcomité afspraken (een protocol) voor één schooljaar te maken.
Scholen zijn niet verplicht om, boven op de eenheden inductie, reguliere omkadering aan te wenden voor de inductie van beginnende leerkrachten die bijvoorbeeld pas in de loop van een schooljaar worden aangesteld.
Let op. Het kan zijn dat de eenheden inductie onvoldoende blijken. Het aantal eenheden dat in lestijden of lesuren omgezet kan worden, is immers gebaseerd op de voorbije drie schooljaren. Als er een significante stijging of daling van het aantal starters is, kan het zijn dat er te weinig of net ruim voldoende middelen ter beschikking zijn. Dit bekijk je best op het niveau van de scholengemeenschap als je de aanwendingscriteria bepaalt.
Je vindt onder de titel ‘Bepaal je doelgroep’ enkele suggesties rond aanwendingscriteria.
Voor de aanwending van de eenheden inductie wordt de volgende formule toegepast: X x aantal aanstellingsdagen/7 = Y,
X = de opdracht op weekbasis van het personeelslid dat met eenheden inductie wordt aangesteld, uitgedrukt in 10.000sten waarbij 10 000 de voltijdse weekopdracht uitdrukt.
aantal aanstellingsdagen = het aantal dagen waarop het personeelslid met eenheden inductie wordt aangesteld, met inbegrip van een wettelijke feestdag, een weekeinde, de herfst-, kerst-, krokus-, of paasvakantie voor zover die periode in het aantal inductiedagen begrepen is;
Y = het aantal eenheden inductie, afgerond naar de hogere eenheid, als het resultaat van de deling na de komma 5 of meer bedraagt.
De omzetting van de uren of lestijden naar 10 000 gebeurt via de ponderatietabel, die als bijlage aan de omzendbrief wordt gevoegd.
Inductie kan gecombineerd worden met de lerarenbonus. Beiden hebben een impact op de te presteren opdracht.
Het deel van de betrekking dat via een omzetting van eenheden inductie wordt opgericht, kan niet vacant verklaard worden. Er kan dus ook niet in benoemd, geaffecteerd of gemuteerd worden.
De totale opdracht van het startende personeelslid – dus met inbegrip van de inductieopdracht – mag nooit een voltijdse opdracht in het desbetreffende wervingsambt overschrijden.
De scholen kunnen hun eenheden inductie niet overdragen naar een volgend schooljaar.
Een scholengemeenschap kan eenheden inductie wel overdragen naar een andere scholengemeenschap.
De aanwending van de eenheden inductie zal gecontroleerd worden. AGODI zal hiervoor een tool ontwikkelen. Meer informatie volgt in september.
De voorziene middelen (eenheden inductie) die omgezet worden in lestijden of lesuren zijn bedoeld om startende leraren maximum 20 % minder lesopdracht te geven en meer te begeleiden met een focus op klasmanagement en vakdidactiek.
Deze nieuwe specifieke vorm van aanvangsbegeleiding komt boven op de gekende aanvangsbegeleiding. Starters behouden dan ook hun bestaande rechten en plichten rond aanvangsbegeleiding, zoals bijvoorbeeld het recht om in gesprek met hun eerste evaluator aan te geven welke specifieke noden zij ervaren.
De opgenomen ondersteuning (klasmanagement, vakdidactiek, andere specifieke aspecten) waar de beginnende leerkracht nood aan heeft en die mogelijk wordt gemaakt via lestijden of lesuren op basis van eenheden inductie, worden opgenomen in een schriftelijke overeenkomst.
Die schriftelijke overeenkomst wordt in onderling overleg tussen het personeelslid en de eerste evaluator vastgelegd en eventueel aangepast tijdens de periode van de aanvangsbegeleiding als gevolg van nieuwe afspraken.
Om de taakbelasting te beperken, voorzien we vanuit Katholiek Onderwijs Vlaanderen één overeenkomst voor aanvangsbegeleiding en inductie. Dit kan als de inhoud van de aanvangsbegeleiding en inductie op hetzelfde ogenblik gekend zijn. Mocht geen inductie worden toegekend, kan het onderdeel inductie geschrapt worden.
De regelgeving biedt autonomie aan de scholen en scholengemeenschappen om inductie concreet in te vullen en te organiseren, op basis van hun aanvangsbegeleiding en profiel van de startende leraar.
We reiken vanuit Katholiek Onderwijs Vlaanderen enkele concrete handvaten aan.
Een aantal handvaten hebben betrekking op de wettelijke verplichtingen (bepaal de doelgroep in functie van het aantal eenheden inductie), een aantal anderen zijn eerder informatief en adviserend.
Breng het aantal beschikbare eenheden inductie in kaart
Het aantal eenheden dat in lestijden of lesuren omgezet kan worden, is gebaseerd op de voorbije drie schooljaren. Is het aantal eenheden inductie onvoldoende? Of net heel ruim? Is het mogelijk om elke starter 20% inductie te voorzien voor een heel schooljaar? Of wordt de inductie voor elke starter beperkt tot 10% voor een heel schooljaar en hou je nog enkele eenheden in reserve voor starters die in de loop van het schooljaar instappen?
Afhankelijk van het aantal beschikbare eenheden inductie, bepaal je dan je doelgroep.
Bepaal je doelgroep
Je maakt als school afspraken over de praktische organisatie en de aanwendingscriteria van de eenheden inductie.
Je bepaalt met andere woorden de doelgroep: aan hoeveel en welke beginnende leerkrachten ken je inductie toe.
We geven enkele niet-limitatieve criteria waarmee je rekening kan houden:
Let op als je eenheden inductie slechts voor een beperkte periode in het jaar wil toekennen, dit heeft immers een impact op de opdracht en verloning van het personeelslid. Als je bijvoorbeeld een startend personeelslid een volledig jaar aanstelt met 20% eenheden inductie tot vlak voor de kerstvakantie, wordt diens opdracht vanaf januari herleid met die eenheden inductie, tenzij er dan nog elders andere uren beschikbaar zijn. Anderzijds is het wel mogelijk eenheden inductie toe te kennen voor een tijdelijk personeelslid dat vanaf januari tot en met eind juni aan de slag gaat.
Als je eenheden inductie in de tijd wil beperken communiceer je de manier van werken en de gevolgen op de opdracht en de verloning bij de aanstelling duidelijk aan het personeelslid.
Je bespreekt ook de praktische organisatie. Wat is organisatorisch mogelijk (hoeveel starters mogelijk? Wat is praktisch haalbaar in combinatie met mentoren/aanvangsbegeleiding).
Integreer de inductie in je bestaande aanvangsbegeleiding en in je globaal personeelsbeleid.
Inductie is onderdeel van je aanvangsbegeleiding. Je integreert het dan ook in het globaal personeels- en professionaliseringsbeleid en het pedagogische project van jouw school.
We raden aan om per school en scholengemeenschap een overzicht bij te houden van de starters waarvoor je eenheden inductie inzet. Dat laat toe om, op termijn, het beleid rond aanvangsbegeleiding inclusief inductie verder uit te werken en aan te passen aan de concrete noden van jouw schoolcontext.
Je communiceert de manier van werken rond inductie en aanvangsbegeleiding duidelijk aan je schoolteam, bijvoorbeeld op de personeelsvergadering bij de start van het schooljaar.
Neem de begeleiding op als schoolteam.
De extra ondersteuning kan en hoeft niet alleen opgenomen te worden door een aanvangsbegeleider of mentor. Er zijn immers geen bijkomende middelen (uren aanvangsbegeleiding) daarvoor. Bekijk wie in het team wat kan opnemen in de begeleiding van de starter:
Differentieer en werk op maat.
Startende leraren hebben niet dezelfde achtergrond of opleiding. Maak daarom de begeleiding op maat en in overleg. Bespreek met de starter wat hij/zij nodig heeft, zowel in uren als in ondersteuning en begeleiding.
Geef daarbij een actieve rol aan de starter. Maak een plan op van bij de start. Wees flexibel om dit plan bij te sturen in overleg met de mentor of aanvangsbegeleider.
Extra tijd voor begeleiding én voor lesvoorbereiding.
Vul de vrijgekomen tijd niet volledig met begeleidings- en professionaliseringstijd, maar maak ruimte voor individuele of gezamenlijke voorbereidingstijd. Dit geeft zuurstof en maakt de start haalbaarder.
Bied verschillende vormen van ondersteuning aan.
Er zijn veel mogelijkheden om de begeleiding in te vullen. In onze inspiratienota bieden we een aantal methodieken aan die gebruikt kunnen worden. Denk bijvoorbeeld aan:
Tijdens de uren aangesteld via eenheden inductie zijn de starters verplicht op school aanwezig.
Personeelspuzzel en vervanging.
Inductie is voor de starter een goede maatregel. Het maakt de startperiode haalbaarder en biedt kansen voor extra ondersteuning.
Het leggen van de personeelspuzzel bij de start van het schooljaar wordt hierdoor toch wel wat complexer. In tijden van lerarentekort is het niet evident om extra personeel te vinden.
Bij afwezigheid van de beginnende titularis, kan je in de reeds omgezette eenheden inductie bovendien niet vervangen door een beginnende vervanger. Als een beginnend leerkracht vervangen wordt door een andere beginnende leerkracht, zullen er dus opnieuw eenheden inductie moeten omgezet worden in lestijden of lesuren indien men lokaal heeft beslist dat ook aan de vervanger inductie wordt aangeboden (tenzij men ervoor kiest om voor de beginnende vervanger lestijden of lesuren BPT aan te wenden).