STEM-doel 'Ontwerpen van een oplossing voor een probleem' in leerplannen Natuurwetenschappen

Ben je op zoek naar ondersteuning bij het STEM-leerplandoel 'Ontwerpen van een oplossing voor een probleem'? Deze tekst met informatie en voorbeelden kan je op weg helpen.

Situering

sla link op in klembord

Kopieer

Het STEM-leerplandoel ‘De leerlingen ontwerpen een oplossing voor een probleem door wetenschappen, technologie of wiskunde geïntegreerd aan te wenden’ is opgenomen in leerplannen Natuurwetenschappen van de eerste graad (A- en B-stroom) en in leerplannen van de tweede en de derde graad en D- en D/A-finaliteit.

Het bijbehorende minimumdoel geeft aan: ‘rekening houdend met concepten van de tweede/derde graad en de context waarin dit minimumdoel aan bod komt’. Dat schetst het belang om het leerplandoel te interpreteren in samenhang met de graad en de behandelde inhoudelijke concepten binnen de studierichting.

In de eerste graad van het secundair onderwijs bouwt het STEM-leerplandoel verder op de ontwerpcyclus zoals die in het basisonderwijs aan bod komt. We vinden het doel terug in de leerplannen voor Natuurwetenschappen en voor Techniek in de algemene vorming: leerplandoelen I-Nat-a LPD 5; I-Nat-b LPD 5, I-Tec-a LPD 3; I-Tec-b LPD 3. Oplossen van problemen krijgt ook aandacht in Wiskunde: I-Wis-a LPD 2; I-Wis-b LPD 1.

Deze tekst verduidelijkt algemene principes om het doel te realiseren en geeft een aantal beknopte voorbeelden.

Ontwerpen

sla link op in klembord

Kopieer

Wat is ontwerpen?

sla link op in klembord

Kopieer

Ontwerpen is het aangeven van de beste oplossing om aan een behoefte te voldoen. Daarbij worden beschikbare hulpmiddelen gebruikt. Daarnaast wordt er rekening gehouden met o.a. natuurkundige en maatschappelijke factoren. Vanuit een probleemdefinitie worden eisen en beperkingen verkend. Meerdere ideeën worden gegenereerd en op basis van geïnformeerde keuzes omgezet in een concrete oplossing.”
(Gebaseerd op definitie in: Zeiler, W. (2022). Basisboek ontwerpen. Utrecht: Noordhoff Uitgevers. (Blz. 56).

Bij het ontwerpen maken leerlingen gebruik van probleemoplossende strategieën zoals verkennen en verhelderen van het probleem, analyseren van het probleem, mogelijke (deel-)oplossingen inventariseren, afwegen van de mogelijke oplossingen … en dat via modellen, stappenplan, schema’s, schetsen, tekeningen …

Voorbeelden van eerder kleinschalige ontwerpopdrachten

sla link op in klembord

Kopieer

Opdrachten in de context van de leefwereld en de samenleving

sla link op in klembord

Kopieer

  • De biodiversiteit in een specifieke tuin verhogen, bv. in de schoolomgeving, op de speelplaats.
  • Negatieve gevolgen van micro-organismen beperken (vb. bij voedsel, drinkwater).
  • Een plan bedenken om ongewenste organismen te vookomen of te bestrijden (vb. slakkenplaag in de tuin, een muis in huis ...).
  • Een plan opstellen voor selectie en dosering van meststof om de groei van een bepaalde plant te optimaliseren.
  • Een gezond voedingsschema ontwikkelen voor een bepaalde doelgroep op basis van informatie op voedingsproducten en voedingslabels gebaseerd op duurzaamheidscriteria.
  • Een recept aanpassen voor personen met specifieke dieeteisen.
  • Gegeven voedingsmiddelen langer vers houden op basis van osmotische eigenschappen.
  • Een methode ontwikkelen om een gegeven mengsel te scheiden in de gewenste fracties.
  • Een vlek op een gegeven stuk textiel verwijderen.
  • De blauwe kleur van bloemen stimuleren in een gegeven tuin.
  • Een oplossing bedenken om de kalkaanslag in een huisinstallatie te verminderen.
  • Een cold pack of hot pack ontwerpen voor een gegeven gebruikssituatie.
  • Een methode ontwerpen om de oxidatie van een gegeven stof, voedingsmiddel of gebruiksvoorwerp af te remmen.
  • Kunststoffen identificeren op basis van eigenschappen.
  • Een verzorgingsproduct ontwerpen met bepaalde eigenschappen en voor een gegeven gebruikerscontext.
  • Water/energiegebruik in huis beperken.
  • Zonnewering optimaliseren voor een gegeven lokaal.
  • Geluidshinder beperken in een gegeven situatie.
  • Wifi-ontvangst verbeteren in een gegeven lokaal.

Opdrachten in de context van onderzoek voeren op school

sla link op in klembord

Kopieer

  • Een methode ontwikkelen om organismen binnen een afgebakende biotoop beter te observeren bij een gegeven onderzoek.
  • Een methode ontwikkelen om beïnvloedingsfactoren op de groei van kiemplanten te controleren, te variëren en te optimaliseren zodat een gegeven onderzoek gecontroleerd kan verlopen.
  • De biologische afbraak van een voedingsstof (bv. zetmeel, lactose, eiwitten …) optimaliseren door de enzymwerking te beïnvloeden. De leerlingen ontwerpen experimenten om de beïnvloedende factoren op het afbraakproces te onderzoeken.
  • Een gegeven fermentatieproces verbeteren op basis van criteria (bv. snelheid, juiste omzetting, opbrengst ...).
  • Een methode ontwikkelen om variabelen constant te houden bij onderzoek naar de werking van een TiO2-cel.
  • Een methode ontwikkelen om een veer te kalibreren om die te gebruiken in een gegeven onderzoek als dynamometer of massabalans.
  • Een experimentele opstelling ontwerpen om het energierendement van een botsende bal te bepalen.
  • Een efficiënte en voldoend nauwkeurige meetmethode ontwikkelen om de snelheid van een ERB of de versnelling van een EVRB te bepalen.
  • Een methode ontwikkelen om de frequentie van een hoogfrequente trilling te meten in de context van een gegeven onderzoek.
 
Voorbeelden van meer uitgebreide ontwerpopdrachten waarvoor een ruimer tijdsbestek nodig is vind je verderop in de tekst.

Aandachtspunten bij de begeleiding van het ontwerpproces

sla link op in klembord

Kopieer

Het ontwerpproces staat in dit leerplandoel centraal. In hun drang om tot een oplossing te komen, zullen de leerlingen mogelijk uitgaan van een oplossing die aansluit bij het buikgevoel. Dat is een valkuil. Om creatieve denkvaardigheden te ontwikkelen is het belangrijk om aandacht te besteden aan verschillende fasen in een ontwerpproces. Het is vooral belangrijk dat leerlingen breed kijken en diverse invalshoeken aan bod laten komen.

Ook te veel nadruk op de productkwaliteit van het resultaat kan een valkuil zijn[1]. Bij het evalueren van het leerplandoel speelt het resultaat in de vorm van bv. een model, een methodiek, een prototype een rol. Minstens even belangrijk is de procesevaluatie: de mate waarin de leerlingen het ontwerpproces methodisch hebben doorlopen.

Je kan de leerlingen stimuleren om het ontwerpprobleem grondig te verkennen en verschillende elementen in kaart brengen: wensen van de gebruiker(s), gewenste kwaliteit (duurzaamheid, betrouwbaarheid ...), economische overwegingen (kosten-baten), eisen op vlak van milieu en veiligheid, esthetische eisen, schaalbaarheid ...
Op die manier krijgen ze zicht op het pakket aan eisen waaraan het ontwerp moet voldoen (het ‘eisenprogramma’).

Om de verkenning of de analyse van het probleem of de uitdaging te begeleiden kan je leerlingen vragen aanreiken. Voorbeelden:

  • Voor wie wordt de oplossing ontworpen: voor de leerling zelf, een gekende gebruiker of doelgroep, een ongekende gebruiker of doelgroep?
  • Hoe kunnen we de behoefte(n) van de doelgroep(en) bepalen? Is er bv. een bevraging of een plaatsbezoek nodig?
  • Bestaan er al oplossingen voor gelijkaardige problemen of uitdagingen of gaat het over een nieuw probleem?
  • Doet het probleem zich in alle omstandigheden en/of alle omgevingen voor?
  • Zijn er tegengestelde belangen? Bv. negatieve gevolgen van een mogelijke oplossing voor personen of de omgeving?
  • Aan welke eisen en beperkingen moet de oplossing voldoen?
    • Gewenste functionaliteit, kwaliteit, veiligheid, duurzaamheid ….
    • Beperkingen op vlak van kostprijs
    • Eisen en beperkingen vanuit regelgeving
    • Eisen met betrekking tot planning in ruimte en tijd

In een volgende fase formuleren leerlingen ideeën voor taken en eigenschappen waaraan het ontwerp moet voldoen. Vervolgens leren ze meerdere mogelijke (deel)oplossingen tegenover elkaar afwegen. Op die manier leren ze hun (oorspronkelijk) oordeel uitstellen.

Het is belangrijk om aandacht te besteden aan het proces dat leerlingen doorlopen bij het ontwerpen van een oplossing. Ze kunnen sporen van hun denkproces verzamelen zoals foto’s nemen van deeloplossingen; documentatie verzamelen; tekeningen, schema’s, eenvoudige berekeningen maken; een proefmodel samenstellen … Die elementen zijn belangrijk voor de evaluatie.

Het Gemeenschappelijk funderend leerplan bevat een aantal leerplandoelen die in samenhang aan bod kunnen komen. Denk aan doelen over onderliggende vaardigheden: creatieve denktechnieken en informatievaardigheden.

  • LPD 10 De leerlingen genereren creatieve ideeën om een probleem op te lossen en bespreken de uitvoerbaarheid ervan aan de hand van criteria.
  • LPD 21 De leerlingen zoeken doelgericht informatie in diverse bronnen. 

Zelfstandig problemen kunnen oplossen motiveert leerlingen. Door creatief en flexibel denken komen ze los van oplossingen die voortvloeien uit het buikgevoel. Je legt daarbij ook nadruk op het gebruik van betrouwbare kennis. Ze baseren beslissingen in het ontwerpproces op betrouwbare informatie en ze testen aannames uit alvorens ze voor waar aan te nemen. Aandacht voor een werkwijze die ‘evidence informed’ is, zorgt ervoor dat leerlingen hun aanpak beter kunnen beargumenteren.

Een oplossing voor een probleem of uitdaging

sla link op in klembord

Kopieer

Een goede keuze van een probleem of uitdaging is belangrijk. Het is aangewezen om te vertrekken vanuit een specifieke situatie.
Je kan de leerlingen betrekken bij het keuzeproces zodat het zeker ‘hun’ probleem of uitdaging wordt. Je geeft ze voldoende ruimte om binnen een informatierijke omgeving op zoek te gaan, individueel of in groep.

Het is belangrijk dat leerlingen tot een verschillend eindresultaat kunnen en mogen komen. Ze doorlopen dus geen identiek proces. Dat wil niet zeggen dat er geen gemeenschappelijke deelopdrachten kunnen zijn. Voor een vlot verloop van de opdracht kan het zinvol zijn om dat te voorzien.

Om tijdens het ontwikkelproces niet vast te lopen is het zinvol om rekening te houden met de volgende aandachtspunten.

  • De situatie is voldoende breed: de leerlingen kunnen (deel)oplossingen aanreiken door vanuit meerdere invalshoeken te kijken.
  • Je hoeft niet te vertrekken van een wit blad. In functie van de beschikbare onderwijstijd kan het zinvol zijn om een bestaande situatie te verkennen waarin al stappen zijn gezet om tot een oplossing te komen.
  • Bestaande oplossingen voor aanverwante problemen of voor deelproblemen verkennen of onderzoeken kan waardevol zijn om tot een goede oplossing te komen. De eigen oplossing kan een gepaste combinatie zijn van deels bestaande oplossingen.
  • Als er meerdere oplossingen mogelijk zijn, verruim je de afwegingsmogelijkheden van leerlingen. Ze kunnen onderling in dialoog gaan over de oplossing die ze als de meest zinvolle beschouwen. Het kan ook een aanleiding zijn om bepaalde criteria scherper te stellen of bijkomende criteria te formuleren. Dat hoeft niet van bij de aanvang te gebeuren. Je kan tijdens het ontwikkelproces bijkomende criteria toevoegen. Dat kan een zinvolle strategie zijn om cognitieve overbelasting bij aanvang te vermijden.
     
     

Door wiskunde, wetenschappen of technologie geïntegreerd aan te wenden

sla link op in klembord

Kopieer

Goed gekozen problemen of uitdagingen kunnen spontaan aanleiding geven tot integratie van meerdere domeinen of disciplines. Bedoeling is dat leerlingen in hun zoektocht naar een oplossing gebruik maken van inhouden uit wetenschappen, technologie of wiskunde.

Bij selectie van elementen die je wil meenemen uit wiskunde, wetenschappen of technologie is het aangewezen om te kijken welke aspecten in de studierichting aan bod komen. Overleg met leraren uit andere vakken is zinvol. Daarbij gaat het niet enkel om de inhouden, maar ook over de keuze van gepaste opdrachten en contexten waarin het probleem naar voren komt. Ook experten uit het netwerk rond de school (ouders, bedrijven, kennisinstellingen …) die graag samenwerken kunnen betrokken worden.

Het is niet aangewezen om op een doorgedreven manier inhouden aan te reiken die los staan van de gekozen probleemstelling of uitdaging. Die moet haalbaar zijn in relatie tot de beginsituatie van de leerlingen. Het kan zinvol zijn om flankerend een beperkt aantal kenniselementen aan te reiken die leerlingen nodig hebben om de probleemstelling of uitdaging aan te pakken.

Niet in elke studierichting in de tweede en derde graad vinden we aparte vakken waarin technologie de belangrijkste leerinhoud is. Vaak wordt het begrip technologie gekoppeld aan apparaten en het woord techniek aan doelgericht handelen. Technologie is evenwel een veel ruimer begrip waardoor het vaak in studierichtingen impliciet aan bod komt. De integratiemogelijkheden zijn bijgevolg veelal ruimer dan gedacht.

  • Technologie is het geheel van ingrepen zoals het ontwerp, de productie en het gebruik van toestellen, apparatuur, machines, meetgereedschap, hulpmiddelen, constructies, infrastructuur … waarmee de mens zijn omgeving probeert te beheersen en te veranderen om aan zijn menselijke noden en behoeften te voldoen.
    (Gebaseerd op het lexicon bij het eindrapport Techniek Op School voor de 21ste eeuw van de Vlaamse overheid, 2008).

Suggesties voor een didactische aanpak

sla link op in klembord

Kopieer

In wat volgt vind je een aantal bijkomende wenken om didactisch aan de slag te gaan met dit leerplandoel.

Methodiek[2] : algemeen verloop van een ontwerpproces

sla link op in klembord

Kopieer

Onderstaande fasen schetsen het algemeen verloop van een ontwerpproces dat de leerling doorloopt. Deze fasen geven aan hoe de focus verschuift doorheen het proces. Dat is geen vast ritueel of recept. Delen van eerdere fasen kunnen gedeeltelijk worden hernomen of verfijnd. Stappenplannen en zoekstrategieën kunnen het ontwerpproces ondersteunen, maar vervangen het creatief denken niet. Bij het aanleren van deelvaardigheden kan je ook apart de focus leggen op deelfasen (cyclus-zooming).

  • Fase 1: het ontwerpprobleem analyseren en beschrijven

  • Fase 2: een programma van eisen opstellen waaraan het ontwerp moet voldoen

  • Fase 3: ideeën bedenken voor de taken en eigenschappen waaraan het ontwerp moet voldoen

  • Fase 4: een ontwerpvoorstel uitwerken op basis van een goede combinatie van deeluitwerkingen

  • Fase 5: (een deel van) het ontwerp realiseren als model, methodiek, prototype

  • Fase 6: het ontwerp toetsen aan het eisenprogramma en zo nodig met verbetervoorstellen komen

  • Fase 7: het ontwerpresultaat en het gelopen proces voorstellen/presenteren

  • Fase 8: reflecteren op het ontwerpproces

Mogelijke elementen in een leerlijn en aspecten van tijdsbesteding

sla link op in klembord

Kopieer

De diepgang en de bijbehorende tijdsbesteding waarmee dit leerplandoel aan bod kan komen hangt af van de graad, de studierichting en het geheel van de inhoudsgebonden doelen in het betrokken leerplan. De verwachtingen bij een leerplan Natuurwetenschappen met specifieke inhouden STEM zijn anders dan bij een basisleerplan Natuurwetenschappen.
Zoals al aangegeven kan het in functie van de beschikbare onderwijstijd ook zinvol zijn om een bestaande situatie te verkennen waarin al stappen zijn gezet om tot een oplossing te komen. 
Het leerplandoel specificeert niet welke specifieke natuurwetenschappelijke inhouden (biologie, chemie, fysica) geïntegreerd worden. 
Er kan ook gezocht worden naar een haalbaar aantal problemen in een graad binnen weloverwogen contexten. Daar liggen keuzemogelijkheden voor leraren en scholen.

Mogelijkheden voor leerlijnen over de graden heen

  • De mate waarin de opdracht voortbouwt op voorkennis en verworven vaardigheden versus de nood om op een flankerende manier bijkomende kennis en vaardigheden te verwerven.

  • De complexiteit van het probleem of uitdaging (beperkt of uitgebreid eisenprogramma).

  • De autonomie van de leerlingen: de mate waarin leerlingen ondersteund en begeleid worden doorheen het ontwerpproces versus verwachtingen over autonoom en teamgericht handelen.

  • De mate waarin het ontwerpproces methodisch wordt benaderd: bijvoorbeeld door keuzebepalend onderzoek, aanwenden van methoden om ideeën te genereren, ideeën te selecteren, methodisch uit te werken, gebruik te maken van technieken om te modelleren …

  • Om transfer van ontwerpvaardigheden te stimuleren is het aangewezen om kennis van de betrokken concepten en ontwerpvaardigheden in te oefenen in contexten die voldoende gevarieerd zijn. Het is zinvol om aandacht te besteden aan eventuele gelijkenissen en verschillen die daaruit voortvloeien.
    Een weloverwogen keuze van contexten is dan ook relevant voor het ontwikkelen van leerlijnen. Relevante contexten kan je vooral vinden in de leefwereld, bij maatschappelijke uitdagingen of bij de context van onderzoek voeren in schoolopdrachten.

Aanbevelingen in de voorbereidingsfase van het ontwerpproces

sla link op in klembord

Kopieer

  • De opdracht afstemmen op de beginsituatie:
    • relevante voorkennis en verworven vaardigheden actief ophalen en het belang ervan toelichten;
    • vanuit aandacht voor alle leerlingen in de klas;
    • de opdracht en de werkvormen afstemmen op de beginsituatie en de beschikbare tijd.

  • Inspelen op motivatie
    • Autonomie: ruimte laten voor eigen keuzes en leerlingen daarin begeleiden.
    • Verbondenheid: samen ontwerpen met aandacht voor interactie en feedback; een contextrijke opdracht of een inhoudelijke invulling die betekenisvol is of kan worden voor de leerling.
    • Competentie: kiezen voor een opdracht die kan aansluiten bij de beginsituatie en die geleidelijk kan worden aangepakt; vanuit voldoende begeleiding en feedback kunnen leerlingen succes ervaren. Aandacht voor differentiatie is hier belangrijk.
      Belangrijke overwegingen bij de beginsituatie:
        - relevante voorkennis vanuit hun leefwereld;
        - al verworven vakwetenschappelijke kennis die kan worden ingezet;
        - relevante kennis over praktisch werk en labovaardigheden.

Aanbevelingen bij analyse van het ontwerpprobleem

sla link op in klembord

Kopieer

  • Het is zinvol om aandacht te besteden aan het verkennen van de context bij de probleemstelling, bijvoorbeeld aan de hand van observaties of metingen tijdens een plaatsbezoek, gebruik van beeldmateriaal, een beknopt gesprek voeren met eventuele probleemeigenaar(s) …

  • Je kan de complexiteit van de probleemstelling in de beginfase beperken (om cognitieve overbelasting te voorkomen) en tijdens het verdere proces enkele bijkomende eisen toevoegen aan het ‘programma van eisen’.

  • Het is aangewezen om een informatierijke omgeving aan te reiken: bestaande oplossingen voor deelproblemen, informatie over gelijkaardige problemen, informatie over bruikbare hulpmiddelen en onderzoeksmethoden (bv. observeren, meten).
    AI kan een zinvol hulpmiddel zijn doorheen meerdere fasen van het ontwerpproces. Bij het gebruik van AI is het belangrijk om aan te geven hoe dat mag en voor welke onderdelen van de opdracht. Geef aan wat thuis mag gebeuren en wat moet onder toezicht in de klas.

  • Je kan hulpmiddelen introduceren om het probleem beter in kaart te brengen, bijvoorbeeld om deelaspecten te onderzoeken zodat leerlingen geïnformeerde keuzes kunnen maken tijdens het ontwerpen. Je kan het doel verhelderen door na te denken over criteria zoals gewenste functies, kwaliteit, financiële beperkingen, beschikbare tijd, nodige informatie.

  • Je kan de deelfuncties waaraan de oplossing moet voldoen laten bepalen en in verband brengen met de eisen.

Aanbevelingen om het methodisch en creatief denken bij het ontwerpen te stimuleren

sla link op in klembord

Kopieer

  • Ontwerpproblemen kennen geen unieke oplossingen. Het gaat over de zoektocht naar het beste alternatief uit meerdere mogelijke uitwerkingen.

  • Creatief denken bestaat uit meerdere ideeën ontwikkelen (divergent denken) en ideeën kiezen (convergent denken).

  • De leerlingen documenteren de stappen in hun denkproces tijdens het ontwerpen door bv. schetsen en aantekeningen te maken, tussentijdse resultaten te fotograferen … Op die manier ontstaat een ‘verhaallijn’ die de leraar helpt om zicht te krijgen op het leerproces en die ook het denken van de ontwerpende leerling voortstuwt.

  • Doorheen het ontwerpproces kan je leerlingen stimuleren om hun ontwerp af te stemmen op specifieker wordende eisen. Tussentijdse en gedeeltelijke resultaten kunnen een stimulans zijn om nieuwe ideeën te genereren.

  • Het is aangewezen om te streven naar een afwisseling tussen denken en doen: analytisch en planmatig denken loopt parallel met doe-activiteiten.

  • Het is zinvol om denkpauzes in te lassen. Leerlingen reflecteren daarbij regelmatig over de voortgang van hun werk en dat van anderen.

  • Je kan tussentijdse ideeën uitwisselen in groepjes en leerlingen elkaar feedback laten geven. Je kan in groep sterke en zwakke kanten van verschillende ontwerpideeën bespreken.

Samenvattend overzicht met mogelijke begeleidingsacties bij fasen in het ontwerpproces

sla link op in klembord

Kopieer

 Fase in het ontwerpproces  Mogelijke begeleidingsactie 
 Fase 1: het ontwerpprobleem analyseren en beschrijven Context van de probleemstelling en de probleemstelling op een passende manier inbrengen via tekstueel materiaal, media, observatieopdracht, bevraging van betrokken personen (gebruikersinterview).
Complexiteit van het probleem aanpassen aan de beginsituatie.
Ondersteunen via gerichte vraagstelling:
  • Wie heeft het probleem?
  • Wat is het probleem?
  • Waarom is het belangrijk?
  • Welke functies moeten in het ontwerp gerealiseerd worden?
  • Welke eigenschappen zijn daarvoor nodig?
  • Welke middelen zijn beschikbaar?
  • Welke kennis en vaardigheden zijn nodig?
 Fase 2: een programma van eisen opstellen waaraan het ontwerp moet voldoen Relevante eisen afleiden uit het probleem door soorten eisen in te brengen: functionaliteit, kwaliteit, veiligheid, betrouwbaarheid, duurzaamheid, kostprijs, realiseerbaarheid …
Een lijst maken met de belangrijkste eisen.
De lijst ordenen (vaste voorwaarden, variabele voorwaarden, wensen, kwalitatieve en kwantitatieve eisen, eisen prioriteren).Dieperliggende aspecten verkennen door vraagtechnieken zoals “5xWaarom”, analysetechnieken zoals visgraat-diagram (Ishikawa) … 
 Fase 3: ideeën bedenken voor de taken en eigenschappen waaraan het ontwerp moet voldoen Inspiratie verzamelen
  • Een informatierijke omgeving aanreiken.
  • Afspraken maken over het gebruik van hulpmiddelen zoals AI.
  • Bestaande oplossingen laten onderzoeken die aan gelijkaardige (deel)problemen voldoen.
Hoofdfuncties en deelfuncties van de oplossing verkennen en voor elke deelfuncties mogelijke oplossingen laten genereren.
Ideegeneratietechnieken laten inzetten zoals brainstormen, brainwriting, 8 ideeën in 8 minuten schetsen, SCAMPER-methode (bestaande oplossing verbeteren), mindmapping, random stimulus, rolwisseling (perspectiefdenken), biomimicry (natuur als inspiratie) …
  • Ideeën laten uitwisselen en verder uitwerken door eventueel te experimenteren.
  • Feedback op ideeën laten verzamelen
Ideeselectietechnieken laten inzetten zoals stemmen (stickermethode), beslissingsboom, beslissingsmatrix, voor- & nadeelanalyse, rangschikking …
  • Bepaalde keuzes baseren op eventuele testen, berekeningen, simulaties.
Hulpmiddelen laten onderzoeken: informatie aanreiken over eigenschappen van hulpmiddelen die kunnen worden gebruikt in het ontwerp. 
 Fase 4: een ontwerpvoorstel uitwerken op basis van een goede combinatie van deeluitwerkingen 
 Fase 5: (een deel van) het ontwerp realiseren als model, methodiek, prototype 
Uitwerken door tekenen, schetsen, beschrijven, schematiseren, (snelle) prototypes maken, storyboard maken, conceptbeschrijving, model of simulatie maken, berekeningen maken.Een werkplan (stappenplan) laten maken om een ontwerp te realiseren; nadenken over eventuele materialen, middelen en methode. 
 Fase 6: het ontwerp toetsen aan het eisenprogramma en zo nodig met verbetervoorstellen komen  Op basis van het eisenprogramma een testmethode laten bepalen en testen laten uitvoeren (bv. test van eigenschappen, gebruikerstest). 
 Fase 7: het ontwerpresultaat en het gelopen proces voorstellen/presenteren  Een kader aanreiken met afspraken over de manier waarop de presentatie gebeurt. 
 Fase 8: reflecteren op het ontwerpproces Ontwerpresultaten laten evalueren op basis van het programma van eisen en voorstellen formuleren voor verbetering van het eindresultaat.
Het ontwerpproces laten evalueren en voorstellen formuleren om het ontwerproces te verbeteren.Leerlingen suggesties van anderen laten beoordelen, er rekening mee laten houden en ze laten vermelden als bron. 

Voorbeelden van meer uitgebreide ontwerpopdrachten

sla link op in klembord

Kopieer

Onderstaande voorbeelden van ontwerpopdrachten vragen een ruimer tijdsbestek:
 

  • stabiel houden van een specifiek mini-ecosysteem bv. een terrarium;
  • een bereidingsmethode ontwikkelen van een specifiek voedingsmiddel;
  • een methode ontwikkelen om een onbekende stof te identificeren (bv. zout, bloem, krijt, paracetamol, sacharose, kunstmatige zoetstof);
  • een oplossing ontwikkelen om de gevolgen van inwerkende krachten op een gegeven systeem te beperken; een gegeven voorwerp beschermen tegen beschadiging bij een val (bv. vallend ei);
  • een aangepaste laboprocedure ontwikkelen voor een gekende schoolse labo-opdracht;
  • een compacte moestuin ontwerpen voor een klaslokaal (bv. weinig ruimte, beperkt licht, watervoorziening in het weekend of vakantie …);
  • een biologisch afbreekbare verpakking ontwikkelen voor een gegeven product;
  • een eenvoudige waterzuiveringsinstallatie ontwikkelen in een gegeven context en gebruikerssituatie, bv. voor noodsituaties, een onbewoond eiland;
  • een methode ontwikkelen om microplastics uit een gegeven waterstaal te verwijderen voor een gegeven toepassing;
  • een milieuvriendelijke verf ontwikkelen voor gebruik in een specifieke situatie;
  • een methode ontwikkelen om gegeven voedingsmiddelen in bepaalde klimatologische omstandigheden zo lang mogelijk te bewaren met behulp van zout;
  • oplossingen bedenken om in een specifieke situatie de blootstelling aan risicofactoren zoals schadelijke chemische stoffen, straling of organismen te verminderen;
  • ontwikkelen van een methode om schoenen, regenjas waterdicht te maken met biogebaseerde biodegradeerbare materialen (zonder PFOS te gebruiken);
  • een ‘Darwin-eiland’ ontwerpen waarbij selectiedrukken spelen in functie van minstens één soort;
  • een gebruiksvoorwerp ontwerpen voor een gegeven probleem via het principe van upcycling;
  • een eenvoudig hulpmiddel ontwikkelen voor een gegeven probleemstelling gebaseerd op de werking van een elektromagneet;
  • de geluidsweergave van een luidspreker(box) verbeteren op basis van eigenschappen van elektromagnetisme of trillingen en golven;
  • afstellen en optimaliseren van een verwarmingssysteem om warmtetransport in een gegeven ruimte te verbeteren. 

Mogelijke samenhang met andere STEM-doelen

sla link op in klembord

Kopieer

Andere STEM-doelenMogelijke samenhang met STEM-doel 'Ontwerpen van een oplossing voor een probleem'
Onderzoek voeren aan de hand van een wetenschappelijke methodeJe kan vanuit het ontwerpen linken naar onderzoeken.
  • Om eisen en beperkingen bij het ontwerpprobleem beter te begrijpen kan je via het voeren van onderzoek over bepaalde invloedsfactoren meer betrouwbare informatie bekomen.
  • Keuzebepalend onderzoek voeren: om te kiezen uit meerdere (deel)oplossingen kan je betrouwbare informatie bekomen over eigenschappen.
  • Om een (model van) een oplossing te testen kan je een testonderzoek opzetten.
Je kan vanuit onderzoeken linken naar ontwerpen.
  • Ontwerpen van oplossingen om variabelen te meten of te controleren (bv. ontwikkelen van een meetsysteem, meetmethode, hulpmiddel of proefopstelling).
  • Ontwerpen van een experiment (onderzoeksdesign). 
 Meet- en labovaardigheden, veilig en duurzaam werken  Om beïnvloedende factoren, eigenschappen van hulpmiddelen of (deel)oplossingen te testen kan je meet- en labovaardigheden inzetten. Bij de realisatie van een eventueel model of prototype kan je aandacht besteden aan veilig en duurzaam werken. 
 Wisselwerking tussen wetenschappen, technologie, wiskunde en de maatschappij 
  • Het is zinvol om een specifieke ontwerpopdracht thematisch te kaderen op de bredere schaal van relevante maatschappelijke uitdagingen. Je kan de link leggen met actuele en betekenisvolle casussen uit de media of de leefomgeving. Dat kan jongeren motiveren om zich als wetenschappelijk geletterde burger verder te ontwikkelen.
  • Je kan vanuit de ontwerpopdracht exemplarisch de maatschappelijke rol van ontwerpers, onderzoekers en wiskundigen duiden.
  • Je kan aangeven dat ontwerpers door keuzes in het ontwerpproces ook latere (positieve of negatieve) effecten kunnen beïnvloeden bij individueel of collectief gebruik van de oplossing. 
 Onderzoekscompetentie
(voor sommige richtingen in de derde graad) 
 Je kan leerlingen ook laten kiezen voor een ontwerponderzoek. 

Literatuur

sla link op in klembord

Kopieer

Bain, J., Kimbell, R., Miller, S., & Stables, K. (2004). Assessing Design Innovation: a research & development project for the DfES and the Qualifications and Curriculum Authority. Internet: https://www.researchgate.net/publication/27224319_Assessing_Design_Innovation_a_research_development_project_for_the_DfES_and_the_Qualifications_and_Curriculum_Authority

Banks, F. & Barlex, D. (2021). Teaching STEM in the Secondary School: Helping Teachers Meet the Challenge. Second Edition. London and New York: Routledge.

McCormick, R. & Davidson, M. (1996). Problem solving and the tyranny of product outcomes. The Journal of Design and Technology Education. Internet: https://www.researchgate.net/publication/277809147_Problem_solving_and_the_tyranny_of_product_outcomes

Frederik, I. & Van Dijk, G. (2012). Techniekdidactiek. Ecent, expertisecentrum voor lerarenopleidingen natuurwetenschap en techniek. Internet: https://elbd.sites.uu.nl/2017/08/15/handboek-techniekdidactiek/

Moens, G. et al. (2008). Technische geletterdheid voor iedereen. Standaarden & referentiepunten. Eindrapport van Techniek op school voor de 21ste eeuw (TOS21). Brussel: Vlaamse Overheid.

Ottevanger, W. Oorschot, F., Spek, W., vander Hoeven, M. en Kuiper, W. (2014). Kennisbasis natuurwetenschappen en technologie voor de onderbouw vo: een richtinggevend leerplankader. Enschede: SLO. Internet: https://www.slo.nl/@4177/kennisbasis/

Zeiler, W. (2022). Basisboek ontwerpen. Utrecht: Noordhoff Uitgevers.


  1. Een doorgedreven analyse van dit probleem vind je in deze publicatie: ‘Problem solving and the tyranny of product outcomes' (1996) van Mccormick, R. en Davidson, M.

  2. Gebaseerd op 'Kennisbasis natuurwetenschappen en technologie voor de onderbouw', NL.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?