Ben je op zoek naar ondersteuning bij het STEM-leerplandoel 'Ontwerpen van een oplossing voor een probleem'? Deze tekst met informatie en voorbeelden kan je op weg helpen.
Biotechnologische en chemische wetenschappen B+S - 3de graad - D-finaliteit
Biotechnologische wetenschappen B+S
Biotechnologische en chemische STEM-wetenschappen B+S - 3de graad - D-finaliteit
Biotechnologische STEM-wetenschappen B+S
Natuurwetenschappen B+S - 2de graad - D/A-finaliteit
Natuurwetenschappen - 3de graad - D/A-finaliteit
Natuurwetenschappen - 2de graad - D/A-finaliteit
Natuurwetenschappen B+S’ - 3de graad - D/A-finaliteit
Fysica - Natuurwetenschappen - 2de graad - D-finaliteit
Chemie - Natuurwetenschappen - 2de graad - D-finaliteit
Biologie - Natuurwetenschappen - 2de graad - D-finaliteit
Biologie - Natuurwetenschappen B+S - 2de graad - D-finaliteit
Fysica - Natuurwetenschappen B+S - 2de graad - D-finaliteit
Chemie - Natuurwetenschappen B+S - 2de graad - D-finaliteit
Fysica - Biotechnieken B+S - 2de graad - D/A-finaliteit
Biologie - Biotechnieken B+S - 2de graad - D/A-finaliteit
Chemie - Natuurwetenschappen B+ - 2de graad - D-finaliteit
Fysica - Natuurwetenschappen B+ - 2de graad - D-finaliteit
Biologie - Natuurwetenschappen B+ - 2de graad - D-finaliteit
Chemie - Biotechnieken B+S - 2de graad - D/A-finaliteit
Fysica - Natuurwetenschappen - 3de graad - D-finaliteit
Biologie - Natuurwetenschappen - 3de graad - D-finaliteit
Chemie - Natuurwetenschappen - 3de graad - D-finaliteit
Chemie - Natuurwetenschappen B+S - 3de graad - D-finaliteit
Biologie - Natuurwetenschappen B+S - 3de graad - D-finaliteit
Fysica - Natuurwetenschappen B+S - 3de graad - D-finaliteit
Fysica - Natuurwetenschappen B+S’’ - 3de graad - D-finaliteit
Natuurwetenschappen B+S - 3de graad - D/A-finaliteit
Biologie - Natuurwetenschappen B+S’’ - 3de graad - D-finaliteit
Fysica - Natuurwetenschappen B+S’ - 3de graad - D-finaliteit
Biologie - Natuurwetenschappen B+S’ - 3de graad - D-finaliteit
Chemie - Natuurwetenschappen B+S’’ - 3de graad - D-finaliteit
Chemie - Natuurwetenschappen B+S’ - 3de graad - D-finaliteit
Chemie - Biotechnologische en chemische technieken B+S - 3de graad - D/A-finaliteit
Biologie - Biotechnologische en chemische technieken B+S - 3de graad - D/A-finaliteit
Fysica - Biotechnologische en chemische technieken B+S - 3de graad - D/A-finaliteit
Fysica - Natuurwetenschappen B+S’’’ - 3de graad - D-finaliteit
Biologie - Natuurwetenschappen B+S’’’ - 3de graad - D-finaliteit
Chemie - Natuurwetenschappen B+S’’’ - 3de graad - D-finaliteit
Natuurwetenschappen B+S' - 2de graad - D/A-finaliteit
Het STEM-leerplandoel ‘De leerlingen ontwerpen een oplossing voor een probleem door wetenschappen, technologie of wiskunde geïntegreerd aan te wenden’ is opgenomen in leerplannen Natuurwetenschappen van de eerste graad (A- en B-stroom) en in leerplannen van de tweede en de derde graad en D- en D/A-finaliteit.
Het bijbehorende minimumdoel geeft aan: ‘rekening houdend met concepten van de tweede/derde graad en de context waarin dit minimumdoel aan bod komt’. Dat schetst het belang om het leerplandoel te interpreteren in samenhang met de graad en de behandelde inhoudelijke concepten binnen de studierichting.
In de eerste graad van het secundair onderwijs bouwt het STEM-leerplandoel verder op de ontwerpcyclus zoals die in het basisonderwijs aan bod komt. We vinden het doel terug in de leerplannen voor Natuurwetenschappen en voor Techniek in de algemene vorming: leerplandoelen I-Nat-a LPD 5; I-Nat-b LPD 5, I-Tec-a LPD 3; I-Tec-b LPD 3. Oplossen van problemen krijgt ook aandacht in Wiskunde: I-Wis-a LPD 2; I-Wis-b LPD 1.
Deze tekst verduidelijkt algemene principes om het doel te realiseren en geeft een aantal beknopte voorbeelden.
“Ontwerpen is het aangeven van de beste oplossing om aan een behoefte te voldoen. Daarbij worden beschikbare hulpmiddelen gebruikt. Daarnaast wordt er rekening gehouden met o.a. natuurkundige en maatschappelijke factoren. Vanuit een probleemdefinitie worden eisen en beperkingen verkend. Meerdere ideeën worden gegenereerd en op basis van geïnformeerde keuzes omgezet in een concrete oplossing.”
(Gebaseerd op definitie in: Zeiler, W. (2022). Basisboek ontwerpen. Utrecht: Noordhoff Uitgevers. (Blz. 56).
Bij het ontwerpen maken leerlingen gebruik van probleemoplossende strategieën zoals verkennen en verhelderen van het probleem, analyseren van het probleem, mogelijke (deel-)oplossingen inventariseren, afwegen van de mogelijke oplossingen … en dat via modellen, stappenplan, schema’s, schetsen, tekeningen …
Voorbeelden van meer uitgebreide ontwerpopdrachten waarvoor een ruimer tijdsbestek nodig is vind je verderop in de tekst.
Het ontwerpproces staat in dit leerplandoel centraal. In hun drang om tot een oplossing te komen, zullen de leerlingen mogelijk uitgaan van een oplossing die aansluit bij het buikgevoel. Dat is een valkuil. Om creatieve denkvaardigheden te ontwikkelen is het belangrijk om aandacht te besteden aan verschillende fasen in een ontwerpproces. Het is vooral belangrijk dat leerlingen breed kijken en diverse invalshoeken aan bod laten komen.
Ook te veel nadruk op de productkwaliteit van het resultaat kan een valkuil zijn[1]. Bij het evalueren van het leerplandoel speelt het resultaat in de vorm van bv. een model, een methodiek, een prototype een rol. Minstens even belangrijk is de procesevaluatie: de mate waarin de leerlingen het ontwerpproces methodisch hebben doorlopen.
Je kan de leerlingen stimuleren om het ontwerpprobleem grondig te verkennen en verschillende elementen in kaart brengen: wensen van de gebruiker(s), gewenste kwaliteit (duurzaamheid, betrouwbaarheid ...), economische overwegingen (kosten-baten), eisen op vlak van milieu en veiligheid, esthetische eisen, schaalbaarheid ...
Op die manier krijgen ze zicht op het pakket aan eisen waaraan het ontwerp moet voldoen (het ‘eisenprogramma’).
Om de verkenning of de analyse van het probleem of de uitdaging te begeleiden kan je leerlingen vragen aanreiken. Voorbeelden:
In een volgende fase formuleren leerlingen ideeën voor taken en eigenschappen waaraan het ontwerp moet voldoen. Vervolgens leren ze meerdere mogelijke (deel)oplossingen tegenover elkaar afwegen. Op die manier leren ze hun (oorspronkelijk) oordeel uitstellen.
Het is belangrijk om aandacht te besteden aan het proces dat leerlingen doorlopen bij het ontwerpen van een oplossing. Ze kunnen sporen van hun denkproces verzamelen zoals foto’s nemen van deeloplossingen; documentatie verzamelen; tekeningen, schema’s, eenvoudige berekeningen maken; een proefmodel samenstellen … Die elementen zijn belangrijk voor de evaluatie.
Het Gemeenschappelijk funderend leerplan bevat een aantal leerplandoelen die in samenhang aan bod kunnen komen. Denk aan doelen over onderliggende vaardigheden: creatieve denktechnieken en informatievaardigheden.
Zelfstandig problemen kunnen oplossen motiveert leerlingen. Door creatief en flexibel denken komen ze los van oplossingen die voortvloeien uit het buikgevoel. Je legt daarbij ook nadruk op het gebruik van betrouwbare kennis. Ze baseren beslissingen in het ontwerpproces op betrouwbare informatie en ze testen aannames uit alvorens ze voor waar aan te nemen. Aandacht voor een werkwijze die ‘evidence informed’ is, zorgt ervoor dat leerlingen hun aanpak beter kunnen beargumenteren.

Een goede keuze van een probleem of uitdaging is belangrijk. Het is aangewezen om te vertrekken vanuit een specifieke situatie.
Je kan de leerlingen betrekken bij het keuzeproces zodat het zeker ‘hun’ probleem of uitdaging wordt. Je geeft ze voldoende ruimte om binnen een informatierijke omgeving op zoek te gaan, individueel of in groep.
Het is belangrijk dat leerlingen tot een verschillend eindresultaat kunnen en mogen komen. Ze doorlopen dus geen identiek proces. Dat wil niet zeggen dat er geen gemeenschappelijke deelopdrachten kunnen zijn. Voor een vlot verloop van de opdracht kan het zinvol zijn om dat te voorzien.
Om tijdens het ontwikkelproces niet vast te lopen is het zinvol om rekening te houden met de volgende aandachtspunten.
Door wiskunde, wetenschappen of technologie geïntegreerd aan te wenden
Goed gekozen problemen of uitdagingen kunnen spontaan aanleiding geven tot integratie van meerdere domeinen of disciplines. Bedoeling is dat leerlingen in hun zoektocht naar een oplossing gebruik maken van inhouden uit wetenschappen, technologie of wiskunde.
Bij selectie van elementen die je wil meenemen uit wiskunde, wetenschappen of technologie is het aangewezen om te kijken welke aspecten in de studierichting aan bod komen. Overleg met leraren uit andere vakken is zinvol. Daarbij gaat het niet enkel om de inhouden, maar ook over de keuze van gepaste opdrachten en contexten waarin het probleem naar voren komt. Ook experten uit het netwerk rond de school (ouders, bedrijven, kennisinstellingen …) die graag samenwerken kunnen betrokken worden.
Het is niet aangewezen om op een doorgedreven manier inhouden aan te reiken die los staan van de gekozen probleemstelling of uitdaging. Die moet haalbaar zijn in relatie tot de beginsituatie van de leerlingen. Het kan zinvol zijn om flankerend een beperkt aantal kenniselementen aan te reiken die leerlingen nodig hebben om de probleemstelling of uitdaging aan te pakken.
Niet in elke studierichting in de tweede en derde graad vinden we aparte vakken waarin technologie de belangrijkste leerinhoud is. Vaak wordt het begrip technologie gekoppeld aan apparaten en het woord techniek aan doelgericht handelen. Technologie is evenwel een veel ruimer begrip waardoor het vaak in studierichtingen impliciet aan bod komt. De integratiemogelijkheden zijn bijgevolg veelal ruimer dan gedacht.
(Gebaseerd op het lexicon bij het eindrapport Techniek Op School voor de 21ste eeuw van de Vlaamse overheid, 2008).
In wat volgt vind je een aantal bijkomende wenken om didactisch aan de slag te gaan met dit leerplandoel.
Onderstaande fasen schetsen het algemeen verloop van een ontwerpproces dat de leerling doorloopt. Deze fasen geven aan hoe de focus verschuift doorheen het proces. Dat is geen vast ritueel of recept. Delen van eerdere fasen kunnen gedeeltelijk worden hernomen of verfijnd. Stappenplannen en zoekstrategieën kunnen het ontwerpproces ondersteunen, maar vervangen het creatief denken niet. Bij het aanleren van deelvaardigheden kan je ook apart de focus leggen op deelfasen (cyclus-zooming).
De diepgang en de bijbehorende tijdsbesteding waarmee dit leerplandoel aan bod kan komen hangt af van de graad, de studierichting en het geheel van de inhoudsgebonden doelen in het betrokken leerplan. De verwachtingen bij een leerplan Natuurwetenschappen met specifieke inhouden STEM zijn anders dan bij een basisleerplan Natuurwetenschappen.
Zoals al aangegeven kan het in functie van de beschikbare onderwijstijd ook zinvol zijn om een bestaande situatie te verkennen waarin al stappen zijn gezet om tot een oplossing te komen.
Het leerplandoel specificeert niet welke specifieke natuurwetenschappelijke inhouden (biologie, chemie, fysica) geïntegreerd worden.
Er kan ook gezocht worden naar een haalbaar aantal problemen in een graad binnen weloverwogen contexten. Daar liggen keuzemogelijkheden voor leraren en scholen.
Mogelijkheden voor leerlijnen over de graden heen
Een weloverwogen keuze van contexten is dan ook relevant voor het ontwikkelen van leerlijnen. Relevante contexten kan je vooral vinden in de leefwereld, bij maatschappelijke uitdagingen of bij de context van onderzoek voeren in schoolopdrachten.
Belangrijke overwegingen bij de beginsituatie:
- relevante voorkennis vanuit hun leefwereld;
- al verworven vakwetenschappelijke kennis die kan worden ingezet;
- relevante kennis over praktisch werk en labovaardigheden.
AI kan een zinvol hulpmiddel zijn doorheen meerdere fasen van het ontwerpproces. Bij het gebruik van AI is het belangrijk om aan te geven hoe dat mag en voor welke onderdelen van de opdracht. Geef aan wat thuis mag gebeuren en wat moet onder toezicht in de klas.
Aanbevelingen om het methodisch en creatief denken bij het ontwerpen te stimuleren
Fase in het ontwerpproces Mogelijke begeleidingsactie Fase 1: het ontwerpprobleem analyseren en beschrijven Context van de probleemstelling en de probleemstelling op een passende manier inbrengen via tekstueel materiaal, media, observatieopdracht, bevraging van betrokken personen (gebruikersinterview).
Complexiteit van het probleem aanpassen aan de beginsituatie.
Ondersteunen via gerichte vraagstelling: Fase 2: een programma van eisen opstellen waaraan het ontwerp moet voldoen Relevante eisen afleiden uit het probleem door soorten eisen in te brengen: functionaliteit, kwaliteit, veiligheid, betrouwbaarheid, duurzaamheid, kostprijs, realiseerbaarheid …
Een lijst maken met de belangrijkste eisen.
De lijst ordenen (vaste voorwaarden, variabele voorwaarden, wensen, kwalitatieve en kwantitatieve eisen, eisen prioriteren).Dieperliggende aspecten verkennen door vraagtechnieken zoals “5xWaarom”, analysetechnieken zoals visgraat-diagram (Ishikawa) … Fase 3: ideeën bedenken voor de taken en eigenschappen waaraan het ontwerp moet voldoen Inspiratie verzamelen
Hoofdfuncties en deelfuncties van de oplossing verkennen en voor elke deelfuncties mogelijke oplossingen laten genereren.
Ideegeneratietechnieken laten inzetten zoals brainstormen, brainwriting, 8 ideeën in 8 minuten schetsen, SCAMPER-methode (bestaande oplossing verbeteren), mindmapping, random stimulus, rolwisseling (perspectiefdenken), biomimicry (natuur als inspiratie) …
Ideeselectietechnieken laten inzetten zoals stemmen (stickermethode), beslissingsboom, beslissingsmatrix, voor- & nadeelanalyse, rangschikking …
Hulpmiddelen laten onderzoeken: informatie aanreiken over eigenschappen van hulpmiddelen die kunnen worden gebruikt in het ontwerp. Fase 4: een ontwerpvoorstel uitwerken op basis van een goede combinatie van deeluitwerkingen
Fase 5: (een deel van) het ontwerp realiseren als model, methodiek, prototype Uitwerken door tekenen, schetsen, beschrijven, schematiseren, (snelle) prototypes maken, storyboard maken, conceptbeschrijving, model of simulatie maken, berekeningen maken.Een werkplan (stappenplan) laten maken om een ontwerp te realiseren; nadenken over eventuele materialen, middelen en methode. Fase 6: het ontwerp toetsen aan het eisenprogramma en zo nodig met verbetervoorstellen komen Op basis van het eisenprogramma een testmethode laten bepalen en testen laten uitvoeren (bv. test van eigenschappen, gebruikerstest). Fase 7: het ontwerpresultaat en het gelopen proces voorstellen/presenteren Een kader aanreiken met afspraken over de manier waarop de presentatie gebeurt. Fase 8: reflecteren op het ontwerpproces Ontwerpresultaten laten evalueren op basis van het programma van eisen en voorstellen formuleren voor verbetering van het eindresultaat.
Het ontwerpproces laten evalueren en voorstellen formuleren om het ontwerproces te verbeteren.Leerlingen suggesties van anderen laten beoordelen, er rekening mee laten houden en ze laten vermelden als bron.
Onderstaande voorbeelden van ontwerpopdrachten vragen een ruimer tijdsbestek:
Andere STEM-doelen Mogelijke samenhang met STEM-doel 'Ontwerpen van een oplossing voor een probleem' Onderzoek voeren aan de hand van een wetenschappelijke methode Je kan vanuit het ontwerpen linken naar onderzoeken.
Je kan vanuit onderzoeken linken naar ontwerpen. Meet- en labovaardigheden, veilig en duurzaam werken Om beïnvloedende factoren, eigenschappen van hulpmiddelen of (deel)oplossingen te testen kan je meet- en labovaardigheden inzetten. Bij de realisatie van een eventueel model of prototype kan je aandacht besteden aan veilig en duurzaam werken. Wisselwerking tussen wetenschappen, technologie, wiskunde en de maatschappij Onderzoekscompetentie
(voor sommige richtingen in de derde graad) Je kan leerlingen ook laten kiezen voor een ontwerponderzoek.
Bain, J., Kimbell, R., Miller, S., & Stables, K. (2004). Assessing Design Innovation: a research & development project for the DfES and the Qualifications and Curriculum Authority. Internet: https://www.researchgate.net/publication/27224319_Assessing_Design_Innovation_a_research_development_project_for_the_DfES_and_the_Qualifications_and_Curriculum_Authority
Banks, F. & Barlex, D. (2021). Teaching STEM in the Secondary School: Helping Teachers Meet the Challenge. Second Edition. London and New York: Routledge.
McCormick, R. & Davidson, M. (1996). Problem solving and the tyranny of product outcomes. The Journal of Design and Technology Education. Internet: https://www.researchgate.net/publication/277809147_Problem_solving_and_the_tyranny_of_product_outcomes
Frederik, I. & Van Dijk, G. (2012). Techniekdidactiek. Ecent, expertisecentrum voor lerarenopleidingen natuurwetenschap en techniek. Internet: https://elbd.sites.uu.nl/2017/08/15/handboek-techniekdidactiek/
Moens, G. et al. (2008). Technische geletterdheid voor iedereen. Standaarden & referentiepunten. Eindrapport van Techniek op school voor de 21ste eeuw (TOS21). Brussel: Vlaamse Overheid.
Ottevanger, W. Oorschot, F., Spek, W., vander Hoeven, M. en Kuiper, W. (2014). Kennisbasis natuurwetenschappen en technologie voor de onderbouw vo: een richtinggevend leerplankader. Enschede: SLO. Internet: https://www.slo.nl/@4177/kennisbasis/
Zeiler, W. (2022). Basisboek ontwerpen. Utrecht: Noordhoff Uitgevers.
Een doorgedreven analyse van dit probleem vind je in deze publicatie: ‘Problem solving and the tyranny of product outcomes' (1996) van Mccormick, R. en Davidson, M. ↑
Gebaseerd op 'Kennisbasis natuurwetenschappen en technologie voor de onderbouw', NL. ↑

