29 januari 2026 - Hoorzitting over het beleid voor de versterking van de Nederlandse taalkennis bij leerlingen: een bondig commentaar

In de voormiddag hadden we al sprekers uit de centra voor basiseducatie en voor volwassenenonderwijs kunnen beluisteren over de afstemming van taal(integratie)trajecten van leerlingen en hun ouders via een structurele samenwerking tussen het basis- en het volwassenenonderwijs. Nu was het de beurt aan experten van de Taalunie en het onderzoeksveld over de concrete uitvoering van de taalplannen van Onderwijsminister Zuhal Demir, zoals opgelijst in haar persbericht van 23 december 2025.

De aangekondigde sprekers waren: Jordi Casteleyn (hoofddocent Antwerp School of Education, Universiteit Antwerpen), Thibaut Duthois (doctoraatsonderzoeker, Vakgroep Taalkunde Universiteit Gent), Maxime Van Raemdonck (onderzoekscoördinator FWO-SBO-project TACOS, Vakgroep Taalkunde Universiteit Gent) en Steven Vanhooren (teamleider, Taalunie).

Deze namiddagvergadering was zo mogelijk nog iets moeilijker samen te ballen dan de voormiddagsessie. Je weet trouwens, beste lezer, dat mijn selectie van items uit zo’n lange vergadering (dik vier uur!) subjectief is en bovendien ben ik gebonden aan grenzen van tijd en ruimte, én van mijn eigen expertise over het thema. Ik hoef mijn selectiecriteria daarbij niet per se te expliciteren, vind ik, ik laat graag de lezer meedenken en diens verbeeldingskracht gebruiken: dus soms impliciet, maar soms ook expliciet. Dat vind ik een fijne aanpak… dat vond ik als leraar en lerarenopleider al.

Eerst enkele algemene beschouwingen:

  • het betoog van Steven Vanhooren van de Taalunie herinnerde mij alvast aan de hoorzitting in de Onderwijscommissie op 26 oktober 2023 (incl. die van 6 juli 2023) naar aanleiding van PIRLS 2021;
  • in de bespreking werd een duidelijk accent gelegd op gelijkgerichtheid, duidelijkheid, met één stem spreken, dezelfde woorden gebruiken, terwijl er, gelukkig, toch ook een bepaalde bescheidenheid bij de sprekers opdook (lees: de meerdere keren dat gezegd werd dat onderzoek niet eenduidig was, of dat men het niet wist uit onderzoek en ook de expliciete erkenning dat andere meningen bestonden, zoals ik Jordi Casteleyn op een bepaald moment hoorde zeggen;
  • daarbij aansluitend was een ander accent dat van de noodzaak van coördinatie, een of andere instantie, maar Jordi Casteleyn liet de concrete invulling daarvan open en over aan de beleidsmakers…; daar was ik nu net wel heel benieuwd naar;
  • zoals Kim Buyst aan het begin van haar vragen zei, het was heel véél informatie, ja, om hier zo eventjes in zo’n commissievergadering te verwerken; het zei wel iets, vond ik, over de aard van het verhaal en de risico’s ervan in de praktijk op de eigenlijke werkvloer; on verra hoe het allemaal in zijn werk zal gaan;
  • ook ik vond het heel boeiend, maar ik kon het opnieuw niet helpen te denken: hoe heb ik zelf het toch allemaal geleerd, zonder al die evidence informed wijsheden… ook in het kleuteronderwijs, toen bijvoorbeeld die eye tracking nog helemaal niet onderzocht kón worden; en de verwijzingen naar het actuele leraarschap en dito professionalisering gaven mij soms de indruk dat de sprekers deden alsof al die leraren van nul zouden beginnen (soms zelfs over basale vakdidactische zaken), terwijl velen van hen toch een initiële lerarenopleiding met succes gedaan hebben; versta mij niet verkeerd, professionalisering tijdens de héle carrière moet, maar ook voor zulke (inservice)opleiding geldt toch dat je als ontwerper daarvan rekening houdt met wat in het leertraject naar het leraarschap al geleerd werd en waarop je dan voortbouwt.

Ten tweede haal ik graag kort nog enkele accenten uit de vragen- en antwoordenronde met de parlementsleden:

  • het door Steven Vanhooren aangekondigde raamwerk (cf. slides: 15-18) met mijlpalen uit de minimumdoelen (en cf. andere sectoren) tegen eind februari-begin maart vormde geen nieuw, extra kader, maar zou wel een antwoord bieden op de vragen over “hoe/wat werkt” van enkele parlementsleden;
  • opmerkelijker vond ik het feit dat de opleiding tot taalexpert onder aegide van de commissie-Muijs (nwvr: die van de minimumdoelen, of toch nog een andere?) via een conclaaf in een Gents klooster nog moest worden uitgewerkt, terwijl meteen na de paasvakantie de eerste sessie geagendeerd was; ook opmerkelijk leek mij de onduidelijkheid op dit moment over via welke procedure gegadigden voor die opleiding konden instappen in die opleiding; de bijkomende middelen in dit verband voor de pedagogische begeleidingsdiensten (cf. Vlaamse regering, 23 januari 2026) waren op zich welkom, maar hoe daarvoor mensen aan te werven, wanneer detacheringen on hold gezet zijn?; de duidelijke opmerking van Kim Buyst helemaal aan het eind van de bespreking over de snelheid waarmee dit allemaal aangepakt zou moeten worden, kon ik dan ook beamen;
  • over interessante uitspraken over meertaligheid en het “gebruik” van thuistalen in de klas: van de vier sprekers kwamen die uitspraken vanuit verschillende relevante invalshoeken, en daarom vond ik het verrijkend; Nederlands kon perfect de (rijke) instructietaal zijn, terwijl waardering voor andere talen van leerlingen als deel van hun identiteit en het verstandig gebruik ervan in de klas perfect konden samengaan met dat eerste;
  • bij de klasgrootte in het kleuteronderwijs vond ik de kind/caregiver-ratio, in plaats van de leerling/leraar-ratio, een verrijkende invalshoek, die meteen ook verwees naar de zgn. onderwijsassistent en nog andere profielen op school, zoals vermoedelijk ook bedoeld zijn in de multidisciplinaire teams van de “Scholen voor iedereen”;
  • Jordi Casteleyn sprak over de plek van taal die op onze scholen kleiner geworden was en verbond dat met (vroegere) handboeken biologie, wiskunde enz.; ook dat vond ik een verrijkende gedachte die ik hier nog nooit gehoord had, maar uiteraard kon mijn degenererend geheugen mij in de steek laten;
  • het belang van interactie voor taalontwikkeling, een al veel ouder inzicht, kwam meerdere keren terug in de bespreking; Loes Vandromme opende ermee, in haar weliswaar terechte vraag over de Onderwijsinspectie, een niet ongevaarlijke piste, vond ik: de Onderwijsinspectie is decretaal niet bevoegd voor de controle op de pedagogisch-didactische aanpak van leraren en scholen, maar voor de genoemde interactie zette Vandromme de deur voor de Onderwijsinspectie ten minste op een kier…;
  • en onmiddellijk daarbij aansluitend de intussen bekende bekommernis van Koen Daniëls over een (expliciete) woordenschatlijst en dito grammaticaonderwijs (nwvr: bij deze gelegenheid had hij zelfs beweerd dat leerlingen geen “gidswoorden” meer zouden leren in het vak Nederlands, maar alleen bij Latijn…): Jordi Casteleyns reactie was inderdaad terecht een en-enantwoord; met een eenvoudige rekensom over een basiswoordenschat Nederlands maakte hij duidelijk dat men wel vooral moest lezen om woorden te leren, maar dat bij kleuters een soort woordenlijst wel diensten kon bewijzen; ik voeg daar graag aan toe dat zgn. “betekenisonderhandeling” geenszins strijdig hoeft te zijn met occasioneel expliciet woordenschatonderwijs, afhankelijk van de concrete leersituatie en de concrete leerdoelstelling die op dat moment in de focus staat;
  • de systematische vraag van Vlaams Belang, nu bij monde van Roosmarijn Beckers, naar een opvolgtest na de KOALA-test deed Jordi Casteleyn af als absurd; Thibaut Duthois stelde op zijn beurt dat de KOALA-test wel als een extra bron van informatie fungeerde die moest worden ingebed in de andere informatie van leraren over kleuters en waarmee aan de slag kon worden gegaan.

Ik verwijs tot slot heel graag naar de video [vanaf 10:20] van de bespreking op de website van het Vlaams Parlement.

Reageren op dit commentaar kan bij Wilfried Van Rompaey wifried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen.

OVER DEZE BLOG

Deze blog is niet bedoeld als formeel standpunt van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, evenmin als een puur verslag, maar wel als een niet-neutraal, persoonlijk commentaar op vooral ook politieke aspecten van de parlementaire onderwijsactiviteiten, zowel in de Commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement als uitzonderlijk ook in een andere vakcommissie die occasioneel relevant kan zijn voor het beleidsdomein Onderwijs.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?