29 januari 2026 - Hoorzitting over de conceptnota voor nieuwe regelgeving over het afstemmen van taal(integratie)trajecten van leerlingen en hun ouders via een structurele samenwerking tussen het basis- en het volwassenenonderwijs: een bondig commentaar

Het beloofde een boeiende maar lange “taaldag” (i.c. Nederlands) te worden in de Commissie voor Onderwijs. ’s Ochtends deze eerste hoorzitting over een specifieke conceptnota voor nieuwe regelgeving van de cd&v-fractie, maar wel een conceptnota die rechtstreeks gerelateerd was aan het taalbeleid van minister Demir met haar Ieder kind taalheld en NT2 Nederlands werkt!. De conceptnota was al een hele tijd geleden ingediend, maar werd door omstandigheden nu pas geagendeerd. Eigenlijk was dat nog zo slecht niet, omdat die agendering meteen mooi de koppeling mogelijk maakte met de aanverwante hoorzitting van de namiddagvergadering, waarvan de sprekers diezelfde ochtend blijkbaar al deelgenomen hadden aan het event in kwestie van Leerpunt.

Overigens waren er ook enkele relevante precedenten in het Vlaams Parlement zelf: een actuele vraag op 21 januari 2026 en vragen om uitleg op 8 januari 2026. Er was dus ook recent al wel wat de revue gepasseerd over het thema in ruimere zin.

Samen waren de twee hoorzittingen goed voor ongeveer 6,5 uur vergadertijd. Ik ga hier wel proberen om enigszins samengebald een aantal zaken daaruit op een rij te zetten. Eerst dus de hoorzitting over de specifieke invalshoek van de cd&v-conceptnota, waarin basis- en volwassenenonderwijs mooi samenkwamen, een al bestaande praktijk die via de weg van het zgn. Proeftuinendecreet model zou kunnen staan voor een latere structurele verankering (ook met het secundair onderwijs, zoals in het regeerakkoord vermeld werd).

De aangekondigde sprekers waren: Joke Drijkoningen (directeur Ligo, Centra voor Basiseducatie vzw) en Lies Declerck (beleidsmedewerker Belangenbehartiging en participatie, Katholiek Onderwijs Vlaanderen). Het moet gezegd worden: in een prima afwisseling, mét één geïntegreerde powerpointpresentatie, spraken beiden heel goed, helder, relevant én aangenaam. Echt niet zomaar wat slides aflezen dus. En ook de opkomst van de parlementsleden, die op andere momenten weleens anders durft te zijn, was prima. Als het goed is, moeten we ook dat zeggen.

Naast de concrete bestaande voorbeelden in de praktijk, die de zaak toch mooi aanschouwelijk maakten, leek mij de slide (19) met de beleidsaanbevelingen, — uiteindelijk bestond het beoogde publiek toch uit beleidsmakers —, cruciaal.

Ook de voorafgaande toelichting van de conceptnota door hoofdindiener Loes Vandromme was qua vorm, inhoud én timing voor mij helemaal conform het doel dat men voor zo’n intro in deze specifieke context redelijkerwijs kan hebben. Ik begreep ook helemaal haar slotuitspraak dat ze zich eventjes opnieuw voor de klas waande.

Ik haal nog graag heel kort enkele zaken uit de vragen- en antwoordenronde met de parlementsleden:

  • een belangrijke factor in het verhaal was de rol van coördinator, zoals het praktijkvoorbeeld in Mechelen met cvo Crescendo liet zien, want die betekende heel wat ontzorging voor de scholen; daarbij zouden lokale besturen/structuren goede diensten kunnen bewijzen, wat ook belangrijk was voor de verduurzaming van zulke projecten en dat was finaal toch het doel;
  • de gesuggereerde lightversie van de procedure rond onderwijsbevoegdheid voor cvo’s vergde blijkbaar nog bijkomende verduidelijking, hoewel ik vond dat spreker Lies Declerck toch enkele elementen vermeld had om de bestaande stringente procedure een stukje af te zwakken; maar wordt zeker nog vervolgd;
  • ook de vermeende spanning tussen contextgericht NT2-onderwijs en de standaardisering ervan in termen van verschillende taalniveaus (cf. ERK-niveaus) oversteeg Lies Declerck met haar uitleg ook erg verstaanbaar; idem voor de ruimere en bekende spanning (ook in dit dossier) tussen overheidssturing en autonomie van de onderwijsinstellingen: een kader van de overheid, ja, maar dan wel als facilitator, niet als dwangbuis; in de NT2-toets moest wel nog opgenomen worden wat hier in de bedoelde praktijkvoorbeelden geleerd werd, aldus de twee sprekers;
  • er was overigens nog veel onduidelijkheid over de precieze aard van het deelnamebewijs waarvan sprake is in het regeerakkoord (p.136 en 219), maar dat waren dus eigenlijk vragen voor minister Demir;
  • idem over de precieze toewijzing van de 25 miljoen euro uit de Mededeling van 17 oktober 2025 (NT2 Nederlands werkt!);
  • dat de tweede bovenvermelde taalverhalen van de Vlaamse regering toch nogal apart in het beleid gepresenteerd werden, vond Lies Declerck jammer en een gemiste kans: er zaten daarin mogelijkheden voor cvo’s om meer te betekenen voor het basis- en secundair onderwijs en die bleven (voorlopig) onbenut;
  • een van de meest interessante momenten in de bespreking vond ik het antwoord van Joke Drijkoningen op de vraag van Koen Daniëls naar “dé effectieve didactiek” in dezen; dat was de vraag van 1 miljoen, zo antwoordde ze, maar vooral dat het concrete doelpubliek op dat moment op die plaats bepalend was; ik waande me even zelf terug in mijn lessen Nederlandse vakdidactiek van weleer; in een tijd waarin het blijkbaar bon ton is om “expliciet woordenschat- en grammaticaonderwijs te geven” (nwvr: nog gesteld dat duidelijk is wat daarmee precies bedoeld wordt en dat kunnen verschillende dingen zijn…) vond ik dat een heel wijze houding: niets tegen expliciet woordenschat- en grammaticaonderwijs in bepaalde situaties en voor bepaalde doelpublieken, — ik hou er zelf ook veel van —, maar niet ineens altijd en overal als de enige, grote en zaligmakende remedie.

Op deze Gedichtendag kreeg, zonder aarzelen, commissievoorzitter Bart Claes van mij de prijs voor het origineelste gedicht. Knap!

Ik verwijs tot slot heel graag naar de video [vanaf 10:40] van de bespreking op de website van het Vlaams Parlement (met ook aan het eind het gedicht van de voorzitter).

Reageren op dit commentaar kan bij Wilfried Van Rompaey wifried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen.

OVER DEZE BLOG

Deze blog is niet bedoeld als formeel standpunt van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, evenmin als een puur verslag, maar wel als een niet-neutraal, persoonlijk commentaar op vooral ook politieke aspecten van de parlementaire onderwijsactiviteiten, zowel in de Commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement als uitzonderlijk ook in een andere vakcommissie die occasioneel relevant kan zijn voor het beleidsdomein Onderwijs.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?