27 mei 2026 - Hoorzitting over de Vlaamse toetsen met het Steunpunt Centrale Toetsen in Onderwijs: een persoonlijk commentaar

Shame on me… deze had ik bijna gemist. Zoiets kán gebeuren met een hoorzitting op een heel ongebruikelijk moment in de agenda van de Commissie voor Onderwijs. Mijn heel recent verworven “65” mocht ook geen excuus zijn om deze hoorzitting te vergeten. Gelukkig was er nog een alerte onderwijscommissaris. En gelukkig kan er tegenwoordig in uitgesteld relais heel veel. Dus daar gaan we alsnog.

Maar eerst, — ik kan het niet laten —, een indrukwekkende lijst parlementaire precedenten over het voorliggende, belangrijke thema, voor we naar een nóg indrukwekkendere powerpointpresentatie gaan van de mensen van het voorlopig nog bestaande Steunpunt Centrale Toetsen in Onderwijs: 7 mei 2026, 26 februari 2026, 2 oktober 2025, 25 juni 2025, 15 mei 2025, 27 februari 2025, 20 november 2024, 2 mei 2024, 16 november 2023.

De externe sprekers in de hoorzitting waren: dr. Carolien Frijns (strategisch coördinator Steunpunt Centrale Toetsen in Onderwijs), dr. Nicolas Dirix (coördinator schoolfeedback en leerwinst, Steunpunt Centrale Toetsen in Onderwijs), dr. Jonas Dockx (teamleider psychometrie, Steunpunt Centrale Toetsen in Onderwijs), dr. Koen Aesaert (domeincoördinator psychometrie, Steunpunt Centrale Toetsen in Onderwijs), dr. Rielke Bogaert (teamleider toetsontwikkeling Nederlands, Steunpunt Centrale Toetsen in Onderwijs) en dr. Ria Van Huffel (teamleider toetsontwikkeling wiskunde, Steunpunt Centrale Toetsen in Onderwijs).

De presentatie die netjes verdeeld werd over de verschillende sprekers, was erg boeiend, erg rijk en kostte, zoals Loes Vandromme en Gwendolyn Rutten opmerkten, zeker heel wat inspanning van de toehoorders. De totale bespreking (presentatie en vragen/antwoordenronde samen) nam ongeveer drie uur in beslag. Dat was dus niet niks. Ik adviseer de lezer dan ook graag om zeker de powerpointpresentatie door te nemen.

Maar daarnaast haal ik relatief kort nog deze elementen uit de hoorzitting:

  • de voorgeschiedenis van het verhaal (doel en aanpak) werd aan het begin nog in herinnering gebracht, maar dat laat ik hier voorts buiten beschouwing wegens toch grotendeels bekend;
  • over de impact van de nieuwe minimumdoelen op de Vlaamse toetsen (cf. eerdere parlementaire vragen) kregen we eigenlijk geruststellend nieuws: heel wat zaken bleven bruikbaar, maar er waren wat schrappingen, er moesten nieuwe toetsitems toegevoegd worden, er moest ook een cesuurbepaling gemaakt worden voor het vierde leerjaar lager onderwijs en er waren wat verschuivingen van het zesde leerjaar naar het vierde leerjaar (en omgekeerd); maar dus zo ánders was de Vlaamse toetswereld niet ineens;
  • dan het volgens mij belangrijkste thema, leerwinst (net nodig in een context van schoolontwikkeling, zoals die hier bedoeld is), bracht toch ook een bepaalde geruststelling: we kregen in dat verband een interessante uiteenzetting over de concepten “status” (zeg maar, een vergelijking tussen opeenvolgende leerlingencontingenten), “ruwe verschilscore” (waarbij rekening gehouden wordt met achtergrondkenmerken van leerlingen) en “toegevoegde waarde van een school” (waarbij rekening gehouden wordt met de eerdere prestaties van leerlingen, die blijkbaar meer bepalend zijn dan de achtergrondkenmerken); maar de eigenlijke geruststelling lag volgens mij in twee elementen: (i) het hele leerwinstthema zou alleen betrekking hebben op leesbegrip en wiskundige problemen oplossen (nwvr: van schrijfvaardigheid dus geen spoor; en ook voorlopig niet voor de zgn. dieptethema’s bij wiskunde; ik kan alleen maar hopen wat wie in de toekomst op deze basis uitspraken wil doen over “de onderwijskwaliteit van onze scholen” zich van die beperking bewust is) in de periode van L4 tot en met L6 (lager onderwijs) (nwvr: voor de verdere overgang naar het tweede leerjaar secundair onderwijs viel wellicht nog wel wat te bekijken, maar verder tot en met het zesde leerjaar secundair onderwijs werden de uitspraken van de betrokkenen toch hoogst onzeker), maar vooral (ii) het werd nu echt wel duidelijk dat het bij leerwinst alleen zou gaan om het schoolniveau en het Vlaamse niveau, niet het individueleleerlingniveau, wat toch altijd wél (cf. vorige legislatuur en nu nog in overheidsteksten) geambieerd werd; de verdere uitdagingen rond leerwinst (en het zijn er vele) worden mooi beschreven in de slides;
  • nog interessant vond ik de opmerking van o.a. Jan Laeremans, Loes Vandromme, Kim Buyst en Gwendolyn Rutten dat de Vlaamse toetsen weliswaar low stakes waren voor de leerlingen, maar eigenlijk niet voor de scholen in het kader van de nieuwe regeling inzake doorlichting; hoe de Onderwijsinspectie de toetsresultaten dan precies integreerde in haar werking, was eigenlijk een vraag voor die Onderwijsinspectie, maar Carolien Frijns meldde wel dat de verspreiding van de toetsresultaten via de onderwijsadministratie verliep (niet via hen), maar dat de Onderwijsinspectie (en ook de pedagogische begeleidingsdiensten) in de stuurgroep van het Steunpunt zetelde (er was dus wel contact over die kwestie); de toetsresultaten zouden slechts één bron zijn waarvan de Onderwijsinspectie gebruikmaakte; daarbij werd terecht in één beweging het verband gelegd met de toetsmotivatie van die leerlingen, die de resultaten mogelijk negatief zou beïnvloeden, maar daarop wees Carolien Frijns op het lopende doctoraatsonderzoek van Daphné Van Looy (UGent), waaruit voorlopig al zou blijken dat een ontwikkelingsgerichte introductie in de klas van de Vlaamse toetsen de toetsmotivatie positief en de toetsangst negatief zou beïnvloeden;
  • de vragen van de parlementsleden naar de verdere opvolging van de toetsresultaten en de vertaling ervan naar ingrepen tot op de klasvloer beantwoordde Nicolas Dirix met de bestaande e-cursus i.v.m. alles wat met feedback te maken had, inderdaad met het oog op schoolontwikkeling; uiteraard was dat ook voer voor de pedagogische begeleidingsdiensten; Rielke Bogaert verwees expliciet naar de zgn. leeswijzer, die bv. voor leesvaardigheid het gebruik van verschillende verwerkingsniveaus daarbij kon stimuleren in de lessen;
  • het thema “beveiliging” kwam in de vragen en het antwoord aan bod via het actieplan “Eerlijk toetsen”, waarvan al bepaalde elementen in de praktijk aangewend werden;
  • op vraag van Loes Vandromme legde onze ex-collega Ria Van Huffel uit dat de cesuren voor wiskunde (2de leerjaar secundair onderwijs) in het verleden te hoog gelegd waren; die zouden herlegd worden en er zou een clustering van dieptethema’s komen in 6 clusters i.p.v. 10; om maar te zeggen dat cesuurbepaling niet zomaar exacte wetenschap voor de eeuwigheid was, maar vatbaar voor verandering;
  • nog een vraag van Loes Vandromme leidde, — vond ik toch —, tot een plausibele uitleg van Carolien Frijns over de specifieke meerwaarde van de Vlaamse toetsen naast de eigen betekenis van de gekende internationale, vergelijkende toetsen (PISA, PIRLS, TIMSS, …): Vlaamse toetsen hadden een eigen specifieke toetsmatrijs (lees: de minimumdoelen en eindtermen), ze werkten met een volledige populatie i.p.v. een steekproef, waarmee een rijkere schoolfeedback gegeven kon worden; internationale toetsen waren dan weer interessant wegens de internationale vergelijking;
  • de vragen over de overgang van een steunpunt naar een private stichting waren eigenlijk vragen voor de minister, die daarop al geantwoord had een tijdje geleden (cf. precedenten), maar Carolien Frijns lijstte algemeen wel op wat ze belangrijk vond voor de verdere toekomst van dit toetsenverhaal: ondersteuning van de datageletterdheid in de scholen, een veilige toetscontext, fairness (van de toetsitems, die elke bias zouden moeten vermijden) en wetenschappelijk onderzoek naar duurzame schoolontwikkeling; het leek me alleszins wel duidelijk dat de sprekers hier een enorme expertise ter zake getoond hadden; ik kon me dan ook niet voorstellen dat ook in de juridische constructie van een private stichting voor het eigenlijke inhoudelijke werk rond toetsing geen verder beroep meer zou worden gedaan op deze mensen; wat een verspilling van tijd, energie en middelen zou zoiets niet zijn…? Hopelijk heeft minister Demir al of niet rechtstreeks deze hoorzitting aandachtig gevolgd.

Ik verwijs tot slot heel graag naar de video [vanaf 10:15] van de bespreking op de website van het Vlaams Parlement.

Reageren op dit commentaar kan bij Wilfried Van Rompaey wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen.

OVER DEZE BLOG

Deze blog is niet bedoeld als formeel standpunt van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, evenmin als een puur verslag, maar wel als een niet-neutraal, persoonlijk commentaar op vooral ook politieke aspecten van de parlementaire onderwijsactiviteiten, zowel in de Commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement als uitzonderlijk ook in een andere vakcommissie die occasioneel relevant kan zijn voor het beleidsdomein Onderwijs.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?