De eerste actuele onderwijsvraag kwam hierop neer: er was een recordaantal deelnemers gemeld voor de zomerscholen editie-2026 en hoe kon minister Demir ervoor zorgen dat nóg meer gemeenten zulke zomerscholen zouden organiseren. De vraag kwam van partijgenote Griet Vanryckegem en het was meteen duidelijk dat het hier eerder dan om een echte vraag waarop je zelf het antwoord niet kende, ging om een statement om reclame te maken voor het op zich uiteraard goede initiatief op zich. De bespreking bracht dan ook weinig nieuws.
Samen met haar collega-minister Hilde Crevits ging minister Demir een gerichte communicatiecampagne voor lokale besturen opzetten. Vervolgens legde vragensteller Vanryckegem nog de link met het hele verhaal van onderwijskwaliteit en zijn focus op de nieuwe minimumdoelen, op kennis, op ouderbetrokkenheid en op gedrag. Heel even raakte interveniënt Gianna Werbrouck nog dat andere (symbool)element aan in dit verband: de duur van de zomervakantie. De afstemming vooraf en nadien tussen school van oorsprong en zomerschool leek mij, eerlijk gezegd, een stuk belangrijker dan de bedoelde duur. Minister Demir ging er trouwens niet op in.
Ze wees er wel op dat de doorverwijzing naar een zomerschool inderdaad gedaan werd door de school zelf van het/de betrokken kind/jongere. Dankzij Leerpunt werd een kwaliteitskader uitgewerkt, dat dit jaar uitgetest werd. Vanaf volgend jaar kon elke zomerschool er dan mee werken, met het oog op beter materiaal en een goede ondersteuning aan de vrijwilligers en leraren.
Lees de bespreking van de “Actuele vraag over de groei van de zomerscholen in heel Vlaanderen van Griet Vanryckegem” aan minister Zuhal Demir.
Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen