Hoe kan je een IAC vormgeven bij werkplekleren waaronder stage?
Het begrip ‘werkplekleren’ is een containerbegrip en omvat vele activiteiten. Het gaat om wat de leerling tijdens het werkplekleren aan het doen is, bijvoorbeeld een observatieactiviteit, een praktijkles op verplaatsing, een stage … Het is belangrijk dat je als school nagaat of de leerling al dan niet arbeid verricht, zodat duidelijk is welke regelgeving van toepassing is.
Onderstaand schema helpt om de wettelijke context af te bakenen aan de hand van drie criteria.
Wanneer het gaat over ‘stage’ moeten de werkzaamheden van een leerling aan de federale definitie van leerlingenstage voldoen. Vijf criteria moeten vervuld zijn. Met name moet de leerling:
Het is vooral dit laatste criterium dat de leerlingenstage onderscheidt van alle andere buitenschoolse vormen van arbeid. De bepaling “in gelijkaardige omstandigheden als de werknemers in dienst van die werkgever” houdt immers in dat de leerling effectief ingeschakeld wordt in het productieproces van de stagegever, met alle gevolgen van dien.
Over leerlingenstages is een uitgebreid regelgevend kader beschikbaar, zowel in de federale regelgeving als in de omzendbrieven van het Vlaams ministerie van onderwijs. Je vindt veel informatie terug op de themapagina 'Stage en werkplekleren'.
Welke verzekering is juridisch verplicht of aangewezen en bovendien het meest dekkend voor deze leerling in deze context:
Werkplekleren voor een leerling met een IAC-verslag in het gewoon secundair onderwijs
Een leerling met een IAC-verslag in een opleiding met dubbele finaliteit of arbeidsmarktfinaliteit kan aanvoelen als tegenstrijdig met je eigen kijk op leren en ontwikkelen binnen stage. Toch wordt ervaren dat ook voor leerlingen met een IAC-verslag het opdoen van beroepservaring belangrijke ontwikkelingskansen bieden voor de toekomst. Dit realiseren vraagt een groeimindset en een out of the box denken.
Net als voor andere leerlingen ligt ook voor de leerling met een IAC-verslag de regierol voor het realiseren van werkplekleren, waaronder stages, bij jou als school. Je bent verantwoordelijk voor: het zoeken naar mogelijkheden om beroepservaring op te doen, het opstarten, opvolgen en evalueren. Dit proces begeleiden is net zoals voor de andere leerlingen cruciaal. In samenspraak met alle betrokken partners, waaronder zeker de leerling en zijn ouders, denk je als school na over hoe het opdoen van beroepservaring binnen een IAC eruit kan zien, welke stappen er gezet moeten worden, welke doelen vooropstaan, welke voorbereiding en ondersteuning er nodig is ... .
Handelingsplanmatig werken (HPW) is een opdracht voor elke school in het kader van leerlingenbegeleiding en kwaliteitsvol onderwijs voor alle leerlingen met een leersteuntraject. HPW is een cyclisch proces met 5 fasen: beginsituatiebepaling, doelenselectie, voorbereiding, uitvoering en evaluatie. Deze fasen geven richting en ondersteunen de praktijk om te komen tot kwaliteitsvol onderwijs op maat van leerlingen met een IAC-verslag of OV4-verslag in elke onderwijscontext. We passen dit proces toe op werkplekleren binnen een IAC, waar mogelijk in de vorm van stage.

De figuur van de lemniscaat betekent dat het leven, het leren en het inzicht verkrijgen oneindig is en in elkaar blijft overvloeien.
De paarse pijlen vestigen expliciet de aandacht op het belang van participeren en leren doorheen het hele proces dat doorlopen wordt bij werkplekleren binnen een IAC. De paarse verrekijker expliciteert het belang van het meenemen van het toekomstperspectief doorheen dit proces.

Om gerichte acties bij werkplekleren binnen een IAC, waar mogelijk in de vorm van stage, te kunnen plannen en uitvoeren is het noodzakelijk dat we een duidelijk beeld hebben van de beginsituatie.
We zorgen ervoor dat we scherp krijgen wie de leerling is en wat de contextelementen zijn die een invloed hebben op de leer- en participatiekansen van de leerling. We kijken hierbij naar de sterktes en de beperkingen die we in de dagdagelijkse schoolcontext zien. Daarbij is het belangrijk dat de school het toekomstperspectief dat de leerling en de ouders voor ogen hebben, meeneemt bij het bepalen van de inhoud van werkplekleren binnen een IAC, waar mogelijk in de vorm van stage. We nemen dus hun dromen en verwachtingen mee in het proces. De ervaringsdeskundigheid die de leerling en de ouders zelf hebben opgebouwd in andere contexten, zoals de thuiscontext, benutten we maximaal.

Uitgangspunt bij werkplekleren binnen een IAC, waar mogelijk in de vorm van stage blijft dat de doelen zoveel mogelijk aansluiten bij het gekozen GC. Op die manier houd je zoveel mogelijk opties open voor het vervolgonderwijs, een vorm van tewerkstelling, vrijetijdsbesteding… Ook de mogelijkheid om volledig aan te sluiten bij het GC is dan makkelijker. Dit blijf je ook altijd voor ogen houden.
De regelgever heeft het over het kiezen van ‘leerdoelen op maat’, vertrekkende van het geheel van de leerdoelen uit het GC van de betrokken opleiding. De klassenraad selecteert dus doelen uit een gevalideerd doelenkader (leerplan). Waar nodig worden deze doelen aangevuld met individuele doelen op basis van de specifieke noden van de leerling, gericht op de harmonische ontwikkeling en in functie van de participatie- en leerkansen, en van het toekomstperspectief. De klassenraad betrekt bij de selectie van de doelen de relevante netwerkpartners. Dit zijn minstens de ouders, de leerling en de leerondersteuner.

Om de fase van voorbereiding richting te geven, houden we rekening met de aandachtspunten:
Er wordt aan alle betrokken partners gevraagd om mee na te denken over de te nemen stappen, rekening houdend met de elementen uit de beeldvorming en het toekomstperspectief. De leerondersteuner speelt hierin een belangrijke rol, maar de regie ligt altijd bij de school.
Soms is het nodig om opnieuw de beginsituatie te bekijken en eventueel nog bijkomende doelen te formuleren. Bijvoorbeeld:

Tijdens de uitvoeringsfase worden de afspraken die gemaakt werden tijdens de voorbereidingsfase omgezet in de praktijk.
Er wordt ingezet op het creëren van een positief, stimulerend leer- en werkklimaat om maximale leerkansen te bieden. Omdat verschillen tussen leerlingen een realiteit zijn, is differentiatie de basishouding; ook met betrekking tot werkplekleren binnen een IAC. Waar nodig wordt op maat gewerkt.
Ook als de verschillen tussen de leerling met een verslag en de klasgenoten groter worden, zijn de drie fundamentele inclusievragen richtinggevend voor het participeren en leren van de leerling.
In de uitvoeringsfase kan pedagogische begeleiding meedenken en inspiratie bieden. De stagebegeleider speelt een belangrijke rol en bewaakt het verloop:
In de uitvoeringsfase wordt vaak een beroep gedaan op de leerondersteuner. De leerondersteuner mag echter niet de rol opnemen van stagebegeleider of stagementor. De leerondersteuner op de werkplek:

In deze fase wordt nagegaan of de vooropgestelde doelen werden bereikt. Hierbij wordt rekening gehouden met het toekomstperspectief en de leer- en participatiekansen. Regelmatige opvolging en bijsturing waarborgt het proces.
Op basis van het overzicht van de bereikte (leerplan)doelen worden de vaardigheden en competenties die de leerling verworven heeft, geformuleerd. Dit krijgt een neerslag in het attest verworven bekwaamheden van het huidig schooljaar. Het is tevens een beginsituatiebepaling voor de stagebeleider / stagementor van het volgende schooljaar, als de leerling zijn schoolloopbaan vervolgt. Indien van toepassing kan een leerling met een IAC een beroepskwalificatie of deelkwalificatie verwerven of attest van verworven competenties.
Een evaluatiefase leidt tot een ‘nieuwe’ beginsituatie. Vanuit die ‘nieuwe’ beginsituatie continueer je het traject en doorloop je opnieuw alle fasen.
