Een individueel aangepast curriculum (IAC) realiseren doorheen de 5 fasen van het cyclisch proces van handelingsplanmatig werken.

5 fasen

sla link op in klembord

Kopieer

De 5 fasen geven richting en ondersteunen de praktijk om te komen tot kwaliteitsvol onderwijs op maat van leerlingen met een IAC-verslag of OV4-verslag in elke onderwijscontext.

Fase 1: De beginsituatiebepaling

sla link op in klembord

Kopieer

Om gerichte acties te kunnen plannen en uitvoeren is het noodzakelijk dat we een duidelijk beeld hebben van de huidige situatie, de beginsituatie. We zorgen ervoor dat we scherp krijgen wie de leerling is en wat de contextelementen zijn die een invloed hebben op de participatie- en leer-kansen van de leerling.

Context

sla link op in klembord

Kopieer

  • Onderzoek en breng in kaart welke elementen uit de context een invloed hebben op het leren en participeren van de leerling. Denk daarbij aan schoolcontext, thuis- en opvoedingscontext …
    • Schoolcontext: gewoon onderwijs, buitengewoon onderwijs, lesbijwoning, één-campus, …, omgeving en ligging van de school, samenstelling van het schoolteam, populatie van de school, pedagogisch project van de school
    • Thuis- en opvoedingscontext
    • Maatschappelijke context
    • ...

Netwerkpartners

sla link op in klembord

Kopieer

  • Breng in kaart welke relevante partners een netwerk kunnen vormen. Denk daarbij ook aan de leerling, zijn ouders, personeelsleden van de school, de leerondersteuner, CLB, pedagogisch begeleider, medeleerlingen (peers), CAR, MFC, justitie, thuisbegeleiding, hulpverlener, vrijwilliger, PAB, GIO-ondersteuning, …
  • Spreek af wie van die netwerkpartners een rol opneemt in het handelingsplanmatig proces dat leidt tot een IAC.
  • Verzeker dat alle relevante netwerkpartners hun rol opnemen vanuit een gedeelde (inclusieve) mindset rond het leren en participeren van de leerling. Stuur bij waar nodig.

Relevante gegevens verzamelen

sla link op in klembord

Kopieer

  • Verzamel leerlingengegevens die relevant zijn in functie van het leren en participeren. Je vindt ze terug in verslagen, in observaties, gesprekken en eerdere evaluaties, bij netwerkpartners, via informatie uit de vorige school, in doorlopen zorg- en begeleidingstrajecten  …
  • Relevante gegevens zijn actueel, focussen op ‘need-to-know’ en zijn gebaseerd op verschillende bronnen.
  • Hou hierbij voldoende rekening met het perspectief van de leerling en zijn ouders: wat vinden zij belangrijk?

Toekomstperspectief

sla link op in klembord

Kopieer

  • Onderzoek en beschrijf het toekomstperspectief van de leerling met een open en brede blik, gericht op de deelname aan de school en de samenleving, op korte en langere termijn.
  • Beluister hierin de stem van de leerling zelf, zijn ouders en hun netwerk om te achterhalen wat voor hen belangrijk is.
  • Ga daarbij uit van mogelijkheden.

Ontwikkelingsgericht perspectief en natuurlijke context

sla link op in klembord

Kopieer

  • Ga na wat de leerling nodig heeft in functie van zijn verdere ontwikkeling.
  • Laat je daarbij inspireren door wat passend is voor leeftijdsgenoten.

De specifieke onderwijs- en opvoedingsbehoeften en de ondersteuningsbehoeften van de leerling (SO(O)OB)

sla link op in klembord

Kopieer

  • Op basis van de analyse van de beeldvorming kom je tot de formulering van wat deze leerling nodig heeft om te leren, heb hier ook aandacht voor de opvoedingsbehoeften van de leerling.
  • Beschrijf welke vorm van ondersteuning daarbij nodig zal zijn.

Fase 2: Doelenselectie

sla link op in klembord

Kopieer

Gevalideerd doelenkader

sla link op in klembord

Kopieer

  • Vertrek vanuit een gevalideerd doelenkader (leerplan, opleidingsprofiel, ontwikkelingsdoelen buo …) passend bij het onderwijsniveau (basis – secundair), afgestemd op de specifieke onderwijs- en opvoedingsbehoeften van de leerling.
  •  Vul waar nodig aan met doelen uit andere (doelen)kaders.

Doelenselectie

Samen met de leerling, de ouders en andere relevante netwerkpartners:

  • Selecteer doelen vanuit de onderwijs- en opvoedingsbehoeften en de ondersteuningsbehoeften die eerder benoemd zijn.
  • Plaats een realistisch aantal doelen in de focus, voor een vooropgestelde periode.
  • Zorg dat de doelen uitdagend, evalueerbaar en op maat van de leerling zijn. (voetnoot OV3)
  • Zorg voor een doelenselectie die gericht is op de harmonische ontwikkeling van de leerling.
  • Zorg voor een doelenselectie die gericht is op leren en participeren.

Fase 3: Voorbereiding

sla link op in klembord

Kopieer

Pedagogisch-didactische keuzes en onderwijsaanbod

sla link op in klembord

Kopieer

  • Maak pedagogische en didactische keuzes die gericht zijn op het nastreven/realiseren van de geselecteerde doelen en die aansluiten bij de SO(O)OB van de leerling.
  • Zorg ervoor dat hierbij voldoende aandacht gaat naar leer- en participatiekansen van de leerling in zijn onderwijscontext (klas, werkplekleren (waaronder stages,…), pedagogische eenheid, …).
  • Heb hierbij aandacht voor de principes van UDL, redelijke aanpassingen en Speciale Onderwijs-Leermiddelen (waar relevant).
  • Vertaal dit in krachtige leeractiviteiten

Verantwoordelijkheid en inspraak

sla link op in klembord

Kopieer

  • Maak de pedagogische en didactische keuzes vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid met alle betrokken teamleden en met inspraak van de betrokken netwerkpartners.
  • Zorg er daarbij voor dat er aandacht gaat naar de ondersteuningsbehoeften van ouders, teamleden en betrokken netwerkpartners.

Structureel overleg

sla link op in klembord

Kopieer

  • Plan voldoende en structurele overlegmomenten met alle betrokkenen.
  • Maak afspraken over de planning van het onderwijsaanbod en leg de taakverdeling vast.

Fase 4: Uitvoering (lesgeven, ondersteunen, begeleiden ...)

sla link op in klembord

Kopieer

  • Realiseer het geplande onderwijsaanbod door interdisciplinair samen te werken met alle betrokkenen.
  • Zorg voor een gedifferentieerde aanpak en een gedifferentieerd aanbod mét aanpassingen op maat van de leerling.
  • Maak werk van een positief, uitdagend en stimulerend leer- en leefklimaat.

Fase 5: Evaluatie (borgen, bannen, bijsturen, bijvoegen)

sla link op in klembord

Kopieer

Productevaluatie

sla link op in klembord

Kopieer

  • Ga na in welke mate aan de vooropgestelde doelen gewerkt is.
  • Ga na welke doelen in voldoende mate bereikt zijn.
  • Ga na of je vooruitgang in de ontwikkeling van de leerling vaststelt.

Procesevaluatie

sla link op in klembord

Kopieer

  • Evalueer of de gekozen pedagogische en didactische aanpak gewerkt heeft. Waarom wel/niet?
  • Evalueer of de samenwerking tussen alle betrokkenen gewerkt heeft. Waarom wel/niet?
  • Ga na hoe de leerling geleerd heeft.
  • Ga na welke aanpassingen effect gehad hebben en welke niet.

Reflectie op professioneel handelen

sla link op in klembord

Kopieer

  • Ga na in welke mate jullie tegemoetgekomen zijn aan de ondersteuningsbehoeften van teamleden, leerling, ouders en netwerkpartners.
  • Ga na of alle betrokkenen in de samenwerking hebben kunnen doen wat afgesproken en gepland was.
  • Ga na of jullie handelen op maat was van de leerling.
  • Ga na of jullie je rol hebben opgenomen of hebben kunnen opnemen in dit IAC.
  • Ga na wat jullie nodig hebben om je rol in dit IAC ten volle te kunnen blijven opnemen.

Ga na of de vorderingen effect hebben op het vooropgestelde toekomstperspectief.

Decretale basis:
Het decreet leersteun (artikel 109 en artikel 148) wijzigt het decreet basisonderwijs artikel 46 en de codex secundair onderwijs artikel 122/1/0.

Multidisciplinaire teams interdisciplinair laten samenwerken op school

sla link op in klembord

Kopieer

In deze inspiratienota benaderen we het inzetten van ‘paramedisch’ personeel in het buitengewoon onderwijs vanuit de invalshoek ‘interdisciplinair samenwerken’. Met ‘paramedisch’ personeel bedoelen we de groep personeelsleden die zijn aangesteld vanuit het pakket ‘paramedisch, medisch, sociaal, pedagogisch en psychologisch personeel’ met een focus op kinesisten, logopedisten, ergotherapeuten en kinderverzorgers omdat deze groep doorgaans ingezet wordt op klas- en leerlingeniveau. De andere disciplines hebben meestal (niet altijd) een opdracht op schoolniveau.

We lichten het principe van interdisciplinair samenwerken toe en beschrijven hoe scholen voor buitengewoon onderwijs daar in de praktijk mee (kunnen) omgaan. We besluiten de nota met enkele definities en kaders en nodigen uit tot reflectie bij het thema in de eigen school.

Multidisciplinair samengestelde schoolteams

sla link op in klembord

Kopieer

In het buitengewoon onderwijs zijn teams vanuit de wetgeving en de omkadering (bijna) altijd multidisciplinair samengesteld. Leraren (ASV en BGV) werken er samen met collega’s met een medische, paramedische, verzorgende, sociale, (ortho-) pedagogische of psychologische achtergrond. Ook in gewone  basis- en secundaire scholen zijn teams samengesteld uit collega’s met een verschillende functie, opdracht of specialisatie.

Ongeacht hun samenstelling hebben schoolteams steeds een gezamenlijke opdracht om kwaliteitsvol onderwijs te realiseren voor élke leerling met de nodige aandacht en zorg voor ieders specifieke opvoedings- en onderwijsbehoeften.

In het buitengewoon onderwijs heeft het schoolteam (als geheel) de opdracht een passend onderwijsaanbod te realiseren voor elke leerling. Dit gebeurt doorheen de verschillende fasen van het cyclisch proces van handelingsplanmatig werken dat decretaal verplicht is. Het schoolteam is er multidisciplinair samengesteld en bestaat uit een diversiteit aan mensen met verschillende beroepen, disciplines maar ook functies of specialisaties. Elk draagt vanuit zijn achtergrond en specifieke kennis (via de klassenraad) bij tot het realiseren van de teamopdracht. Hier ligt de basis voor gespecialiseerd buitengewoon onderwijs dat een passend en kwaliteitsvol onderwijsaanbod wil realiseren voor elke leerling.

Gespecialiseerd onderwijs als antwoord op specifieke opvoedings- en onderwijsbehoeften van leerlingen ontstaat mee door in de multidisciplinaire teams de nodige specialisatie en kennis samen te brengen. Een school voor buitengewoon onderwijs stelt haar multidisciplinair team bij voorkeur gericht en bewust samen vanuit een duidelijke visie op passend onderwijs voor haar doelgroep(en).

De historiek van de school en het gevoerde personeelsbeleid kunnen er soms voor zorgen dat het gespecialiseerde aanbod op een bepaald moment niet meer voldoende is afgestemd op de noden van de leerlingen. Op dat moment moet de school op zoek naar mogelijkheden om de samenstelling van het team gaandeweg bij te sturen. Ook wanneer de school door omstandigheden kleiner wordt en er moet afgebouwd worden, komt het multidisciplinair aanbod onder druk. We verwijzen hierbij naar de richtlijnen die kunnen helpen en inspireren bij het opmaken en onderhandelen van een protocol dat in die situatie moet gevolgd worden in punt 6 aan het einde van deze nota.

De wijze waarop de school haar multidisciplinair team samenstelt is in de eerste plaats gericht op de noden van de leerlingen maar moet tegelijk ook bijdragen aan een kwaliteitsvolle werking. De evenwichtsoefening tussen volop inzetten op het begeleiden van leerlingen en het kwaliteitsvol organiseren van de school is een uitdaging. We pleiten ervoor voldoende middelen in te zetten op leerlingenniveau en tegelijk niet voorbij te gaan aan wat er organisatorisch nodig is om de school goed te laten draaien. Denk daarbij aan beleidsondersteunende en coördinerende taken die moeten opgenomen worden in de school en die de werking mee ondersteunen en aansturen.

Interdisciplinair samenwerkende schoolteams buo

sla link op in klembord

Kopieer

Wanneer teamleden elk vanuit hun eigen beroep, discipline, functie of specialisatie de krachten bundelen en samenwerken aan gemeenschappelijk geformuleerde (onderwijs)doelen, spreken we van interdisciplinaire samenwerking.

De plek waar deze samenwerking vorm krijgt en ieders rol in de uitvoering concreet wordt vastgelegd is doorgaans de klassenraad. Naast het formele orgaan van de klassenraad voorzien veel scholen ook bijkomende vormen van (interdisciplinair) overleg om de samenwerking te ondersteunen. Het is daarbij de bedoeling om alle betrokken teamleden op regelmatige basis de kans te geven hun pedagogische, didactische of ondersteunende aanpak voor een bepaalde groep leerlingen of individuele leerlingen te bespreken, op te volgen en waar nodig bij te sturen. Dit noodzakelijke (structurele) overleg is gericht op het realiseren van interdisciplinaire samenwerking op de klasvloer en krijgt in scholen op verschillende manieren vorm. De voornaamste bedoeling van dit overleg is de kwaliteit van samenwerken en het doelgerichte aanbod voor leerlingen vorm te geven. Vaak gebeurt dit informeel. We willen er vanuit het oogpunt van kwaliteitsontwikkeling voor pleiten om dit daarnaast ook structureel te voorzien.

(Voorbeelden: …)

Het model van interdisciplinair samenwerken sluit mooi aan bij de maatschappelijke verwachting voor het buitengewoon onderwijs. De samenleving verwacht dat we onderwijs op maat aanbieden en daarbij de nodige specialisaties inzetten om het best mogelijke antwoord te geven op de opvoedings- en onderwijsbehoeften van leerlingen. Als (multidisciplinair) team samen aan de slag gaan op basis van op maat geselecteerde onderwijsdoelen is de opdracht.

Een logisch gevolg hiervan is dat we ook op de klasvloer mensen samen aan de slag zien gaan om elk vanuit hun eigen beroepskennis of specialisatie een rol op te nemen in het onderwijsleerproces. Ze nemen samen verantwoordelijkheid op voor het onderwijsaanbod en doorlopen daarvoor samen het cyclisch proces van handelingsplanmatig werken.

Inzet van paramedici in een multidisciplinaire onderwijscontext

sla link op in klembord

Kopieer

In de praktijk zien we dat scholen voor buitengewoon onderwijs de inzet van paramedici in de school op een gevarieerde wijze vorm geven. De omslag van éénzijdig therapeutisch handelen naar ondersteuning binnen het onderwijsaanbod op basis van het handelingsplanmatig werken is door veel scholen gemaakt.

De mate waarin therapeuten op school eerder individueel en buiten de klascontext of eerder ondersteunend en ín de klascontext worden ingezet is schoolafhankelijk en in de meeste gevallen het gevolg van een bewuste keuze op basis van visie.

Er zijn scholen waar paramedici voornamelijk ingezet worden om individueel therapie te geven en er zijn scholen waar zelden of nooit op individueel niveau een therapie wordt opgezet. In beide gevallen vormen de specifieke opvoedings- en onderwijsbehoeften van leerlingen de basis voor de keuze die een school maakt. De keuze om eerder individueel of eerder klas ondersteunend te gaan werken vloeit voort uit de schooleigen visie op onderwijs en de wijze waarop de school organisatorisch het best wil tegemoet komen aan de noden van haar leerlingen.

Scholen geven aan dat de klassenraad, binnen de cyclus van handelingsplanmatig werken, (mee) bepaalt welke bijkomende ondersteuning nodig is in functie van de specifieke opvoedings- en onderwijsbehoeften van leerlingen, op welke wijze die vorm krijgt en voor welke afgesproken periode (begin-einde) die wordt aangeboden. Paramedici maken daarom best zoveel mogelijk deel uit van de klassenraad.

Wanneer ouders specifieke therapeutische begeleiding voor hun kind vragen, gaan scholen met hen in gesprek. De wijze waarop scholen tegemoet (kunnen) komen aan deze vraag van ouders is opnieuw school- en doelgroep afhankelijk en tegelijk beperkt. Ook hier zijn de specifieke opvoedings- en onderwijsbehoeften van de leerling het vertrekpunt, maar ook de visie van de school en de manier waarop ze organisatorisch een antwoord kan geven op de noden van leerlingen. In sommige gevallen zal de school een inspanning doen om (vaak tijdelijk) in te zetten op individuele therapeutische begeleiding. In veel andere gevallen zal de school verduidelijken dat de specifieke aanpak en ondersteuning die in de klas geboden wordt, een werkbaar en effectief alternatief is.

In de communicatie met ouders is het belangrijk om te benadrukken dat de school voor buitengewoon onderwijs een gespecialiseerde plek is die een integraal en geïntegreerd aanbod voorop stelt. De geïntegreerde benadering verschilt van de individuele therapeutische benadering en doet geen afbreuk aan de kwaliteit van begeleiding die de leerlingen vragen. Om die communicatie te onderbouwen gaat de school uit van een duidelijke schooleigen visie op begeleiden van leerlingen.

De vraag naar individuele therapeutische begeleiding op school wordt soms ook ingegeven vanuit de redenering dat leerlingen die in het buitengewoon onderwijs schoollopen het recht op tegemoetkoming of terugbetaling door het ziekenfonds (in een aantal gevallen) verliezen. Als school denk je best na over hoe je hiermee omgaat. Het is daarbij belangrijk om zelf goed geïnformeerd te zijn over de technische kant van het verhaal. We verwijzen daarvoor graag naar de mededeling die daarover is geschreven vanuit de dienst lerenden.

We merken een verschil in benadering bij scholen die samenwerken met een MFC of een CAR. In die situaties wordt vaak wél voluit de kaart van de individuele therapie getrokken. Deze keuze is het gevolg van de eigenheid en opdracht van een MFC of een CAR en ingegeven vanuit de uitdaging de ondersteuning vanuit de verschillende invalshoeken goed op elkaar af te stemmen. Waar deze ‘keuze’ gemaakt kan worden omdat het aanbod aanwezig is, schakelen scholen de begeleiding in van een MFC of een CAR voor leerlingen met meer specifieke therapeutische noden, waar de school op basis van haar eigen omkadering (en opdracht) vaak niet aan kan beantwoorden.

In zulke context blijven we pleiten voor een verdere geïntegreerde samenwerking tussen de verschillende partners, wetende dat samenwerking over sectoren heen het aanbod voor complexe zorgvragen versterkt. Het principe van subsidiariteit is hierbij belangrijk. Samenwerking over de sectoren heen moet leiden tot een betere zorg/ondersteuning voor het kind/de jongere en het gezin.

Enkele voorbeelden:

  • De ouders van Jonas vinden het belangrijk dat hun zoon leert schrijven. Jonas zit in een type 2 klas. Motorisch is schrijven voor hem een hele uitdaging. Op de klassenraad wordt afgesproken dat de ergotherapeut op zoek gaat naar een geschikte methode om Jonas een leesbaar handschrift aan te leren. Jonas zal eerst individueel een reeks intensieve sessie krijgen bij de ergotherapeut en daarna wordt de ondersteuning verdergezet in de klas tijdens taken waarbij Jonas moet schrijven.
 
  • In de klas van meester Bert volgen de conflicten mekaar snel op. Na bijna elke speeltijd komen de leerlingen met ruzie weer in de klas. Het loopt mis op de speelplaats. De situatie wordt besproken op de klassenraad en de kinesist wordt ingeschakeld omwille van haar expertise in sociale vaardigheden. De ondersteuning bestaat uit observaties tijdens de speeltijd gevolgd door korte coachingsgesprekken na de speeltijd. Soms gebeuren die gesprekken in de klas, samen met meester Bert. Zo hebben alle leerlingen er wat aan en leert de meester hoe je zo’n gesprek kan aanpakken. Eén keer per week komen 4 kinderen samen naar de kiné om spelsituaties in te oefenen en conflicten te leren oplossen. Na twee maanden volgt een evaluatie op de klassenraad.
 
  • Brahim is 4 jaar en is pas ingeschreven in de kleuterklas van een type 9 school. Brahim praat niet en het is moeilijk om met hem te communiceren. De kleuterjuf vraagt de hulp van de logopedist om mee na te denken over ondersteunde communicatie in de klas. De logopedist kom elke dag een kwartiertje langs om een paar vooraf afgesproken visualisaties aan te bieden en na te gaan of Brahim begrijpt wat ermee bedoeld wordt in de klascontext. Omdat Brahim nieuw is en aan de klassituatie moet wennen wordt gekozen om hen nu nog niet individueel uit de klas te halen. Het is goed mogelijk dat dit nadien wél gebeurt om intensief met hem te trainen op de visueel ondersteunde communicatie.
 
  • Juf Anita merkt dat een deel van de leerlingen tijdens haar lessen in de grootkeuken veel meer tijd nodig heeft om groenten te snijden dan andere leerlingen. Dat maakt dat het verloop van de activiteit soms vastloopt omdat sommige leerlingen trager werken. Ze vraagt op de klassenraad of de ergotherapeut kan helpen. Er wordt afgesproken dat de ergo gedurende een paar lessen zal observeren om nadien samen met juf Anita een plan uit te werken. Omdat het geen optie is om alleen ‘snelle ‘ leerlingen groenten te laten snijden, wordt er gekozen om het groepje leerlingen dat hulp nodig heeft apart te begeleiden tijdens de les om hun snijtechniek te verbeteren en stilaan het werktempo te verhogen.
 
  • De ergotherapeut en de rekencoach werken samen aan ortho-didactische kapstokken om het rekenproces vanuit de beweging te ondersteunen en zo moeilijkheden bij het automatisatieproces te ondervangen.
 
  • De kinesist of leraar lichamelijke opvoeding ondersteunt tijdens de schrijflessen van de leerlingen in de aanvangsklas en helpt de leraar om voor- tijdens en na de schrijfopdrachten op papier ook oefeningen in te bouwen om te ontstressen en de spierspanning in handen, vingers en armen te ontladen.
 
  • De logopediste zoekt hulpmiddelen/apps en ondersteunende software voor leerlingen die leestechnisch niet sterk zijn, helpt om ze aan te leren aan de leerlingen die hier nood aan hebben en helpt leraren om deze te integreren in de lessen.
 
  • Laura is een meisje dat tijdens de individuele logopedie, aangeboden door het MFC, SMOG gebaren aangeleerd krijgt om vooral haar zelfredzaamheid te verhogen. Om deze SMOG gebaren op de plekken in te zetten die meer waarheidsgetrouw zijn dan aan de tafel tijdens de individuele aanleersessies, oefenen de begeleiders in de klascontext hier meer spontaan op. De klaslogo houdt een extra oogje in het zeil of het voldoende gebeurd.

Definities en achtergrond

sla link op in klembord

Kopieer

Definities

sla link op in klembord

Kopieer

De woordenschat die in de praktijk gehanteerd wordt om het samenwerken tussen verschillende beroepen in een school (voor buitengewoon onderwijs) te benoemen zorgt soms voor verwarring. Daarom twee definities ter verduidelijking (Shuman 2010)

  • We spreken over multidisciplinair samenwerken wanneer verschillende disciplines betrokken worden die elk vanuit hun eigen perspectief, vaktaal en logica de eigen doelstellingen willen realiseren. De deskundigen werken autonoom of parallel aan elkaar.
  • Bij interdisciplinair samenwerken formuleren verschillende disciplines een gezamenlijk doel. Ze hanteren hierbij een gemeenschappelijke taal en zien de perspectieven en kwaliteiten van de ander als waardevol en complementair.

Continuüm

sla link op in klembord

Kopieer

De begrippen multidisciplinair en interdisciplinair passen in een breder continuüm dat vier vormen van samenwerken beschrijft: unidisciplinair, multidisciplinair, interdisciplinair en transdisciplinair (samen-)werken.

  • Bij een unidisciplinaire samenwerking behoren alle teamleden tot dezelfde discipline of beroepsgroep en vervullen ze samen dezelfde opdrachten, zoals de verpleegkundigen in een verpleegteam.
 
  • Bij het multidisciplinaire samenwerken zijn er in het team een veelheid aan disciplines aanwezig, maar elke beroepsgroep heeft zijn eigen taken die duidelijk afgegrensd zijn van de taken van een andere beroepsgroep. Ieder brengt zijn eigen expertise in voor eigen vooropgestelde doelen. 
 
  • In een interdisciplinaire samenwerking zijn er ook een veelheid aan disciplines aanwezig, maar hebben de medewerkers uit één beroepsgroep zowel eigen taken als taken die ze gemeenschappelijk hebben met andere beroepsgroepen. Ieder brengt zijn eigen expertise in, in functie van gezamenlijke, vooropgestelde onderwijsdoelen. 
 
  • Bij een transdisciplinaire samenwerking is er eveneens een veelheid aan disciplines aanwezig, maar hebben alle medewerkers uit de verschillende beroepsgroepen dezelfde, gemeenschappelijke taken. Bijvoorbeeld logo’s nemen de klaswerking over voor bepaalde delen van het curriculum taal.  

De vormen van samenwerking tussen verschillende disciplines in een school kunnen we situeren op een lijn van multidisciplinair over interdisciplinair tot transdisciplinair samenwerken, naargelang elke discipline enkel eigen taken heeft, zowel eigen als gemeenschappelijke taken of louter gemeenschappelijke taken. Op deze continue lijn is er ook een gradatie van een grotere autonomie en zelfstandigheid naar een grotere onderlinge samenwerking en afhankelijkheid tussen de disciplines.

We plaatsen interdisciplinair samenwerken steeds op een continuüm van samenwerken. Daarmee bedoelen we dat het team kan en moet kiezen om eerder vanuit multidisciplinair samenwerken of transdisciplinair samenwerken te handelen, als daar een passender antwoord ligt op de opvoedings- en onderwijsbehoeften van leerlingen. Zo ontstaat ook binnen de schoolwerking een continuüm van zorg en ondersteunen waarbinnen teamleden vanuit de eigen discipline verschillende rollen opnemen, samen met anderen of zelfstandig, in de klas, met groepjes leerlingen of individueel, vanuit eigen specialisatie of vanuit de teamopdracht…

Reflectiewijzer: Interdisciplinair aanbod op maat van opvoedings- en onderwijsbehoeften in het buitengewoon onderwijs

sla link op in klembord

Kopieer

Wie zijn we en wat willen we?

sla link op in klembord

Kopieer

Als school kennen we de noden en behoeften van onze doelgroepen. We hebben een duidelijke visie op onderwijs die garandeert dat ons aanbod passend is en op maat van opvoedings- en onderwijsbehoeften van leerlingen. We werken vanuit een ontwikkelingsgericht perspectief aan een toekomst waarin onze leerlingen volwaardig en zo zelfstandig mogelijk functioneren in de maatschappij.

  • Wie zijn onze leerlingen?
  • Wat willen wij als school bij onze leerlingen bereiken?
  • Welk noden en behoeften hebben onze leerlingen?
  • Welk gespecialiseerd aanbod plaatst de school daar tegenover?

Wie zetten we daarvoor in?

sla link op in klembord

Kopieer

Ons team is multidisciplinair samengesteld. We hebben de nodige specialisaties (onderwijskundig én paramedisch, (ortho)pedagogisch, psychologisch, …) in huis om een aanbod te doen op maat van onderwijsbehoeften van onze leerlingen.

  • Welke specialisaties hebben we in huis?
  • Op welke noden en behoeften bieden zij vanuit hun specialisatie een antwoord?
  • Op welk manier hebben we aandacht voor ondersteuningsnoden van teamleden bij het uitwerken van een passend aanbod? Zetten we bewust in op het collegiaal ondersteunen en leren van mekaar door teamleden met een ondersteuningsnood te koppelen aan een teamlid met expertise?

Wat mag je van ons verwachten?

sla link op in klembord

Kopieer

We geloven in de kracht van samenwerking. Samen kunnen we meer dan alleen. Op school vormen we multidisciplinaire teams die gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen voor het aanbod op maat van de leerlingen in een (klas)groep. De teams werken interdisciplinair samen. Elk teamlid draagt vanuit de eigen deskundigheid bij aan de realisatie van geselecteerde onderwijsdoelen.

  • Hoe stimuleert de school het interdisciplinair samenwerken in de teams?
  • Welke overlegstructuren ondersteunen de interdisciplinaire samenwerking?
  • Hoe garanderen we dat elke leerling op effectief krijgt wat nodig is om te ontwikkelen en te leren?
  • Hoe communiceren we daarover met ouders en externe partners?
  • Interdisciplinair samenwerken versterkt het samen nadenken over onze leerlingen. Op welke manier merken we daar de effecten van in de praktijk?

Personeelsregelgeving multidisciplinaire teams in het buitengewoon onderwijs, protocol voor afbouw en opbouw

sla link op in klembord

Kopieer

Aanwending van het urenpakket

sla link op in klembord

Kopieer

Algemene principes

sla link op in klembord

Kopieer

Uit de uren volgens de richtgetallen kunnen betrekkingen voor de volgende ambten worden geput: psycholoog, arts, verpleger, logopedist, kinesitherapeut, maatschappelijk werker, orthopedagoog en kinderverzorger.

Wanneer er in de toegekende uren nog geen vast benoemde personeelsleden zijn aangesteld, kan het schoolbestuur of zijn afgevaardigde beslissen over de aanwending van de uren, met toepassing van de reglementering inzake medezeggenschap. Zo heeft het lokaal onderhandelingscomité ten minste jaarlijks recht op inlichtingen in verband met de tewerkstelling. Deze inlichtingen hebben o.a. betrekking op de weerslag van het aantal leerlingen op tewerkstelling, het aantal personeelsleden met een tijdelijke aanstelling van bepaalde of doorlopende duur en over het personeelsverloop. In het LOC wordt ook onderhandeld over de aanvullende regelen ter zake van de algemene principes van het personeelsbeleid.

In principe heeft het schoolbestuur dus de mogelijkheid om keuzes te maken in functie van het samenstellen van een multidisciplinair team.

Afhankelijk van bepaalde keuzes die in het verleden werden gemaakt in verband met de aanwending van het urenpakket, is het soms niet makkelijk om flexibel in te spelen op de wijzigende specifieke opvoedings- en onderwijsbehoeften van de doelgroep van leerlingen.

Er moet bovendien rekening gehouden worden met de regels in verband met de verdeling van de betrekkingen onder de vast benoemde personeelsleden, de ter beschikking stelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en weder tewerkstelling.

Aanwending bij een status-quo of stijging van het urenaantal

sla link op in klembord

Kopieer

Wanneer het paramedisch urenpakket status-quo blijft of stijgt, dan moeten de vast benoemde personeelsleden bij het begin van het schooljaar een betrekking krijgen voor het volume van de vaste benoeming.

Het schoolbestuur kan op 1 september zelf invulling geven aan de resterende uren, waarin geen vast benoemde personeelsleden dienen aangesteld te worden. Op dit moment kan het schoolbestuur dus bepaalde keuzes maken in functie van de samenstelling van het team, vanuit een visie op passend onderwijs voor haar doelgroepen.

Aanwending bij een daling van het urenaantal

sla link op in klembord

Kopieer

Bij een vermindering van het urenpakket voor het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel gelden er specifieke maatregelen.

Als een school ten opzichte van 30 juni van het voorafgaande schooljaar minder uren heeft binnen het urenpakket, kan dit tot gevolg hebben dat de school één of meer betrekkingen minder kan inrichten.

Het schoolbestuur kiest dan in eerste instantie – op basis van criteria die gelden voor ten minste drie schooljaren en die worden onderhandeld in het bevoegd lokale comité – een betrekking of betrekkingen uit de ambten van het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel die door deze vermindering niet meer kan of kunnen worden in stand gehouden. Het gaat hierbij steeds om ambten die in de betrokken school werden ingericht op 30 juni van het voorgaande schooljaar.

Indien het schoolbestuur op 30 juni van het voorafgaande schooljaar in de op 1 september gekozen discipline(s) een tijdelijk personeelslid in dienst had, dan kan dit tijdelijk personeelslid door toepassing van de voorafgaande maatregelen op 1 september niet meer opnieuw aangesteld worden.

Heeft het schoolbestuur in de gekozen discipline(s) enkel vast benoemde personeelsleden in dienst, dan zal er een personeelslid ter beschikking gesteld moeten worden wegens ontstentenis van betrekking in de gekozen discipline(s). Binnen deze groep wordt dan het personeelslid met de kleinste dienstanciënniteit ter beschikking gesteld.

Dit houdt dus in dat eventueel een tijdelijk personeelslid in één van de ingerichte ambten aan het werk kan blijven, terwijl een personeelslid dat vast benoemd is in een ander ambt ter beschikking gesteld wordt.

Impact van de regelgeving op het samenstellen van het multidisciplinaire team van het ‘paramedisch’ personeel

sla link op in klembord

Kopieer

Het schoolbestuur beschikt over beperkte mogelijkheden om het team samen te stellen of om bepaalde wijzigingen door te voeren in functie van bv. een veranderende doelgroep. Er moet immers rekening gehouden worden met de regels in verband met vaste benoeming, ter beschikking stelling, reaffectatie en weder tewerkstelling.

Toch houdt dit niet tegen dat er interdisciplinair samengewerkt kan worden door de ‘paramedici’, los van het specifieke ambt waarin personeelsleden zijn aangesteld. Elk personeelslid neemt een rol op in de multi- en interdisciplinaire context en werkt samen met de collega’s in functie van het handelingsplanmatig werken en in functie van de afspraken die gemaakt worden door de klassenraad. Er wordt samen gezorgd voor een integraal en geïntegreerd aanbod.

Uiteraard is de aanwezigheid van specifieke disciplines binnen het ‘paramedisch’ personeel soms noodzakelijk. Wanneer er uren beschikbaar zijn waarin geen personeelsleden vast benoemd zijn, kan het schoolbestuur bepaalde keuzes maken. Zo kan een bepaalde discipline uitgebreid worden of kan er een betrekking ingericht worden in een nieuw ‘paramedisch’ ambt.

Bij een vermindering van het urenpakket heeft het schoolbestuur de mogelijkheid om bepaalde disciplines in stand te blijven houden en de daling te laten plaatsvinden binnen een bepaalde discipline of ambt. Die keuze moet vastgelegd worden in een protocol op basis van criteria die gelden voor ten minste drie schooljaren.

Criteria bij een vermindering van het urenpakket

sla link op in klembord

Kopieer

In het lokaal comité moet onderhandeld worden over de criteria die gehanteerd zullen worden bij een daling van het paramedisch urenpakket. De criteria leggen vast welke betrekking of betrekkingen uit de ambten van het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel niet meer kan of kunnen in stand gehouden worden.

Logischerwijs passen deze criteria binnen de visie die de school heeft op passend onderwijs voor haar doelgroep(en).
 
Voorbeelden:

  • Wanneer er gekozen wordt om een psycholoog aan te stellen omdat de psychologische ondersteuning van de leerkrachten en leerlingen noodzakelijk is, zou het niet logisch zijn dat er niet geprobeerd wordt om de betrekking van psycholoog in stand te houden bij een daling van het urenpakket. Bij een daling van het urenpakket kan het schoolbestuur het ambt van psycholoog ‘beschermen’ en hier geen daling in laten plaats vinden. Wanneer er echter het schooljaar nadien opnieuw een stijging is van het urenpakket, zal het schoolbestuur altijd eerst uren moeten voorzien voor de vast benoemden, voor het volume van de vaste benoeming.
  • Aanwezige disciplines in een bubao-school type basisaanbod: 2 voltijdse ambten logopedist, 2 voltijdse ambten kinesitherapeut en 1 voltijds ambt van orthopedagoog. Er is sprake van een daling van het urenpakket. Er kan een protocol opgesteld worden waarin staat dat de daling evenredig zal plaats vinden in de ambten van logopedist en kinesitherapeut en dat er geen daling plaats vindt in het ambt van orthopedagoog.
  • Er kan bij een daling van het urenpakket ook gekozen worden om de daling evenredig (procentueel) te laten plaats vinden in alle ingerichte paramedische ambten.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio