Handelingsplanmatig werken helpt scholen om leerlingen systematisch en doelgericht te begeleiden. Met een cyclisch proces van vijf stappen creëer je structuur en stem je acties af op de behoeften van elke leerling.
Als school ontwikkel, implementeer en evalueer je, in afstemming met je partners, een beleid op leerlingenbegeleiding binnen een continuüm van zorg. Je zorgt binnen een krachtige leeromgeving voor goed onderwijs voor jouw leerlingenpopulatie. Je volgt leerlingen systematisch op, je vermindert risicofactoren en versterkt beschermende factoren.
Wanneer een leerling of een leerlingengroep specifieke ondersteuning nodig heeft, onderzoek je met alle relevante betrokkenen welke factoren het leren en participeren in de weg staan en plan je doelgerichte acties die afgestemd zijn op de mogelijkheden en behoeften van deze leerling.
Handelingsplanmatig werken (HPW) biedt daarbij een gestructureerde werkwijze die richting geeft en de praktijk ondersteunt. Het cyclisch proces bestaat uit vijf opeenvolgende fasen: beginsituatiebepaling, doelenselectie, voorbereiding, uitvoering en evaluatie.
In het buitengewoon onderwijs, in leersteuncentra en in het gewoon onderwijs voor leerlingen met een GC-, IAC- of OV4-verslag die leersteun ontvangen, is HPW decretaal verplicht. Omdat planmatig werken altijd belangrijk is, adviseert Katholiek Onderwijs Vlaanderen om ook in het gewoon onderwijs vanaf de fase van verhoogde zorg handelingsplanmatig te werken.
Binnen HPW onderscheid je het proces en de registratie van dat proces. Je registreert enkel relevante informatie die bijdraagt aan een kwaliteitsvolle begeleiding. In wat volgt tonen we expliciet welke onderdelen het proces beschrijven en welke betrekking hebben op de registratie.
In functie van de leesbaarheid hanteren we op deze pagina verder het begrip leerling, ook wanneer we een leerlingengroep bedoelen.
HPW vraagt om gezamenlijke verantwoordelijkheid en transparante communicatie. Door in elke fase alle betrokkenen, inclusief ouders en, waar mogelijk, de leerling, actief te betrekken en verschillende perspectieven te combineren, krijg je zicht op de leerling en zijn context. Beslissingen worden in afstemming genomen en opgevolgd. Via regelmatig overleg blijven doelen, verwachtingen en afspraken helder. Zo blijft HPW een transparant, gedragen en dynamisch proces dat maximale leer- en participatiekansen ondersteunt. Je houdt daarbij altijd een ontwikkelingsgericht perspectief voor ogen.
Om gerichte acties te kunnen plannen, breng je de beginsituatie in kaart. Een verfijnde beeldvorming is nodig. Verzamel daarom alle relevante informatie. Het leerlingendossier is daarbij je eerste bron. Door verschillende perspectieven te combineren, ontstaat een genuanceerd beeld van de leerling en zijn context. Zorg ervoor dat je voldoende aandacht hebt voor risicofactoren, maar zeker ook voor beschermende factoren.
Onderzoek welke elementen uit de school-, thuis- en maatschappelijke context het leren en participeren van de leerling beïnvloeden. Denk hierbij onder andere aan het pedagogisch project van de school, het type onderwijs, lesbijwoning in een andere school, de schoolomgeving (bijvoorbeeld campusschool), de mindset van alle betrokkenen, de kennis en vaardigheden van het schoolteam, de ondersteuningsbehoeften van teamleden, ouders, netwerkpartners en medeleerlingen, de leerlingenpopulatie, de opvoedingssituatie, sociaal-economische factoren…
Breng alle huidige en potentiële partners in kaart, zoals ouders, familieleden, kennissen, medeleerlingen (peers), teamleden, leerondersteuner, CLB, pedagogisch begeleider, externe hulpverleners… Bepaal wie een actieve rol opneemt in het traject van de leerling.
Verzamel actuele en relevante informatie uit verschillende bronnen zoals evaluaties, observaties, gesprekken met vorige leerkracht(en) en relevante partners, verslagen, vorige school, doorlopen trajecten…
Heb daarbij oog voor de vier domeinen van leerlingenbegeleiding: leren en studeren, psychisch en sociaal functioneren, preventieve gezondheidszorg en onderwijsloopbaan.
Breng in kaart in welke mate de ontwikkeling verschilt of gelijkloopt met wat leeftijdsgenoten doen. Dit zal je in een volgende fase aanknopingspunten geven in functie van leren en participeren.
Beschrijf het toekomstperspectief van de leerling met een brede blik: gericht op leer- en participatiekansen in de school, de werkomgeving en de samenleving, zowel op korte als langere termijn.
Heb hierbij expliciet aandacht voor wat de leerling, zijn ouders en hun netwerk belangrijk vinden en vertrek steeds vanuit mogelijkheden en kansen.
Op basis van de beginsituatiebepaling selecteer je haalbare en uitdagende doelen. Deze doelen dragen bij aan de brede persoonsvorming van de leerling en spelen in op zijn specifieke behoeften.
Vertrek bij de doelenselectie vanuit een gevalideerd doelenkader (goedgekeurde leerplannen, opleidingsprofielen en ontwikkelingsdoelen buso) en vul waar nodig doelen aan uit andere passende kaders. Houd daarbij rekening met de minimumdoelen die op individueel niveau bereikt moeten worden. In een IAC-traject beschouw je alle geselecteerde doelen als na te streven.
In afstemming met de ouders, netwerkpartners en waar mogelijk de leerling bepaal je een beperkt aantal doelen voor een vooraf vastgestelde periode.
Formuleer de doelen zo concreet mogelijk. Duidelijke, evalueerbare doelen maken het eenvoudiger om in de volgende fases gerichte acties te plannen en evoluties op te volgen.
Na het bepalen van de doelen maak je bewuste pedagogische en didactische keuzes om deze te realiseren. Werk waar nodig leeractiviteiten en begeleiding op maat uit om maximale leer- en participatiekansen te creëren. Doe dit binnen de klas/ pedagogisch eenheid, maar ook op de stage-/werkplek, speelplaats, buitenschools….
Baseer je op de principes van effectieve didactiek en sterk klasmanagement en laat je inspireren door de richtlijnen voor Universal Design for Learning (UDL). Houd in gedachten dat ook de evaluatie een essentieel onderdeel is van het onderwijsleerproces. Indien nodig voorzie je in redelijke aanpassingen en speciale onderwijsleermiddelen (SOL) die aansluiten bij de specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van de leerling.
Doelgericht werken is een gezamenlijke verantwoordelijkheid: alle betrokkenen leveren een bijdrage vanuit hun eigen rol en expertise en werken op een interdisciplinaire manier samen. Maak afspraken en leg de taakverdeling vast, met bijzondere aandacht voor de rol van de (klas)leerkracht als spilfiguur. Breng eveneens in kaart welke ondersteuningsbehoeften teamleden, ouders, netwerkpartners en medeleerlingen hebben om gemaakte afspraken uit te voeren, en bepaal samen hoe je hierop inspeelt.
Je voert het geplande onderwijsaanbod uit volgens de gemaakte afspraken binnen een positief, uitdagend en stimulerend leer- en leefklimaat. De (klas)leerkracht blijft in het traject van alle leerlingen de centrale spilfiguur en krijgt ondersteuning van schoolinterne en -externe partners.
Verzamel in deze fase feedback van alle betrokkenen.
Ga na via observatie, taakanalyse, toetsing, gesprek … in welke mate de vooropgestelde doelen zijn bereikt. Bepaal op basis daarvan aan welke doelen je verder werkt, welke je weglaat, welke je bijstuurt en welke je toevoegt.
Evalueer de effectiviteit van de gekozen pedagogische en didactische aanpak. Ga na welk effect de acties en aanpassingen hebben en neem beslissingen: behouden wat werkt, aanpassen wat nodig is en aanvullen waar kansen liggen.
Integreer (een deel van) de aanpak waar mogelijk in je krachtige onderwijsleeromgeving zodat die stapsgewijs meer afgestemd raakt op de noden van een diverse leerlingengroep.
Evalueer de samenwerking tussen alle betrokkenen en controleer of afspraken zijn nagekomen. Ga na of jullie handelen op maat was van de leerling. Onderzoek in hoeverre tegemoetgekomen is aan de ondersteuningsbehoeften van teamleden, ouders en netwerkpartners.
Wanneer je deze 5 fases zorgvuldig en cyclisch doorloopt verhoog je de kwaliteit van de leerlingenbegeleiding en draag je bij aan maximale leer- en participatiekansen voor alle leerlingen.
