Hoe kan je een IAC vormgeven in het basis- en secundair onderwijs?
Als aanpassingen binnen uitbreiding van zorg niet meer volstaan voor het volgen van het gemeenschappelijk curriculum kan het CLB een IAC-verslag opmaken na een handelingsgericht diagnostisch traject. De voorwaarden voor de toelating tot een individueel aangepast curriculum (IAC) zijn opgenomen in het decreet basisonderwijs in artikel 15 en in de codex secundair onderwijs in artikel 294.
Leerlingen die beschikken over een IAC-verslag komen in aanmerking voor het volgen van een individueel aangepast curriculum. Ook voor die leerlingen streven we naar kwaliteitsvol onderwijs, met het oog op een harmonische ontwikkeling. Het cyclisch proces van handelingsplanmatig werken ondersteunt het uitwerken van een IAC-traject voor deze leerlingen.

Met het decreet leersteun wordt het begrip handelingsplanmatig werken (HPW) geïntroduceerd voor alle leerlingen met een IAC-verslag in het gewoon (en buitengewoon) onderwijs. HPW bestaat uit 5 fasen: beginsituatiebepaling, doelenselectie, voorbereiding, uitvoering en evaluatie.
Elke leerling met een IAC-verslag heeft recht op leersteun.

De beginsituatiebepaling bouwt verder op de onderwijsbehoeften en ondersteuningsbehoeften van de leerling in de fase van verhoogde zorg en de fase van uitbreiding van zorg. Voor leerlingen met een IAC-verslag die starten in een nieuwe school voor gewoon (of buitengewoon onderwijs) start de beginsituatiebepaling op basis van het IAC-verslag of een reeds bestaand IAC.
Om gerichte acties te kunnen plannen en uitvoeren, is het noodzakelijk dat we een duidelijk beeld hebben van de huidige situatie, de beginsituatie. We zorgen ervoor dat we scherp krijgen wie de leerling is en wat de contextelementen zijn die een invloed hebben op de participatie- en leerkansen van de leerling. We verzamelen alle netwerkpartners die betrokken zijn bij de leerling in de thuis- en opvoedingscontext, de schoolcontext, de hulpverlening, … die een bron van informatie kunnen zijn.

Voor het bepalen van de doelen van een IAC selecteert de klassenraad, samen met de relevante netwerkpartners (ouders, waar mogelijk de leerling, de leerondersteuner …), doelen vanuit een gevalideerd doelenkader (goedgekeurde leerplannen, minimumdoelen, opleidingsprofielen, ontwikkelingsdoelen buso). Deze doelen worden geherformuleerd, zodat ze concreet en evalueerbaar zijn, wat het eenvoudiger maakt om in de volgende fases gerichte acties te plannen en evoluties op te volgen. De doelen zijn daarnaast ook uitdagend en haalbaar, op het niveau van de leerling en zijn specifieke behoeften. Waar nodig vult de school doelen aan uit andere passende kaders. Alle doelen dragen bij tot een brede persoonsvorming. Het blijft het uitgangspunt om zoveel mogelijk aan te sluiten bij het gemeenschappelijk curriculum. Op die manier behouden we maximale kansen, op korte en lange termijn, zoals de mogelijkheid om volledig aan te sluiten bij het GC. Dit blijven we altijd voor ogen houden.
De school heeft de opdracht om de doelen met betrekking tot kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die opgenomen zijn in het IAC na te streven.

Na het bepalen van de doelen maakt elke leerkracht bewuste pedagogische en didactische keuzes om de doelen te realiseren en maximale leer- en participatiekansen te creëren. Er wordt bekeken wat de leerling écht nodig heeft en welke leeractiviteiten en begeleiding op maat moeten worden uitgewerkt. De brug van de voorbereiding is de verbinding tussen denken en handelen.
Doelgericht werken is een gezamenlijke verantwoordelijkheid: alle betrokkenen leveren een bijdrage vanuit hun eigen rol en expertise en werken op een interdisciplinaire manier samen.

Tijdens de uitvoeringsfase worden de afspraken die gemaakt werden tijdens de voorbereidingsfase omgezet in de praktijk. Er wordt ingezet op interdisciplinair samenwerken met alle betrokkenen om het geplande onderwijsaanbod te realiseren. De (klas)leerkracht blijft in het traject van alle leerlingen de centrale spilfiguur en krijgt ondersteuning van schoolinterne en -externe partners.
Maximale leerkansen bieden betekent het creëren van een positief, stimulerend leer- en leefklimaat. Omdat verschillen tussen leerlingen een realiteit zijn, is differentiatie de basishouding. Waar nodig wordt op maat gewerkt.

In deze fase wordt op basis van de feedback van alle betrokkenen nagegaan of de vooropgestelde doelen werden bereikt. Hierbij wordt rekening gehouden met het toekomstperspectief en de leer- en participatiekansen. Regelmatige opvolging en bijsturing waarborgt het proces.
De evaluatiefase leidt tot een vernieuwde beginsituatie. Vanuit die nieuwe beginsituatie continueer je het traject en doorloop je opnieuw alle fasen. Dit cyclisch proces draagt bij aan de maximale ontwikkel-, leer- en participatiekansen.