Veelgestelde vragen

sla link op in klembord

Kopieer
Je kunt je inschrijven voor de nieuwsbrief op de PRO.-site.

sla link op in klembord

Kopieer
De powerpoint van de sessie secundair onderwijs kan je via deze link vinden.

sla link op in klembord

Kopieer
  • Via de PRO.-pagina  Gelijke onderwijskansen vind je heel wat instrumenten terug om kwaliteitsvol aan de slag te gaan.
  • Via de PRO.-pagina Kwaliteitsontwikkeling vind je heel wat kwaliteitsinstrumenten terug. Je kunt daar selecteren op doelstelling, thema en partners.
  • Via de pagina van steunpunt GOK zijn er oudere tools te raadplegen. Deze zal je echter moeten vertalen naar je eigen schoolcontext.
  • Via de PRO.-pagina Gelijke onderwijskansen via de button professionalisering raadplegen wanneer de platforms en netwerken plaatsvinden in jouw regio. Op deze momenten krijg je ook de ruimte om kennis te maken met je collega GOK-coördinatoren en kun je informatie uitwisselen.
  • Via de PRO.-pagina Dienst Lerenden kun je ook het team van de pedagogische begeleiding raadplegen indien je een individuele vraag hebt. Je kunt deze gegevens ook raadplegen via de opnames of powerpoints van de startmomenten.

sla link op in klembord

Kopieer
Om zicht te krijgen op hoe je de extra middelen zo efficiënt mogelijk kunt inzetten zodat deze een maximaal effect hebben op de leerlingen, voer je het best een beginsituatieanalyse  (BSA) uit. Aan de hand van concrete onderzoeksvragen ga je aan de slag met de beginsituatieanalyse. In een volgende stap ga je zo objectief mogelijk gegevens verzamelen om je onderzoeksvragen te beantwoorden. Je vind deze gegevens terug op alle mogelijke plekken onder andere ook bij je leerkrachtenteam, GOK-team en directieteam. Vroeger werkte men met enquêtes die je kon afnemen bij het schoolteam. De manier waarop je gegevens verzamelt, bepaal je echter zelf. Via deze link kun je raadplegen welke bronnen de pedagogische begeleiding voorstelt om een zicht te krijgen op de noden en de context van de school.
Soms is meteen duidelijk waaraan je wil werken met het GOK-beleid. In andere gevallen zijn er methodieken die je kunnen helpen prioriteren.

sla link op in klembord

Kopieer
  • De autonomie van de school bepaalt aan welke doelen je werkt Je vertrekt vanuit de context en de noden van de leerlingen. Je mag nog steeds voor de vroegere thema’s kiezen als dit een houvast biedt voor de school en tegemoet komt aan de noden. Het GOK-beleid van een school moet tegemoetkomen aan de kwaliteitsverwachtingen, opgenomen in het referentiekader onderwijskwaliteit. Hoewel de GOK-thema’s niet meer verplicht zijn, kunnen ze wellicht inspirerend materiaal bevatten. Het verdwijnen van de GOK-thema’s geeft de school meer vrijheid en autonomie. De school bepaalt dus zelf hoe ze haar kwaliteitsbeeld en resultaten vormgeeft en kan verantwoorden.
  • Een valkuil hierbij is het opnemen van te veel doelen en acties. Er zijn echter methodieken die je kunnen helpen prioriteren.

sla link op in klembord

Kopieer
Het werkingsbudget op basis van de leerlingenkenmerken kan eenvoudig worden aangewend in het kader van een gelijk onderwijskansenbeleid. Scholen stelde ons de vraag hoe ze betrokken kunnen omgaan. In een informeel overleg met de onderwijsinspectie werd het advies uit ons  bericht van 18 november  zo goed als bevestigd. We krijgen de zelfverzekerdstellende boodschap dat de aanwending van de middelen uit het werkingsbudget op zich geen voorwerp van onderzoek voorkomt. Dit voor de nabije kwaliteit van het geïntegreerde beleid op leerlingenbegeleiding met het oog op gelijke onderwijskansen kwalitatieve ontwikkeling werd. De school moet beleidskeuzes kunnen verantwoorden en de wijze waarop ze de effecten en resultaten evalueert (kwaliteitsontwikkeling) in beeld kunnen brengen. Een expliciet financieel of boekhoudkundig onderzoek zal hieromtrent niet optreden.
Alle verdere details worden de aanbevolen periode op de  webpagina  van de onderwijsinspectie geplaatst.

sla link op in klembord

Kopieer
De extra uren/lestijden én de SES-lestijden in het basisonderwijs kunnen enkel worden aangewend om als schoolteam voor elke leerling een passende begeleiding te voorzien met het oog op gelijke onderwijskansen. Op basis van haar interne kwaliteitszorg maakt elke school een afweging over de invulling en de toekenning van deze uren aan hun personeelsleden als contacturen of niet -leerling gebonden lesuren
De specifieke regelgeving voor het aanwenden van de GOK-lestijden/uren vind je hier.
Een duidelijk beleidsplan is cruciaal. In dat beleidsplan wordt duidelijk dat je de extra omkadering (GOK-uren/SES-lestijden) doelgericht inzet om voor elke lerende een passende begeleiding te bieden met het oog op gelijke onderwijskansen. Het formuleren van doelstellingen is een moeilijke maar essentiële stap in een goed GOK-beleidsplan. Doelstellingen geven de bestemming weer waarop je acties zich moeten richten. We kunnen werken met strategische doelen en met operationele doelen.
Een duidelijk beleidsplan zou dus voldoende moeten zijn ter verantwoording van de manier waarop jouw school de extra omkadering inzet.

sla link op in klembord

Kopieer
In het buitengewoon basis en secundair onderwijs worden lestijden/lesuren GOK enkel in de types BA en type 3 toegekend op basis van twee leerlingenkenmerken. Deze zogenaamde GOK-indicatoren van het buitengewoon onderwijs houden enkel rekening met het diploma van de moeder, versterkt met de thuistaal. Bij de keuze van deze gelijke kansenindicatoren voor het buitengewoon onderwijs werd rekening gehouden met het onderzoek dat werd uitgevoerd onder leiding van professor P. Ghesquire van de KULeuven (http://www.ond.vlaanderen.be/leerzorg/onderzoek/). De indicatoren “taal” en “opleidingsniveau moeder” werden hier als het meest relevant bestempeld.
De voornaamste conclusie van dit onderzoek was dat scholen voor de types 1 en/of 3 die een relatief hoog aantal leerlingen tellen die scoren op de indicatoren “taal” en “opleidingsniveau moeder” het meeste effect op het school- en het klasgebeuren ondervinden door de aanwezigheid van deze leerlingen.

sla link op in klembord

Kopieer
Neen, scholen richten zich ‘in principe’ op leerlingen die kenmerken van een lagere socio-economische status hebben. Deze kenmerken worden in het basisonderwijs bepaald door de SES-kenmerken en in het secundair en buitengewoon onderwijs door de GOK-indicatoren. Het gaat hier over een zeer diverse doelgroep waarvan je school echter niet over alle nodige data beschikt (waaronder de verklaring op eer en/of discimus of de schooleigen leerlingenadministratie) om die leerlingen volledig te identificeren (onder andere participatietoeslag). Er blijft dus nog een grijze zone over waarbinnen de school zelf op basis van schooleigen context en input het profiel en de noden van de kwetsbare leerlingen moet invullen.
Raadpleeg het referentiekader voor onderwijskwaliteit. Dit beschrijft dat zorg een breed begrip is dat ruimer gaat dan de aanpak van problemen en preventief werken. Het gaat om het geheel van initiatieven die door alle schoolbetrokkenen worden genomen om optimale ontwikkelingskansen te creëren voor alle leerlinge

sla link op in klembord

Kopieer
Het buso heeft enkel een werkingstoelage op basis van de schoolkenmerken, nl. volgens het type. Ze hebben geen werkingstoelage op basis van leerlingenkenmerken GOK. Overigens zijn de indicatoren voor GOK in het buso beperkter.
De aanvullende omkadering wordt daar bepaald op basis van 2 indicatoren:
  • Opleidingsniveau van de moeder
  • Thuistaal van de leerling
    Deze indicator kan alleen een rol spelen als de betrokken leerling al aan de eerste indicator voldoet.

sla link op in klembord

Kopieer
Er mag een visie zijn. Een goed beleidsplan vertrekt van de vraag naar visie: ‘waarom doen we dit?’.

sla link op in klembord

Kopieer
Het is niet meer zoals vroeger verplicht om doelen op drie niveaus (leerling, leraar, school) te formuleren. Vertrekkende van het referentiekader onderwijskwaliteit getuigt het wel van goede kwaliteit om dit nog steeds te doen. Het effect wordt groter als een doel wordt ondersteund door alle niveaus in de school.

sla link op in klembord

Kopieer
De leerkrachten mogen weten welke leerlingen aantikken op de indicatoren, het is echter niet en niet in alle gevallen aangewezen. Velen zullen dat zeker willen weten of uit zichzelf al een idee hebben wie die leerlingen zijn. Toch hou je best ook rekening met verborgen kansarmoede. Soms zie je het niet aan de leerlingen. Wanneer je de leerlingen kent, kun je hun behoeften en noden beter traceren en er iets aan doen. Uiteraard gaat de leerkracht met deze gegevens voorzichtig om: ”Need to know or nice to know”. Bovendien heeft een leerkracht ambtsgeheim en is een goed GOK-beleid voeren goed voor elke leerling in de klas. Zorg vooral voor leerlingen die het nodig hebben zodat het hen zeker ten goede komt. Elke leraar biedt wel de passende begeleiding met het oog op gelijke onderwijskansen aan zijn leerlingen.

sla link op in klembord

Kopieer
In de codex so staat niet dat je een GOK-actieplan moet hebben.
Je moet wel ergens in de school streefdoelen, indicatoren en een tijdspad voorzien. Dat kan in een apart GOK-actieplan, maar dat kan ook geïntegreerd zijn in het prioriteitenplan (professionalseringsplan) of geïntegreerd zitten in je zorgbeleid, gezondheidsbeleid, leerlingenbegeleiding of talenbeleid. In elk geval moet je geen plan opmaken per leerling.

sla link op in klembord

Kopieer
Ja, gelijke onderwijskansen hebben ook te maken met talenten, beperking, gender, geslacht, socio-economische status, etniciteit en culturele identiteit … Op basis van haar context en input bepaalt de school haar visie op het profiel van de maatschappelijk kwetsbare leerling. We krijgen wel enkel GOK-uren (en GOK-werkingsbudget) op basis van de GOK-indicatoren.
Op de webpagina GOK-controles van de onderwijsinspectie kun je lezen dat de inspecteurs op de hoogte zijn dat scholen niet beschikken over individuele gegevens wat betreft leerlingen-kenmerken ‘schooltoeslag’ en ‘buurt’. Zij zullen tijdens de controle daar niet naar vragen. Het is echter wel belangrijk dat je als school inspanningen voor de kwetsbare leerlingen levert en dat je dat kunt aantonen. Weet ook dat niet alle kinderen die een participatietoeslag ontvangen uit een kansarm milieu komen.
Scholen gebruiken ook signaalkaarten rond kansarmoede, wat je kunt googelen. De kaarten zijn een goed hulpmiddel om kansarme leerlingen in beeld te brengen. Let op: kinderen die een andere taal spreken, zijn daarom geen leerlingen in kansarmoede.

sla link op in klembord

Kopieer
Dat kan, dat is een vorm van remediëren. Of dat nu met binnenklasdifferentiatie gebeurt of dat je de leerlingen uit de klas haalt, dat is de doelbewuste keuze van de school. De overheid bepaalt niet in detail hoe de school de GOK-uren al dan niet concreet mag, moet of kan aanwenden. Dat is het eigenaarschap van de school. Een leerkracht met GOK-uren kan bijvoorbeeld worden ingezet om anderstalige nieuwkomers extra taalbegeleiding te geven. Wel voorzichtig zijn dat het gekozen systeem de leraar niet ontslaat van zelf de gepaste begeleiding in elke les te blijven voorzien.
Als school moet je zelf vormgeven aan je GOK-beleid (geconcretiseerd in streefdoelen, indicatoren en een tijdspad) vanuit de context en de noden van je eigen school. Dat impliceert dat je kiest voor aanwendingsvormen waarmee je je GOK-beleid maximaal realiseert.
Bij het maken van keuzes moet je uiteraard wel steeds handelen conform het ruimer regelgevend kader. Zo moet je GOK-beleid steeds de optimale leer- en ontwikkelingskansen beogen van de leerlingen die omwille van hun socio-economische status meer risico op leerachterstand lopen. Met je GOK-beleid en dus ook met de aanwending van de extra middelen die je daarvoor krijgt, moet je de minder gunstige thuissituatie van de GOK-leerlingen compenseren zodat ze maximaal tot leren komen. Om die reden moet je het GOK-werkingsbudget afstemmen op de leerlingen die ze genereren en kun je deze middelen niet aanwenden voor andere doelen.

sla link op in klembord

Kopieer
Er zijn ook andere gezinssamenstellingen zonder moeder: een terechte opmerking. Sommige indicatoren zijn misschien achterhaald. Ze zijn echter opgelegd vanuit de regelgeving. We zien in diverse wetenschappelijk onderzoeken dat het opleidingsniveau van de moeder een belangrijke indicator is om leerachterstand te verklaren.

sla link op in klembord

Kopieer
Indien een leerling aantikt op één van de volgende indicatoren spreken we van een GOK-leerling:
  • het gezin ontvangt een schooltoeslag
  • het opleidingsniveau van de moeder
  • de leerling verblijft buiten het eigen gezinsverband (thuisloos)
  • de ouders behoren tot de trekkende bevolking.
De thuistaal versterkt enkel in combinatie met minstens één van bovenstaande indicatoren. Meer info vind je in de omzendbrief SO/2021/01 Gelijke onderwijskansenbeleid voor het secundair onderwijs: het geïntegreerd ondersteuningsaanbod.

sla link op in klembord

Kopieer
Je kunt deze verklaringen opnieuw laten invullen door de ouders. Ga hier voorzichtig mee om, het kan voor ouders delicaat zijn. Wanneer de leerlingenkenmerken gewijzigd zijn, dan kun je deze gewijzigde kenmerken gewoon uitwisselen via DISCIMUS. Bespreek dit met de verificateur. Hij of zij kijkt dit na en neemt hierover de beslissing.

sla link op in klembord

Kopieer
Het werkingsbudget dat schoolbesturen ontvangen voor leerlingen met SES-kenmerken moet je niet opgebruiken in het jaar waarvoor je ze ontvangt. Je mag het werkingsbudget overdragen naar een volgend schooljaar in het kader van de langetermijnplanning.

sla link op in klembord

Kopieer
In de praktijk heeft ‘bijsprong’ dezelfde doelstellingen als GOK nl. de leerachterstand wegwerken. Bijsprong en het gebruik van GOK-uren moeten apart worden aangetoond voor de overheid. Beiden zijn apart gekleurd. Ook de middelen voor de digisprong zijn nog eens apart gekleurd. De uren bijsprong dienen om de effecten van de pandemie te remediëren. Bijsprong en digisprong kun je wel inzetten voor je GOK-beleid. Ook eventuele uren van taaltrajecten zijn apart gekleurd maar kun je inzetten voor je GOK-beleid.
×
Kijkt als...
Niveau
Regio