Veelgestelde vragen

sla link op in klembord

Kopieer
Voor E-inclusie of digitale inclusie moeten we als school ook acties en oplossingen ondernemen om digitale uitsluiting te voorkomen. Digitale uitsluiting gaat ook meestal samen met sociale uitsluiting.

sla link op in klembord

Kopieer
Ja, dat klopt deze zullen geïntegreerd verlopen. De omzendbrief vermeldt trouwens expliciet dat het GOK-beleid in samenhang wordt gevoerd met het zorgbeleid.

sla link op in klembord

Kopieer
Klopt. Bovendien zijn er in het buitengewoon onderwijs geen SES-lestijden maar heten ze aanvullende lestijden.

sla link op in klembord

Kopieer
Ja, niet alle doelstellingen zijn meetbaar. Soms moet je een beroep doen op zachte en harde evaluatie.

sla link op in klembord

Kopieer
Dat kan, dat is een vorm van remediëren. Of dat nu met binnenklasdifferentiatie gebeurt of dat je de kinderen uit de klas haalt, dat is de keuze van de school. Wel voorzichtig zijn dat dat niet structureel gebeurt en dus niet ongewild opnieuw een soort van taakleerkracht installeert zoals dat vroeger was.

sla link op in klembord

Kopieer
Het is beter om te spreken van binnenklasdifferentiatie voor alle leergebieden en niet specifiek voor bijvoorbeeld spelling. De vraag die je voor jezelf moet beantwoorden is in hoeverre spelling bijvoorbeeld rechtstreeks te maken heeft met het werken aan gelijke kansen. Een GOK-leerkracht kan bijvoorbeeld wel worden ingezet om anderstalige nieuwkomers extra taalbegeleiding te geven.

sla link op in klembord

Kopieer
Het bubao heeft enkel een werkingstoelage op basis van de schoolkenmerken, nl. volgens het type. Ze heeft geen werkingstoelage op basis van leerlingenkenmerken SES. Overigens zijn de indicatoren voor SES beperkter in het bubao.
 
De aanvullende omkadering wordt daar bepaald op basis van 2 indicatoren:
  • Opleidingsniveau van de moeder.
  • Thuistaal van de leerling; deze indicator kan alleen een rol spelen als de betrokken leerling al aan de eerste indicator voldoet.

sla link op in klembord

Kopieer
Ja, gelijke onderwijskansen hebben ook te maken met talenten, beperking, gender, geslacht, socio-economische status, etniciteit en culturele identiteit….We krijgen wel enkel GOK-middelen (lestijden en werkingsmiddelen) op de SES-indicatoren.

sla link op in klembord

Kopieer
In het decreet basisonderwijs staat niet dat je een GOK-actieplan moet hebben. Je moet wel ergens in de school streefdoelen, indicatoren en een tijdspad voorzien. Dat kan in een apart GOK-actieplan, maar dat kan ook geïntegreerd zijn in het prioriteitenplan (professionalseringsplan) of geïntegreerd zitten in je zorgbeleid, gezondheidsbeleid, leerlingenbegeleiding of talenbeleid. In elk geval moet je geen plan opmaken per leerling.

sla link op in klembord

Kopieer
De leerkrachten mogen weten welke kinderen aantikken op de indicatoren. Velen zullen dat zeker willen weten of uit zichzelf al een idee hebben wie die leerlingen zijn. Toch hou je best ook rekening met verborgen kansarmoede. Soms zie je het niet aan de leerlingen. Wanneer je de leerlingen kent, kun je beter hun behoeften en noden traceren en er iets aan doen. Uiteraard gaat de leerkracht met deze gegevens voorzichtig om: ”Need to know or nice to know”. Bovendien heeft een leerkracht ambtsgeheim, ook wel discretieplicht genoemd (gegevens enkel vrijgeven aan personen die daar recht op hebben) en is een goed GOK-beleid voeren goed voor elke leerling in de klas. Zorg vooral voor kinderen die het nodig hebben zodat dit hen zeker ten goede komt.
Een bijkomende reden om ervoor te pleiten dat een leerkracht weet welke leerlingen aantikken, vind je in een artikel van Forum. Hierin lees je dat professor Kelchtermans de klemtoon legt op de professionele ontwikkeling die o.a. wordt gedragen door brede en diepe reflectie van alle betrokkenen op wat ze voor de opvoeding van kinderen kunnen doen. Dat de school in staat is om zodoende van haar school een betere school te maken, kan ze onder andere aantonen door verhalen van goede praktijk. Je kunt dan bijvoorbeeld aan de onderwijsinspectie vertellen dat je leerling A van punt x (beginsituatie) naar punt z hebt gebracht om aan te tonen dat je effect scoort.

sla link op in klembord

Kopieer
De overheid bepaalt niet in detail hoe de school de GOK-middelen al dan niet concreet mag, moet of kan aanwenden. Dat is het eigenaarschap van de school. Als school moet je zelf vorm geven aan je GOK-beleid (geconcretiseerd in streefdoelen, indicatoren en een tijdspad) vanuit de context en de noden van je eigen school. Dat impliceert ook dat je inzake middelen keuzes maakt voor die aanwendingsvormen waarmee je je GOK-beleid maximaal realiseert.
Bij het maken van keuzes moet je uiteraard wel steeds handelen conform het ruimer regelgevend kader. Zo moet je GOK-beleid steeds de optimale leer- en ontwikkelingskansen beogen van de leerlingen die omwille van hun socio-economische status meer risico op leerachterstand lopen. Met je GOK-beleid en dus ook met de aanwending van de extra middelen die je daarvoor krijgt, moet je a.h.w. de minder gunstige thuissituatie van de GOK-leerlingen compenseren zodat ze maximaal tot leren komen. Om die reden moet je de GOK-middelen steeds inzetten voor de leerlingen die ze genereren en kun je deze middelen niet afwenden naar andere leerlingen of voor andere doelen.

sla link op in klembord

Kopieer
Scholen die tot een LOP-gebied behoren of in het kader van dubbele contingentering werken met aanmeldingen bij inschrijving, kregen via mijn onderwijs een ‘relatieve aanwezigheidslijst’. Daar vind je alle leerlingen die aantikken op de indicatoren ‘schooltoelage’ en/of ‘opleidingsniveau van de mama’. Samen met de bevraging die je als school mag doen, naar thuistaal en opleidingsniveau van de mama, krijg je een vrij goed totaalbeeld van de leerlingen die aantikken. Ook de kansenpas kun je een idee geven of een kind al dan niet te maken heeft met kansarmoede.
Op de webpagina GOK-controles van de onderwijsinspectie kun je lezen dat de inspecteurs op de hoogte zijn dat scholen niet beschikken over individuele gegevens wat betreft leerlingen-kenmerken ‘schooltoelage’ en ‘buurt’. Zij zullen tijdens de controle hier niet naar vragen. Het is echter wel belangrijk dat je als school inspanningen voor de kwetsbare leerlingen levert en dat je dit kunt aantonen. Weet ook dat niet alle kinderen die een studietoelage ontvangen uit een kansarmmilieu komen.
Scholen gebruiken ook signaalkaarten rond kansarmoede, je kunt dit googelen. Ze kunnen een goed hulpmiddel zijn om kansarme kinderen in beeld te brengen. Let op: kinderen die een andere taal spreken, zijn daarom geen kinderen in kansarmoede.

sla link op in klembord

Kopieer
Een terechte opmerking. Sommige indicatoren zijn misschien achterhaald. Ze zijn echter opgelegd vanuit de regelgeving.

sla link op in klembord

Kopieer
Een leerling genereert SES-middelen zodra hij/zij op één indicator aantikt. De indicatoren voor de SES-lestijden zijn ‘thuistaal’, ‘opleidingsniveau van de moeder’ en ‘studietoelage’. Voor de SES-werkingsmiddelen komt daar ook de indicator ‘buurt’ bij.

sla link op in klembord

Kopieer
Je kunt deze verklaringen opnieuw laten invullen door de ouders. Ga hier voorzichtig mee om, het kan voor ouders delicaat zijn. Wanneer de leerlingenkenmerken gewijzigd zijn, dan kun je deze gewijzigde kenmerken gewoon uitwisselen via DISCIMUS. De verificateur kijkt dit na.

sla link op in klembord

Kopieer

sla link op in klembord

Kopieer
Ja, die middelen zijn mooi meegenomen en het is dan de keuze van de school om die voor de hele klas in te zetten. Een GOK-beleid moet ook nooit voor een individuele leerling worden gevoerd. Inzetten op executieve functies of coöperatieve werkvormen op klasniveau zijn zeker ook goede GOK-initiatieven. Hou voor ogen dat je vertrekt vanuit de “why”: als je weet waarom je iets doet en je kunt het verantwoorden, zit je goed.

sla link op in klembord

Kopieer
In de praktijk heeft ‘bijsprong’ dezelfde doelstellingen als GOK nl. de leerachterstand wegwerken. Bijsprong en het gebruik van SES-lestijden moeten apart worden aangetoond voor de overheid. Beiden zijn apart gekleurd. Ook de middelen voor de digisprong zijn nog eens apart gekleurd. Bijsprong en digisprong kun je wel inzetten voor je GOK-beleid. Ook eventuele uren van taaltrajecten zijn apart gekleurd maar kun je inzetten voor je GOK-beleid.
×
Kijkt als...
Niveau
Regio