Disclaimer. Deze pagina is up-to-date tot en met 28 september 2026.
De procedure en beslissingen van MEVA met betrekking tot het oproepen van personeelsleden die geen bezoldigde ziektedagen meer hebben wijzigen aanzienlijk vanaf 1 juni 2026.
De federale overheid wil ambtenaren langer aan het werk houden en de instroom in het ziektepensioen beperken. De federale regelgeving in uitvoering van dit beleid heeft een impact op de verplichtingen van schoolbesturen en de procedure bij en inhoud van de beslissingen van MEVA.
Het personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens ziekte wordt doorverwezen naar MEVA. MEVA is de afkorting van Medisch Expertisecentrum voor Arbeidsgeschiktheid, dat behoort tot het Bestuur van de Medische Expertise (Medex) van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.
MEVA beoordeelt de arbeidsgeschiktheid van het personeelslid. Ze gaat daarbij uit van de (rest)capaciteiten van het personeelslid.
Sinds 1 januari 2025 worden schoolbesturen dan ook verplicht om arbeidsongeschikte personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn wegens ziekte te re-integreren. Het bewijs van deze re-integratie-inspanningen moet steeds worden voorgelegd aan MEVA.
Vanaf 1 juni 2026 worden de procedure en inhoud van de beslissingen die MEVA kan nemen bovendien afgestemd op de nieuwe pensioenwetgeving (Artikel 117 van de Wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel zoals gewijzigd door de Wet van 30 mei 2026 houdende de pensioenhervorming en het KB van 18-10-2024 tot regeling van de procedure voor de medische evaluatie van de arbeidsgeschiktheid van de ambtenaren van sommige overheidsdiensten door het Bestuur van de medische expertise, dat in principe in werking treedt op 1 oktober 2026).
Dit zijn de belangrijkste wijzigingen vanaf 1 juni 2026:
Er worden overgangsmaatregelen voorzien voor personeelsleden die voor en na 1 januari 2025 op tijdelijk medisch pensioen werden gesteld. Ook de spelregels voor personeelsleden die 63 jaar zijn en 365 kalenderdagen met ziekteverlof waren worden aangepast.
We lichten deze beslissingen toe in de titel 'Beslissingen van MEVA'.
AGODI bezorgt het schoolbestuur een ‘bericht TBS’ ziekte wanneer de bezoldigde ziektedagen van het arbeidsongeschikte personeelslid uitgeput zijn.
Het doel van dit bericht is voor de werkgever tweeledig:
Het bestuur brengt AGODI binnen de in de brief vermelde termijn (in principe 3 maanden) op de hoogte van de genomen re-integratie-initiatieven. Het kan dan gebeuren dat de verplichte termijnen binnen het RIT 3.0 al verstreken zijn tegen de datum waarop het personeelslid TBS wegens ziekte wordt. In dat geval verwacht AGODI dat het bestuur het resultaat van de reeds genomen re-integratie-initiatieven onder het RIT 3.0 doorgeeft.
Het re‑integratietraject dat al in uitvoering is op het moment dat het bestuur de ‘brief TBS’ van AGODI ontvangt, kan gebruikt worden zolang het niet langer dan 6 maanden afgerond is.
Voorbeeld
Een personeelslid is 8 weken arbeidsongeschikt vanaf 1 januari 2026. De werkgever laat na 12 weken arbeidspotentieel inschatten door de PAAA. Het personeelslid heeft arbeidspotentieel. Er wordt een formeel RIT opgestart. De PAAA vermeldt beslissing B op het formulier ‘Re-integratiebeoordeling’. Er wordt op 29 mei een re-integratieplan opgesteld, waarin wordt bepaald dat het personeelslid na de zomervakantie deeltijds het werk hervat. Tijdens de lopende procedure zijn de bezoldigde ziektedagen van het personeelslid uitgeput. Het bestuur ontvangt op 15 juni een brief van AGODI om een re-integratietraject op te starten. Het bestuur deelt de genomen re-integratie initiatieven onmiddellijk mee aan AGODI (beslissing B in een formeel re-integratietraject, overeengekomen re-integratieplan).
Bij twijfel raden we aan om contact op te nemen met je TOP‑dossierspecialist.
Aandachtspunt: negatief arbeidspotentieel
Een loutere negatieve arbeidspotentieelinschatting leidt niet automatisch tot een vrijstelling voor het nemen van re-integratie-initiatieven. Het dient bevestigd te worden door de PAAA.
Vanaf drie maanden na de negatieve arbeidspotentieelinschatting kan het bevoegd bestuur bezoek voorafgaand aan de werkhervatting organiseren in het kader van een informeel traject.
Als de PAAA daarna via een Formulier voor de gezondheidsbeoordeling (FGB) vaststelt dat een re-integratietraject om medische redenen niet kan worden opgestart, vermeldt hij dit duidelijk op het FGB.
In dat geval geldt het FGB als vrijstelling van de verplichting om re-integratie-initiatieven te nemen voor de indiening van de aanvraag bij MEVA.
Het formulier gezondheidsbeoordeling mag niet ouder dan 6 maanden zijn.
Het is aan het schoolbestuur om te waken over deze termijn van minstens 3 maanden én de PAAA de opdracht te geven om een dergelijk bezoek te organiseren.
Het is dus de PAAA - en dus niet de behandelend arts of specialist - die de medische onmogelijkheid tot het opstarten van een re-integratietraject duidelijk en expliciet moet vaststellen. De loutere vermelding van bijvoorbeeld ‘het ziekteverlof moet verdergezet worden’, ‘de werkhervatting is voorlopig niet mogelijk’ of ‘een werkhervatting wordt overwogen binnen ‘x’ maanden’ is onvoldoende. Deze vermeldingen betekenen immers niet dat er een medische onmogelijkheid bestaat om intussen re-integratie-initiatieven te ondernemen en worden dus niet aanvaard als vrijstelling.
Het bestuur bezorgt de vaststelling ‘negatief arbeidspotentieel’ samen met het Formulier voor de gezondheidsbeoordeling aan AGODI als bewijsstuk. Er moet in dat geval geen formeel re‑integratietraject worden opgestart.
Je vindt meer informatie over de te volgen procedure op de website ‘Terbeschikkingstelling wegens ziekte basis- tot volwassenenonderwijs’ van Onderwijs Vlaanderen.
Het personeelslid gaat (deeltijds) terug aan het werk door bijvoorbeeld een verlofstelsel op te nemen. De re-integratie is succesvol. Een correcte zending om de aangepaste administratieve toestand van het personeelslid te melden volstaat, MEVA komt niet tussen.
Het personeelslid hervat het werk niet (ook niet deeltijds). Het re-integratietraject is niet succesvol.
Ontvankelijkheidsvoorwaarden MEVA
Vooraleer een personeelslid doorverwezen kan worden naar MEVA zal het bevoegd bestuur het bewijs moeten leveren dat het op tijd en op voldoende wijze re-integratie-inspanningen genomen heeft. Het bestuur kan ook aantonen dat het vrijgesteld is om re-integratie initiatieven te nemen.
In concreto legt het bestuur voor elk personeelslid de nodige bewijsstukken voor aan AGODI.
Het dossiers is bij MEVA ontvankelijk als de volgende voorwaarden voldaan zijn:
Het bestuur kan ook aantonen dat het vrijgesteld is om re-integratie-initiatieven te nemen.
Concrete re-integratie-initiatieven
MEVA vraagt het bestuur uitdrukkelijk om re-integratie initiatieven te nemen, deze volledig af te ronden en in geval van een niet succesvolle re-integratie deze ook te documenteren.
Het bestuur kan de volgende initiatieven tot re-integratie opstarten:
Het bestuur besteedt bijzondere aandacht aan personen met een handicap, waarvoor het een passend onderzoek naar de mogelijkheden van redelijke aanpassingen doet.
MEVA gaat bij de beoordeling van deze re-integratie-initiateven o.a. na of het bestuur de Codex Welzijn rigoureus heeft gerespecteerd en dit ook kan aantonen (correcte inschatting arbeidspotentieel vanaf 8 weken, correcte opstart van een formeel re-integratietraject, …), er effectief overlegd werd met het personeelslid en het onderzoek grondig gebeurde.
Vrijstelling tot het nemen van van re-integratie-initiatieven
MEVA stelt het bestuur in een aantal situaties vrij van het nemen van concrete re-integratie-initiatieven. Re-integratie is dan immers niet mogelijk of gepast.
Het bestuur moet zelf aantonen dat de specifieke vrijstelling van toepassing is.
Het bestuur kan vrijgesteld worden in de volgende gevallen.
Bedraagt de termijn tot heronderzoek vier maanden of meer, dan moet het bestuur nieuwe re-integratie-initiatieven nemen. De vrijstelling geldt dan niet.
Het bestuur bezorgt het bewijs van de geleverde re-integratie-initiatieven of de vrijstelling binnen de termijn zoals vermeld in de brief van AGODI via Mijn Onderwijs aan de dossierspecialist bij AGODI.
De betreffende omzendbrief lijst gedetailleerd op welke bewijsstukken het bestuur aan AGODI dient te bezorgen, zowel in het kader van niet succesvolle re-integratie initiatieven (punt 3.3.2.2) als een vrijstelling (punt 3.3.3).
De dossierspecialist stuurt het dossier, inclusief de nodige aanvraagdocumenten, naar MEVA en meldt het personeelslid bij MEVA aan voor een evaluatie van de arbeidsgeschiktheid. Je ontvangt later de beslissing die uit het onderzoek voortvloeit. Je kan hier meer lezen over de beslissingen die MEVA kan nemen.
Na onderzoek van het personeelslid van wie het ziekteverlof uitgeput is, kan MEVA vanaf 1 juni 2026 één van de volgende beslissingen nemen:
Als MEVA het personeelslid tijdelijk ongeschikt verklaart, bepaalt MEVA een herevaluatietermijn van 1 tot 12 maanden. De nieuwe evaluatie gebeurt uiterlijk een maand voor afloop van de vastgelegde termijn. AGODI dient een nieuwe aanvraag in tot heronderzoek. Het personeelslid blijft in tussentijd ter beschikking gesteld wegens ziekte.
Als de evaluatietermijn 3 maanden of minder bedraagt, moet het bestuur geen nieuwe re-integratie-initiatieven aantonen. Het kan hiervoor een vrijstelling indienen. De aanvraag tot heronderzoek moet dan wel ingediend worden binnen de maand na het aflopen van deze termijn.
Bedraagt de termijn tot heronderzoek vier maanden of meer, dan moet het bestuur wél nieuwe re-integratie-initiatieven nemen en aantonen.
MEVA kan beoordelen of een personeelslid voor onbepaalde tijd medisch ongeschikt is om op een regelmatige wijze zijn functies te vervullen.
MEVA kan in deze situatie, in tegenstelling tot vroeger, geen medisch pensioen meer uitspreken. Het tijdelijk en definitief medisch pensioen werden immers afgeschaft en ook de TAVA wordt niet ingevoerd.
Volgens de federale regelgeving heeft deze beslissing voortaan een ambtsneerlegging en dus het ontslag tot gevolg en zou het personeelslid vervolgens onder de ziekteverzekering vallen.
De betrokken personeelsleden ontvangen een brief van die strekking van MEVA. Daarin wordt meegedeeld:
De Vlaamse overheid heeft intussen aangegeven dat de decreetgever de mogelijkheid heeft om, aanvullend op het federale kader, een eigen regelgevend kader uit te werken.
In afwachting daarvan blijven personeelsleden die een dergelijke beslissing van MEVA ontvangen, voorlopig automatisch ter beschikking gesteld wegens ziekte van zodra de beslissing van MEVA definitief is. Zij behouden hun recht op wachtgeld, zoals ook vóór de beslissing van MEVA het geval was.
Het schoolbestuur of het personeelslid moet in afwachting van bijkomende richtlijnen niets ondernemen. AGODI ontvangt de beslissing van MEVA pas na afloop van de beroepstermijn en zal het personeelslid dan per brief informeren dat het voorlopig ter beschikking gesteld blijft.
De concrete gevolgen van deze hervorming voor vast benoemde personeelsleden in onderwijs die ter beschikking zijn gesteld wegens ziekte en door MEVA ‘definitief’ arbeidsongeschikt worden bevonden, zijn momenteel dus nog onduidelijk. Ook over de administratieve stappen die personeelsleden en schoolbesturen eventueel moeten ondernemen, is verdere verduidelijking noodzakelijk.
Wij volgen de verdere ontwikkelingen nauwgezet op. We updaten onze pro-pagina van zodra we meer informatie hebben.
De arbeidsongeschiktheid blijft onbeslist. Elke mogelijkheid tot werkhervatting (bv. via een specifiek verlofstelsel) valt onder deze beslissing. Het personeelslid blijft ter beschikking gesteld wegens ziekte met behoud van wachtgeld. We beschikken momenteel nog niet over praktijkvoorbeelden die deze beslissing kunnen verduidelijken.
Sommige personeelsleden zijn op 1 juni met definitief of tijdelijk medisch pensioen en niet opnieuw aan de slag. Voor deze personeelsleden worden overgangsmaatregelen voorzien. MEVA bepaalt welke personeelsleden hiervoor in aanmerking komen en de specifieke voorwaarden. Deze overgangsmaatregelen zijn uitdovend (uiterste einddatum 30 april 2029).
Definitief medisch pensioen op 1 juni 2026
Het definitief medisch pensioen blijft behouden
Tijdelijk medisch pensioen op 1 juni 2026 ingegaan vóór 1 januari 2025
Het tijdelijk pensioen kan maximum 24 maanden duren.
Na de maximumduur volgt een definitief medisch pensioen als het personeelslid niet wordt wedertewerkgesteld door MEVA.
Tijdelijk medisch pensioen op 1 juni 2026 ingegaan na 1 januari 2025
Het tijdelijk pensioen kan maximum 36 maanden duren.
Na de maximumduur volgt een definitief medisch pensioen als het personeelslid niet wordt wedertewerkgesteld door MEVA.
Beslissing A4 sinds 1 mei 2025 (uitspraak definitief ongeschikt voor de normale functie maar geschikt voor een aangepast werk)
Het personeelslid dat na 12 maanden niet wedertewerkgesteld is krijgt vanaf 1 juni 2026 geen tijdelijk medisch pensioen meer. Het blijft ter beschikking wegens ziekte met wachtgeld.
MEVA zal een nieuw onderzoek uitvoeren waarbij re-integratie initiatieven moeten worden aangetoond.
Deze maatregel is uitdovend.
Sinds 1 juni 2026 kan MEVA immers niet meer beslissen dat een personeelslid tijdelijk ongeschikt is voor de uitoefening van zijn gewone werkzaamheden maar wel geschikt voor specifieke functies.
Waar het personeelslid voorheen van ambtswege op pensioen werd gesteld op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin het, sedert zijn 63ste verjaardag, een totaal van 365 kalenderdagen afwezig is wegens zieke, moet het sinds 1 juni 2026 bijkomend voldoen aan de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden voor pensioen.
Deze ambtshalve pensionering kan alleen ingaan als het personeelslid op dat moment voldoet aan de voorwaarden om een rustpensioen op eigen verzoek te verkrijgen (hetzij een vervroegd pensioen, hetzij een pensioen wegens het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd).
Met andere woorden: het al of niet toekennen van het pensioen hangt bijkomend af van het bereiken van de P-datum. Is dat het geval, wordt het pensioen toegekend. Wie niet aan deze voorwaarden voldoet, blijft verder ter beschikking gesteld wegens ziekte.
Gelet op de complexiteit van de pensioenwetgeving, raden wij aan dat het personeelslid zelf rechtstreeks contact opneemt met de Federale Pensioendienst van zodra de 365 kalenderdagen bereikt zijn. De pensioendienst kan dan in concreto nagaan of het personeelslid aan de voorwaarden voldoet om met pensioen te gaan.