Deze vraag om uitleg (cf. ook 12 maart 2026) had te maken met een passage op p.149 van het Vlaamse regeerakkoord, dat decretaal verankerd werd in het Programmadecreet (p.92-94) bij de begrotingsopmaak 2026 (BO 2026). Recent was er ook over te lezen in de krant.
Hoewel de eerder generieke passage van het regeerakkoord een stuk specifieker klonk in het Programmadecreet, was die specifieke berekening per finaliteit wel conform de gebruikelijke methode in het financieringsmechanisme van het hoger onderwijs. Het was niet onlogisch dat Vlaamse hogeronderwijsinstellingen voor de bedoelde studentengroep (maar cf. de decretale uitzonderingen) enigszins rekening hielden, wat het inschrijvingsgeld betrof, met de buurlanden.
Nadat vragensteller D’Hose rapporteerde over het antwoord op dezelfde vraag dat ze diezelfde ochtend van minister van o.a. Cultuur Caroline Gennez kreeg, was ook minister Demir wel bereid om de impact van de maatregel op de inschrijvingen in het hoger onderwijs te monitoren.
Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de impact van de besparingen op niet-EER-studenten voor hogeronderwijsinstellingen zoals de Antwerpse Modeacademie van Stephanie D'Hose” aan minister Zuhal Demir.
Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen