5 maart 2026 – Hervorming van lerarenopleiding

Misschien wel het belangrijkste, of dan toch met zekerheid een van de belangrijkste thema’s van deze omstandige vragenvergaderdag van de Onderwijscommissie kwam aan bod in de laatste (gekoppelde) vragen om uitleg. De al lang aangekondigde ingrepen in de lerarenopleidingen van de hogescholen, vooral die voor kleuter- en lager onderwijs. We wisten uit haar antwoord op dat moment alleen dat het voorstel ter zake van minister Demir nakend was, maar niet dat het al de dag nadien op de agenda van de Vlaamse regering zou staan. Maar dat was wel degelijk het geval en de avond na de Vlaamse regering was minister Demir ermee in de pers. Ik heb zelf al vaker over het thema geschreven, omdat het mij als ex-personeelslid van zo’n lerarenopleiding (secundair onderwijs) na aan het hart ligt, én ook dat thema vraagt nuance… die het bij (sommige) politici en “commentatoren” van diverse pluimage binnen én buiten het onderwijs niet altijd krijgt, zegt mij mijn ervaring van de afgelopen ruim tien jaar… Sommige commentaren in de klassieke media en op de socials (nwvr: een vreselijk woord, vind ik dat, maar soit, we leven nu eenmaal in zo’n tijd…) logen er niet om.

De parlementaire vragen dan: maar liefst vijf vragenstellers en ongeveer één uur bespreking. De kern van de zaak was dat al vaker vermelde NVAO-rapport (o.l.v. professor Wouter Duyck), dat in principe eind december 2025 op de tafel van minister Demir beland moest zijn, maar waarover we maar niets concreets te horen kregen, tenzij dan af en toe een zekere commotie in de wereld van die betrokken lerarenopleidingen, met echo’s in de pers of elders, die hier en daar toch wel met wat vragen zaten over wat er met hun eigen feedback tijdens zgn. rondetafelbesprekingen gedaan was en over de concrete richting die de minister, op basis van dat rapport, nu precies wilde uitgaan.

Voor ik samengebald iets zeg over de parlementaire bespreking, vooraf nog graag, deze wat algemenere bedenking: wat mij in dit ook alweer “hervormingsverhaal” stoort, is de grote stelligheid (en dito overdrijvingen) waarmee sommigen allerlei uitspraken doen (vaak dan ook nog eens in comparatieve termen in historisch opzicht en waarbij mensen even vaak om de oren geslagen worden met hogere statistische methodes), terwijl de voorwerpen van de respectieve onderzoeken op basis waarvan zulke uitspraken gedaan worden, erg complex zijn want niet gevat kunnen worden in een beperkt aantal variabelen (gesteld al dat die exact gedefinieerd kunnen worden) en zeker niet statisch van aard in de loop van de tijd zijn. Ik wil maar zeggen: ik zou zelf een ietsje voorzichtiger zijn, wat de vermelde stelligheid betreft…

Inderdaad, in de eerste zin van haar antwoord begon de minister al zelf heel stellig. Haar plannen met de lerarenopleidingen vormden de opleidingspendant van de invoering van de nieuwe minimumdoelen in het basisonderwijs en dus verliepen die plannen volgens dezelfde en intussen bekende line of reasoning, tot en met dezelfde experten. Tussendoor klaagde de minister haar nood over het verloop van het proces met de NVAO en de lerarenopleidingen wegens lekken in de pers, maar de lelijke dingen die Apache geschreven had interesseerden haar geen r**t. De parlementaire notulist had er zier van gemaakt, maar dat terzijde. Het NVAO-rapport bestond uit drie deelstudies: bouwstenen voor een versterkt LER-curriculum, partnerschappen tussen lerarenopleidingen en basisscholen en externe kwaliteitscontrole. Het voorstel van de minister (conform het regeerakkoord) was bijna klaar en zij zou er op korte termijn mee naar de Vlaamse regering gaan. Die korte termijn bleek later de volgende dag al te zijn. Daarnaast was er nog parallel de kwestie van de Engagementsverklaring (van vorige legislatuur), waarover nu voor het eerst gerapporteerd werd door Vlir en Vlhora (eind januari 2026). De besteding van de daarvoor beschikbaar gestelde, financiële middelen (30 miljoen euro) zou nauwgezet gecontroleerd worden en enige dreigende toon was de minister daarbij niet vreemd.

Puntsgewijs nog enkele zaken uit de verdere bespreking:

  • zeker bij Hannelore Goeman en Loes Vandromme hoorde ik het accent op samenwerking tussen onderwijsveld (afnemend veld) en lerarenopleidingen, als men leraren voor dat veld wilde opleiden; in mijn ervaring eigenlijk een no-brainer, zoals dat tegenwoordig zo mooi genoemd wordt, en men gaat echt niet daar nu pas mee beginnen; Goeman verwees expliciet naar de aanpak van de minimumdoelen basisonderwijs zelf, Vandromme hield het op een generiekere cocreatie (nwvr: ja, in de officiële spelling zonder liggend streepje); dus geen pakket van sturende doelen, zoals Goeman het uitdrukte;
  • Vandromme wees terecht op de relevantie van het lerarenloopbaanpact ook voor het thema hier en die veldstages voor lerarenopleiders, die bestonden eigenlijk al; ook waar;
  • Kim Buyst herhaalde dat ze vond dat er inzake een kennisrijk curriculum meer dan één expert in Vlaanderen bestond en stelde voor om de huidige, zgn. basiscompetenties (van de leraren) eerst aan te passen, voor er naar curricula zou worden gekeken; met die redenering had ze een punt, maar ik voorspel dat die basiscompetenties net door de aard en de opzet ervan (waarover in het verleden al heel wat te doen was, maar dat zou hier te ver leiden) echt niet veel aanpassing vergen om zogenaamd te sporen met de richting van een kennisrijk curriculum;
  • Koen Daniëls reageerde vooral op Ilona Vandenberghe en Kim Buyst, met wie hij het niet eens was, en stelde alleen nog een bijkomende vraag naar de timing, maar ik denk dat hij het antwoord op die vraag ook al wel zelf kende: vanaf 1 september 2027 zou dit ingaan;
  • Ilona Vandenberghe wees op het decretale probleem van de (wellicht in te voeren) toets nieuwe opleiding voor de lerarenopleidingen (nwvr: een decreet bestaat natuurlijk niet voor de eeuwigheid) en overdreef ook zelf wat met haar “leerlingen in de pas laten lopen”, waar ze sprak over het zgn. model-Surma;
  • interveniënt Jan Laeremans sprak nogal stereotyperend over afgestudeerden van lerarenopleidingen, vond ik; ik, die nog een jaar ouder ben dan hij, hoopte dat hij zijn eigen tijd niet vergeten was… en het is niet omdat je eens per vergissing een dt-fout schrijft dat je niet geschikt zou zijn als kleuteronderwijzeres, soit…; en interveniënt Stephanie D’Hose vond op haar beurt dat Vlaanderen wel meer experten inzake een kennisrijk curriculum telde en riep de minister vooral op om niet alles op de spits te drijven; ik vond dat geen slecht advies.

Minister Demir meldde nog i.v.m. het overleg in dit verhaal, waar nogal wat rond te doen was (lekken in de pers enzo…), dat ze de dag voordien de voorzitter van de werkgroep lerarenopleiding van de Vlaamse Hogescholenraad (Vlhora) gezien had. Toevallig ken ik die man ook een beetje, een heel redelijke mens, dus…

Het leek me nu zaak om eerst het door de Vlaamse regering goedgekeurde formele voorstel van de minister ter zake te lezen, zodra het publiek werd, maar natuurlijk nadien vooral op te volgen hoe een en ander concreet zou landen op de werkvloer van de lerarenopleidingen én op langere termijn op de werkvloer van de scholen. Want daar ging het finaal toch om, niet?

Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen

Verwante artikels

OVER DEZE BLOG

Deze blog is niet bedoeld als formeel standpunt van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, evenmin als een puur verslag, maar wel als een niet-neutraal, persoonlijk commentaar op vooral ook politieke aspecten van de parlementaire onderwijsactiviteiten, zowel in de Commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement als uitzonderlijk ook in een andere vakcommissie die occasioneel relevant kan zijn voor het beleidsdomein Onderwijs.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?