Dan een thema dat we gerust een blijver zouden kunnen noemen, hoewel het nu toch alweer een tijdje geleden was (cf. 13 maart 2025 en 10 juli 2025). Aanvankelijk leek het alleen te gaan over de communautaire dimensie van de zaak… tot de tussenkomst van interveniënt Stephanie D’Hose (nwvr: Anders en Vooruit zijn de enige voorstanders van een kortere zomervakantie ten voordele van een zekere verlenging van herfst- en krokusvakantie) toch ook met de zgn. summer learning loss (SLL) op de proppen kwam, waarna ook vragensteller Goeman in haar slotwoord haar SLL-wagonnetje aanhaakte.
Voordien had interveniënt Koen Daniëls stevig uitgehaald door erop te wijzen dat de Franse Gemeenschap verantwoordelijk was voor de miserie met de niet-samenvallende vakanties en dat, op grond van wat een Waalse uitwisselingsstudente hem verteld had, er eigenlijk méér vakantie gekomen was door de wijziging.
Er was nog even wat onduidelijkheid gerezen over wat minister Demir precies gezegd had over wat minister Glatiny nu al of niet in dezen beloofd had: minister Demir had alleen gezegd dat minister Glatiny perfect ertoe kon beslissen dat ook de (Franstalige) paasvakantie ten minste één week zou overlappen met de Vlaamse (wat dus in 2026 niet het geval was).
Voor Vlaanderen stond over het thema geen intentie in het regeerakkoord: daar ging het wél over de effectieve lestijd en de zomerscholen. Er was al genoeg werk in Onderwijs. Dus dat Vlaamse SLL-onderzoek, waarnaar vragensteller Goeman (opnieuw) vroeg, ik zag de huidige Onderwijsminister daar niet meteen tijd voor uittrekken. Terecht, vond ik.
Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het op elkaar afstemmen van de schoolvakanties van het Nederlandstalige en het Franstalige onderwijs van Hannelore Goeman” aan minister Zuhal Demir.
Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen