Zoals bij andere gelegenheden, pretendeer ik hier niet om die hele namiddag hier samen te vatten, laat staan helemaal te vatten. Ik probeer hier wel enkele pertinente zaken uit die namiddag op een rij te zetten:- wat de hogescholen en de universiteiten betrof, stond de belangrijkste kritiek eigenlijk al in de twee protocollen van niet-akkoord na de onderhandelingen in het Vlaams Onderhandelingscomité (parlementair document 759 (2025-2026) nr.1, p.73-75);
- Ilse De Bourdeaudhuij stelde heel expliciet dat de maatregelen van het ontwerpdecreet onnodig waren of hun doel voorbijschoten of zelfs contraproductief zouden zijn (wat dat laatste betrof: wel nuttig in jaar 1 van een hogeronderwijsopleiding, niet in de daaropvolgende jaren); die VLIR-kritiek kwam bovenop de kritiek van Inga Verhaert namens VLHORA, die ook de VLIR deelde (ongelijkheid tussen studenten met en zonder studietoelage, planlast voor de instellingen, risico op toenemende druk op de studentenvoorzieningen, tijdgebrek om het allemaal tijdig te regelen (bv. opname in onderwijs- en examenreglementen), onduidelijkheid over archivering van attesten);
- ook de voorzitter en bestuurder van VVS lieten door de bril van studenten eenzelfde kritiek horen en legden het verband met nog een ander in de steigers staand decreet, over studievoortgangsmaatregelen, waarover de studenten later ook een hoorzitting wilden; conclusie: de unanieme vraag naar een jaar uitstel van de voorliggende maatregelen over studietoelagen;
- in de marge nog graag een leuke toevalligheid: in zijn presentatie had Bob Meerts een mooie grafiek opgenomen over baby’s en ooievaars om het verschil te duiden tussen correlatie en causaliteit [op 44:33 in de video-opname; minister Demir verwarde die twee in dit dossier met elkaar volgens Meerts]; als zelf slechts een beperkte (maar zeker boeiende) cursus “Kwantitatieve taalkunde” gevolgd hebbend haast een eeuwigheid geleden, kende ik dat voorbeeld niet, maar het bleek een klassieker te zijn in statistische milieus; veel straffer nochtans was dat toen ik de dag na de hoorzitting mijn herlectuur van Peter Buwalda’s Otmars zonen voortzette ik op p.409 van het omstandige maar prachtige boek kwam op … exact dezelfde baby-ooievaarcasus!;
- toen ik de eenduidigheid én duidelijkheid in de kritiek zo zat te beluisteren, kon ik niet anders dan (in stilte uiteraard) te denken: “Nu ben ik toch eens benieuwd hoe minister Demir daar straks op gaat reageren en wat dan de consignes gaan zijn binnen de meerderheid.”;
- na een halfuur schorsing zo vanaf de klok van vieren om vooral de oppositieleden de kans te geven enkele zaken te (her)bekijken, wat hun amendementen betrof, en nog eens eerst een goed halfuur tussenkomsten van de parlementsleden, kregen we relatief snel de versie van minister Demir te horen, die niet onverwacht lijnrecht inging tegen de VLHORA-VLIR-VVS-kritieken;
- of er niet voldoende overleg met de drie actoren geweest zou zijn?; sinds de principiële beslissing in oktober 2025 was er (inderdaad) meermaals over gesproken en er was, volgens de minister, wél heel wat overleg geweest; maar dan herhaalde de minister ineens veel breder en erg expliciet haar fundamentele kritiek op de traagheid van het hele decretale proces (met drie goedkeuringen door de Vlaamse regering, diverse adviezen en protocollen), dat zijzelf, als het van haar afging, echt zou veranderen; ik bleef het (en ik niet alleen) een wat vreemde redenering vinden in een democratische rechtsstaat die gelooft in het belang van participatie en sociaal overleg;
- of er dan geen onduidelijkheid bestond over de definities van de vermelde uitzonderingen zodat het gevaar dreigde dat de hogeronderwijsinstellingen daar verschillend mee zouden omgaan?; alleszins alvast niet bij de hogescholen, want de minister wist van een akkoord binnen VLHORA, d.d. 30 maart 2026, over een gezamenlijke aanpak van die uitzonderingen; tijdens de hoorzitting was dat VLHORA-akkoord inderdaad niet gevallen, maar ik zou zelf toch voorzichtiger geweest zijn dan Kim Buyst die nogal snel concludeerde “Wie liegt er?”; Inga Verhaert had volgens mij alleen gezegd dat hogescholen niet gewend waren om de bewuste attesten (voor uitzonderingen) af te leveren en dat er onduidelijkheid was rond de archivering van de documenten in kwestie (naast tijdgebrek om de maatregelen formeel te in te voeren) en het leek mij de VLIR te zijn die nog niet dat overleg over gezamenlijke definities van de uitzonderingen had kunnen plegen; misschien had er dus niemand gelogen, maar zat de zaak gewoon wat genuanceerder in elkaar; alleszins was de mededeling van de minister wel relevant want ze voegde iets belangrijks toe aan de hoorzitting;
- idem dito trouwens volgens mij voor die erg delicate kwestie van de niet-prettige (nwvr: om een eufemisme te gebruiken) behandeling van de VVS-voorzitter door een van de medewerkers van de minister, waarbij vervolgens bij de VVS-voorzitter de vrees gerezen was dat de VVS-subsidie ingekrompen zou worden; allemaal niets vanaan, volgens de minister; wat die subsidie betrof, ongetwijfeld correct, want daarop werd niet bespaard, maar wat was er heel precies wel en niet gezegd tijdens het door de VVS-voorzitter aangehaalde gesprek met een medewerker van de minister? Tja… allemaal moeilijk exact te beoordelen;
- of de maatregelen van de minister wel evidence-based waren, wat tijdens de hoorzitting ontkend werd?: toch wél, volgens minister Demir zelf, en ze verwees naar een Nederlands onderzoek; bij een verstrenging van de voorwaarden (lees: verplicht meer studiepunten opnemen) gingen volgens dat onderzoek net de zwakkere studenten vooruit;
- de minister toonde tot slot ook nog enkele slides uit Education at a Glance 2025 en een onderzoek van Randstad 2025 om haar punten kracht bij te zetten rond het democratische inschrijvingsgeld in Vlaanderen, de ‘gedaalde’ private bijdrage in de totale studiekost, de besteding van inkomsten uit studentenarbeid (nwvr: zouden maar in beperkte mate besteed worden aan studeren) en de huidige, te lange time to graduate: sommige zaken waren zeker duidelijk, andere waren dat al een stuk minder en zouden meer tijd vergen om na te gaan wat de data in kwestie precies wél of niet bewezen; interessant vond ik alvast de opmerking van Stephanie D’Hose en Line De Witte dat het Randstand-onderzoek over álle studenten (misschien zelfs middelbare scholieren incluis) ging en niet specifiek over studenten met een studietoelage; en i.v.m. de time to graduate herinnerde ik me van Ilse De Bourdeaudhuij in de hoorzitting dat gewoon het bestaande zgn. “drempeldecreet” toepassen (voor de universiteiten alvast) het probleem van de te lange studieduur sowieso zou oplossen;
- vermoedelijk uit het VLHORA-akkoord over de uitzonderingen citeerde de minister nog de definitie van het nieuwe concept “werkende student”, namelijk: een student die minimaal 55 uur/maand werkt;
- voor het beperkte Brusselse deel van het ontwerpdecreet (over de GO!-crèches en -voor- en nabewaking), waarbij de financiering vanuit Onderwijs stopgezet wordt, maar waarbij er nog wel bepaalde, Vlaamse middelen voor infrastructuur vanuit Welzijn besteed zullen worden en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) sowieso ook haar verantwoordelijkheid opneemt in deze hele kwestie volgens Hannelore Goeman, verwijs ik naar de memorie van toelichting (p.3-4, 6-7, 12-13);
- van de stemming aan het eind was te onthouden: de amendementen van oppositieleden werden weggestemd, de eerder ‘technische’ amendementen van de meerderheid werden aangenomen, maar de stemming over het geheel van het geamendeerde ontwerpdecreet moest ten minste 24 uur uitgesteld worden omdat Kim Buyst, conform het parlementaire reglement, een zgn. tweede lezing vroeg; later bleek die tweede lezing geagendeerd te zijn op dinsdag 5 mei 2026 om 15.30 u.