Met het laatste thema van de vergadering zaten we weer helemaal midden in het loopbaanpactverhaal: liefst acht vragen, maar blijkbaar haakte Stephanie D’Hose uiteindelijk nog af. Zeven vragen van vijf vragenstellers. De focus was nogal de snelle uitstroom van jonge leraren en zijinstromers. De onderliggende informatie was een recent onderzoeksrapport van de KU Leuven en het dossier van het inductiejaar, zoals dat opgenomen was in het ontwerp van Onderwijsdecreet XXXVI (cf. ook Het Belang van Limburg (voor abonnees)). In de vragen kwamen de gekende elementen aan bod: quid met inductie-uren voor startende leraren, stand van zaken in het lerarenloopbaanpactoverleg (nwvr: op het moment dat ik deze regels typ, 1 juni 2026, is eigenlijk het échte overleg pas begonnen; geplande timing: maand juni, zelfs meer dan één keer per week), quid met de omvang van het actuele lerarentekort, quid met de hervorming van de lerarenopleiding, het gebrek aan vereiste bekwaamheidsbewijzen, de druk op de onderwijskwaliteit, zijinstromers en hun opleidingsnoden, effectiviteit van het zgn. lerarenplatform, quid met een zgn. 38-urenwerkweek?
Minister Demir overliep om te beginnen kort de situatie van mensen met een voldoende geacht resp. ander bekwaamheidsbewijs. Vervolgens ging het over een hele reeks factoren van retentie van leraren. Het klonk allemaal wel bekend en was niet alleen een verantwoordelijkheid van de overheid maar ook van alle actoren in het onderwijsveld, waarmee de minister in haar betoog opnieuw belandde bij het hangende lerarenloopbaanoverleg. Daarbij ging het over de omkadering van scholen, de wijze van aanstelling en affectatie, ruimte voor professionalisering, de opdracht van leraren, de schoolorganisatie, schoolleiderschap en schoolbesturen. Aan inhoud dus zeker geen gebrek én met ook specifieke aandacht voor startende leraren (en de koppeling met onderwijskwaliteit). Ook de elementen uit het Leuvense onderzoek, die de minister hier nog herhaalde, werden meegenomen in het lerarenloopbaanoverleg. Het laatste deel in het antwoord van de minister (over diverse elementen die het werk voor een leraar onaantrekkelijk maakten) kenden we ook al (denk bijvoorbeeld maar aan het hele orde-en-tuchtverhaal, lerarenopleidingen, waarmee ook intensief overleg liep (N.B. Tegen de daaropvolgende week zou er ofwel een consensus moeten zijn, ofwel zou de Vlaamse regering zelf een knoop doorhakken, aldus minister Demir), enz.). Inmiddels hadden de scholen de dienstbrief van het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AGODI) gekregen met het aantal inductie-eenheden voor de scholen en scholengemeenschappen vanaf volgend schooljaar (met de vrijere aanwending daarvan, maar ook mogelijk voor startende leraren in het leerplichtonderwijs).
Samengevat: allemaal niet nieuw dus en dat gold ook voor de laatste slotrepliek van de vergadering, die voor mij ook nog altijd geen recht deed aan de complexiteit van de positie van lerarenopleidingen i.s.m. het basis- en secundair onderwijs. Dus ook dàt was niet nieuw…
Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen