Aangezien Dominiek Lootens-Stael niet aanwezig was om zijn geagendeerde klassieke vraag om uitleg te stellen deze tijd van het jaar en er geen graten in zag dat Griet Vanryckegem zo ongeveer dezelfde vraag wél zou stellen, kreeg zij om 12.00 u het woord als laatste activiteit van de ochtendvergadering. Gewoon als bijkomende achtergrond: een vraag om uitleg van 5 maart 2026 en de decretale context van dit verhaal uit vorige legislatuur. De kern van het probleem bleef draaien rond het gebrek aan plaatsen voor Vlamingen in het Nederlandstalig secundair onderwijs in Brussel, waarover ook minister Demir naar eigen zeggen dit jaar vele vragen van Vlaamse ouders gekregen had.
Hoewel vele leerlingen finaal toch wel een plaats vonden, — de minister citeerde hoge succespercentages voor 1A en 1B, voor een grote meerderheid in Brussel, voor een deel net buiten Brussel —, waren er ook wel bepaalde populaire scholen die daardoor met plaatstekort kampten. Alleszins investeerde Vlaanderen heel wat in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Een geluid dat we ook vorige legislatuur van haar collega Ben Weyts regelmatig hoorden. De minister zei wel het bestaande voorrangspercentage van 65 procent voor Nederlandstaligen eventueel te willen herbekijken, maar vooral ook de controle daarop.
Vragensteller Vanryckegem, maar ook interveniënten Jan Laeremans en Gianna Werbrouck, wisten van de heikele bewijsvoering om in aanmerking te komen voor die 65 procent: blijkbaar werden voor het vereiste B2-taalattest niet de vier vaardigheden getest. Bref, de ingrediënten van de bespreking van ruim een jaar geleden (5 juni 2025, cf. supra) kwamen gewoon terug.
Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de aanmeldingsprocedure in het Nederlandstalig secundair onderwijs in Brussel van Griet Vanryckegem” aan minister Zuhal Demir.
Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen