Na de Doorgaande Lijn nog een thema op het raakvlak tussen Onderwijs en Welzijn, maar dan van een heel andere orde. Vragensteller Loes Vandromme had in het jaarverslag van het Vlaams Communicatie Assistentie Bureau voor Doven (CAB) een aantal problemen gelezen i.v.m. tolkenuren. Hoe dacht minister Demir die problemen aan te pakken?
Het antwoord van de minister was al bij al kort. Ze gaf een overzicht van wat er vandaag al gedaan werd voor de ondersteuning van dove en slechthorende leerlingen, mét ook alternatieven, wanneer geen tolk beschikbaar was, én de toekomstige werking van de zgn. pioniersscholen in het kader van “Scholen voor iedereen”. De eerste stappen waren gezet om het overleg met Welzijn over speciale onderwijsleermiddelen structureel op te nemen.
In de reacties van vragensteller Vandromme en interveniënt Karolien Grosemans hoorde ik nog een verwijzing naar het gebruik van razendsnel evoluerende technologie in dit verband, waarbij Grosemans het wel mooi samenvatte als “technologie bovenop en niet in plaats van het recht op de menselijke ondersteuning”. Maar dan zou inderdaad ook iets gedaan moeten worden aan de te lage instroom van nieuwe, en te hoge uitstroom van bestaande tolken. Niet eenvoudig.
Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het tekort aan tolken Vlaamse Gebarentaal en schrijftolken in het onderwijs van Loes Vandromme” aan minister Zuhal Demir.
Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen