Jan Laeremans vond dat de huidige weg voor een kinderverzorgster om kleuterleidster te worden te zwaar was en dat moest zeker voor heel ervaren kinderverzorgsters anders kunnen, die trouwens nu ook al in de praktijk (soms/vaak?) kleuterleidsters vervingen want beter iemand dan niemand voor de klas. Een soort schakeljaar dus. Zo ging ongeveer de redenering van vragensteller Laeremans. Wat vond minister Demir?
Die moest toch het concept “verkort traject” wat verduidelijken, want in Laeremans’ vraag was dat niet helemaal accuraat gebruikt. De minister schetste het verschil tussen de lerarenopleiding voor het secundair onderwijs, waarvoor (onder bepaalde voorwaarden) een standaard verkort traject bestond, en die voor het kleuter- en lager onderwijs, waarvoor zoiets niet bestond. Bij die laatste kon er wel sprake zijn van vrijstellingen (o.b.v. EVK en/of EVC), maar dat behoorde tot de autonomie van de hogescholen. Op die manier kon je dus ook een verkort traject krijgen (nwvr: eigenlijk een minder uitgebreid studiepakket eerder dan een verkorting van de studieduur). Kinderverzorgsters die een lerarenopleiding volgden, hadden recht op een verhoogde weddenschaal en konden in principe een beroep doen op de lerarenbonus.
Dat antwoord stemde vragensteller Laeremans niet tot tevredenheid. Hij wees op een mogelijk probleem met de lerarenbonus in de praktijk en wilde een grotere tegemoetkoming voor zulke kandidaten (met veel praktijkervaring) via een soort schakeltraject, dat de studieduur om het diploma van kleuteronderwijzer te behalen echt zou verkorten.
Uit de rest van de bespreking (met minister, vragensteller en drie interveniënten) bleek vooral:
Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de hindernissen voor kinderverzorgsters om het diploma van kleuterleidster te behalen van Jan Laeremans” aan minister Zuhal Demir.
Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen