Op 28 februari 2025 had de Vlaamse regering een aantal drastische beslissingen genomen in dossiers rond anderstalige opleidingen, die passen in een duidelijk nieuwe, strengere trend sinds ongeveer 2021. De geplande afschaffing van de vrijstelling van de zgn. equivalentievoorwaarde bij de aanvraag van een anderstalige opleiding was daar uiteraard ook niet vreemd aan.
De vraag van Tom Seurs naar de motivatie voor de weigeringen door de Vlaamse regering was eigenlijk overbodig, omdat dat (zij het zonder de volledige, concrete dossiers zelf) publiek beschikbare informatie was. De geplande afschaffing waarvan sprake, zou eerstdaags volgen. Na de vergadering was te vernemen dat de definitieve goedkeuring van het ontwerp van Onderwijsdecreet XXXV, dat o.a. die kwestie zou regelen, zelfs geagendeerd zou worden op de vergadering van de Vlaamse regering van de dag nadien. En zo geschiedde.
Tot slot nog dit: geen vrijstelling meer van de equivalentievoorwaarde betekende dus dat er voortaan altijd ergens een Nederlandstalige opleiding in de Vlaamse Gemeenschap moest zijn als pendant van een aangevraagde anderstalige opleiding. Gelet op de onduidelijkheid daarrond in het verleden als zou zo’n Nederlandstalig traject dan een 100 procent Nederlandstalig traject moeten zijn, ging ik er wel vanuit dat zulks niet (meer) hoefde, zolang men uiteraard maar bleef binnen de grenzen van wat er in een Nederlandstalige opleiding aan anderstalige opleidingsonderdelen geprogrammeerd mocht worden. Maar daarover viel niets expliciets te horen in de bespreking.
Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over anderstalige opleidingen in het hoger onderwijs van Tom Seurs” aan minister Zuhal Demir.
Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen