Een nieuwe ronde van vragen over de actuele artsenquota naar aanleiding van de beslissing daarover van de Vlaamse regering op 31 januari 2025 (nota en advies van de Vlaamse Planningscommissie), die dat advies helemaal gevolgd had, maar er was toch kritiek van Jan De Maeseneer, professor emeritus huisartsengeneeskunde aan de UGent en lid van de Federale Planningscommissie (maar ook de andere artsenopleidingen waren kritisch). Terwijl vragensteller Brecht Warnez kort en relatief zakelijk enkele vragen stelde, was vragensteller Freija Van den Driessche een stuk omstandiger en (politiek) kritischer door op enkele federale kwesties te wijzen, nu in tegenstelling tot vorige legislatuur de partij van de Onderwijsminister ook de (federale) premier leverde. Zoiets kon een oppositielid in het Vlaams Parlement niet laten liggen. Minister Demir?
Zij herhaalde wat ze al in de krant gezegd had: bijvoorbeeld ook de bijkomende financiële middelen die de universiteiten kregen. Het Vlaamse regeerakkoord stelde wel de Vlaamse Planningscommissie breder uit te bouwen tot een Vlaamse commissie voor de planning van zorg- en welzijnsberoepen, in overleg met collega-minister van Welzijn Caroline Gennez en het federale beleidsniveau, op basis van een maximale dataoverdracht tussen beide beleidsniveaus. Daarnaast wilde minister Demir vragen aan de federale overheid om het federale quotum sneller vast te leggen. Tot slot corrigeerde zij ook nog even vragensteller Warnez i.v.m. het federale quotum van 1.467: dat stond niet in het advies van de Federale Planningscommissie, maar in het desbetreffende koninklijk besluit. Alleen… het was wel wat verwarrend, vond ik: enerzijds stelde de minister dat het federale quotum in het laatst beschikbare koninklijk besluit 1.348 was voor artsen (KB januari 2024, want vandaag was nog geen nieuw KB beschikbaar waarin de quota voor het correcte afstudeerjaar werden vastgelegd), maar anderzijds zou 1.467 toch in een KB staan waarop de Vlaamse regering zich baseerde. Toch een rare uitleg, maar dat kon aan mij liggen.
Maar vragensteller Van den Driessche gaf nog niet af. Een en ander deed weer denken aan de gesprekken over de inhaalbeweging van Vlaanderen tegenover Wallonië met toen vooral Koen Daniëls en minister Ben Weyts, met hun partij in de federale oppositie en hun stap naar het Grondwettelijk Hof. Een echte oplossing lag in een volledige regionalisering van de bevoegdheid in kwestie (ook subquota), zo klonk het unisono bij Van den Driessche, Warnez en de minister, maar zover was het dus nog niet. Wel kwam de nieuwe masteropleiding geneeskunde aan de Universiteit Hasselt, wat de onderwijskant van de zaak betrof, de andere universiteiten al ter hulp, aldus de minister.
Interveniënt Stephanie D’Hose wees nog op het belang van artsen zonder RIZIV-nummer, zoals CLB-artsen en arbeidsartsen. Vragensteller Van den Driessche stelde tot slot vast dat haar vraag over de verschillende (tussen federaal, Vlaams en Waals) deperditieformules, — een nieuw woord voor mij —, die een raming maken van de studentenuitval tijdens de opleiding bij de berekening van de startquota, onbeantwoord bleef en dat er alvast een meerderheid in deze Commissie was, wat de artsenquota betrof. Afwachten wat dat later aan de overkant van de straat zal geven.
Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de verhoging van de artsenquota in Vlaanderen van Brecht Warnez en over de vastgelegde artsenquota van Freija Van den Driessche” aan minister Zuhal Demir.
Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen