Voor de achtergrond bij deze vraag om uitleg moeten we even terug naar beslissingen van de Vlaamse regering op 5 juli 2024 resp. 27 juni 2025. Blijkbaar liep dat decretaal vastgelegde kader voor een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal in het basisonderwijs niet van een leien dakje in de praktijk (voor dove leraren een probleem om het vereiste C1-bewijs VGT te behalen en tegelijk voor hen een verplicht C1-bewijs Nederlands; daarnaast ook een probleem met de manier waarop de omkadering berekend wordt). Hoe beoordeelde minister Demir die kwesties en zou ze het decreet bijsturen?
Minister Demir legde die personeelsvereisten nog eens uit. Daar was niets speciaals aan. Ook lichtte de minister de verschillende elementen van de omkadering toe en de vormen van ondersteuning voor de leerlingen in zo’n taalafdeling. De school in Beernem, die als pilootschool ervaring opdeed met Vlaamse Gebarentaal binnen het gewoon onderwijs, kreeg subsidies om expertise, lesmateriaal en vaardigheden rond Vlaamse Gebarentaal op te bouwen. Omdat er vandaag nog geen taalafdelingen effectief opgestart waren, zou de decretaal in 2026-2027 geplande evaluatie zich in eerste instantie richten op de vraag waarom scholen ondanks een goedgekeurde aanvraag niet startten. De minister zou al wel in het najaar van 2026 in overleg gaan met de betrokken scholen en de ambitie om dove en slechthorende leerlingen meer kansen te bieden in het gewoon onderwijs, met een volwaardige plaats voor zowel het Nederlands als de Vlaamse Gebarentaal, bleef overeind.
Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de organisatie van een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal van Gianna Werbrouck” aan minister Zuhal Demir.
Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen