18 juni 2026 – Professionalisering en gedoogregeling bij implementatie van nieuwe minimumdoelen

Het laatste thema bij de vragen om uitleg van deze commissievergadering vond ik zelf een stuk interessanter en al kwamen de vragen over één invalshoek dan misschien deels te vroeg (wetenschappelijke monitoring, Kim Buyst), toch vernamen we toch ook enig nieuws: niet alleen over een hangend evaluatiekader voor de inspiratiescholen, maar ook over die andere invalshoek, met name de vooropgestelde gedoogregeling i.v.m. doorlichtingen door de Onderwijsinspectie (Loes Vandromme).

Als achtergrond is het misschien nuttig om ook nog even te wijzen op de hoorzitting op 23 april 2026, toen het ook al o.a. over die gedoogregeling ging en de precieze betekenis daarvan. Maar wat leerden we nu bij of wat waren nog interessante zaken in de bespreking? Om te beginnen vernamen we dat wegens zijn methodologische expertise rond evaluaties en zijn inhoudelijke betrokkenheid bij de minimumdoelen in Vlaanderen, aan Tim Oates van Cambridge Assessment gevraagd was om samen met “de” expertencommissie (nwvr: of dat de expertencommissie was die de minimumdoelen opgesteld had of nog een andere was mij niet helemaal duidelijk) een evaluatiekader voor de inspiratiescholen uit te werken. Die commissie zou haar raamwerk midden juni opleveren (lees: nu dus). Pas op basis van dat raamwerk zou een overheidsopdracht voorbereid kunnen worden voor de monitoring en evaluatie van de inspiratiescholen, pioniersscholen en “talentscholen” (nwvr: wat die laatste precies waren, ontging mij ook, maar inspiratiescholen én pioniersscholen, waarvan de gelukkige intussen al een feedbackbrief gekregen hadden en de niet-gelukkige er nog een zouden krijgen, hier samen in één verhaal nemen leek mij wel een wijze piste). Door omstandigheden was er vertraging opgelopen, maar de bedoeling bleef om de wetenschappelijke opvolging nog in 2026 op te starten (cf. de vraag van Kim Buyst).

Over de gedoogregeling zei minister Demir dat ze daarover overleg gepleegd had met de Onderwijsinspectie en de onderwijskoepels en dat had tot afspraken geleid die op “de website” stonden en die ook op die manier verteld werden tijdens de Ronde van Vlaanderen. Ik vermoed dat deze tekst bedoeld was. Maar of je daaruit kon afleiden dat een school die in 2026-2027 specifiek begon met bepaalde acties alleen rond bv. “effectieve didactiek” dan onder die gedoogregeling viel, zoals de minister leek te zeggen, was mij toch niet duidelijk (cf. vraag van Loes Vandromme).

Daarnaast sprak vragensteller Buyst nog over een versnipperde organisatie van die hele ondersteuning bij de implementatie van de nieuwe minimumdoelen, wat de minister dan weer tegensprak door te verwijzen naar één onderliggende visie. Dat laatste klopte dan misschien ook wel, maar wanneer je de lijst van betrokken actoren leest, die ook op diezelfde website vermeld worden, is dat voor een school toch wel heel wat (om door de bomen het bos te blijven zien en vooral de zaken werkbaar te houden).

We leerden nog dat het ondersteuningsproject van Thomas More Hogeschool (Tim Surma) hier te situeren viel binnen de bredere implementatie en professionaliseringsaanpak rond kennisrijk onderwijs en effectieve didactiek, incl. samenwerking met bestaande actoren, zoals pedagogische begeleidingsdiensten, expertisecentra en ook onderwijsverstrekkers. De commissie evaluatie pedagogische begeleidingsdiensten en permanente ondersteuningscellen zou in de loop van of kort na de zomer haar evaluatierapporten opleveren. En tot slot nog twee elementen in verband met de Onderwijsinspectie, waarvoor vragensteller Vandromme tekende:

  • het ene element was rechtstreeks gegrepen uit het leven van doorlichtingen door de Onderwijsinspectie: boeken op school die ouder waren dan vijf jaar zouden door de Onderwijsinspectie niet gedoogd worden, wat mij een “mooi” voorbeeld leek van het verschil tussen de (formele) theorie hier in de Onderwijscommissie en de concrete praktijk van (sommige?) onderwijsinspecteurs op de werkvloer;
  • het andere element was van een meer fundamentele aard, met name: het zgn. TOK (Toezichtskader), dat de Onderwijsinspectie zelf opstelde, was dan wel gekoppeld aan het OK (Referentiekader voor onderwijskwaliteit), maar hoe zat het precies met dat eerste?; minister Demir suggereerde bij een eventuele hoorzitting over de Onderwijsspiegel de Onderwijsinspectie daarover uitleg te vragen.

Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen

Verwante artikels

OVER DEZE BLOG

Deze blog is niet bedoeld als formeel standpunt van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, evenmin als een puur verslag, maar wel als een niet-neutraal, persoonlijk commentaar op vooral ook politieke aspecten van de parlementaire onderwijsactiviteiten, zowel in de Commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement als uitzonderlijk ook in een andere vakcommissie die occasioneel relevant kan zijn voor het beleidsdomein Onderwijs.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?