Een kleine greep uit de bespreking:- heel wat aandacht ging naar het thema “taal”: naast taalremediëring in het hoger onderwijs, het NT2-thema in het volwassenenonderwijs en de ontwikkelingen rond OKAN (middelen vanaf de eerste leerling in het basisonderwijs) ging het vooral over de mogelijke verschuivingen van taalmiddelen tussen scholen (door een nieuwe definitie van anderstalige nieuwkomers, door het wegvallen van de (tijdelijke) Oekraïnemiddelen en door de concrete instroom en uitstroom van anderstalige nieuwkomers);
- er komt weer extra 100 miljoen voor renteloze energieleningen en de tweede schijf Digiplan wordt in 2026 uitbetaald;
- voor het hoger onderwijs lopen de gesprekken over een nieuw programmatiemodel (maar uiteraard ook cf. een nieuw financieringsmechanisme, waarover het al diverse keren ging in de Onderwijscommissie; toevallig op 22 juni 2026 (voor abonnees) verscheen een specifiek geluid van zes hogescholen in de media met het oog op de toekomst) en is er de +11,5 miljoen euro voor graduaatsopleidingen als eerste stap (in 2027 wel een groeipad, gekoppeld aan de (budgettaire) ontwikkeling met de nieuwe zevende jaren); over studietoelagen hadden we nog maar recent de ingreep die voor heel wat discussie gezorgd heeft; het verhaal van de inschrijvingsgelden in het volwassenenonderwijs kenden we ook al en de recente bijsturing voor enkele talen heeft nog geen impact in 2026, wel vanaf 2027;
- voor het lerarentekort worden bestaande maatregelen verlengd tot 2030-2031, maar is er vooral het sociale overleg over een loopbaanpact; de situatie in dat verband in de steden Brussel, Antwerpen en Gent is des te complexer, aldus minister Demir, die ook al wees op een toekomstige ontwikkeling, die al een stukje ingezet is in het basisonderwijs, met name: de te verwachten boventallige leraren;
- voor de geplande besparing van 100 miljoen euro op de levensbeschouwelijke vakken antwoordde de minister dat die besparing voor 26,8 miljoen euro eenmalig opgevangen zou worden via de ICT-middelen en de rest van de besparing was voer voor de BO 2027…;
- zowel Loes Vandromme als Gianna Werbrouck had aandacht voor een heel specifiek element, met name de werkingstoelage voor de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor): het heeft me enig zoekwerk gekost naar het juiste parlementaire document; op een bepaald moment werd in de begrotingsuitvoering 2025 de werkingstoelage voor de Vlor drastisch verminderd (cf. parlementair document 23-S (2025-2026) Nr.1, p.101) met een wat complexe uitleg over de aanwending van de middelen voor 2025 met opgebouwde reserves; beide vragenstellers wilden nu duidelijkheid over de vraag of de Vlor voor 2026 weer over het volledige, in de begroting opgenomen bedrag kon beschikken; ik meende begrepen te hebben dat dat inderdaad het geval was; pas in 2027 was van een besparing sprake en over de inkanteling van de Vlor in de Serv, waarover we intussen niet echt veel meer hoorden, liep het gesprek, aldus minister Demir;
- Koen Daniëls lichtte nog vijf amendementen bij het ontwerp van Programmadecreet toe: deels i.v.m. de tijdelijke opheffing van het verbod op reserveopbouw in het kader van enkele nieuwe hogeronderwijsopleidingen, deels i.v.m. de verlenging met één jaar van de maatregel om een deel van de vacante lesomkadering in Brussel (vanaf 1 september i.p.v. 1 oktober) om te zetten naar punten of uren in het kader van het lerarentekort;
- tot slot ontspon zich nog even een principieel (ideologisch) debat met Loes Vandromme, Kim Buyst en Koen Daniëls over kleuring/ontkleuring van middelen (met name met betrekking tot taal/OKAN-middelen): uiteraard moet er verantwoording zijn van de besteding van overheidsmiddelen, maar de redenering, op basis van een ouder, kritisch rapport van het Rekenhof over GOK-middelen, die Koen Daniëls via de weliswaar juiste schets van twee mogelijke extremen inzake financieringssysteem bracht tot de vaststelling dat in het verleden leraren extra middelen niet zouden zien op de werkvloer of dat zulke extra middelen over de jaren heen blijkbaar dan toch geen stijging van de onderwijskwaliteit meebrachten, vond ik wel een schoolvoorbeeld van een kort-door-de-bocht-redenering.