Het organiseren van het schooljaar in het secundair onderwijs vereist een zorgvuldige planning en naleving van zowel wettelijke bepalingen als pedagogische richtlijnen. Hier bieden wij een overzicht van de belangrijkste aspecten van de organisatie van het schooljaar, inclusief de indeling van de lestijd, de middagpauze en de aanpak bij afwezigheid van leraren.
Door een rationele en evenwichtige benadering te hanteren, kunnen scholen ervoor zorgen dat de beschikbare tijd optimaal wordt benut en dat zowel leerlingen als leraren een gestructureerde en ondersteunende leeromgeving ervaren.
Het uurschema in het secundair onderwijs begint voor elke leerlingengroep ten vroegste om 8 uur en eindigt tussen 15 en 17 uur.
De leerlingen hebben wekelijks een halve vrije dag, naar keuze bepaald. De school bepaalt dus zelf wanneer de leerlingen hun halve dag vrij hebben. Deze vrije halve dag kan variëren naar gelang van de leerlingengroep. Naar analogie met het basisonderwijs is het aan te bevelen de vrije halve dag toch op woensdagnamiddag te laten vallen. Anderzijds kan de overbezetting van bepaalde lokalen, de aanwezigheid van een internaat, de organisatie van een alternerende stage … een ander tijdstip wenselijk maken.
Van dit uur- en weekschema kan men afwijken voor:
Elk schoolbestuur heeft de vrijheid om de lessenroosters zelf vast te stellen. Dit betekent dat een school kan afwijken van de standaardspreiding van een vak over een heel schooljaar en ervoor kan kiezen om een vak gedurende een kortere periode (bv. twee lestijden gedurende één semester i.p.v. één lestijd over heel het schooljaar) intensiever te organiseren. Graadleerplannen laten ook toe de leerinhouden hetzij in het eerste, hetzij in het tweede leerjaar van de graad te geven.
De leraar zorgt voor een evenwichtige spreiding van de leerstof over het gehele schooljaar. Leraren kunnen veel tijd winnen door collegiaal samen te werken en door een sterke verticale en horizontale samenwerking tussen leraren van dezelfde of van aanverwante vakken tot stand te brengen. Afspraken hierover kunnen bv. in vakvergaderingen tot stand komen.
Meestal volstaan de didactische middelen waarover de leraren in de klas of op de school kunnen beschikken om het leerplan in al zijn facetten binnen de eigen lestijden te verwerken. Toch moet men in een lessenrooster soms ruimte voor didactische excursies, gastcolleges of vakprojecten creëren. Ook hier zijn afspraken vooraf belangrijk.
Ook de organisatie van leerlingenstages bekijkt men mee vanuit het streven naar doelmatigheid. Zo waakt een school er beter over dat het wegvallen van lessen ten gevolge van blokstages de afwerking van het globale goedgekeurde leerprogramma niet in het gedrang brengt. Men kan dat voorkomen door die lessen binnen het gewone uurschema tijdens de normale lesweken in te laten halen.
In het secundair onderwijs is er een middagpauze van ten minste vijftig minuten, die op een tijdstip valt waarop normaal het middagmaal wordt genuttigd. De leerlingen moeten voldoende tijd krijgen om te eten. Afwijkingen van de minimumduur zijn alleen toegestaan onder buitengewone organisatorische omstandigheden.
Pedagogisch bekeken is het aanleren van een middagcultuur, met ruimte voor allerlei activiteiten, een aandachtspunt voor elke school.
Occasioneel kan een school middagactiviteiten organiseren waarvan ze het belangrijk vindt dat alle leerlingen hieraan deelnemen (bv. sobere maaltijd tijdens de vasten, een sportmanifestatie …). Om te voorkomen dat leerlingen op zulke dagen de school tijdens de middagpauze niet verlaten, kan men hierover een bepaling in het schoolreglement opnemen.
Ook scholen die elke middagpauze verplichte (spel)activiteiten organiseren, kunnen een dergelijke bepaling in het schoolreglement inlassen.
Bij afwezigheid van of gebrek aan een leraar (bv. wegens ziekte) voorziet de school normaal in vervanging of een vervangende activiteit. Het schoolbestuur is daarvoor verantwoordelijk.
Bij afwezigheid van een praktijkleraar moet de school in adequate vervanging voorzien. De persoon die toezicht houdt op leerlingen die arbeid verrichten, moet vertrouwd zijn met het correcte gebruik van de arbeidsmiddelen en de toepasselijke beschermingsmaatregelen zodat hij gepast kan ingrijpen. Zonder adequaat toezicht mag de praktijkles niet doorgaan.
Nieuw vanaf 1 september 2026
In uitzonderlijke gevallen kan het schoolbestuur voor leerlingen van:
beslissen of een leerlingengroep één of enkele van de gebruikelijke schooluren niet op school aanwezig hoeft te zijn. Concreet kunnen leerlingen in voorkomend geval vroeger vertrekken of later naar school komen.
De school moet deze mogelijkheid uitdrukkelijk opnemen in het schoolreglement.
Een minderjarige leerling kan enkel afwezig zijn na voorafgaand en eenmalig schriftelijk akkoord van de ouders. Ouders kunnen hun beslissing op elk moment tijdens de schoolloopbaan herroepen of aanpassen. Een meerderjarige leerling geeft in principe zelf zijn of haar schriftelijke toestemming. Bij gebrek aan akkoord voorziet de school in opvang. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de invulling van de opvang.
Het is voor een school op organisatorisch vlak niet eenvoudig om de toestemming van de ouders per leerling na te gaan. Het is aan te raden om in zo’n situatie in de schoolagenda zowel de afwezigheid van de leraar als het akkoord van de directeur officieel te melden.
Lesvervangende activiteiten zijn waardevolle momenten die bijdragen aan de ontwikkeling van leerlingen, mits ze een directe of indirecte link hebben met het opvoedingsproject of het lesprogramma. Het is belangrijk dat deze activiteiten goed gepland en zinvol zijn, zodat ze de reguliere lessen aanvullen en verrijken.
Lesvervangende activiteiten worden best oordeelkundig geschikt en tijdig gepland zodat elk vak dat op het lessenrooster voorkomt, de nodige uren krijgt om het leerplan op een degelijke manier af te werken. Men voorkomt dus beter dat lesvervangende activiteiten met eigenaardigheden van het lessenrooster samenvallen (bv. frequent wegvallen van de vrijdag of de maandag); anders kunnen bepaalde vakken veel van hun lestijden verliezen.
Men kan bij een lesvervangende activiteit verscheidene vakken proberen te betrekken; hierdoor vergroot de pedagogische waarde ervan. Er is echter altijd nood aan selectie. Een verantwoorde keuze kan net daarom van schooljaar tot schooljaar variëren.
Onthaalactiviteiten aan het begin van het schooljaar of activiteiten die de realisatie van het opvoedingsproject of leerplannen ondersteunen, kunnen zinvolle lesvervangende activiteiten uitmaken.
Leraren en leerlingen zijn normaal gesproken gedurende alle periodes en tijden die voor schoolse activiteiten zijn aangewezen, op school aanwezig. Leerlingen moeten aanwezig zijn tijdens de lessen, stages volbrengen, examens en toetsen afleggen, en deelnemen aan alle lesvervangende activiteiten. Alle individuele afwezigheden moeten gewettigd worden.
Afspraken over de aanwezigheid van de leerlingen worden vastgelegd in het schoolreglement. Door duidelijke normen te stellen en ze consequent te hanteren worden leerlingen gestimuleerd hun verantwoordelijkheid op te nemen. Spijbelen is vaak een uiting van schoolmoeheid. Een effectief spijbelpreventiebeleid is gestoeld op het streven naar een optimaal schoolklimaat en een ondersteunende schoolomgeving.
Voor leerlingen die voornamelijk als gevolg van extra-scolaire problemen problematisch afwezig zijn, beschikt de school over een reglementaire ruimte om de leerling te (laten) begeleiden, bv. via een naadloos flexibel traject (NAFT), zoals erkend door welzijn, of andere schoolvervangende programma’s.
De verplichtingen inzake de aanwezigheid van leraren vinden we terug in het Algemeen reglement van het personeel van het katholiek onderwijs, aangevuld door de instellingsgebonden opdrachten die deel uitmaken van de geïndividualiseerde functiebeschrijving van elke leraar.
De vakantieregeling in het onderwijs is gebaseerd op vaste principes die door de Vlaamse regering zijn vastgesteld. Het Departement Onderwijs en vorming en Katholiek Onderwijs Vlaanderen bezorgen de concrete uitwerking voor de komende schooljaren.
Nieuw vanaf 1 september 2026
Secundaire scholen kunnen geen facultatieve vakantiedag(en) meer inrichten.
Nieuw vanaf 1 september 2026
Het is niet meer mogelijk om in bepaalde omstandigheden de lessen te schorsen buiten de gewone vakantieperiodes en- dagen.
De volgende mogelijkheden om de lessen te schorsen zijn geschrapt:
Scholen kunnen collectieve vormingsmomenten organiseren op andere tijdstippen, bijvoorbeeld vlak voor de start van het schooljaar, tijdens evaluatiedagen of bij het begin van een schoolvakantie.
Scholen kunnen zich in voorkomend geval wel nog steeds beroepen op overmacht wanneer de school na de verkiezingen ontoegankelijk of onbereikbaar is.