Het organiseren van evaluatieperiodes is een cruciaal onderdeel van het onderwijskundig beleid in het secundair onderwijs. Hier bieden we een overzicht van de belangrijkste aspecten van evaluatie, waaronder de definitie van en het maximumaantal “evaluatiedagen”.
Door een gestructureerde en doordachte aanpak te hanteren, kunnen scholen ervoor zorgen dat de evaluatie bijdraagt aan de ontwikkeling en het succes van hun leerlingen.
Evalueren is het waarderen van het leren door een waardeoordeel uit te spreken dat het leren versterkt en oriënteert. Het gaat om de ontwikkeling van de leerlingen, niet alleen om de resultaten, maar ook om het proces van het leren.
Er zijn verschillende redenen waarom de kwaliteit van evalueren belangrijk is:
Evalueren gaat dus verder dan het evalueren via toetsen of examens en gebeurt voortdurend tijdens het leerproces.
Evaluatie behoort tot de pedagogische vrijheid. De overheid mag niet tussenkomen in de wijze waarop scholen hun evaluatieproces vormgeven of in de beoordelingscriteria die daarbij worden gehanteerd. Dat behoort tot de pedagogische autonomie van de schoolbesturen.
Scholen bouwen autonoom aan een evaluatiebeleid als onderdeel van hun onderwijskundig beleid. De organisatie van toetsen en examens en van de deliberatie zal gebeuren vanuit dat eigen beleid. Scholen staan met andere woorden zelf in voor het optimaal gebruik van de voorziene lestijd. Daarbij zullen ze rekening moeten houden met het reglementaire kader en ervoor zorgen dat leerlingen zo veel mogelijk lessen en lesvervangende activiteiten krijgen tijdens de 182 lesdagen waarop scholen in principe open zijn.
We benadrukken dat de hieronder vermelde begrippen ‘evaluatie’, ‘evaluatieperiode’ en ‘evaluatiedag’ enkel betrekking hebben op die aspecten van evaluatie en deliberatie waarvoor het normale lesprogramma wordt geschorst.
Nieuw vanaf 1 september 2026
Onder “evaluatiedag” wordt verstaan: een dag waarop de lessen worden geschorst voor één van de volgende activiteiten:
Vallen niet (meer) onder de evaluatieperiode:
Wanneer tijdens de lesdagen vlak vóór de zomervakantie nog een (inhaal)stage wordt georganiseerd, tellen die dagen niet mee voor het maximum aantal evaluatiedagen. De delibererende klassenraad mag pas een beslissing nemen nadat deze (inhaal)stage is beëindigd.
De organisatie van vooraf aangekondigde examens over grotere leerstofgehelen
Leraren en schoolleiding gaan bewust na hoeveel lestijd er door examens wordt ingenomen. Het eigen evaluatiebeleid, dat een onderdeel is van het schoolreglement, vormt hierbij het vertrekpunt. De leeftijd van de leerlingen, de plaats van het leerjaar in de schoolloopbaan, de doelstellingen en de inhouden van het vak, het streven naar een goede verhouding tussen basis en verdieping/uitbreiding, het aantal lestijden in de lessentabel … zullen allemaal mee bepalen hoe men evalueert en hoeveel lesuren men aan de organisatie van examens zal besteden.
Niet alleen de halve dagen waarop het examen plaatsvindt, maar ook de halve dagen waarop men de leerling vrij geeft om zich voor te bereiden op het volgende examen, behoren tot de evaluatieperiode. Dat geldt in voorkomend geval ook voor de namiddag vóór het eerste examen, die voor een halve dag meetelt (tenzij hij toevallig met de wekelijkse vrije halve dag samenvalt).
De reglementering zegt niet dat de examenperiodes aaneensluitende periodes van lesdagen moeten zijn, of dat het examen in blok moeten worden georganiseerd. De onderwijsinspectie ziet echter toe op de manier waarop scholen hun maximaal aantal evaluatiedagen gebruiken. Het volledig uitputten van het maximumaantal toegelaten evaluatiedagen door een beperkt aantal examens met tussentijdse onderbrekingen over relatief veel dagen te spreiden, is oneigenlijk of ondoordacht gebruik van evaluatiedagen. Een school bouwt dan ook beter geen rustdagen in, zelfs als dat voor de praktische organisatie van de verschillende examenperiodes beter uitkomt. Bij mondelinge examens waar een relatief grote leerlingengroep bij betrokken is, zal het organisatorisch soms echter niet te vermijden zijn dat het examen over twee opeenvolgende dagen valt.
We raden aan om een examen niet langer dan een halve lesdag te laten duren. Langer dan een halve lesdag is ons inziens niet te verantwoorden.
Het begrip ‘examen’ is niet expliciet gedefinieerd in de regelgeving. Met examens wordt doorgaans verwezen naar een groot (eind)evaluatiemoment waarbij wordt nagegaan in welke mate de leerplandoelen zijn bereikt. Examens kunnen in verschillende vormen worden georganiseerd: schriftelijk, mondeling, per vak of vakoverschrijdend…. Het behoort tot de autonomie van de school om te bepalen hoe ze evaluatiemomenten organiseert.
De regelgever plaatst ‘examens’ tegenover ‘formatieve evaluatie’, waarmee men verwijst naar permanente of gespreide evaluatie. Meer over onze visie op formatieve evaluatie kan je lezen op de webpagina Doelen van evaluatie.
Bepalend zal ook zijn hoe dit in het schoolreglement wordt geformuleerd. Het schoolreglement bevat de basisprincipes van het evaluatiebeleid van de school. Het moet ook vermelden dat de school in de loop van het schooljaar op regelmatige basis of tijdig zal communiceren over:
Tijdens de examenperiodes zijn de leerlingen van een bepaalde leerlingengroep dagelijks op school aanwezig voor het afleggen van examens.
Het schoolbestuur kan beslissen dat de aanwezigheid van de leerling beperkt mag blijven tot de duur van het examen. Om als minderjarige leerling thuis te kunnen studeren, is het akkoord van de ouders nodig. Anders moet de leerling op school kunnen studeren.
Het besluitvormingsproces, waaronder de deliberatie, van de klassenraad
Aan het einde van een tri-/semester bespreken begeleidende klassenraden de vorderingen van hun leerlingen, met name hun prestaties op georganiseerde evaluatiebeurten.
Aan het einde van het schooljaar beoordelen delibererende klassenraden of de leerlingen al dan niet geslaagd zijn.
Vanzelfsprekend worden de lessen dan geschorst.
Nieuw vanaf 1 september 2026
In het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs (m.u.v. 7de leerjaar gericht op instroom op de arbeidsmarkt)
Het besluitvormingsproces in het kader evaluatiedagen kan ten vroegste starten:
Concretisering
In het 7de leerjaar gericht op instroom op de arbeidsmarkt (eindigend op 31 januari)
Voor de 7de leerjaren gericht op instroom op de arbeidsmarkt die eindigen op 31 januari van het lopende schooljaar kan het besluitvormingsproces ten vroegste starten op de vierde laatste evaluatiedag van de maand januari.
De reglementering bepaalt dat de leerlingenbesprekingen slechts geldig zijn als ten minste 75 % van de leden van het onderwijzend personeel van het structuuronderdeel waarvoor de leerling heeft gekozen, aanwezig is (behoudens gewettigde afwezigheid of overmacht).
Met het oog op (efficiënte) tijdsbesteding moet de directeur beslissen of hij of zij al de vergaderingen zelf voorzit.
De voorzitter van de klassenraad beslist of de leden van de klassenraad fysiek of digitaal aanwezig zijn op de klassenraadsvergadering.
Een schoolbestuur kan beslissen dat minderjarige leerlingen, na akkoord van de ouders, op de dagen waarop dit soort vergaderingen van de klassenraad plaatsvinden niet op school moeten zijn. Als de ouders van minderjarige leerlingen daar niet mee akkoord gaan, is de school verplicht in opvang te voorzien (dus ook tijdens de deliberatie). Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de invulling van de opvang op school.
Op het einde van het tri-/semester of schooljaar vinden rapportuitdelingen en -besprekingen plaats. Tijdens deze evaluatiegesprekken krijgen leerlingen feedback op hun behaalde resultaten.
Dergelijke gesprekken bij rapportuitdelingen zijn enkel zinvol wanneer de leerling tijdens een individueel contact uitvoerig commentaar bij zijn rapport krijgt en er een gesprek over zijn verdere onderwijsloopbaan wordt gevoerd; directie, klassenleraar, vakleraren, leerlingenbegeleiders en/of CLB ... zijn dan ook in de mate van het mogelijke beschikbaar.
De aanwezigheid van de ouders is wenselijk. De school kan van het gewone uurrooster afwijken om de participatie van de ouders te vergemakkelijken.
Voor de eindjaren wordt vaak een afscheidsplechtigheid georganiseerd waarop ook de ouders aanwezig zijn. De officiële proclamatie heeft dan meestal na 17 uur plaats, wat organisatorisch uiteraard perfect verdedigbaar is.
Het schoolbestuur kan beslissen dat op de dagen waarop de evaluatiegesprekken worden georganiseerd, de minderjarige leerlingen, na akkoord van de ouders, alleen tijdens hun gesprekken op school aanwezig hoeven te zijn. Als ouders niet akkoord gaan, moet de school opvang voorzien. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de invulling van de opvang.
Nieuw vanaf 1 september 2026
Het maximaal aantal evaluatiedagen wordt niet bekeken op schoolniveau. De maxima gelden niet voor het integrale onderwijsaanbod van de school, maar hangen af van de organisatievorm van de school en eventueel de wijze van evaluatie (examens, formatieve evaluatie of een combinatie ervan).
De evaluatiedagen kunnen nog verschillen per structuuronderdeel of per leerlingengroep zolang scholen onder het toepasselijke maximumaantal blijven.
Om het maximum lesdagen te bereiken, rekent men in halve dagen. De dag die tijdens een gewone lesdag voor de helft lesvrij is, moet, wanneer hij tijdens een evaluatieperiode valt, ook maar voor één halve dag worden meegerekend.
Scholen moeten elke (halve) lesdag kunnen verantwoorden waarop leerlingen niet aanwezig zijn. Ze moeten erop toezien dat de voorziene lestijd zo optimaal mogelijk wordt benut. Binnen het (nieuwe) reglementaire kader is het essentieel te bewaken dat leerlingen zoveel mogelijk les krijgen. Scholen moeten dus zorgvuldig omgaan met het schrappen van lestijd in functie van organiseren van evaluatie en deze keuzes kunnen motiveren en verantwoorden t.a.v. de onderwijsinspectie. Het maximaal aantal evaluatiedagen hoeft daarbij niet te worden benut als dat niet noodzakelijk is.
Het maximum aantal dagen kan niet worden omzeild door tijdens normale lesweken lessen te schorsen om bepaalde vakken te examineren.
We sommen hieronder de verschillende situaties op om het maximaal aantal evaluatiedagen te kunnen bepalen.
In het voltijds gewoon secundair onderwijs en buitengewoon onderwijs OV4
Scholen voltijds gewoon secundair onderwijs en opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs (met uitzondering van de 7de leerjaren gericht op instroom op de arbeidsmarkt) die voor een leerlingengroep voor alle vakken examens organiseren, mogen voor die leerlingengroep maximaal 50 halve lesdagen per schooljaar aan evaluatie besteden.
Die evaluatiedagen kunnen ten vroegste starten:
Scholen die in het 7de leerjaar gericht op instroom op de arbeidsmarkt van het voltijds gewoon secundair onderwijs en van het buitengewoon secundair onderwijs opleidingsvorm 4 enkel examens organiseren, mogen maximaal 20 halve lesdagen per semester aan evaluatiedagen besteden.
Scholen voltijds gewoon secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs opleidingsvorm 4 die in bepaalde leerlingengroepen uitsluitend het systeem van permanente evaluatie hebben ingevoerd, kunnen maximum 12 halve lesdagen aan evaluatie besteden.
Als scholen in het kader van permanente evaluatie summatieve toetsen organiseren, worden ze in principe over het schooljaar gespreid (= gespreide evaluatie). Een toets volgt dan onmiddellijk na het afronden van een bepaald leerplanonderdeel en wordt tijdens de les zelf afgenomen. In dat geval geldt er geen reglementaire beperking op de tijd die men aan summatieve toetsen besteedt.
Wanneer er dus geen examens worden georganiseerd, mogen maximaal 12 halve lesdagen wegvallen voor de besluitvorming door de klassenraden en voor evaluatiegesprekken met leerlingen en eventueel ouders.
In het voltijds gewoon secundair onderwijs en in het buitengewoon secundair onderwijs opleidingsvorm 4 waar er formatieve evaluatie en examens worden gecombineerd, geldt een maximum dat lager ligt dan 50 halve lesdagen per schooljaar.
Een school moet elke (halve) dag die ze besteedt, kunnen verantwoorden ten aanzien van de onderwijsinspectie. Vanuit het optimaal gebruik van de lestijd is het belangrijk dat een school elke (halve) dag dus zinvol inzet. Het “maximum” van minder dan 50 halve lesdagen (bijvoorbeeld 49 halve lesdagen) moet dus niet worden uitgeput.
Die evaluatiedagen kunnen ten vroegste starten:
In het buitengewoon secundair onderwijs opleidingsvorm 1, 2 en 3 bedraagt het maximaal aantal evaluatiedagen 12 halve lesdagen per schooljaar.
In de opleiding Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs wordt geen maximaal aantal evaluatiedagen opgelegd. De school kan zelf bepalen hoeveel tijd ze aan evaluatie wenst te besteden. Het behoort tot de autonomie van de school om dit correct in te schatten.